Analyse

Zonne-oorlog: waarom Europa zijn eigen zonnepanelen moet gaan produceren

Door een agressieve strategie heeft China in nog geen vijftien jaar tijd de bloeiende Europese industrie van zonnepanelen totaal de grond ingeboord. Maar als het aan experts ligt, komt er snel een eind aan die Chinese dominantie. Europa moet weer zelf zonnepanelen gaan produceren, en daar zijn zes bikkelharde redenen voor.

Februari 2011, in het Chinese Wuxi leggen werknemers de laatste hand aan een zonnepaneel.  Beeld  Lucas Schifres / Getty
Februari 2011, in het Chinese Wuxi leggen werknemers de laatste hand aan een zonnepaneel.Beeld Lucas Schifres / Getty

1) Milieu: Europese panelen zijn duurzamer

Wie zonnepanelen wil kopen, kan bijna niet om China heen. Het land heeft ongeveer 80 procent van de wereldmarkt in handen voor zonnepanelen die zijn gebaseerd op kristallijn silicium, de donkere en blauwachtige panelen die iedereen kent. Ongeveer 95 procent van alle panelen zijn van dit type. ‘China heeft de hele waardeketen in handen’, zegt Arthur Weeber, deeltijdhoogleraar zonne-energietechnologie aan de TU Delft en werkzaam bij TNO. ‘Van het delven van de grondstoffen tot het maken van de siliciumplakken en het vervaardigen van de modules.’

Dit is niet altijd zo geweest: tot vijftien jaar geleden was Europa ’s werelds belangrijkste leverancier van zonnestroom. Met name Duitsland was een grootmacht. Tot de markt hier werd overspoeld door goedkope, gesubsidieerde panelen en binnen een paar jaar een complete industrie werd gedecimeerd.

Inmiddels wordt steeds duidelijker dat een lagere prijs niet zaligmakend is als het gaat om duurzame zonnestroom. Zo zijn er zorgen over de arbeidsomstandigheden waaronder Chinese panelen worden geproduceerd, zoals vermoedens van misbruik van minderheden bij de winning van grondstoffen. Al is hiervoor geen hard bewijs gevonden. Niettemin riep de Amerikaanse Solar Energy Industries Association afgelopen oktober leveranciers van zonnepanelen op hun banden met de regio Xinjiang te verbreken, vanwege deze geruchten.

Ook is de productie van Chinese panelen meer belastend voor het klimaat, doordat het land grotendeels draait op kolencentrales, terwijl Europa een veel klimaat- en milieuvriendelijker energieproductie heeft. Daarnaast moeten Chinese panelen over een grotere afstand getransporteerd. ‘Hierdoor is de energieterugverdientijd, de tijd die het kost om de CO2-uitstoot van de productie met zonnestroom ongedaan te maken, van Europese panelen ongeveer een maand korter’, zegt Weeber. Gemiddeld duurt het een jaar tot anderhalf jaar voor een zonnepaneel zijn eigen CO2-uitstoot ‘terugverdient’, op een levensduur van 25 tot 30 jaar.

2) Geopolitiek: Afhankelijkheid van één land is niet goed

Met de kennis van nu is het wellicht onverstandig geweest dat Europa de productie van zonnepanelen heeft overgelaten aan China, zegt Coby van der Linde, directeur van het Clingendael International Energy Programme (CIEP). Betekent de macht van China een potentieel gevaar voor de Europese energietransitie? Bijvoorbeeld als Beijing besluit geen panelen meer te leveren? ‘Over het algemeen is het niet verstandig jezelf afhankelijk te maken van één land’, zegt Van der Linde. ‘Maar met zonnepanelen is het een ander verhaal dan met bijvoorbeeld olie of gas.’

Panelen die eenmaal hier zijn, leveren vanaf dat moment een bijdrage aan de binnenlandse energievoorziening, terwijl van fossiele brandstoffen de aanvoer verzekerd moet blijven. Een onderbreking van de levering leidt daarom niet meteen tot problemen in de energievoorziening, aldus de energie-expert. Niettemin is het volgens haar goed als Europa minder afhankelijk wordt, ‘al geldt dat niet alleen voor zonnepanelen’.

Februari 2011, Suntech-werknemer Sun Jun checks controleert zonnecellen in de fabriek in Wuxi. Beeld Lucas Schifres / Getty
Februari 2011, Suntech-werknemer Sun Jun checks controleert zonnecellen in de fabriek in Wuxi.Beeld Lucas Schifres / Getty

3) Innovatie: Alle relevante technologische kennis is in Europa

Het is volgens hoogleraar Weeber in technisch opzicht een peuleschil om productie naar Europa te halen. ‘Chinese fabrikanten gebruiken in hoge mate Europese machines. Alle relevante technologische kennis zit dus nog hier.’ Ook op het gebied van onderzoek en innovatie bevinden zich volgens de hoogleraar topspelers in Europa. ‘Er zit in Nederland veel technologie die de hele wereld over gaat’, stelt Weeber. ‘Denk bijvoorbeeld aan de dubbelgebogen zonnepanelen die de Nederlandse fabrikant Lightyear op zijn zonne-auto’s gebruikt.’

Ook wat betreft grondstoffen is er geen belemmering. Hoewel bijna 70 procent van het silicium nu uit China komt, zoals de Amerikaanse geologische dienst USGS stelt, is de wereldvoorraad nagenoeg oneindig. ‘Het is het tweede element op aarde, na zuurstof’, zegt Weeber.

Diverse fabrikanten staan volgens de hoogleraar te trappelen om de massaproductie hier weer op te starten. Volgens hem kan in enkele jaren tijd een productie van enkele gigawatts worden bereikt. ‘In China stampen ze de zonnecelfabrieken ook uit de grond, dus dat moet hier ook kunnen.’ Het duurt ongeveer anderhalf jaar om een fabriek te bouwen, stelt een rapport van CIEP uit 2015 over de waardeketen van zonnepanelen.

Push voor Europese zonnesector


Om de Europese zonnesector te versterken, is ongeveer een jaar geleden de zogenoemde Solar Manufacturing Accelerator (Soma) opgericht. Die moet helpen de industrieketen opnieuw op te bouwen, van grondstof tot paneel, om zo minder afhankelijk te worden van import. Kort geleden is daar het European Solar Initiative bijgekomen (vergelijkbaar met de European Battery Alliance, die tot doel heeft Europese accuproductie op gang te brengen voor de elektrificatie van auto’s en trucks), dat onder meer bedoeld is om te helpen de initiatieven gefinancierd te krijgen.

4) Europa: Eind maken aan dumpen van Chinese panelen

Maar als al die voordelen er nu al zijn, waarom gaat Europa dan niet zelf weer panelen produceren? Net zoals de afgelopen twee jaar veel geld is gestoken in de productie van accu’s voor elektrische auto’s, een markt waar Europa tot voor kort nauwelijks een rol van betekenis speelde?

Het is een politieke keuze, zeggen experts: om de markt in Europa op gang te krijgen, moet er iets gebeuren aan de toevloed van goedkope panelen uit China. Dat kan met nieuwe tariefmaatregelen, zoals eerder ook is gebeurd. In 2012 richtten de Verenigde Staten bijvoorbeeld een tariefmuur op voor Chinese panelen, om de eigen industrie te beschermen. In hetzelfde jaar begon de Europese Commissie een anti-dumpingonderzoek. Maar hoge importheffingen zijn niet onomstreden, en twee jaar later verklaarde de Wereldhandelsorganisatie (WTO) de Amerikaanse handelsbarrières onrechtmatig.

Om concurrerend te kunnen worden met Chinese producenten, zouden subsidies of zogenoemde ecolabeling ook een mogelijkheid zijn. De tweede optie wordt door de EU voor zonnepanelen overwogen. ‘Een andere optie is dat Europa eist dat panelen die hier verkocht worden, deels in Europa geproduceerd moeten worden’, zegt Van der Linde van het energieprogramma van Clingendael. ‘Dan zouden Chinese bedrijven hier meer moeten investeren in productiecapaciteit.’

5) Economie: Genoeg ‘goedkoop’ kapitaal beschikbaar

Het moment is gunstig om de eigen industrie weer op te bouwen. Goedkope lonen worden minder belangrijk omdat het productieproces steeds meer is geautomatiseerd, constateerde energieagentschap IEA enkele jaren geleden al. Bovendien is kapitaal dankzij de lage rente goedkoop. ‘Dat zou ervoor pleiten nu hier te beginnen’, zegt Van der Linde. ‘Alleen moeten we de grondstoffen dan anders organiseren.’ Nu onder de Europese Green Deal veel middelen beschikbaar komen, is de tijd helemaal gunstig voor een wedergeboorte.

November 2011, de fabriek van Suntech in Wuxi was toen al een van de grootste in het maken van fotovoltaïsche zonnepanelen. Beeld Corbis / Getty
November 2011, de fabriek van Suntech in Wuxi was toen al een van de grootste in het maken van fotovoltaïsche zonnepanelen.Beeld Corbis / Getty

6) Productie: Europa is goed in maatwerk

Arthur Weeber van de TU Delft ziet met name kansen in de nabije toekomst waarbij op maat gemaakte panelen worden geïntegreerd in daken. In plaats van erop gelegd, zoals nu gebeurt, worden ze bijvoorbeeld in prefabdaken ingebouwd, al dan niet in exact dezelfde kleur als de rest van het dak. Ook hier loopt Nederland technologisch voorop, aldus de hoogleraar. ‘Als we dit soort nieuwe technologie gaan toepassen, biedt dit grote kansen voor de Europese zonne-industrie.’

Maar: waarom de Europese ambities toch niet van de grond zullen komen

Het is domweg zo goed als onmogelijk om te concurreren met panelen uit Zuidoost-Azië, vanwege de enorme aantallen die daar worden gemaakt. Europese bedrijven kunnen nooit zo goedkoop leveren en ook niet in die hoeveelheden. Maar de groeiende twijfels over arbeidsomstandigheden in China zetten de sociale acceptatie van deze goedkope panelen onder druk. Met andere woorden: kun je straks nog aan je buren vertellen dat je panelen op je dak hebt liggen waar mogelijk iets mis mee is?

Daarnaast heeft de pandemie aangetoond dat het niet verstandig is jezelf afhankelijk te maken van één land of regio voor een bepaald product. Zie het tekort aan computerchips, waar onder meer de auto-industrie wereldwijd mee worstelt. Om de energietransitie zeker te stellen, is het goed dat Europa niet alleen in deze regio shopt, of zelf meer gaat produceren.

Of de situatie verandert, is dus deels afhankelijk van de politiek. Maar ook of de consument bereid is meer uit te geven aan panelen die niet alleen goed zijn voor het klimaat, maar ook voor de mensen die ze maken en degenen die ernaar moeten kijken. Weeber: ‘Er is zoveel meer mogelijk dan wat we nu zien.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden