Zo proberen onderzoekers het aantal dierproeven te verminderen

Hoewel er al vele jaren alternatieven zijn, neemt het aantal dierproeven slechts mondjesmaat af. Nederlandse onderzoekers verzamelen nu bewijsmateriaal, door gegevens over honderden medicijnen uit te pluizen, om eindelijk de kentering in te zetten.

Beeld Colourbox

Honderden ratten worden in het lab van farmaceut GlaxoSmithKline (GSK) behandeld met vilanterol, een middel dat astmapatiënten meer lucht geeft bij het ademhalen. Twee jaar lang krijgen de dieren de stof toegediend. Daarna worden ze afgemaakt en opengesneden. Biomedici van GSK controleren of het middel in twee jaar schade heeft toegebracht aan de kleine organen van de ratten. En inderdaad: een groot gedeelte van de vrouwelijke ratten blijkt bij de proef kanker te hebben opgelopen aan de eierstokken.

Gekooid zitten in een lab, continu aan de medicatie en vervolgens worden afgemaakt - het leven was voor die ratten geen pretje. Maar hun offer is nu eenmaal noodzakelijk om de veiligheid van menselijke medicatie te waarborgen.

Of toch niet?

'Je kunt je afvragen of die vilanterol-proef uit 2011 wel nuttig was', zegt Jan-Willem van der Laan stellig. 'Soortgelijke middelen worden al veertig jaar door mensen gebruikt. Het is volkomen veilig. Dat er bij ratten kanker ontstaat, zegt weinig over de gevolgen bij mensen.'

Een pittige uitspraak, maar als iemand het kan weten, is het Van der Laan. Hij werkt al tientallen jaren als senior beoordelaar bij het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG). Bovendien ijvert hij al jaren voor aanpassing van richtlijnen voor veiligheidsstudies, zodat minder proefdieren nodig zijn om de onschadelijkheid van geneesmiddelen of andere stoffen te kunnen garanderen. Een van die richtlijnen is het testen op de kankerverwekkendheid van stoffen op de lange termijn. Dit gebeurt nu nog met een verplichte tweejaarlijkse proef op ratten. Als het aan het CBG ligt, wordt deze richtlijn zo snel mogelijk aangepast.

Alternatieven voor dierproeven

Orgaan op een chip
Cellen op een 3D-microchip die samen een hart, long, nier of lever nabootsen.
Kweekcellen
In petrischaaltjes opgekweekte stamcellen die uitgroeien tot weefsel van een orgaan naar keus.
Computermodellen
De pc rekent op basis van statistische gegevens uit vroeger onderzoek uit wat de uitkomst van een dierproef zal zijn.

Om de strenge geneesmiddelenautoriteiten en farmaceuten te overtuigen, verzamelde een groep onderzoekers van onder andere het CBG, het RIVM en de Hogeschool Utrecht gegevens over honderden geneesmiddelen. De onderzoekers, onder wie Van der Laan, rekenden voor dat bij 40 tot 60 procent van deze geneesmiddelen goed te voorspellen is of ze op lange termijn kankerverwekkend zijn, zonder een tweejaarlijkse dierproef. Van der Laan: 'Je kunt bijvoorbeeld het effect van geneesmiddelen testen met weefsel gekweekt in een petrischaaltje. In combinatie met een veel kleinere dierproef van een half jaar weet je dan al genoeg.'

En dat is niet het enige. Momenteel worden potentiële nieuwe geneesmiddelen getest op schadelijkheid tijdens de zwangerschap op zowel ratten als konijnen. Ook onnodig, ontdekten Van der Laan en collega-onderzoeker Peter Theunissen in hun gegevens. Van der Laan: 'Voor verreweg de meeste stoffen hebben beide dieren evenveel voorspellende waarde voor schadelijkheid tijdens de zwangerschap. Door één diersoort te vervangen door bijvoorbeeld kweekcellen kun je schadelijkheid ook goed voorspellen. Een proef op de andere diersoort kun je vervolgens achterwege laten.' Per geneesmiddel dat in de handel verschijnt kan dit wereldwijd tot wel tienduizend proefdieren schelen, aldus Van der Laan.

Beeld Colourbox

De grote vraag is waarom deze onnodige dierproeven nog steeds worden uitgevoerd. De maatschappelijke weerstand tegen dierproeven is groot. En het argument 'het kan nu eenmaal niet anders' gaat steeds minder op. Al sinds de jaren tachtig werken wetenschappers aan alternatieven voor dierproeven: innovaties die tests op dieren overbodig maken. Denk aan in het lab gekweekte weefsels, of aan kunstmatige, op een chip geprinte organen. Hoewel er verschillende goed werkende alternatieven zijn gevonden, komt de vervanging van dierproeven nog nauwelijks van de grond. Na een daling in de jaren tachtig stabiliseerde het aantal dierproeven in Nederland weer, en nog steeds neemt het aantal dierproeven dat kan worden vervangen maar mondjesmaat af.

Om eindelijk een kentering in te zetten, stuurde staatssecretaris Van Dam van Economische Zaken vorig jaar een brief naar de Tweede Kamer waarin hij schreef dat Nederland in 2025 'leidend' moet zijn in dierproefvrije onderzoeksmethoden. Het Nationaal Comité advies dierproevenbeleid, dat de staatssecretaris adviseert, deed daar nog een schepje bovenop. Afgelopen december stelde het in een rapport dat in 2025 tests op dieren voor chemische stoffen, voedingsmiddelen, geneesmiddelen en vaccins helemaal verleden tijd moeten zijn - zónder dat de veiligheid voor mensen in het geding komt.

Een proefkonijn. Beeld Colourbox

Voor zulke ingrijpende veranderingen in de regelgeving is veel werk nodig, legt Van der Laan uit. 'Veel geneesmiddelautoriteiten in het buitenland zijn extreem voorzichtig vanwege de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de patiënten. Ze willen zeker weten dat er geen enkel risico is op nare bijwerkingen. Dat is begrijpelijk, maar leidt soms wel tot onnodige dierproeven.'

Het vervangen van een dierproef met een alternatief is dan ook een langdurig proces. Om de wereldwijde geneesmiddelenautoriteiten te overtuigen zijn backward validation-studies nodig, grootschalige data-analyses zoals die van Van der Laan en Theunissen. Daarbij kijken wetenschappers naar de resultaten van dierproeven in het verleden en vragen zich af 'hoe nuttig was die test nu echt'?

Zulke studies kosten door het groot aantal benodigde gegevens veel tijd en geld. Maar ze hebben wel effect: op basis van de data-analyses van Van der Laan en Theunissen ligt binnenkort een nieuwe internationale richtlijn voor het testen van schadelijkheid van stoffen tijdens de zwangerschap klaar, die tests op twee diersoorten niet langer in alle gevallen verplicht. Ook werkt Van der Laan aan een beleidsonderzoek dat 'steeds zekerder' zal leiden tot een nieuwe richtlijn voor het testen op kankerverwekkendheid. Beide nieuwe richtlijnen zullen per geneesmiddel dat op de markt verschijnt wereldwijd tot wel tienduizend proefdieren schelen.

Beeld Colourbox

Van der Laan en Theunissen zijn niet de enige Nederlandse voorlopers op proefdiergebied. Coenraad Hendriksen, onderzoeker bij het Instituut voor Translationele Vaccinologie, initieerde samen met het CBG een groot Europees onderzoeksproject naar de kwaliteit van vaccins. 'Nu wordt elke nieuw geproduceerde partij vaccins opnieuw op dieren getest op veiligheid en werkzaamheid', vertelt Hendriksen aan de telefoon. 'Terwijl je ook een vaccin kunt testen op bijvoorbeeld gekweekte cellen. Door gegevens te verzamelen over controletests van vaccins door de jaren heen, hopen we aan te tonen dat een proef met kweekcellen even betrouwbaar is als dierproeven.' Het is maar een van de talrijke initiatieven van het CBG en universiteiten om het aantal dierproeven stevig te verminderen.

Zo komt het ideaalbeeld van dierproefvrije controletests stapje voor stapje dichterbij. En dat werd tijd. Van der Laan: 'Het klopt dat er al tientallen jaren aan alternatieven gewerkt wordt, maar al die tijd hebben onderzoekers eromheen gelopen. Niemand heeft de tijd genomen om ze eens grondig te evalueren. En dus gebeurde er vervolgens niks mee.'

Dat er nu wel grote stappen worden gezet, komt volgens Hendriksen deels door de groeiende aandacht vanuit de samenleving en politiek. 'Maar wat ook een rol speelt, is dat steeds duidelijker is geworden dat proefdieren beperkt zijn in hun voorspellende waarde. Ratten of konijnen zijn maar slecht vergelijkbaar met de mens. Het zijn imperfecte onderzoeksmodellen.'

Beeld Colourbox

Een volledig dierproefvrij Nederland, dat zal nog een stuk langer op zich laten wachten. Voor fundamenteel onderzoek blijven alternatieven beperkt inzetbaar. Neem neuro-cognitief onderzoek waarbij wordt onderzocht welke hersengebieden bij bepaalde leertaken betrokken zijn: hier kun je moeilijk om het proefdier heen.

Hendriksen: 'Daar komt nog bij dat voor fundamenteel onderzoek nog nauwelijks gegevens beschikbaar zijn waarmee je de betrouwbaarheid van alternatieven kunt bepalen. Voorlopig zullen we ons vooral moeten richten op studies die de veiligheid en werkzaamheid van geneesmiddelen, stoffen en vaccins testen.' Die moeten dus, als het aan de adviseurs van de staatssecretaris ligt, in 2025 helemaal zonder proefdieren gebeuren. Gaat dat lukken? Van der Laan: 'Zulke processen gaan altijd langzamer dan je hoopt. Het gaat uiteindelijk ook om de gezondheid van mensen. Daar kun je geen risico's mee nemen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.