nieuws gezondheid

Zorg ná hartinfarct laat te wensen over: patiënten onvoldoende begeleid om gezonder te leven

Patiënten die na een hartinfarct weer naar huis gaan worden onvoldoende begeleid om gezonder te gaan leven. De helft van hen blijft roken, veel mensen bewegen niet genoeg, driekwart blijft te dik. Zij hebben baat bij een veel intensievere begeleiding om zo de kans op een tweede infarct te verkleinen.

Een leeg ziekenhuisbed. Beeld ANP XTRA

Dat blijkt uit onderzoek van Marjolein Snaterse, docent-onderzoeker aan de Hogeschool van Amsterdam, die op 12 september op dit onderwerp promoveert bij het Amsterdam UMC, Universiteit van Amsterdam.

Snaterse onderzocht van 824 patiënten of zij een jaar na ziekenhuisopname gezonder leefden, door een conditietest af te nemen, het bmi te bepalen en te controleren op nicotine in het bloed. De helft van hen was gedurende het jaar extra begeleid, bijvoorbeeld door de weight watchers, boven op de standaardaanpak van het ziekenhuis zelf. De andere helft ontving die extra begeleiding niet.

Na een jaar bleek 26 procent van de mensen met de standaardzorg minstens één van die drie gezondheidsaspecten (bmi, conditie, gestopt met roken) te hebben verbeterd, zonder dat de andere twee waren verslechterd. Met extra begeleiding slaagde daar 37 procent van de patiënten daarin.

Psychisch zwak

Dat is voor leefstijlinterventie een groot verschil, zegt Snaterse, ‘de meeste leefstijlonderzoeken laten minimaal effect zien’. Haar onderzoekt toont aan, zegt de promovenda, dat de huidige zorg tekortschiet. ‘Mensen worden na een hartinfarct snel ontslagen. Drie dagen na een dotterbehandeling zit je weer thuis. Mensen snappen dan nog niet half wat er is gebeurd, ze zijn psychisch kwetsbaar.’

Toch leggen de huidige hartrevalidatieprogramma’s veel verantwoordelijkheid bij de patiënt zelf, zegt Snaterse. Ze bestaan uit gesprekken met een verpleegkundige en een zes weken lang beweegprogramma. ‘De hoop is dat mensen daardoor in the mood komen en het dan zelf volhouden. Maar voor echte gedragsverandering is minimaal drie maanden nodig.’

Het is een vorm van intensieve begeleiding waarop de zorg nu niet is ingericht. Snaterse pleit er daarom voor private partijen, zoals weight watchers in te schakelen. ‘Dat zijn we niet gewend in de zorg, maar zij hebben wel de expertise en de tijd om patiënten wekelijks te zien. En het blijkt effectief.’

Roken

Dat geldt niet voor alle programma’s. Voor de belangrijkste risicofactor – roken – blijkt dat het hartinfarct zelf de grootste motivator is om ermee te stoppen. De helft van de rokers stopt na een ziekenhuisopname direct en op eigen kracht, de andere helft rookt na een jaar nog altijd, welk hulpprogramma er ook wordt aangeboden.

Die bevinding verbaast Wanda de Kanter, longarts en aanvoerder van de strijd tegen de tabaksindustrie, niets. ‘Dat 50 procent stopt na een infarct vind ik al ongelooflijk hoog. Roken zit als verslaving in de hoek van de cocaïne en heroïne. Het geeft een heel snelle kick, binnen 7 seconden voel je je weer prettig.’

Ermee stoppen is dan ook voor veel mensen ongelooflijk lastig. ‘Daar moeten we niet naïef over doen, het is geen onzin, het is echt heel moeilijk.’ Zelfs de meest intensieve vormen van één op éen-verslavingsbegeleiding laten bij roken maar een stoppercentage van 30 procent zien, zegt De Kanter.

Maar, zegt Leonard Hofstra, als hoogleraar cardiologie verbonden aan de preventie-werkgroep van de Nederlanse vereniging van cardiologen en niet betrokken bij het onderzoek, toch biedt dit ‘indrukwekkende proefschrift’ kansen om de strategie van artsen aan te passen om tot hogere stoppercentages te komen. ‘Op het moment dat iemand met een zwaailicht is binnengebracht en de dood in de ogen heeft gekeken, is de trigger om te stoppen heel hoog, zo blijkt. Dit is het moment om collega’s op te roepen: bespreek stoppen met roken op dat moment altijd. Met een extra push bereiken we wellicht dat 60 of 70 procent van de patiënten stopt.’ 

Deze longarts bestrijdt de tabaksindustrie op alle fronten, van rechtszaal tot televisiestudio

Tabaksfabrikanten zijn criminele multinationals, vindt longarts Wanda de Kanter (58). Ze bestrijdt de tabaksindustrie op alle fronten, van de rechtszaal tot de televisiestudio. En keihard, want 'je kunt brave voorlichting blijven geven tot je een ons weegt'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.