Zo gaan vrouwelijke opiniemakers om met online haat en intimidatie

'Ik weet waar je woont, hoer'

Kunnen vrouwelijke opiniemakers hun ongezouten mening geven? Aan de vooravond van Internationale Vrouwendag dook Vonk in de wereld van commentaren en tweets, en ondervroeg dertig vrouwelijke columnisten van vijf kranten en twee opiniebladen. 'Dat ze schrijven dat ik verkracht moet worden, daar kan ik mee leven. Maar van mijn kinderen blijf je af.'

'Hoe wijdverspreid is het probleem? Hebben vrouwen als groep meer last van hate speech dan mannen?'

'Haal die vinger toch eens uit je mond, op de foto bij je column. Je ziet eruit als een pornoactrice. En jij durft te schrijven over de verkrachtingscultuur?'

Zomaar een opmerking op de site van Metro, onder de column van Hadjar Benmiloud. De 27-jarige columnist van Metro, Oneworld en Folia en oprichter van het feministische platform Vileine.com leest de nare reacties, en probeert ze vervolgens te wissen uit haar brein. Ook al nemen de hatelijke opmerkingen en tweets toe en zijn ze steeds vaker niet alleen gericht op haar geslacht, maar ook op haar afkomst. 'Het maakt niet uit waarover ik schrijf, ik krijg altijd negatieve reacties. En zodra ik kritisch ben over een bepaald onderwerp, is het: 'Als het je niet bevalt, ga je toch terug naar je eigen land?'

Hadjar Benmiloud is niet de enige vrouw met een publieke mening die op internet wordt achtervolgd door haters en trollen. Steeds vaker doen vrouwelijke opiniemakers hun beklag over de reacties die ze moeten verstouwen. Columnist Sarah Sluimer beschreef vorige week voor De Correspondent de angst die haar overviel toen ze moest spreken op een debatavond, bang als ze was dat haar ergste online pestkoppen in het publiek zouden zitten. En Volkskrant-columniste Asha ten Broeke zei in een interview met deze krant: 'De haat en vitriool die mij als vrouw met een mening ten deel valt, is onvoorstelbaar.'

Hoe wijdverspreid is het probleem? Hebben vrouwen als groep meer last van hate speech dan mannen? Om hierin meer inzicht te krijgen, togen wij naar Almere, waar de moderator van de Volkskrant, NoviaFacts, is gehuisvest. Wij scrolden daar door duizenden commentaren op volkskrant.nl. Wat opvalt, is dat een kleine groep rechtsgeoriënteerde mannen en een enkele vrouw de discussie volledig domineert. Op een artikel van een vrouwelijke columnist wist een reageerder maar liefst 56 voornamelijk onnavolgbare reacties te sturen; ze werden geblokt door de vlijtige medewerkers van NoviaFacts - toevallig allemaal vrouw.

Verantwoording

Voor dit artikel stuurde de Volkskrant een lijst met zeventien vragen naar 49 columnisten van de Volkskrant, het Algemeen Dagblad, NRC Handelsblad, Metro, De Telegraaf, De Groene Amsterdammer en Vrij Nederland. Dertig vrouwen reageerden. De analyse van de commentaren op Volkskrant.nl kwam tot stand door een vergelijking van zowel geblokkeerde als online reacties onder de tien meest becommentarieerde stukken van mannen, en tien meest becommentarieerde stukken van vrouwen van de afgelopen twee maanden.

Worden mannelijke auteurs anders behandeld dan vrouwen? Om dat te achterhalen vergeleken wij ruim 2.500 reacties onder de meest becommentarieerde artikelen van de afgelopen twee maanden op volkskrant.nl. Zo konden we kwantificeren wat columnisten allang bevroeden: vrouwen worden vaker persoonlijk aangevallen dan mannen.

Bij de vrouwelijke auteurs wordt in ruim 13 procent van de gevallen op de man gespeeld, bij mannen is slechts 3 procent van de commentaren een ad hominem. De mannelijke auteurs op volkskrant.nl, en op de site van het Algemeen Dagblad, krijgen ook kritiek, maar die richt zich vooral op hun argumenten of de cijfers die ze leveren. Vrouwelijke journalisten worden vaker weggezet als dom, of aangesproken met denigrerende termen als 'meisje' of 'columnistje.'

Hadjar Benmiloud, Metro

Zorgelijk beeld

Dan de ervaringen van vrouwelijke opiniemakers zelf. Hebben zij in hun werk last van online haat en intimidatie? Wij stuurden een vragenlijst aan 49 vrouwelijke columnisten van vijf kranten en twee opiniebladen. Dertig vrouwen reageerden, en uit hun antwoorden komt een diffuus maar zorgelijk beeld naar voren. De belangrijkste uitkomsten: tweederde van de ondervraagde columnisten is een enkele of meerdere keren online bedreigd. Die bedreigingen variëren van 'Jij zou eens moeten worden verkracht', tot 'Ik weet waar je woont, hoer'. Nog een alarmerend cijfer: de helft van de ondervraagde columnisten voelt zich soms tot vaak geïntimideerd door online reacties. Hierdoor twijfelt meer dan de helft van de vrouwen weleens tot regelmatig of ze haar mening moet delen over een bepaald onderwerp.

Maar: lang niet elke vrouw met een publieke mening gaat gebukt onder pesterijen en bedreigingen. Zo gaven columnisten van het NRC Handelsblad aan over het algemeen weinig te maken te hebben met seksisme en intimidatie. Nausicaa Marbe, columnist van De Telegraaf, heeft zelden tot nooit te maken met seksuele intimidatie of laster. Zij schrijft in een mail dat ze 'offline' meer last heeft van seksisme: 'Mensen die het leuk vinden om in mijn gezicht iets onaangenaams te zeggen over mijn werk, zonder voorbeelden of argumenten die hun dedain staven. Dat zijn vrijwel altijd mannen.'

Elma Drayer, de Volkskrant

Jonge vrouwelijke columnisten die zich manifesteren als feminist, of zich uitspreken tegen seksueel geweld, krijgen juist vaker opmerkingen over hun uiterlijk, of obscene foto's toegestuurd. En vrouwelijke columnisten met een migrantenachtergrond meldden even zo vaak of vaker last te hebben van racisme.

De ene vrouw kan beter tegen de hatelijke reacties dan de andere. Volkskrants meest gelezen columnist Sylvia Witteman ligt bijvoorbeeld niet wakker van nare reacties: 'Ik krijg regelmatig te horen dat ik dik en dom ben. Nou weet ik zeker dat ik dik ben, en ik weet ook zeker dat ik niet dom ben; die berichten doen me niet zoveel. Ik ben als kind gepest, waardoor ik verbaal heel goed weet terug te slaan.' Maar volledig immuun is ook Witteman niet voor het seksisme dat haar ten deel valt. 'Het steekt mij als reageerders zeggen dat ik mijn column alleen maar te danken heb aan mijn man. Ik schreef die columns al sinds 1999, een decennium voordat Philippe (Remarque, red.) hoofdredacteur werd van deVolkskrant.'

Sylvia Witteman, de Volkskrant

Ook mannen zijn slachtoffer van vooroordelen en intimidatie. AD-columnist Özcan Akyol schreef in het kerstnummer van Nieuwe Revu dat hij elke dag wordt bedreigd. Volkskrant-journalist Bert Wagendorp krijgt zo veel verwensingen en scheldkanonnades op Twitter, dat hij maar niet meer kijkt. 'Het is vaak hetzelfde schorriemorrie, een kleine minderheid die zo'n medium compleet vervuilt. Ik ken een sportverslaggever die professionele hulp moest zoeken. Hij had zo veel haat over zich heen gekregen, dat hij bijna niets meer durfde te zeggen. Toch denk ik dat vrouwen als groep echt meer worden lastiggevallen. Ik was gechoqueerd om te zien hoe er met Sylvana Simons werd omgegaan. En als ik zie hoe een vrouwelijke collega-columnist continu wordt weggezet als dik en en lelijk, dan heb ik er bewondering voor dat ze stug door schrijft.'

Probleem verplaatst zich

Ondertussen besluiten steeds meer nieuwsmedia te stoppen met de commentaren. Het AD draaide onlangs de reactiemogelijkheid op zijn site uit, ook de Volkskrant beraadt zich op een zinniger manier van interactie met lezers.

Nynke de Jong, columnist bij het AD, is er niet rouwig om: 'Het gaat er zo ongefundeerd aan toe. Mensen - meestal mannen - noemen me regelmatig dom als ze het niet met mij eens zijn. Of het gaat over mijn uiterlijk. Ja, ik heb een moedervlek tussen mijn ogen, maar als dat je belangrijkste tegenargument is, vind ik dat geen zinnige bijdrage aan het debat. Nu kunnen die boze mannen van een jaartje of 52 die willen schelden op dat blonde columnistje, hun gal tenminste niet meer direct onder mijn werk spuien.'

Nynke de Jong, Algemeen Dagblad

Met het sluiten van de reactiemogelijkheid verplaatst het probleem van hatelijke reacties zich naar social media, waar nauwelijks wordt gemodereerd. Daar krijgen de vrouwelijke columnisten dan ook te maken met ernstige dreigementen. Journalisten zoals Mirjam de Winter, columnist voor de Rotterdam-bijlage van NRC en freelancer bij RTV Rijnmond. Vorig jaar januari maakte ze een dieptepunt mee. Feministen demonstreerden in Spijkenisse tegen de PVV, De Winter deed verslag ook van de tegendemonstratie van PVV-aanhangers. 'Ik zag een man met een huilende baby op zijn arm tegen de vrouwen schreeuwen, maakte daar een foto van en twitterde die, met wat hij riep 'willen jullie dan een piemel erin?' erbij. Ik kreeg meteen een heel PVV-trollenleger over me heen. Of ik zelf dan ook verkracht wilde worden, en dat ze me wel wisten te vinden. Ik heb contact gezocht met de man van de foto. Eerst was hij woest, maar toen ik uitlegde dat ik alleen maar mijn werk deed, draaide hij bij. Hij ging me zelfs verdedigen tegenover het trollenleger.'

Haters aan de linkerkant

Columnist voor de Volkskrant en De Correspondent Sarah Sluimer heeft naast rechtse trollen toch het meest te vrezen van haters aan de linkerkant van het spectrum, op Twitter bekend als 'social justice warriors'. 'Het zijn twitteraars die vinden dat ik geen recht van spreken heb als het gaat over racisme, ook al heb ik Indisch bloed. Ze hebben een hechte, bijna sektarische relatie met elkaar, en gaan heel ver om mij te intimideren. Alles is geoorloofd om mij aan de schandpaal te nagelen. Ze nemen via Twitter contact op met mijn werkgevers, ze 'waarschuwen' mensen in de journalistieke wereld dat ik een racist ben, en ze houden een ijzingwekkend zorgvuldig dossier over mij bij.'

Uit de enquête onder columnisten blijkt dat de meeste vrouwelijke opiniemakers wel gewend zijn aan de dreigementen. Zeventien vrouwen voelen zich zelden of nooit geïntimideerd. Maar niet alles went. Volkskrant-columnist Asha ten Broeke wordt sinds 2009 belaagd door haters en trollen. 'Meestal doet het me niet zo veel, zelfs als ze schrijven dat ik moet worden verkracht met een boomstam. Maar ik heb ook weleens het dreigement gehad dat mijn kinderen moesten worden ontvoerd, en dat ik maar goed om me heen moest kijken op het schoolplein. Ik doe alles om mijn adres te beschermen en zet nooit foto's van mijn kinderen op Facebook. Ik heb de school ook gevraagd geen foto's online te zetten. Mijn kinderen zijn wel echt een zorg.'

Catherine Keyl, de Telegraaf

De vraag die rijst is: waar komt al die vrouwenhaat vandaan? Zijn de trollen die hopen dat Asha ten Broeke wordt verkracht representatief voor een grote groep in onze samenleving? Volgens Tom van Laer, communicatie-onderzoeker aan de Cass Business School, onderdeel van de University of London, is het vooral de technologie van social media die xenofobie en seksisme in de hand werkt. 'Doordat zowel zoekmachines als social media met grote algoritmes werken, ontmoeten vooral gelijkgestemden elkaar op Facebook en Twitter. Als iedereen je gelijk geeft, word je bekrachtigd in je haat en durf je de volgende keer nog verder te gaan. Zo leidt de filterbubbel tot radicalisering.'

Dit polariserende effect van social media ziet ook Karla Mantilla, als onderzoeker verbonden aan de Universiteit van Maryland en auteur van het boek Gendertrolling How misogyny went viral. Mantilla muntte de term 'gendertrolling'; een constante aanval van grote groepen trollen op vrouwen die zich uitspreken over seksisme of seksueel geweld.

Gendertrollen stelen de identiteit van vrouwen, maken beschamende nepaccounts aan, ze zetten adressen van hun slachtoffers online. Slachtoffers van gendertrolling moeten geregeld onderduiken of lezingen afzeggen door serieuze dreigementen. Mantilla: 'Het probleem is dat dit soort mannen want dat zijn het dikwijls een uitlaatklep hebben gevonden. Vroeger zaten ze in de kroeg te schelden, dan zei de barman: 'Zeg, zo kan-ie wel weer.' Nu kunnen ze op websites als 4chan en Reddit ongebreideld hun haat en seksisme over vrouwen heen storten, en maken ze nieuwe vrienden along the way.'

Reacties die Elfie Tromp ontving.

Maar het is volgens Mantilla niet alleen de sociologie van internet die leidt tot vitriool en venijn gericht op vrouwen. 'Vrouwenhaat is springlevend in de Amerikaanse samenleving, en krijgt nu online legitimering doordat sommige van de ergste online vrouwenhaters nu in het Witte Huis zitten. Denk aan Steve Bannon wiens website Breitbart stukken publiceerde met koppen als 'Does feminism make women ugly?' en 'The Solution To Online 'Harassment' Is Simple: Women Should Log Off.'

De geïnterviewde columnisten hebben vooralsnog niet of nauwelijks te maken met dit soort georganiseerde, aanhoudende aanvallen van gendertrollen. Maar zeggen wel last te hebben van websites als GeenStijl.nl en Dumpert.nl, die vrouwen aanvallen die schrijven over feminisme of man-vrouwverhoudingen. Misdaadjournalist Peter R. de Vries zet zich in voor slachtoffers van online smaad en intimidatie en signaleert een enorme negatieve invloed van deze sites. 'Het zijn instituties die hun werk hebben gemaakt van het vernederen en beschimpen van mensen. De Telegraaf Media Groep (TMG) is 100 procent eigenaar van dit soort sites, maar in plaats van de pesterijen aan te pakken, verdienen ze er geld aan. En dan schrijft De Telegraaf vervolgens over normen en waarden.' TMG wilde niet inhoudelijk reageren.

Drie archetypes: wie zijn de haters?


De rechtse vrouwenhater


Hij verzet zich tegen wat hij ziet als ‘doorgeslagen politieke correctheid’ en heeft weinig op met feminisme. Hij belaagt ‘gutmenschen’ en vindt dat vrouwelijke opiniemakers met een migrantenachtergrond ‘terug naar hun eigen land moeten’.

De vileine vrouw

Ook vrouwen maken zich schuldig aan seksisme en vrouwenhaat. Uit een analyse uit 2016 van Twitter in de VS en het VK blijkt zelfs dat vrouwen vaker woorden als ‘slet’ en ‘hoer’ gebruiken. Cosmeticamerk Dove constateerde in 2014 dat vrouwen zich online vaker schuldig maken aan bodyshaming. In Nederland is de groep vrouwelijke trollen vooralsnog klein, maar in online discussies over moederschap en feminisme kunnen ze behoorlijk uithalen.

De social justice warrior

Deze twitteraar is zelden anoniem, en voelt zich gelegitimeerd om tegenstanders genadeloos aan de schandpaal te nagelen: hij of zij vecht immers tegen racisme en seksisme, en in die strijd is alles geoorloofd, zelfs intimidatie.

In gesprek met reageerders

Ook andere media- en internetbedrijven zouden volgens deskundigen meer verantwoordelijkheid moeten nemen om van internet een open samenleving te maken waar mensen niet worden getergd en bedreigd. Het sluiten van de reageermogelijkheid lijkt niet de ideale oplossing. Nieuwe media gaan er vaak juist toe over intensiever in gesprek te gaan met de reageerders. Zo blokkeert het nieuwsplatform The Next Web nooit comments, maar pareert het hatelijke reacties met harde grappen. Je moet de trollen wél voeden met snoeiharde kritiek is de filosofie.

Ook de redactie van De Correspondent zet zich in voor een beter online debat. Toegegeven: xenofobie en seksisme zijn iets makkelijker te bestrijden onder keurig betalende abonnees dan bij reageerders op nieuwssites die alleen maar hoeven in te loggen. Toch biedt de haatvrije omgeving van De Correspondent perspectief. Uitgever Ernst-Jan Pfauth: 'Bij ons op de site zie je dat je door heldere spelregels en grote betrokkenheid van de redactie wel degelijk tot een volwaardig gesprek kunt komen. Soms hebben nieuwe leden nog dat typisch neerbuigende internettoontje. Maar dat leren ze snel af, vooral als de journalist inhoudelijk reageert op hun kritiek.'

Voor grote bedrijven als Facebook en Twitter rest een schone taak om de rules of engagement te verbeteren. Volgens Peter R. de Vries moeten mensen veel makkelijker een klacht kunnen indienen. 'En ik denk dat we echt af moeten van anonieme twitteraars. Nu kan iedereen onder de schuilnaam 'de blauwe banaan' de afschuwelijkste tweets versturen. Ze komen ermee weg, want de politie doet nauwelijks wat aan online intimidatie, bedreiging, afpersing en identiteitsdiefstal. Er is daarnaast een stuitend gebrek aan onderwijs over internet, waardoor jongeren steeds vaker denken dat wat je op internet zegt, niet 'echt' is.' Dat constateert ook Sarah Sluimer, die offline vaak mildere gesprekken voert met de mensen die haar online bestoken met kritiek. 'Mensen moeten gaan beseffen dat er moreel geen verschil is tussen off- en online. Een eerste stap is het opheffen van anonimiteit online.'

De columnisten die meededen aan de enquête proberen tot die tijd het probleem zelf op te lossen; ze gaan in gesprek met bedreigers, schermen hun Facebookpagina af, muten de lastigste twitteraars, of verdwijnen soms helemaal van social media, om zichzelf of hun kinderen te beschermen. Wat de columnisten ook doen als ze de trollenlegers helemaal zat zijn, is bepaalde onderwerpen laten rusten. Ook al hebben ze een goed onderbouwde mening over de vluchtelingencrisis of massa-aanrandingen, ze branden hun vingers er niet aan. AD-columnist Nynke de Jong: 'Ik schreef over De Telegraaf die de term 'vluchtelingenplaag' gebruikt, iets waar ik me boos over maakte. Toen kreeg ik weer zo'n bak ellende over me heen, dat ik vervolgens een week lang middle of the road columns heb geschreven. Stukjes waarvan ik wist: de reacties hierop kan ik wel aan. Zo hoefde ik me even niet meer druk te maken over de boze meningen.'

Foto de Volkskrant

Vrouwen die onbekommerd hun mening willen geven, moeten zich harnassen tegen dreigtweets, seksuele toespelingen en scheldpartijen. Om daar ongevoelig voor te zijn, moet je misschien wel de respectabele leeftijd van Marjan Berk bereiken, met 84 jaar de oudste columnist van Nederland, bij het AD. Vroeger kreeg Berk hijgers aan de lijn en ontving ze brieven waarin ze werd uitgemaakt voor 'vuile jodin'. En nu krijgt Berk de hatelijke of seksistische opmerkingen online. 'Mijn acht kleinkinderen vertellen het me als er over mij wordt getwitterd. Soms is dat vrolijk, soms heel onaardig. Ach, ik heb in mijn leven twee glazen plafonds doorbroken, eerst als vrouw met een column, en toen als oudere vrouw met een column. Wie maakt mij nog wat?'