Zonder partydrug ketamine had de ernstig depressieve Harry misschien niet meer geleefd

Maar Nederlandse onderzoekers zijn terughoudend met het omstreden middel

Alles heeft huisarts in ruste Harry al geprobeerd tegen zijn ernstige depressie. Niets helpt, tot hij ketamine ontdekt. De wetenschap is verdeeld, maar Harry leeft weer.

Foto Marie Wanders

De magnetronmaaltijden liggen in de koelkast, twee Koreaanse schotels. Eén voor hemzelf, Harry, en een voor zijn broer Jos. Want van koken zal het wel niet meer komen, deze woensdagavond in juni 2016. Het is eigenlijk Jos z'n vaste badmintonavond. Maar zijn vrouw had gezegd: 'Ga maar naar je broer, nu hij het spul in huis heeft.' Harry en Jos lezen eerst het protocol door dat ze van internet hebben gehaald. De dosering rekenen ze drie keer door, onafhankelijk van elkaar.

Het is half zes als Harry uiteindelijk languit op de cyclaamrode bank in zijn studeerkamer gaat liggen. Zijn hand trilt als hij het klaarliggende spuitje naar zijn mond brengt. Jos kijkt toe. Kalm. Hij heeft zo veel over ketamine gelezen. De eventuele negatieve effecten zullen gering zijn en kort duren. Er kán niets misgaan. De dosis is nog geen tiende van die in het partycircuit.

Harry (70) is huisarts in ruste. Een goedmoedig iemand. Een grage prater, breed van stof. Een serieuze man. Rond zijn 50ste levensjaar, in 1995, werd hij depressief. Daarvoor had hij altijd al moeite met de donkere dagen rond Kerst, maar daar was best mee te leven. Een weekje naar de Canarische zon en dan ging het wel weer. Tot zijn 50ste dus. De sombere periodes hielden langer aan, het gat waar hij in wegzakte werd steeds dieper. Zijn zelfbeeld ging naar de knoppen. 'Je kunt niks, je bent niks', dacht hij. Het werk viel hem steeds zwaarder; stel dat de mensen het aan je zien, dat je door de mand valt. Niemand wil een huisarts die met één been in het gekkenhuis staat, toch? Crisissituaties in het werk kon hij steeds moeilijker hanteren. Hij stond steeds vaker op het perron, maar te bang om te springen. 'Ik had patiënten die voor de trein waren gesprongen, maar het hadden overleefd. Zonder benen.' Na een worsteling van zeven jaar ging hij in 2002 vervroegd met pensioen. Hij wilde nog maar één ding. Dood.

Hallucinaties

Hij zocht een psychiater. Maar praten hielp niet. Graven in de familiegeschiedenis - met veel depressies en suïcides - evenmin. De Remeron sloeg niet aan. De Prozac evenmin. Fluoxetine deed niks. Lithium, Triptyzol en Trilafon ook niet. TMS (transcraniële magnetische stimulatie) bracht geen verlichting. De depressie wist van geen wijken.

Op 11 mei vorig jaar knipte zijn schoonzus - onder het motto: je weet maar nooit - een stukje uit de Volkskrant: 'Partydrug ketamine dempt zelfmoordgedachten'. Harry haalt het knipseltje uit een vuistdik dossier. Het artikel beschrijft een experiment in de VS. In het Massachusetts General Hospital werden veertien depressieve patiënten met langdurige doodswensen drie weken lang behandeld met de partydrug. Bij de helft verdween de suïcidaliteit. Bij sommigen verdween ook de depressie.

Experimenteren met ketamine is niet niks. Het is een narcosemiddel, berucht vanwege de hallucinaties die het kan oproepen. Juist daarom is het ook een populaire drug in het uitgaanswereldje; daar wordt het gesnoven in doseringen van pakweg 1.000 milligram. In het verslaafdencircuit wordt het spul ook wel gespoten. Een ketaminetrip lijkt op een psychose en kan uitmonden in een k-hole, een zeer sterke hallucinatie die wordt vergeleken met een bijna-doodervaring waarbij je niet meer kunt praten of bewegen.

Tegelijkertijd geldt ketamine ook al twintig jaar lang als een uiterst veelbelovend middel tegen depressie en suïcidaliteit. Uit tientallen studies met eenmalige minidoses van 30 à 40 milligram blijkt dat ketamine effectiever is tegen suïcidaliteit en depressies dan bestaande antidepressiva. Maar het zijn kleine en kortdurende studies, niet allemaal volgens de gouden standaard uitgevoerd. Om spijkerhard bewijs te leveren zijn grote studies nodig met pakweg vijfhonderd proefpersonen. Meestal worden die gefinancierd door de farmaceutische industrie, maar dat gebeurt met ketamine niet omdat de stof niet meer te patenteren is. Omdat ketamine al sinds jaar en dag als narcosemiddel wordt gebruikt, valt er voor de industrie weinig meer aan te verdienen. 'Een catch 22-achtige situatie', noemt psychiater in opleiding Jurriaan Strous dat. Bij het AMC doet hij, onder leiding van hoogleraar psychiatrie Damiaan Denys, promotie-onderzoek naar ketamine als medicijn tegen acute suïcidaliteit. 'Een veelbelovend middel, dat op een zeker moment aan patiënten zou kunnen worden gegeven.'

Klooien

Harry druppelt eerst 3 à 4 druppels ketamine onder zijn tong. Hij wil voorzichtig zijn. Stel dat hij allergisch is, zoals sommige mensen een allergie hebben voor pinda's. De minuten tikken weg. Er gebeurt niks geks. Niets staat de eerste halve dosis van 38,5 milligram ketamine nog in de weg. Jos zet het wekkertje, het gaat beginnen. Al snel voelt Harry zijn vingertoppen 'doof' worden. Volgens het protocol zal hij zich wat loom gaan voelen, zweverig. Daarom ligt hij ook op de bank. Harry huivert. Want hij is juist iemand die graag de controle houdt, hij heeft ook als student en tiener nooit geëxperimenteerd met drugs. 'Ik heb geen behoefte aan psychedelische ervaringen.'

Ondertussen draaien zijn hersenen op volle toeren. Stel dat het fout gaat. Dat hij met gillende sirenes naar het ziekenhuis moet. Als arts, nota bene. Hij hoort de psychiaters al foeteren. Man, man, wat ben je toch aan het klooien. Je zou toch beter moeten weten. Even slaat de twijfel toe. Hij herinnert zich de belofte van verschillende psychiaters: wij kunnen vrijwel iedere depressieve patiënt genezen. Hij duwt de twijfel weg, hij gelooft geen zak meer van dat soort beloftes. Hij heeft ook weinig fiducie in dit experiment, eerlijk is eerlijk. Maar hij wil alles geprobeerd hebben.

De broers zijn niet lichtvaardig te werk gegaan. Jos heeft alle studies doorgespit die zijn gedaan naar ketamine als medicijn tegen depressie en suïcidaliteit. Hij is vertrouwd met wetenschappelijk onderzoek; hij heeft werkgroepen statistiek begeleid aan de Universiteit Utrecht en is van huis uit klinisch psycholoog. Studies vond hij. Volop zelfs. 'Ik viel van mijn stoel toen ik dat allemaal las', zegt Jos. 'De effectgrootte is fenomenaal: het werkt bij 20 tot 30 procent van de patiënten bij wie alle andere therapieën en pillen faalden. Natuurlijk is er meer onderzoek nodig, maar bij de mensen die er baat bij hebben, werkt het meteen. Bij antidepressiva moet je wéken afwachten of ze wat doen.'

'En weet je', voegt Harry eraan toe, 'dat het Mount Sinai Hospital in New York ketamine gebruikt op de eerste hulp bij suïcidale patiënten?'

Op internet vonden Harry en Jos lijsten met Amerikaanse artsen die je voor pakweg 600 dollar per behandeling aan het infuus leggen. Ook in Duitsland en Engeland zitten artsen die ketamine-infusen geven. Harry aarzelde. 'Ik was ertoe bereid om naar Duitsland te rijden, daar niet van. Maar er moet altijd iemand met je mee die je weer naar huis kan rijden. Je weet niet hoe je erop reageert.' Dus zocht hij het dichter bij huis: het UMC Groningen ging onder leiding van hoogleraar Schoevers onderzoek doen naar het effect van ketamine-tabletjes bij depressie, las hij in de krant. 'Ik heb ze huilend opgebeld of ik kon meedoen, maar het onderzoek moest nog opgestart worden. Mij alvast het middel geven? Dat kon ik schudden.'

Een medicijn voorschrijven voor iets anders dan waarvoor het is bedoeld, heet offlabel voorschrijven. In Nederland gebeurt dat regelmatig, bijvoorbeeld door antidepressiva in te zetten tegen angststoornissen, maar van off-label ketamine zijn geen voorbeelden bekend. Jos en Harry konden dan ook geen arts vinden die zijn vingers eraan durfde te branden. Ze besloten het heft in eigen hand te nemen. Als gepensioneerd huisarts kon Harry immers nog steeds recepten schrijven, ze hoefden niet de drugsscene in. En zo bestelde Harry handzame ampullen met ketamine bij een Duitse apotheek voor 3,95 euro per stuk. In Nederland kon hij alleen grote flessen krijgen.

Niet Harry zelf, maar Jos is de eerste die iets merkt. Na drie kwartier verandert er iets in de oogopslag van zijn broer. Die is wakkerder, opener. Er komt weer leven in zijn blik, heel geleidelijk. Zijn stem klinkt ook anders. Minder stroef. Harry merkt het zelf ook, zijn stemming verandert. 'Verdomme Jos, ik ga mij anders voelen.' Hij heeft er geen woorden voor, toen niet en nu nog steeds niet. Hij zegt: 'Jos, ik kan er met mijn kop niet bij, de wereld is hetzelfde, maar ik beleef het anders. Ik weet dat de moeilijke tijden nog niet voorbij zijn. Maar het voelt niet meer zo zwaar.' De spanning in zijn lichaam ebt weg. Zijn lijf voelt lichter.

Grote verrassing

Na anderhalf uur durft Harry op te staan. Behoedzaam, want zijn motoriek is al jaren slecht, als die van een hoogbejaarde man. Tot zijn verbazing komt hij vlot overeind en staat hij vrijwel in één ruk naast de bank. De grote verrassing moet dan nog komen: de trap af. De leuningen, waaraan hij zich altijd stevig moest vastgrijpen om niet naar beneden te kukelen, raakt hij niet eens aan. Hij loopt soepel de trap af, met losse handen. Jos kijkt hem na. Hij juicht vanbinnen. 'Ik heb mijn broer terug. Ik-heb-mijn-broer-terug.'

De Koreaanse schotels blijven in de koelkast. Ze rijden naar een restaurant in Nijmegen voor 'de leukste maaltijd in mijn hele leven tot nu toe', zegt Jos. 'Ik zat tegenover iemand die mij om de haverklap belde dat hij het niet meer zag zitten. En nu... het was alsof iemand die twintig jaar blind is geweest opeens weer kan zien. Mijn broer was nog maar zó groot (Jos houdt zijn duim en wijsvinger 10 centimeter van elkaar). Je geloof het niet als je hem nu ziet. Hij praat honderduit en is assertief, maar als hij depressief is zit hij in elkaar gedoken (Jos maakt zichzelf klein). Hij werd verpletterd door de druk om zich heen. Dat voelde ik zelfs. We zaten al bij de huisarts om over euthanasie te praten. Als hij geen ketamine had gebruikt, had Harry niet meer geleefd.'

Harry gebruikt twee keer per week ketamine, sinds juni vorig jaar. Zodra het leven weer zwaar gaat voelen, neemt hij dezelfde lichte dosis onder de tong. Want hij wil voor geen goud terugzakken, terug die depressie in. Hij zet een leuk tv-programma aan. Gaat op de bank liggen. Wacht een uurtje en hij voelt dat hij het leven weer beter kan verdragen. Over de mogelijk schadelijke bijwerkingen op lange termijn haalt hij de schouders op. 'Die zijn niet erger dan de bijwerkingen van een ernstige, langdurige depressie.'

Is Harry genezen? Hij kan het leven beter hanteren, zegt hij behoedzaam. Hij kan weer lachen om een stom tv-programma. Hij gaat er veel op uit, volgt cursussen filosofie. Inmiddels heeft hij een nieuw huis gekocht, niet ver van waar hij 70 jaar geleden werd geboren. Hij leeft voorzichtig. Als de stress oploopt, zakt hij misschien weer door zijn stutten. Daarom wil hij ook niet met zijn achternaam in de krant. Daarom gaat hij niet reizen, hoewel hij dat graag zou willen. 'Maar ik ga niet naar Amerika met ketamine in mijn tasje. Begrijp je?'

De broers zijn verontwaardigd. Dat er zoveel positiefs bekend is over ketamine, maar dat zwaar depressieve patiënten daar niet van kunnen profiteren. 'Waarom schrijven we het niet voor bij hopeloze gevallen, grenssituaties? Patiënten bij wie niets werkt, niets helpt. Uitbehandelde kankerpatiënten kunnen toch ook voor experimentele behandelingen naar het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis of het Daniël den Hoed Oncologisch Centrum? Waarom is er niet zoiets voor de patiënten met ongeneeslijke depressie?'

In Engelse en Amerikaanse vakbladen zoals Jama Psychiatry en The Lancet wordt uitgebreid gediscussieerd over het toedienen van ketamine aan uitbehandelde patiënten. In Nederland zijn veel onderzoekers terughoudend. 'Mythes over wonderpillen beginnen altijd met kleine studies van onderzoekers die believers zijn', zegt de Maastrichtse hoogleraar psychiatrie Jim van Os. 'Vaak blijkt dan, als er eindelijk echt groot onderzoek wordt gedaan door meer onafhankelijke onderzoekers, dat het effect veel kleiner is of niet bestaat.' Zijn collega Robert Schoevers van het UMC Groningen, die over twee jaar zijn onderzoek hoopt af te ronden naar het effect van ketamine-tabletten bij depressie, voegt daaraan toe: 'Vergeet niet dat de onderzoeken waarbij de proefpersonen niet positief reageerden vaak niet gepubliceerd worden. Dit is niet het complete beeld.'

Ethische dilemma's

Jurriaan Strous van het AMC ziet het anders. 'Afgaand op een meta-analyse van meerdere studies zie je gemiddeld genomen dat de depressieve klachten halveren bij tweederde van de proefpersonen. Bij eenderde houdt dit, na een eenmalige toediening, een week aan. Dat is echt bijzonder.' Toch zeg Schoevers: 'Er is te weinig bekend over de nadelige effecten op lange termijn. Het plaatst ons voor ethische dilemma's.' Hij vindt het nog te vroeg om ketamine al voor te schrijven. Het kan mensen psychosegevoeliger maken, geheugenproblemen veroorzaken, de blaas ontregelen en de cognitieve vermogens aantasten.

Harry snuift verontwaardigd. 'Weet je wat de bijwerkingen zijn als je voor de trein gaat liggen?'

Schoevers is hoopvol dat ketamine op termijn heel wat patiënten gaat helpen als zijn studie en die van het AMC met acuut suïcidale patiënten goed uitpakken. 'Het is lastig een nieuw medicijn te ontwikkelen zonder de steun van een commercieel bedrijf met diepe zakken. Maar het is niet onmogelijk. Met 128 proefpersonen in Groningen en straks hopelijk 144 in het AMC hebben wij nu toch redelijk grootschalige onderzoeken.'

Jos en Harry zijn een tikkeltje bitter over de afwachtende houding van de psychiatrie in Nederland. Jos: 'Ja, sorry hoor. Maar het diepe lijden waar Harry doorheen is gegaan. Ik kon zijn angst gewoon voelen. Ik heb wel eens tegen hem gezegd: Harry, als dit zo doorgaat en ik had een pistool, dan zou ik je met alle plezier een kogel door je hoofd jagen.'

Wat zouden ketamine-onderzoekers als Schoevers en Strous zelf doen als ze een depressie zouden krijgen waartegen geen enkele therapie of pil zou helpen? 'Ik zou het wel proberen', zegt Schoevers voorzichtig. Strous: 'Absoluut. Zonder twijfel.'

Kader - Esketamine - neusspray tegen depressies

Ketamine werd in 1962 uitgevonden. In 1965 werd ontdekt dat het gebruikt kan worden als narcosemiddel voor mensen en dieren. Het geeft dissociatieve pijnstilling: de patiënt lijkt wakker maar reageert niet op pijnprikkels. Dat ketamine depressieve gevoelens tegengaat, komt waarschijnlijk doordat het de aanmaak van BDNF (Brain Derived Neutrophic Factor) stimuleert, een soort groeifactor voor zenuwcellen. Daardoor wordt de communicatie tussen de zenuwcellen in de hersenen versterkt.

Er is inmiddels een fabrikant bezig met het ontwikkelen van een neusspray tegen depressie en suïcidaliteit op basis van esketamine, een vorm van ketamine. Het bedrijf Janssen Pharmaceutica test het middel wereldwijd op circa duizend depressieve en suïcidale patiënten bij wie geen enkele andere therapie aanslaat. Het bedrijf hoopt de spray in 2020 op de markt te brengen in de VS en Europa. Op deze specifieke toedieningsvorm - een spray - kon nog patent worden aangevraagd.

Ketamine werd in 1962 uitgevonden. In 1965 werd ontdekt dat het gebruikt kan worden als narcosemiddel voor mensen en dieren. Het geeft dissociatieve pijnstilling: de patiënt lijkt wakker maar reageert niet op pijnprikkels. Dat ketamine depressieve gevoelens tegengaat, komt waarschijnlijk doordat het de aanmaak van BDNF (Brain Derived Neutrophic Factor) stimuleert, een soort groeifactor voor zenuwcellen. Daardoor wordt de communicatie tussen de zenuwcellen in de hersenen versterkt.

Er is inmiddels een fabrikant bezig met het ontwikkelen van een neusspray tegen depressie en suïcidaliteit op basis van esketamine, een vorm van ketamine. Het bedrijf Janssen Pharmaceutica test het middel wereldwijd op circa duizend depressieve en suïcidale patiënten bij wie geen enkele andere therapie aanslaat. Het bedrijf hoopt de spray in 2020 op de markt te brengen in de VS en Europa. Op deze specifieke toedieningsvorm - een spray - kon nog patent worden aangevraagd.

Meer over