AchtergrondTechnologische innovaties

Zo goed werkt die operatierobot misschien wel niet

De Da Vinci operatierobot, een peperdure machine die dertig ziekenhuizen in Nederland hebben aangeschaft.Beeld Da Vinci

Operatierobots, eHealth-apps, robotrollators: er wordt wat vernieuwd in de zorg. Maar zijn die innovaties verbeteringen? Zijn ze hun prijs waard? Twee hoogleraren willen dat nu eens goed uitzoeken.

Ze kennen elkaar al jaren, maar samen op tournee waren ze nog nooit geweest. Zij, Maroeska Rovers, is hoogleraar in het Radboudumc in Nijmegen, hij, Carl Moons, is hoogleraar in het UMC Utrecht. Beiden hebben een voorliefde voor het aantonen hoe goed medische innovaties en hulpmiddelen nou écht uitpakken in praktijk. Chirurgische ingrepen bijvoorbeeld (zij), of medische tests (hij).

Die voorliefde hebben ze de afgelopen twee jaar uitgedragen in meer dan vijftig ‘roadshows’, in vergaderzalen en kantines, bij bedrijven, ziekenhuizen, overheidsinstanties en beroepsverenigingen. Om hun toehoorders te overtuigen: hoe we nu omgaan met medische hulpmiddelen – van implantaten tot diagnostische en screeningstests, van e-healthsoftware en -apps tot robotrollators –, daar schiet niemand wat mee op. Moons: ‘En aan het eind maakte ik dan altijd een grap.’ Maar die volgt straks.

Rovers en Moons zijn mede-initiatiefnemers van Health Innovation NL, voorheen bekend als Hii~Holland, een nieuw nationaal initiatief dat vanaf januari medische innovaties gaat toetsen voordat ze op de markt komen. Hard nodig, zeggen de hoogleraren. De beloften van technologische innovaties in de zorg zijn huizenhoog: ze gaan het personeelstekort oplossen, de kosten naar beneden brengen, de patiënten beter maken, de werkdruk  verlagen en de zorg-op-de-juiste-plek garanderen. En dat alles uitblinkend in gebruiksgemak.

Minder rooskleurig

De praktijk is minder rooskleurig. Veel innovaties doen niet wat ze beogen en goedkoper maken ze de zorg ook al niet. In Nederland gaat er jaarlijks 4,7 miljard euro in om. Rovers: ‘Er komen alleen maar dingen bij, ze vervangen bestaande handelingen niet. Dat stapelen drijft de zorgkosten op. Anderzijds zijn er ook veelbelovende innovaties die het niet tot de dagelijkse praktijk weten te redden.’

Anders dan medicijnen, waarvan in eindeloze testtrajecten de veiligheid, werkzaamheid én kosteneffectiviteit moet worden aangetoond, worden zorghulpmiddelen tot nog toe vooral getest op veiligheid. Zijn ze veilig genoeg in kleinschalig onderzoek of in het laboratorium, dan krijgen ze een CE-keurmerk en mogen patiënten en zorgverleners ze gebruiken.

Moons: ‘Dat is onwenselijk voor het bedrijfsleven, want dat wil dat zijn producten ook echt werken. Het is onwenselijk voor zorgverleners, want het is onduidelijk voor welke doelgroep ze welke innovatie moeten gebruiken. En het is onwenselijk voor patiënten, omdat meestal niet is geëvalueerd of ze er wel baat bij hebben.’

Dat dit vreselijk kan misgaan bleek in 2018. Journalisten uit 36 landen achterhaalden in het project The Implant Files dat haperende pacemakers, giftige kunstheupen en andere problemen met medische implantaten de afgelopen tien jaar wereldwijd hebben geleid tot 83 duizend doden en tot letsel bij 1,7 miljoen patiënten.

Het goede nieuws: dit gaat veranderen. Vanaf mei moeten producenten bewijzen dat hun medische hulpmiddelen doen wat ze beloven en moeten ze eventuele bijwerkingen melden en registreren. En juist daar, zegt Moons, ‘kunnen wij het verschil maken’.

Verloren geld

Het idee is dat Health Innovation NL alle relevante partijen uit alle stappen van het ontwikkelproces van een medische innovatie bij elkaar om tafel zet. Denk aan patiëntenorganisaties, aan het Zorginstituut (dat beslist wat uit de basisverzekering mag worden vergoed), aan universiteiten die onderzoek doen, aan de zorgautoriteit, zorgverleners, CE-experts en verzekeraars. Gezamenlijk adviseren zij welke stappen voor een bepaalde innovatie gemaakt moeten worden. Nu sneuvelen veel innovaties voordat ze worden gebruikt: een deel krijgt geen CE-keurmerk, een ander deel ligt te verstoffen omdat geen patiënt of zorgverlener interesse toont. Moons: ‘Er gaat veel geld verloren. Als we dat geld zouden kunnen inzetten voor onderzoek naar innovaties die er echt toe doen, wordt de zorg betaalbaarder.’

Neem de Da Vinci-robot, een peperdure operatiemachine die dertig ziekenhuizen in Nederland hebben aangeschaft. Terwijl, zegt Rovers, alleen voor prostaatkanker is aangetoond dat de robot meerwaarde heeft. Dan is het dus onzinnig om dat ding in zoveel operatiekamers te hebben staan. ‘Ik ben echt niet tegen robots, sterker nog: over tien jaar zullen we ze hard nodig hebben, maar we evalueren nu niet tijdig of ze wel het beoogde effect bereiken.’

