Zo leefden de Flevolanders van voor de drooglegging

Bewoners van Schokland, Urk en omgeving werden millennia lang opgejaagd door stijgend water. Achthonderd jaar geleden gingen ze de strijd aan - met matig succes.

Op het voormalige eiland Schokland wordt een grondmonster genomen. Beeld H. Hollund

Voor de Flevo- en Noordoostpolder polders werden, was het gebied af en aan bevolkt. Maar stijgend water bedreigde het leven daar meer dan eens. Bewoners werden verjaagd door groeiende meren en een stijgende zeespiegel, die ze deels zelf hadden veroorzaakt.

Vanaf de hoge Middeleeuwen deden ze moeizame pogingen hun land te beschermen met dijken. Dat beschrijft geo-archeoloog Don van den Biggelaar in zijn proefschrift New land, old history, waarop hij woensdag promoveert aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

De Flevopolder al eerder bewoond? Sinds wanneer?

'Mogelijk al 200 duizend jaar geleden, toen het gebied ook droog lag. In de directe omgeving, bijvoorbeeld op de Utrechtse Heuvelrug, zijn sporen van mensen, mogelijk Neanderthalers. Zij maakten hun gereedschappen van vuursteen. In mijn onderzoek laat ik zien dat ook in Flevoland vuursteen van hoge kwaliteit was. Mogelijk woonden daar dus ook Neanderthalers. Maar we hebben nog geen sporen van hen gevonden.'

IJstijden maakten het gebied daarna onbewoonbaar. Wanneer kwamen er weer mensen wonen?

'Bewijs van bewoning hebben we voor 6.000 jaar geleden. Uit die tijd zijn stukken aardewerk gevonden, menselijke resten en overblijfselen van een akker. In die tijd begonnen mensen aan landbouw te doen.

Maar de zeespiegel steeg in die periode snel doordat de ijskappen van de laatste ijstijd steeds verder smolten. Het gebied verdronk in hoog tempo en de bewoners trokken zich steeds verder terug op iets hoger gelegen land, zoals Schokland. Tweeduizend jaar geleden was het gebied leeg.'

Toch raakte het opnieuw bevolkt.

'Dat kwam door veenvorming. Het landschap hoopte zich in de loop van de eeuwen op en daardoor werd het gebied rond het jaar 800 weer deels bewoonbaar. Maar vervolgens veroorzaakte de mens zelf problemen door het veen af te graven. Daardoor klonk het veen in en liep het land weer langzaam onder.

'Aanvankelijk lag er in het gebied een meer - het Flevomeer of Almere - maar rond 1000 kwam er een opening naar de Noordzee. Zo ontstond vanaf ongeveer 1200 de Zuiderzee. Daardoor kalfden steeds grotere gebieden af, tot alleen Urk en Schokland overbleven. En ook die eilanden werden steeds kleiner.'

Wat deden de bewoners daaraan?

'Die trokken zich opnieuw terug op hogere gebieden en vanaf 1200 bouwden ze ook dijken. Dat was de eerste keer dat de bewoners echt de strijd aangingen met het water. Maar de vroege dijken hielden het niet en daarom legden de bewoners woonheuvels aan.

'Ze kregen de afgelopen eeuwen ook te maken met een reeks stormvloeden. Ik heb ze onderzocht aan de hand van de dunne laagjes zand die ze achterlieten. Die laagjes werden snel afgedekt door laagjes klei en kregen daardoor geen zon meer.

Met behulp van licht valt te meten wanneer zand voor het laatst in het zonlicht is geweest - luminiscentiedatering heet dat - en dus wanneer de overstromingen plaatsvonden. Ik heb tien van die zandlagen gedateerd en daaruit bleek dat de laatste grote stormvloeden plaatsvonden rond 1600 en in de late 18de eeuw.

'Dankzij die nieuwe datering begrijpen we weer iets meer van stormvloeden. Hopelijk kunnen we in de toekomst de historische kennis zo verfijnen dat we steeds beter kunnen voorspellen wanneer ze zullen plaatsvinden. Want de gevolgen van dit soort stormvloeden zijn groot: Schokland raakte er in de 19de eeuw weer door ontvolkt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden