Zo worstelt de Eerste Kamer met de donorwet

De voors en tegens van het wetsvoorstel

Wordt iedereen na overlijden orgaandonor, tenzij er bezwaar is gemaakt, zoals in het wetsvoorstel van Pia Dijkstra (D66) staat? De Eerste Kamer worstelde er dinsdag de hele dag mee. De argumenten voor en tegen.

D66-Tweede Kamerlid Pia Dijkstra, initiatiefnemer van de wetswijziging, dinsdag tijdens het debat in de Eerste Kamer. Beeld Freek van den Bergh/de Volkskrant

Tegen wijziging van de donorwet

Voor enkele partijen is het debat overzichtelijk. Een gelegenheidscombinatie van PVV en Partij voor de Dieren gaat voorop in het verzet tegen het wetsvoorstel. Niko Koffeman namens de Partij voor de Dieren (twee zetels): 'Wie zich niet meldt, is straks tegen wil en dank donor. Dat grijpt diep in in de persoonlijke levenssfeer. Zo'n besluit neem je zelf, in alle rust, met je dierbaren en ver van morele dwang van de overheid.' Om de liberalen van de VVD te kietelen haalt hij coryfeeën uit hun kring aan die kritisch zijn - Hans Wiegel, Heleen Dupuis, de Teldersstichting.

Ook Ton van Kesteren keert zich namens de PVV (9 zetels) fel tegen het voorgestelde donorsysteem. 'Een keuze onder dwang is geen keuze. Mensen hebben ook het recht om niet te kiezen. Dit is in strijd met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en met artikel 11 van de Grondwet.'

Artikel 11 van de Grondwet wordt vaker in het debat aangehaald als kanttekening. Dat artikel bepaalt: 'Ieder heeft, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, recht op onaantastbaarheid van zijn lichaam.' Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) waarborgt het 'recht op eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven'.

Onevenredige inbreuk

De eenmansvertegenwoordiging van de provinciale partijen, Henk ten Hoeve van de Onafhankelijke Senaatsfractie, sluit zich hier indirect bij aan. 'Een echt grote ingreep in het lichaam als het uitnemen van organen vraagt in principe een uitdrukkelijk van te voren gegeven toestemming.'

De SGP (2 stemmen) vindt dat de overheid steeds verder de privésfeer binnenkomt. 'Mag de overheid zover gaan in het nastreven van een op zichzelf nobel doel? Hier grijpt de overheid boven haar macht en vindt een onevenredige inbreuk plaats op de lichamelijke integriteit. (...) Dit systeem is een brug te ver.' SGP-senator Diederik van Dijk citeert met graagte oud-D66-minister Els Borst van Volksgezondheid die twintig jaar geleden de huidige donorwet tot stand bracht. Zij bepleitte een systeem waar mensen zelf of hun nabestaanden expliciet een keuze maken omdat 'het gaat om iets heel persoonlijks, iets heel ingrijpends'.

De positie van de nabestaanden is voor CDA en GroenLinks nog een punt van zorg, al geeft het niet de doorslag. 'Als iemand geregistreerd staat als donor of als 'geen bezwaar hebbend' is er geen wettelijke plicht meer om nabestaanden te raadplegen. Een arts kan overgaan tot orgaandonatie', constateert Maria Martens van het CDA (12 zetels). Als de nabestaanden ervan overtuigd zijn dat de gestorvene geen donor wilde zijn, moeten zij dat tegenover de arts aannemelijk maken. 'Het is aan de arts te bepalen of het voldoende aannemelijk is gemaakt.' Maar zij gaat ervan uit dat artsen respect zullen hebben voor grote emotionele bezwaren bij nabestaanden.

Tweede Kamerlid Pia Dijkstra (D66) en Minister Bruno Bruins van Medische Zorg en Sport tijdens het debat in de Eerste Kamer. Beeld Freek van den Bergh/de Volkskrant

Voor wijziging van de donorwet

Iedere senator kent de cijfers zo langzamerhand uit het hoofd: er staan nu zo'n 1.100 zieken op een wachtlijst voor een donororgaan, jaarlijks overlijden 150 mensen die op de wachtlijst staan, terwijl nog eens 150 van de wachtlijst afgaan omdat ze inmiddels te ziek zijn voor orgaandonatie. De schrijnendheid van dat probleem geeft voor veel voorstanders de doorslag. Ze kennen de bezwaren, maar vinden dat die niet opwegen tegen de voordelen van een systeem dat hopelijk meer donoren oplevert.

Martine Baay-Timmerman (50 Plus, 2 zetels) is ervaringsdeskundige. Haar man kreeg twintig jaar geleden na lang wachten een donor-hartklep, uit Zweden. 'Het was kort na de geboorte van onze zoon. Hij was steeds zo moe, terwijl ik toch het werk gedaan had.' Maar zijn hartklep bleek te lekken. Sindsdien heeft zij een motto: don't waste what can be vital to someone else. Wel heeft zij grote zorgen of bijvoorbeeld laaggeletterden de berichten van de overheid in het voorgestelde donorsysteem wel begrijpen en of zij ook de consequentie doorzien als zij niet reageren.

Niet onaantastbaar

Tineke Strik noemt namens GroenLinks (4 zetels) artikel 11 van de Grondwet over onaantastbaarheid van het lichaam - vaak aangehaald door de tegenstanders - niet 'absoluut'. Zij verwijst naar artikel 22 van dezelfde wet die overheid verplicht 'maatregelen te treffen ter bevordering van de volksgezondheid'.

Ook de Raad van State, het hoogste adviesorgaan over wetgeving, vindt artikel 11 niet onaantastbaar. Strik vindt, net als CDA en PvdA, dat een beperking van de onaantastbaarheid van het lichaam een 'goed onderbouwde rechtvaardiging' vereist. Per saldo is GroenLinks positief over het wetsvoorstel, maar één lid, Ruard Ganzevoort, laat weten tegen te zullen stemmen. Hem gaat de individuele keuzevrijheid boven alles.

D66 wijst erop dat vijftien andere EU-landen het voorgestelde donorsysteem kennen. Van strijdigheid met het EVRM is dan ook geen sprake. Annelien Bredenoord ziet namens de tienkoppige fractie vrijwel alleen voordelen. 'Dit systeem komt de grote groepen mensen tegemoet die best donor willen zijn maar er om wat voor reden dan ook niet aan toe komen zich te registreren.' Bredenoord wijst erop dat ziekenhuizen protocollen hanteren hoe gesprekken met nabestaanden moeten worden gevoerd over orgaandonatie door de gestorven naaste. Zo'n protocol maakt echter geen deel uit van de wet en is makkelijk te wijzigen. In het debat kwam het idee op dat een 'nationale veldnorm' wordt vastgesteld.

De SP kiest volmondig vóór het nieuwe donorsysteem. 'Iets doen voor een ander met het besef dat we allemaal in een situatie terecht kunnen komen waardoor we plotseling de ander zijn - als fractie zien we dat als de kern van deze discussie. Voor mijn fractie betekent dit wetsvoorstel een concrete invulling van het begrip solidariteit.'

In veel fracties heerst verdeeldheid

Hoewel het debat in de Eerste Kamer dinsdag een beeld gaf van de verhoudingen, zegt dat nog weinig over hoe de stemming 13 februari zal aflopen. De woordvoerders van VVD, PVV, CDA, CU, SGP en Partij voor de Dieren toonden zich overwegend tegen, net als eerder in de Tweede Kamer. Samen hebben zij 41 zetels. Ze hebben er maar 38 nodig om de wet weg te stemmen.

Maar zo simpel is het niet, want veel fracties zijn verdeeld. Zo zal GroenLinks-senator Ruard Ganzevoort tegenstemmen hoewel zijn partij voor is. Hetzelfde geldt voor een deel van de PvdA-fractie.

Maar die verdeeldheid heerst ook in het andere kamp. De VVD was in de Tweede Kamer gespleten en dat geldt ook voor de fractie in de Eerste Kamer: een deel is voor, een deel is tegen en een deel twijfelt nog, liet senator Frank de Grave weten. Verrassender nog: ook CDA-senator Maria Martens zei in het debat dat de standpunten in haar fractie verschillen en dat ieder lid voor zichzelf moet beslissen. Daar kan Pia Dijkstra enige hoop uit putten. Want SP en D66 zijn compleet vóór.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.