Zo ontdekten amateurs een bloedige veldslag bij de Maas

Archeologie amateurs speuren in Brabants rivierzand

Het bewijs lijkt rond: Julius Caesar vocht een bloedige veldslag uit op de oevers van de Maas. Hoe deed een groep volhardende amateur-archeologen de grootste Nederlandse oudheidkundige ontdekking ooit? Een reconstructie van veldslag en vondst.

Beeld Fred Marschall

55 voor Christus (v.C.), Gallië

Gaius Julius Caesar kijkt de kring van Gallische stamhoofden rond. Wil de Romeinse veldheer de door hem overwonnen gebieden in Gallië niet verspelen, dan moet hij de Galliërs aan zijn kant zien te houden. Kort geleden zijn twee Germaanse stammen de Rijn overgestoken: de Usipeten en de Tencteren - uitstekende strijders te paard. En de onbetrouwbare Galliërs zouden zich zomaar bij de Germanen kunnen aansluiten. Caesar weet dat hem maar één ding te doen staat: de Usipeten en Tencteren met huid en haar uitroeien.

December 2015, Empel

Anton Verhagen (70) heeft een ijzeren zwaard in zijn handen. 'Het blad van dit zwaard bestaat nu uit één stuk. Maar kijk!' Verhagen wijst op een paar diepe groeven in het lemmet. 'Hij is gebroken en later weer aan elkaar gesmeed.' Verhagen heeft het zwaard zojuist uit een kartonnen doos naast de open haard gevist. Er zit nog meer bijzonders in: een drietand, een lanspunt, een bijlhoofd.

We zijn nog maar net binnen en de archeologische terminologie vliegt ons al om de oren. Verhagen, een vriendelijk ogende gepensioneerde, praat in zijn huis in het Brabantse Empel (een dorp in de gemeente Den Bosch) dan ook over weinig anders dan zijn grootste passie. Bijvoorbeeld over hoe hij als schoffie van 13 jaar al meeging op de zandzuiger, terwijl hij eigenlijk in de schoolbanken hoorde te zitten. Of over zijn reis naar Yukon in het noordwesten van Canada, tien jaar terug. 'Tussen de goudzoekers en indianen naar mammoetbotten speuren. Prachtig!'

Maar daarvoor zijn we hier niet. Onlangs was het groot nieuws: archeologen presenteerden bewijs voor de aanwezigheid van Julius Caesar in Nederland. Dat bewijs bestond uit archeologische vondsten in de Kesselse Waarden, bij Maren-Kessel, zo'n 12 kilometer ten noordoosten van Empel. Al sinds 1973 waren hier honderden botten en wapenonderdelen ontdekt, waarvan de herkomst tot voor kort een raadsel was.

(Tekst gaat verder onder locator).

Volgens Cesar

De historische passages in dit artikel zijn gebaseerd op Commentarii de bello Gallico, Caesars verslag van zijn veroveringen in Gallië. Hoewel Caesar regelmatig feiten verdraaide ten gunste van zichzelf, is het werk een belangrijke bron voor historici.

Verhagen was erbij, in maart 1973. In een nieuw gegraven geul in de Kesselse Waarden vonden hij en zijn mede-hobbyisten van archeologieclub Cro Magnon een opmerkelijke hoeveelheid menselijke botten en wapentuig. Ze waren gewaarschuwd door werklui op een zandzuiger, een baggerschip dat zand uit de rivierbedding slobbert. Het korrelige rivierzand langs de oevers van de Maas wordt al jaren gebruikt als grondstof voor de bouw. Daarbij komen wel vaker oudheidkundige schatten tevoorschijn, maar op die lentedag in 1973 was de hoeveelheid wel erg groot.

Sindsdien zijn Verhagen en co de drijvende kracht achter het speurwerk. Weekend na weekend struinden hij, zijn vaste compagnon Ton de Groot en de andere Cro Magnonianen het rivierengebied af, in bootjes langs de oevers zoekend naar geschiedkundige schatten. Of ze beklommen de zandzuigers die het riviergebied uitbaggerden, om alles wat interessant was uit het opgezogen zand te vissen.

'Er was zoveel te vinden, het liefst had ik er elke dag rondgelopen', memoreert Verhagen. Onmogelijk, vanwege zijn baan als bodemdeskundige bij de gemeente Den Bosch. 'Gelukkig kenden de zandzuigerbazen me allemaal en bewaarden ze alles. Dan ging ik naar ze toe met een fles whisky en gaven ze de gevonden spullen zo mee.'

Verhagen gaat ons voor, de trap op. In een van de kamers boven zijn tientallen beenderen en stukken schedel uitgestald, een fractie van de vondsten in de Kesselse Waarden. Verhagen pakt een dijbeen op, met een flinke deuk erin. 'Een lanswond', legt hij uit. 'En deze schedel hier is vanaf de oogkas volledig doorkliefd.'

Het is duidelijk: de voormalige eigenaars van deze botten zijn door gewelddadig hak- en steekwerk om het leven gekomen. Nog een cru detail: tussen de schedelstukken liggen twee minischedeltjes, maar half zo groot als de andere schedels. Verhagen: 'Het was een massamoord. Zelfs de kinderen werden niet gespaard.' Wat er precies was gebeurd, zou pas 42 jaar later duidelijk worden.

55 v.C., Romeins legerkamp, Noord-Gallië

De Germaanse gezanten geven hun paarden de sporen. Zojuist hebben ze een ontmoeting gehad met Caesar, die met zijn legioenen recht op het Germanenkamp af marcheert. Nee, het was niet hun bedoeling geweest om Gallië binnen te vallen, verzekerden ze hem. Ze waren zelf juist door vijandelijke stammen westwaarts gedreven. Caesar weigerde zijn opmars te staken. Maar als de Tencteren en Usipeten zich vreedzaam zouden vestigen in het land van de Ubiërs, een naburige stam, overwoog hij zijn campagne op te schorten. Zou de veldheer zich aan deze belofte houden?

December 2015, Amsterdam

Tegenwoordig is Nico Roymans hoogleraar archeologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Maar toen hij voor het eerst hoorde van de opgravingen bij Maren-Kessel, was hij nog een jonge student. 'Ik had al een uitstekend netwerk onder amateur-archeologen', vertelt hij. 'Ze kenden elkaar allemaal en wisten dat er in Maren-Kessels iets interessants aan de hand was.' Roymans raakte geïnteresseerd in de vondsten van de amateur-archeologen. Af en toe belden ze hem op als er weer wat nieuws was gevonden en op die manier bleef hij al die jaren betrokken.

Dat terwijl het niet altijd opschoot. Verhagen en zijn team waren vrijwel volledig afhankelijk van de rivierzandwinning. Zo lag de afgraving van de Kesselse Waarden na 1973 jarenlang praktisch stil, omdat eerst natuurgebied de Lithse Ham werd uitgebaggerd. Pas na 1990 groeven de zandzuigers de Kesselse Waarden verder af en kwam het grootste deel van de botten en wapens aan het licht.

Roymans vindt het jammer dat er nooit geld is vrijgemaakt voor professionele opgravingen. 'Eigenlijk is het een triest verhaal voor de archeologie. Door het baggeren is de precieze context van de vondsten onbekend. Als je zoiets zorgvuldig opgraaft, weet je precies in welke grondlaag het materiaal ligt, wat de datering eenvoudiger maakt. Nu wisten we alleen dat het grootste deel van die vondsten ergens tussen 80 en 30 v.C. in de rivier terecht is gekomen.'

Desondanks groeide Roymans' enthousiasme over de Kesselse vondsten van Verhagen en consorten. Vooral vanwege de schaal - 'qua grootte absoluut uniek in Nederland', aldus Roymans. Hij besteedde er enkele publicaties aan en schreef in 2004 een boekhoofdstuk, waarin hij uitlegde dat de vondsten niets anders konden zijn dan de restanten van een offerplaats.

'Dat leek me toen de meest plausibele interpretatie', legt hij uit. 'Zulke offerplaatsen vond je wel meer in West-Europa. Het verweerde wapentuig paste goed bij deze lezing: het was gebruikelijk om onklaar gemaakte wapens bij zo'n offerplaats te leggen.'

Enkele jaren later moest Roymans zijn conclusie echter drastisch wijzigen. Hij werkt aan een boek over Caesars veroveringen in Noord-Gallië en stuitte daarbij op een veldslag met enkele Germaanse stammen. Van die veldslag met de Usipeten en Tencteren werd vermoed dat die in de buurt van Maren-Kessel moet hebben plaatsgevonden.

Maar een geografisch dilemma veroorzaakte verwarring. 'Caesar schreef dat de Germanen zich terugtrokken naar een samenvloeiing van de Maas en de Rijn. Terwijl Maren-Kessel zich bevindt bij de Maas en de Waal', legt Roymans uit. 'Maar Caesar bedoelt hier waarschijnlijk de Waal, de hoofdtak van de Rijn: als je de Rijn vanuit Duitsland volgt, kom je in de Waal uit. Je moet eigenlijk een Nederlander zijn om dat te snappen.'

Roymans besefte: de locatie van die veldslag, dat kon maar één plek zijn. Een plek die hij maar al te goed kende.

De ontberingen van een amateur-archeoloog

Geen budget, geen professionele graafapparatuur. Hoe gaan de leden van archeologieclub Cro Magnon te werk?

- Struinen met de metaaldetector. Vooral effectief als bij baggerwerkzaamheden de harde bovenlaag van een stuk grond is geschraapt.

- Zoeken op de zandzuigers. Deze baggerschepen slurpen zand op van tot wel 20 meter diepte. De hobbyisten vissen meegezogen ondergrondse schatten uit de filters.

-Grindbergen doorploegen. Grote grindkorrels worden apart gehouden en door de hobbyisten doorzocht. Er kan zomaar een bot of potscherf in opduiken.

