Inzicht Vlindervleugels

Zo zien de uitvergrote schubben eruit van een kleurige vlindervleugel

De schubben van een vlinder zo’n honderdmaal uitvergroot. Beeld Luciano Andres Richino/Nikon Small World

De vleugels van vlinders bevatten ontelbare kleine schubben. Zij zorgen voor de kleurenpracht, door kleurpigmenten óf door de manier waarop ze licht weerkaatsen.

Vlindervleugels zijn zacht als zijde. Hoe voorzichtig je ze ook aanraakt, ze beschadigen bijna altijd. Je ziet het aan de poederachtige kleurstof die dan op je vingers achterblijft. Dit poeder bestaat uit de microscopische schubben die de hele vlindervleugel bedekken. Zijde is het allerminst: ze bestaan uit chitine, een hard materiaal dat lijkt op de keratine van onze nagels.

Op de foto hierboven staan de schubben zo’n honderdmaal uitvergroot, bij de Madagassische soort Chrysiridia rhipheus. Als miniatuurdakpannetjes liggen ze half over elkaar heen, net als bij vissen. Ze hebben ook vergelijkbare functies: soepel voortbewegen en – vooral – indruk maken op soortgenoten.

Hoe ze dat laatste doen behoeft bijna geen uitleg: de ene vlindersoort heeft nog spectaculairdere kleuren dan de andere.

Die kleuren krijgen ze op twee manieren. Sommige soorten hebben simpelweg schubben met kleurstoffen, zoals de koninginnenpage en het vosje. Bij andere vlinders zorgen de vorm en rangschikking van de schubben voor glinsterende kleuren. Hierdoor breekt het invallende licht en worden bepaalde kleuren sterker weerkaatst.

Irisering heet dit – de veelkleurige Chrysiridia is er zelfs naar vernoemd. Als je goed kijkt, zie je de ribbeltjes op haar schubben zitten die voor de caleidoscopische lichtspiegeling op de foto zorgen.

Chrysiridia rhipheus Beeld IvancoVlad / Getty

Zonder schubben zien de vleugels van vlinders er niet heel anders uit dan bij wespen of andere insecten: kaal en doorzichtig. Bij sommige vlindersoorten zoals de tropische atlasvlinder zie je dat zelfs ook. Zij hebben vensters: onbeschubde vleugeldelen waar je dwars doorheen kijkt.

Ook oude vlinders hebben soms gaten in hun vleugels. Het zijn de beschadigingen die ze hebben opgelopen tijdens hun leven – eenmaal verloren, groeien de schubben niet meer terug.

Uitleg: dr. Marco Antonio Giraldo, hoofddocent biofysica aan de Universiteit van Antioquia, Colombia.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.