Zwangere vrouwen ondergaan eindelijk MRI-scan en zorgen zo voor belangrijke informatie bij vroeggeboorte

'Ik wil iets doen voor de wetenschap'

Het was een gevecht van tien jaar. Nu is het zover. Bij het UMC Utrecht ondergaan honderd zwangere vrouwen een MRI, om voor vroeggeborenen bruikbaar vergelijkingsmateriaal te hebben.

Zwangere vrouw ondergaat in het UMC Utrecht een MRI-scan. Foto Marcel van den Bergh

De baby die deze middag op de afdeling radiologie van het UMC Utrecht in de MRI-scanner wordt geschoven, zit nog veilig in moeders buik. De beelden op het computerscherm van hoogleraar neonatologie Manon Benders laten een gezond kind zien, met hersenen die zich normaal ontwikkelen.

Hoe anders is het even verderop. Op de afdeling neonatologie liggen de baby's die veel te vroeg zijn geboren. Baby's die ook in de scanner gaan, met couveuse en al, om vast te stellen of er sprake is van hersenschade. Want de hersenen maken in de tweede helft van de zwangerschap de snelste ontwikkeling door en bij een kind dat in die fase wordt beademd, veelvuldig wordt geprikt en voedsel via een sonde krijgt, is de kans op schade groter.

Maar waar moeten artsen de scans van die premature kinderen mee vergelijken? Ze zouden de beelden van een te vroeg geboren baby van bijvoorbeeld 30 weken graag leggen naast de scans van een baby die na 30 weken nog in de moederschoot zit, om zo de hersenontwikkeling binnen en buiten de baarmoeder exact te kunnen vergelijken. Tot nu toe waren alleen beelden beschikbaar van baby's die na een voldragen zwangerschap werden geboren en van wie daarna om medische redenen een MRI-scan moest worden gemaakt, vertelt Benders. Tussen die scans zitten weken, soms maanden.

Vandaar dat de hoogzwangere, 31-jarige Erica Scholten-Vuist meedoet aan een bijzonder wetenschappelijk onderzoek. Als eerste van honderd aanstaande moeders gaat ze in het UMC Utrecht de scanner in, zodat artsen het brein van het ongeboren kind kunnen bestuderen. Daarbij wordt gekeken naar het volume van de hersenen en de verschillende hersenonderdelen, maar ook naar de structuur, legt Benders uit.

Vroeg in de zwangerschap zijn de hersenen nog glad. Vanaf de 24ste week worden de windingen aangelegd, de kronkelige inkepingen die het brein de vorm van een walnoot geven. Naarmate de hersenen zich ontwikkelen, ontstaan er meer windingen. Deze worden bovendien dieper en complexer van vorm. Maat en getal van al die onderdelen geven informatie over de rijpheid van het brein.

De scan van het ongeboren kind. Foto Marcel van den Bergh

Buitenland

De afgelopen jaren zijn buitenlandse onderzoekers de Utrechtse artsen voorgegaan. Zo publiceerde de universiteit van Sheffield vorig jaar hersenscans van 132 foetussen tussen de 18 en 36 weken oud, een soort atlas met referentiewaarden die duidelijk maken hoe de hersenen tijdens de zwangerschap groeien. In Nederland was dat onderzoek tot voor kort niet toegestaan, vertelt Benders. 'Medisch ethische commissies wilden jonge kinderen niet aan een mri-scan blootstellen als daar geen medische noodzaak voor was. Niet vanwege straling, de beelden worden immers gemaakt met behulp van een magnetisch veld. Maar vanwege de enorme herrie die het apparaat maakt. De angst bestond dat kinderen daarvan gestresst zouden raken.'

Tien jaar liep Benders tegen deze afwijzing aan. Totdat ze besloot om filmpjes te maken van de pasgeboren baby's die om medische redenen een scan nodig hadden. 'We gaven ze een fles, bakerden ze in en dan vielen ze in zo'n diepe slaap dat ze nergens wakker van werden.' Met die beelden overtuigde ze de commissie.

De ontwikkeling van de hersengroei van een foetus.

Handig

Had ze de buitenlandse scans niet kunnen gebruiken, in plaats van ingewikkeld onderzoek opnieuw te gaan doen? 'Het is inderdaad handig om gegevens te delen, maar we kwamen erachter dat de groep ongeboren baby's uit die onderzoeken verschilde van Nederlandse kinderen. Hun etnische achtergrond was anders, hun moeders hadden andere leef- en voedingsgewoonten. Dat alles heeft invloed op de hersenontwikkeling.'

Er zijn, kortom, Nederlandse beelden nodig en daar werkt Erica Scholten graag aan mee, vertelt ze. Ze heeft de auto-immuunziekten SLE en APS, waarvoor ze zware medicijnen gebruikt. 'Er is al veel onderzoek naar deze ziekten gedaan en dankzij andere wetenschappers en andere moeders kan ik nu veilig zwanger zijn en bevallen. Door alle kennis van de afgelopen jaren kunnen de artsen mij en mijn kind goed begeleiden. Ik wil iets terugdoen voor de wetenschap en zo toekomstige ouders helpen. Ook omdat mijn zwangerschap net zo goed in een vroeggeboorte had kunnen eindigen. Als het met mijn ziekte niet goed was gegaan, hadden wij ook op de afdeling neonatologie kunnen belanden en dan had ik ook zoveel mogelijk informatie willen hebben.'

Met behulp van de scans hopen de Utrechtse artsen de zorg voor te vroeg geboren kinderen verder te kunnen verbeteren. Benders: 'Als de scans binnen en buiten de baarmoeder afwijken, kunnen we gaan uitzoeken waar dat door komt. Wat is bijvoorbeeld het effect van de voeding die wij kinderen in de couveuse geven, vergeleken met de voeding van de moeder zelf? Wat doet stress bij een baby? De kennis over de behandeling van deze groep kinderen is de afgelopen jaren gegroeid, waardoor ze steeds een beetje minder schade aan de vroeggeboorte overhouden. Maar we willen nog meer weten over wat we wel en niet moeten doen.'

Meer over