55 v.C., Germaans kamp, Noord-Gallië

Slechts twaalf kilometer scheidt de legioenen van Julius Caesar met het Germaanse kamp. Er is nog geen tijd geweest voor de Germanen om met de Ubiërs te onderhandelen. De Germaanse gezanten smeken Caesar: wacht nou toch nog even met de aanval. De veldheer zegt toe. De volgende ochtend wil hij de Germaanse stamhoofden aanhoren en tot een oplossing komen. Voor één dag zijn de Tencteren en Usipeten in ieder geval veilig.

Maar even verderop gaat het mis. Bij het Germanenkamp duiken cavaleristen op. Romeinen! Onder de Germanen breekt paniek uit. Er was toch nog één dag wapenstilstand beloofd? In verwarring vallen ze aan, niet wetende dat de cavaleristen een vooruitgestuurd legioen vormen, met duidelijke instructies om juist níét aan te vallen. Het komt tot een schermutseling. Enkele tientallen Romeinse ruiters sneuvelen.

Ceasar in Galië

Tussen 58 en 51 voor Christus ondernam Julius Caesar diverse militaire campagnes in Gallië, het huidige Frankrijk en omstreken. De belangrijkste veldslagen:

- 58 v.C. slag bij Bibracte, centraal Gallië. Caesar verslaat een rondplunderende Keltische stam, de Helvetiërs, en wint het vertrouwen van de Galliërs.

- 57 v.C. campagne tegen de Belgen, volgens Caesar de 'dappersten onder de Galliërs'.

- 54 v.C. slag bij Wheathampstead, Zuid-Brittannië. Caesars invasie van Brittannië vergrootte zijn populariteit in Rome aanzienlijk.

- 52 v.C. slag bij Alesia, centraal Gallië. Caesar verslaat Vercingetorix, leider van een Gallische opstand, en stelt zijn suprematie over Gallië veilig.

December 2015, DWDD-studio, Amsterdam

'Het is een zeer bijzondere dag voor de Nederlandse archeologie', zegt Matthijs van Nieuwkerk. 'Waarom? Nederlandse archeologen hebben voor het eerst bewezen dat Julius Caesar ooit in Nederland is geweest. Aan tafel archeoloog Nico Roymans van de VU. Het is úw ontdekking.' Anton Verhagen en zijn vrouw Mary zaten op de bank te kijken en trokken hun wenkbrauwen op. Ja, Roymans was al vroeg bij de zoekactiviteiten betrokken. Maar zíjn ontdekking? 'Een goede journalist had Roymans toch even gevraagd: 'Heeft ú die botten dan opgegraven?'', verzucht Mary.

'Bij De Wereld Draait Door moet je je best doen om überhaupt aan het woord te komen', verklaart Roymans achteraf. 'Tijd om mensen te bedanken is er nauwelijks.' Hij geeft grif toe dat het aandeel van amateur-archeologen in de vondsten enorm groot is geweest. 'Verhagen heeft heel veel gevonden, net als zijn collega Leo Stolzenbach.'

Het waren de door hen gevonden schedels die tot de doorbraak hebben geleid. Isotopenonderzoek van tandglazuur van enkele botten toonde aan dat deze afkomstig waren van niet-lokale, buitenlandse individuen. De Usipeten en Tencteren, verjaagd van grondgebied in Midden-Duitsland, voldoen aan dat profiel. En de grote hoeveelheid botten wees op een veldslag die verder ging dan een burenruzie tussen stammen.

'Toen wist ik: dit komt zo goed overeen met Caesars beschrijving, hier kan ik mee naar buiten treden', zegt Roymans. De deels verminkte botten waren grotendeels van de Usipeten en Tencteren, bruut afgeslacht door Caesar.

(Tekst gaat verder onder video).

55 v.C., Noord-Gallië

Het is ochtend. Caesar kijkt toe hoe zijn legioenen in drie colonnes ten aanval marcheren. Gisterenavond hebben de Usipeten en Tencteren, ondanks de afgesproken wapenstilstand, zijn cavalerie aangevallen. Het perfecte excuus om de Germanen eindelijk uit de weg te ruimen. De stamhoofden, die vanochtend hun excuses kwamen aanbieden, zijn in het Romeinse kamp gevangen gezet. Zonder hun leiders zijn de Germanen weerloos. In de verte stromen twee rivieren, dicht bij elkaar, traag richting zee. Vandaag zullen Maas en Waal bloedrood kleuren.

December 2015, Maren-Kessel

Vanaf de Kesselsedijk loop je een paadje af, een scheef hangend hekje door en een modderpoel over. Even verderop staat een bankje, van waaraf je een mooi uitzicht hebt over het water van de Kesselse Waarden.

Toen Ceasars legioenen eenmaal de aanval hadden ingezet, sloegen de Germanen op de vlucht. Aangekomen bij de samenvloeiing van Maas en Waal konden ze geen kant meer op. Het werd een slachtpartij.

Volgens Verhagen moet de zandgrond onder dit bankje nog vol met botten en wapentuig zitten. In de riviergrond blijft het materiaal nog eeuwenlang bewaard. Geen probleem dus dat het niet direct wordt opgegraven. En laat het maar aan de mannen van Cro Magnon over om hier elk voorjaar weer te komen struinen, kijken of het water nog een spoor uit het verleden heeft losgewoeld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.