Voor prostaatkanker is aangetoond dat de Da Vinci operatierobot meerwaarde heeft.Beeld Douglas Evans / Da Vinci

Het Nictiz, een expertisecentrum voor ‘e-health’ in de zorg, schreef in november vorig jaar dat het aanbod aan slimme toepassingen groter is dan het gebruik. ‘Zorgverleners merken nog te vaak dat de techniek niet altijd goed (mee)werkt. Ook merken ze dat e-health niet altijd goed is ingebed in de zorgpraktijk. In dat geval leidt e-health eerder tot een toename dan tot een afname van de werkdruk.’

Zie het, zegt Moons, als zo’n sip kijkende smiley als je in een 30-kilometerzone 34 km/u rijdt. Dat apparaat werkt, want het meet de snelheid goed en als je te hard rijdt, krullen de mondhoeken naar beneden. ‘Maar de vraag is natuurlijk: ga je er minder hard van rijden? Leidt het tot minder ongelukken, tot minder doden? Technisch doet de innovatie wat wordt beoogd, maar of ze effectief is, is onbekend.’

Health Innovation NL gaat helpen antwoorden te vinden op vragen over veiligheid en werkzaamheid van medische innovaties. Rovers: ‘Wij hebben alle benodigde kennis om het langetermijneffect te meten, daar hebben de makers hulp bij nodig. Bovendien, met al die mensen aan tafel krijg je discussies en een leereffect. We proberen direct de claim voor de maatschappij en cliënt waar te maken.’

Littekens

Een voorbeeld: een Amerikaans bedrijf ontwikkelde een techniek die mooiere littekens oplevert na een operatie. Was het zelf razend enthousiast over. Maar de patiënten die het bedrijf vervolgens consulteerde, vonden alleen een mooier litteken niet genoeg. Zij verlangden naar innovaties die hun dagelijkse kwaliteit van leven verhoogden.

Dat soort feedback is van groot belang, weten Rovers en Moons, nu de eerste bijeenkomsten hebben plaatsgevonden. Rovers: ‘In eerste instantie zien bedrijven ons wellicht als horde. Maar we merken nu al dat ook de ontwerpers hier blij mee zijn. Zij stellen hun producten bij, zodat die effectiever voor de patiënt zijn.’

De hoogleraren hopen dat straks alle medische innovaties langs Health Innovation NL gaan, ook al is dat voor bedrijven geen verplichting, en kunnen overheidsinstanties – anders dan bij dure medicijnen – veelal geen nieuwe technieken tegenhouden. Rovers: ‘Er zijn in Nederland echt honderden subsidies voor medische innovaties, zowel van de overheid als van zorgverzekeraars. Als we dat veel meer bundelen, via één nationaal kanaal laten gaan, Holland Innovation NL, dan hoeven er geen onzinnige innovaties meer op de markt te komen.’

En dat voorkomt schandalen, zoals lekkende borstimplantaten, afbrokkelende heupprotheses of mandarijnennetjes die als liesmatjes in de zorg terechtkwamen. Precies daarover ging de grap van Moons, aan het einde van hun roadshows. ‘Als wij Health Innovation NL goed gaan regelen, dan wint echt iedereen hier in de zaal, bovenal de patiënten. Alleen de journalisten zullen verliezen. Zij hebben minder calamiteiten om over te schrijven.’

Drie ‘briljante mislukkingen’

Donderdag is de award uitgereikt voor ‘meest briljante mislukking in de zorg’, een trofee voor een goedbedoelde innovatie die hopeloos is mislukt. Doel van de uitreiking is om te leren van eerdere fouten. Dit waren drie genomineerden:

Wijzelf: Een online platform waarop mensen zelf huishoudelijke hulp konden inkopen, die maar deels werd betaald uit de Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Normaal gesproken een enorm uitzoekwerk voor patiënt of mantelzorger. Het platform zou dit makkelijk moeten maken. Lokaal bleek het inderdaad te werken.

Maar toen het landelijk moest worden ‘uitgerold’, veranderde de wet en daarmee de geldstromen, en trok een zorginstelling die hielp met de financiering zich terug vanwege de bezuinigingen. Vrijwilligers werven om te helpen bleek een onbegaanbare weg. In 2018 ging Wijzelf ter ziele.

Medical Navigator: Medical Navigator is een dienst voor mensen met kanker die behoefte hebben aan meer begeleiding en aandacht van artsen dan het ziekenhuis kan bieden. Patiënten moeten daarom zelf voor de dienst betalen.

Dat bleek een brug te ver: patiëntenorganisaties vonden de dienst inbreuk doen op de solidariteit van het zorgstelsel, zorgverzekeraars zagen de diensten van het bedrijf als zorg die al vanuit de zorgverzekering werd aangeboden. Bovendien bleek het zeer arbeidsintensief om alle benodigde informatie te verzamelen.

De klanten die Medical Navigator gebruikten gaven de dienst een 9, maar het waren er te weinig om kostendekkend te zijn, en geld om de dienst lang genoeg in de lucht te houden om winstgevend te worden, ontbrak.

Health Deal: Hoe moeilijk het is om innovaties in de zorg door te voeren, blijkt uit de mislukking van Health Deal: een initiatief dat precies dat als doel had. Veel partijen aan tafel (VWS, zorgverzekeraars, private partijen), die meer mensen e-health wilden laten gaan gebruiken voor persoonlijke preventie. Maar als niemand wil betalen, blijft het bij mooie woorden en glanzende folders.

Meer over techniek in de zorg

Ruim baan voor de zorgrobots (en, verrassing, ze zien er helemaal niet uit als robots)

Digitale innovaties die zorg kunnen verbeteren, worden nog weinig gebruikt -

Iedereen kan eigen gezondheid in de gaten houden; maar is de arts daarbij gebaat?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden