AchtergrondKlimaatwetenschap

Zó erg wordt het ook weer niet met het klimaat: hoe het rampscenario de bovenhand krijgt

Beeld Lauren Hillebrandt

Het klimaat warmt op, veel te hard, maar betekent dat ook het einde van de tonijn, de pinguïn en de landbouw in Zuid-Europa? Hoe van vier klimaatscenario’s het rampscenario telkens de bovenhand krijgt.

‘Verandert er niets aan de huidige trends van CO2-uitstoot, dan zwelt de vluchtelingenstroom naar Europa aan tot een miljoen mensen per jaar.’

‘De rijstopbrengst kan deze eeuw door klimaatverandering ruim 40 procent afnemen.’

‘De keizerspinguïn zal uitsterven als de huidige klimaatverandering aanhoudt.’

‘Eenzesde zeeleven binnen tachtig jaar verdwenen.’

Het zijn zomaar enkele van de klimaatinzichten die de afgelopen tijd als sombere paukenslagen weerklonken door het nieuwslandschap. De Europese gletsjers? ‘Eind deze eeuw verdwenen’. De zeespiegel? Eind deze eeuw met 2 meter gestegen. Het eten op ons bord? ‘22 procent wilde aardappels uitgestorven in 2055’, vernamen we, terwijl de visserijopbrengst ‘zonder drastisch ingrijpen’ met een kwart zal verminderen, het bier ‘193 procent duurder’ wordt en de truffel ‘het einde van de eeuw niet zal halen’.

Er is één troost. Hoe stellig zulke beweringen ook klinken, in werkelijkheid is het juist erg ónzeker of ze ooit uitkomen. Stuk voor stuk zijn ze gebaseerd op een aanname, waarvan steeds meer wetenschappers zeggen: die is veel te somber. De sinistere verhalen gaan uit van een CO2-uitstoot die steeds meer is achterhaald door nieuwe analyses en prognoses, en vooral: door de feiten. Want de werkelijkheid pakt vooralsnog niet een beetje, maar stukken gunstiger uit dan de aanname stelt.

‘Simpel gezegd: het somberste scenario gaat over een energiesysteem dat sterk is gebaseerd op kolen, waarbij zon en wind een beperkte rol spelen, de elektrische auto niet doorzet en de bevolking doorgroeit naar 12 miljard, in plaats van de 11 miljard uit de huidige prognoses’, zegt emissieonderzoeker Detlef van Vuuren.

‘Het staat buiten kijf dat de echte wereld en die van de aanname snel uit elkaar lopen’, stelt de Amerikaanse beleidswetenschapper Roger Pielke jr., fel criticus van het scenario. ‘Dit scenario is zo weinig plausibel, dat het geen plek verdient in allerlei beleidsanalyses en uitspraken over de gevolgen van klimaatverandering.’

Het probleem zit diep. Voor dit artikel bekeken we alle nieuwsberichten over onze klimaattoekomst die de afgelopen vijf jaar in Nederland het nieuws haalden. Van ‘Bevroren gebieden Alaska zullen deze eeuw bijna halveren’ tot ‘1,5 miljoen meer doden door hittegolven in India in 2100’. En van ‘Klimaatverandering bedreigt 37 procent van alle soorten landplanten’ tot ‘Klimaatverandering bedreigt landbouw en veeteelt in zuidelijk Europa’. We sloegen de achterliggende onderzoeken op en controleerden de aannames die achter zulke voorspellingen zitten.

En wat blijkt: van de 40 nieuwsberichten die we bekeken, zijn er liefst 33 gebaseerd op de opgevoerde rampenwereld die kenners juist onwaarschijnlijk achten. Tweederde van de nieuwsberichten doet bovendien alsof het onheilsscenario een keiharde voorspelling is: dit is wat er gaat gebeuren als we de CO2-uitstoot niet inperken, punt uit.

Vooraf: klimaatverandering is echt, dat betwist niemand. De afgelopen eeuw is de temperatuur op aarde met 1,1 graad gestegen en dat komt doordat we de dampkring verdikken met broeikasgassen. Zelfs met de maatregelen die in Parijs zijn afgesproken erbij, gaat dat vrijwel zeker te snel om de 1,5 graad opwarming die de wereldpolitiek nastreeft nog te halen. We gaan, in het huidige tempo, af op ongeveer 3,2 graden opwarming, volgens een recente analyse: veel meer dan politici en veel wetenschappers verantwoord achten.

De gevolgen zijn nu al waarneembaar en zullen in de toekomst steeds tastbaarder worden, ook dat is onomstreden. De Groenlandse ijskap smelt tweemaal sneller dan voorheen, het ijs van West-Antarctica zelfs drie keer sneller. Intussen zijn er meer hittegolven in gebieden die daarvoor gevoelig zijn, is er meer neerslag in de overgangsgebieden tussen land en zee, verdrogen oerwouden en zijn er meer overstromingen in kuststreken: de klimaatopwarming vergroot alles uit.

Dit verhaal gaat over iets anders: hoe snel dat gaat in de toekomst. Om dat te bepalen, gebruiken wetenschappers verschillende scenario’s van hoe de CO2-uitstoot kan oplopen. En de onheilsverhalen gaan haast allemaal uit van een ‘turbowereld’ waarbij die CO2-uitstoot deze hele eeuw sterk blijft toenemen. Terwijl de uitstoot in de werkelijke wereld helemaal niet zo’n vaart meer blijkt te lopen, en vorig jaar zelfs tot stilstand kwam.

Grondstof voor modellen

Het begon allemaal een jaar of vijftien geleden, vertelt Detlef van Vuuren. De hoogleraar mondiale milieuproblematiek en seniorwetenschapper bij het Planbureau voor de Leefomgeving is de onderzoeker onder wiens regie de CO2-scenario’s destijds tot stand kwamen.

‘We zaten in de aanloop naar het vijfde rapport van het VN-klimaatpanel IPCC. De onderzoeksgemeenschap had grote behoefte aan gegevens over het verloop van de broeikasgassen, om de klimaatmodellen te kunnen draaien’, vertelt hij, tijdens de lunch in een statig kantoorpand aan de Haagse Bezuidenhoutseweg. ‘We begrepen dat het veel tijd zou kosten om daarvoor een uitgebreid systeem te ontwerpen. Dus kozen we voor een snellere route: we nemen vier scenario’s uit de literatuur. Een hoge, een lage, en twee in het midden.’

Beeld Lauren Hillebrandt

Dat werden de vier ‘representative concentration pathways’ ofwel RCP’s, zoals de werelden technisch heten. Bedoeld als grondstof voor de klimaatmodellen waarmee klimaatonderzoekers hun prognoses doen. Wil je weten hoe het de maïsteelt in Portugal vergaat, de vissen in de Stille Zuidzee of de zeespiegel bij Tonga? Begin met een RCP. Die schetst hoe snel het CO2-gehalte kan oplopen – en daarmee: hoe snel de aarde naar verwachting opwarmt.

Vier scenario’s, schonk Van Vuurens groep de klimaatwereld. Daar, de kleinste, dat is ‘RCP 2.6’: het scenario waarin de CO2-uitstoot al vanaf dit jaar zou gaan dalen. Al veel minder onschuldig zijn RCP 4.5 en RCP 6.0 – de getallen staan voor de hoeveelheid energie in Watt per vierkante meter aardoppervlak die we in 2100 extra op ons dak krijgen, door versterking van het broeikaseffect. In RCP 4.5 en 6.0 matigen we de uitstoot van broeikasgassen, maar niet genoeg. Met als gevolg: een temperatuur die in 2100 oploopt met 1,8 tot 3,9 graden ten opzichte van het pre-industriële tijdperk, een zeespiegel die 30 tot 60 centimeter stijgt ten opzichte van vandaag, en aanzienlijke gevolgen voor kustgebieden, oogsten en kwetsbare natuur.

Maar dat is nog niks vergeleken met het scenario met de grootste mond, de relschopper van het stel: RCP 8.5. Het doemscenario, waarin alles helemaal misgaat. In RCP 8.5 neemt de bevolking sneller toe dan voorzien, innoveren we niet genoeg, groeit de economie langzaam en verstoken we alsmaar méér kolen, olie en kerosine. Met als gevolg een CO2-gehalte dat meer dan verdubbelt, een gemiddelde wereldtemperatuur die oploopt tot 5,9 graad warmer eind deze eeuw en een zeespiegel die in 2100 haast een meter hoger staat dan nu.

‘RCP 8.5 is niet het meest waarschijnlijke scenario’, zegt Van Vuuren. ‘De argumentatie was: het is belangrijk om hem erbij te hebben. Omdat je wilt weten welke risico's we lopen. We hebben immers maar één aarde.’ 

Scenario’s dus. Pak het originele onderzoeksartikel erbij: ‘De RCP’s moeten niet worden opgevat als voorspellingen of als richtinggevend voor beleid’, staat daar, zo duidelijk als maar kan. ‘Er is geen waarschijnlijkheid of voorkeur verbonden aan een van de scenario’s.’

Maar al vrijwel direct waren er onderzoekers die het rampenscenario verkeerd uitlegden. Kennelijk was dit de situatie als er niets verandert en we op de oude voet blijven doorstoken, namen sommigen aan. ‘RCP 8.5 geeft een relatief conservatief business-as-usualgeval aan, met een laag inkomen, grote bevolking en een hoge energievraag’, noteerde de Oostenrijkse energie-expert Keywan Riahi in een invloedrijke uitwerking van het scenario.

Relatief conservatief, business as usual, dit is wat er gebeurt zonder klimaatbeleid; zo wordt RCP 8.5 sindsdien vaak aangehaald. ‘De primaire focus ligt op het RCP 8.5-scenario, dat de business-as-usualsituatie vertegenwoordigt waarin klimaatverandering ongeremd doorgaat’, noteerde de internationale unie voor natuurbehoud IUCN afgelopen zomer in een rapport, dat onder meer voorziet dat de tonijn en de zwaardvis ‘bij ongewijzigd beleid’ zullen uitsterven. ‘RCP 8.5 neemt een business-as-usualbenadering aan’, schreef het Europees Milieuagentschap EEA in september in een rapport over de landbouw dat door talloze nieuwsmedia werd overgenomen

Beeld Lauren Hillebrandt

Gemakshalve erin geslopen

‘Het is inderdaad wel wat ongelukkig dat we dit scenario business as usual zijn gaan noemen’, erkent ook Roderik van der Wal, hoogleraar zeespiegelstijging in Utrecht en auteur van een IPCC-tussenrapport over de oceanen. ‘Het is iets wat er gemakshalve in is geslopen.’

Er speelde meer. Zo was RCP 8.5 domweg eerder klaar voor gebruik dan de middenscenario’s en maken onderzoekers er graag gebruik van omdat het zulke duidelijke, afgetekende resultaten oplevert. ‘Het stomme is’, bekent een Nederlandse klimaatwetenschapper die alleen op achtergrondbasis wil spreken, ‘dat ik ergens ook wel weet dat die RCP’s een tussenoplossing waren. Je staat er gewoon niet bij stil dat die RCP’s een eigen leven kunnen gaan leiden.’

Aanvankelijk ging dat nog goed. Ongetwijfeld heeft het rampenscenario bijgedragen aan het besef dat klimaatverandering ernstige gevolgen kan hebben. ‘Je zult altijd ook naar de mogelijk minder waarschijnlijke toekomstbeelden moeten kijken, juist omdat je die toekomst wilt voorkomen’, zegt van Vuuren. ‘En destijds waren dit heel redelijke bandbreedtes. We hebben altijd meer kritiek gehad dat de onderkant te onrealistisch zou zijn dan de bovenkant.’

Maar de laatste tijd zijn er steeds meer aanwijzingen dat RCP 8.5 toch echt te somber is. Vooral de CO2-uitstoot door fossiele brandstoffen, de belangrijkste ‘stelknop’ van de scenario's, begint steeds opvallender te wijken van RCP 8.5:

De wereld ligt een paar miljard ton CO2 per jaar ‘achter’ op het onheilsscenario – en meer op koers met de middenscenario’s, RCP 4.5 en 6.0.

Een opvallende analyse verscheen vlak voor de klimaattop in Madrid, van de man met de coolst klinkende naam van de klimaatwetenschap, Zeke Hausfather van de Berkeley Universiteit in Californië. Hausfather onderzocht wat er gebeurt als je de jongste verwachtingen van het energieverbruik, opgesteld door het Internationaal Energie Agentschap, invoert in de klimaatmodellen. Van het resultaat kijk je toch even raar op: we gaan inmiddels af op RCP 4.5 en misschien zelfs RCP 2.6, een verbluffende twee maal zo lage koers als het doemscenario.

Beeld Zeke Hausfather

Of neem het net verschenen CO2-jaarrapport van het Unep, de VN-organisatie die de milieuafspraken bijhoudt. In 2030 zal de totale broeikasgasuitstoot, bij onveranderd beleid, uitkomen op 60 miljard ton, verwacht het Unep, en nog eens 6 miljard ton lager als iedereen zich aan ‘Parijs’ houdt. Dat is veel te veel om onder de 1,5 graad opwarming te blijven. Maar tegelijk ligt het ver onder de 71 miljard ton uitstoot die RCP 8.5 ons voor het jaar 2030 toedicht.

Het verschil zit hem vooral in het zwarte spul: steenkool en olie. Volgens RCP 8.5 gaan we deze eeuw niet minder, maar juist steeds méér kolen en olie stoken, tot liefst zes keer zoveel in het jaar 2100. ‘Het scenario voorziet een transitie naar steenkool’, zoals twee Canadese milieuwetenschappers schrijven in een analyse in vakblad EnergyWe zouden, bij wijze van spreken, de wind- en zonneparken weer afbreken en alle net gesloten kolencentrales weer opengooien, een nogal rare aanname. In werkelijkheid stijgt de vraag naar steenkool al sinds 2014 niet meer, rijden we meer elektrisch en daalt de prijs van zonnepanelen en windenergie veel sneller dan iedereen had voorzien.

Nog zoiets: volgens RCP 8.5 zou de technologische vooruitgang niet sneller gaan, maar juist vertragen, tot ongeveer half het tempo van de afgelopen halve eeuw. Niet in de haak, vindt Hausfather. ‘Onmogelijk zou ik het niveau van opwarming uit RCP 8.5 niet noemen’, benadrukt hij. ‘Maar onwaarschijnlijk was het al vanaf het begin: de 10 procent ongunstigste scenario’s van de ongunstigste situatie. En het afgelopen decennium is het ook nog eens veel onwaarschijnlijker geworden. De kans dat elk land op aarde de klimaatafspraken van Parijs verlaat en weer op massale schaal steenkool gaat verstoken, lijkt me niet heel groot.’

Niet zo erg als het lijkt

Dat is, laten we wel zijn, goed nieuws. ‘Het is niet zo erg als het lijkt’, constateerde onlangs zelfs milieujournalist David Wallace-Wells, auteur van het inktzwarte klimaatessay ‘De onbewoonbare aarde’. ‘Iedereen, ook ik, die zich baseert op het RCP 8.5-scenario, moet zijn begrip eigenlijk bijstellen, de minder alarmistische kant op.’

Wat dat betreft zijn de sombere krantenkoppen steeds meer een soort echo van vroeger: de toekomst die dreigde toen er nog helemaal geen klimaatbeleid was.

Soms maakt dat trouwens weinig uit. Neem de verkenning die Europese milieuwetenschappers afgelopen najaar opstelden van de mediterrane landbouw. In de toekomst volgens RCP 8.5 zou de Portugese maïsteelt eind deze eeuw 30 kilogram per hectare minder opleveren, becijferden de onderzoekers. Bij het gunstigere middenscenario RCP 4.5 zou dat 20 kilogram maïsopbrengst minder zijn, nog steeds een fors verlies.

Of neem de zeespiegel. Die blijkt door het onverwacht snel smelten van de ijsmassa’s op Groenland en Antarctica sneller te stijgen dan aanvankelijk voorzien, met als gevolg dat de gemeten zeespiegelstijging aan de bovenkant van de verwachting ligt. ‘Bovendien is het sowieso verstandig om, als je het over zeespiegelstijging hebt, uit te gaan van het ergst denkbare, en niet van het gemiddelde’, zegt Van der Wal.

In andere gevallen kan RCP 8.5, letterlijk, het verschil uitmaken tussen leven en dood. In 2030 leven 122 miljoen mensen in armoede door klimaatverandering, maakte de VN afgelopen zomer bekend, in een conclusie die alleen op Facebook al een half miljoen keer rondging. De kleine lettertjes: volgens de meer realistische middenscenario’s zijn het er 3- tot 35 miljoen, nog steeds te veel maar toch ook een stuk minder dramatisch. En de geschatte 1 miljoen klimaatvluchtelingen die de EU volgens een recente Amerikaanse studie in 2100 kan verwachten? Volgens het middenscenario zijn het er slechts 100 duizend, blijkt bij nadere inspectie.

Lastig wordt het als universitaire persberichten de overdrijving nog extra uitvergroten. Milieueconoom Richard Tol bestudeerde samen met twee collega’s wat in steden de economische schade is van klimaatverandering: 2,3 procent van het bruto nationaal product in het middenscenario, en 5,6 procent in de turbowereld van RCP 8.5, noteerde hij in vakblad Nature Climate Change. Waarna het persbericht van de VU Amsterdam het lage getal wegliet, en meldde dat ‘het wereldgemiddelde 5,6 procent verlies aan bruto nationaal product’ bedroeg. Een cijfer dat ook de Volkskrant haalde. ‘Net zoals journalisten vaak niet hun eigen krantenkoppen schrijven, schrijven wij wetenschappers vaak niet onze eigen persberichten’, verontschuldigt Tol zich achteraf.

Veel te zwaar aangezet

In academische kring begint de ergernis over het overmatige gebruik van het rampenscenario toe te nemen. Door het ergst denkbare telkens af te schilderen als de gewone gang der dingen, zou men de onheilstrom te hard roeren en defaitisme in de kaart spelen. ‘We mogen geen genoegen nemen met 3 graden opwarming’, benadrukt Hausfather, die zijn berekeningen een paar weken geleden nog eens opschreef in vakblad Nature. ‘Maar net zo min mogen we negeren dat we ook vooruitgang hebben geboekt.’

In de VS schreef Pielke jr. een reeks vlammende essays over de kwestie. Volgens een analyse van zijn hand noemen inmiddels 1.214 onderzoeken het onwaarschijnlijk hoge CO2-scenario ‘business as usual’. En zo’n 12 duizend andere studies bouwen daarop voort, telde hij.

‘Het misbruik van RCP 8.5 is endemisch’, vindt hij. ‘Als je een nieuwsartikel ziet met dramatische prognoses van de gevolgen van klimaatverandering, kun je er donder op zeggen dat het komt van RCP 8.5. Vermenigvuldig die dynamiek met duizenden klimaatstudies, en je krijgt de volledige omzetting van klimaatverandering tot iets wat veel apocalyptischer lijkt dan de achterliggende wetenschap kan rechtvaardigen.’

Inderdaad klinkt het rampscenario op allerlei manieren door in het maatschappelijk debat. Neem het spraakmakende Urgenda-arrest, dat de Nederlandse staat tot strenger klimaatbeleid dwong. ‘Het IPCC verwacht dat als reductiemaatregelen uitblijven, de temperatuur op aarde in 2100 met 3,7 tot 4,8 graden zal zijn gestegen’, citeert de Haagse rechtbank nietsvermoedend de wereld volgens RCP 8.5.

Van het beleidsstuk waarin de gemeente Amsterdam onlangs vaststelde dat de hoofdstad zal veranderen in ‘een snelkookpan’ tot de voorspelling dat er over twintig jaar geen wintersport meer zal zijn in de Alpen; en van de Waddenvereniging die voorziet dat de Wadden straks verdrinken tot de auteur die vorige week in deze krant zei dat Noord-India eind deze eeuw onbewoonbaar zal zijn: RCP 8.5 is overal. 

Het zal nog even duren voordat de wetenschap greep krijgt op de middenscenario’s. ‘Het punt is: veel van de literatuur zit nu eenmaal op RCP 8.5. En als IPCC vatten we de bestaande literatuur samen’, legt Van Vuuren uit.

Misschien kan het eindelijk voltooide nieuwe systeem van CO2-uitstootscenario’s uitkomst bieden, een systeem dat experts ‘shared socio-economic pathways’ noemen en dat de RCP’s moet vervangen. In plaats van vier simpele lijntjes, bieden deze SSP’s een veel rijker beeld, met drie nieuwe CO2-scenario’s erbij, en per scenario meerdere ‘verhaallijnen’ over hoe de wereld zich zou kunnen ontwikkelen, vertelt Van Vuuren.

Maar pas op dat we niet doorslaan naar de andere kant en doen alsof het ergst denkbare niet meer kan. Zo zit er onzekerheid in hoe sterk het klimaat precies op broeikasgassen reageert: een CO2-uitstoot waarmee je verwacht uit te komen op rond de 3 graden opwarming, kan in de praktijk uitdraaien op 1,9 graden – of zo veel als 4,4 graden. Een andere vrees is dat de opwarming opeens versnelt, bijvoorbeeld als er extra broeikasgassen vrijkomen uit de permafrost van Siberië.

‘Maak nou niet de vergissing dat de gevolgen van RCP 8.5 niet ook bij andere scenario’s voor kunnen komen’, kan Van Vuuren niet genoeg benadrukken. ‘Het is cruciaal om te beseffen dat de gevolgen van klimaatverandering, ook bij een lager scenario, flink zijn.’

Veel zal bovendien afhangen van hoe groei-economieën zoals India en China hun kolenstook in toom houden. ‘Het ziet er economisch weliswaar niet goed uit voor steenkool, maar kolen heeft nog steeds een sterke politieke dynamiek achter zich’, zegt IPCC-hoofdauteur en klimaatbeleidswetenschapper Heleen de Coninck.

Voorlopig zijn de voortekenen gunstig. Vorig jaar stokte de wereldwijde CO2-uitstoot, zo maakte het Internationaal Energieagentschap vorige maand bekend, tot verrassing van zelfs de meest optimistische analisten. Volgens het RCP 8.5-scenario zou zo’n stabilisatie pas op zijn vroegst over tachtig jaar plaatsvinden, en niet op de huidige 33 miljard ton CO2 per jaar, maar op meer dan 100 miljard ton.

‘Ik heb goede hoop dat we dankzij klimaat- en duurzaam energiebeleid RCP 8.5 echt kunnen gaan uitsluiten’, zegt De Coninck. ‘Hopelijk krijgt niemand die geest meer terug in de fles. Maar we hebben in het verleden ook gezien dat het gevoel van urgentie om klimaatverandering aan te pakken sterk kan variëren.’

Het jaar 2100 volgens RCP 8.5

1/ Een tjokvolle wereld

De wereldbevolking is gegroeid tot 12 miljard mensen in 2100.

Maar: Volgens de VN gaan we af op een wereldbevolking in 2100 van 10,9 miljard mensen.

2/ Weinig technologie

Het wegverkeer rijdt nog steeds op benzine. Windenergie is er nauwelijks. De ‘energie-intensiteit’ (de verhouding tussen energieverbruik en inkomen) is maar met een half procent per jaar verbeterd.

Maar: Al in 2030 moet in Europa de helft van alle nieuw verkochte auto’s elektrisch zijn. Wind maakt nu al bijna 5 procent van alle energie uit, een sterke groei. En de energie-intensiteit verbetert met ongeveer 1 procent per jaar.

3/ Overal kolen

We gebruiken 6,5 keer zoveel steenkool als vandaag. Ongeveer de helft van alle energie komt uit kolen.

Maar: Volgens het energie-agentschap IEA neemt het aandeel steenkool de komende decennia juist af, van 27 procent nu tot 21 procent of nog minder in 2040.

4/ Overal armoede

Het wereldinkomen is niet erg gestegen. Het bruto product van de wereld is 250 biljoen dollar (tegenover 81 biljoen nu).

Maar: Een raming van de OECD voorziet dat het bruto product al ruim voor 2100 hoger is: 270 biljoen dollar in 2060.

5/ Een dampkring vol broeikasgas

Door de uitstoot van broeikasgassen zitten er 1000 deeltjes per miljoen (ppm) CO2-moleculen in de lucht (nu 410). Daardoor is het gemiddeld tussen de 3,3 en 5,9 graad warmer dan vandaag.

Maar: De CO2-uitstoot nam vorig jaar niet toe, al is dat wellicht tijdelijk. Volgens een recente analyse stevenen we, zonder verdere aanscherping van de klimaatafspraken van Parijs, af op een 3,2 graden warmere wereld dan vandaag.

En het IPCC?

Sla een van de toonaangevende klimaatrapporten open van het VN-klimaatpanel het IPCC en al snel kom je ze tegen: we zien twee toekomstscenario’s, RCP 8.5 en RCP 2.6, terwijl de middenscenario’s zitten weggestopt in de kantlijn:

Dat geeft wel aan: het extreme onheilsscenario RCP 8.5 is ook bij het IPCC prominent aanwezig. Zoals het panel zelf noteerde in zijn tussenrapport over de ijsmassa’s op aarde: ‘RCP 4.5 en RCP 6.0 zijn niet beschikbaar voor alle onderwerpen die in dit rapport worden behandeld.’

Het IPCC is zich er wel degelijk van bewust dat RCP 8.5 niet de situatie voorstelt zonder klimaatmaatregelen, benadrukt IPCC-auteur Van der Wal desgevraagd. ‘De scenario’s worden in de IPCC-rapporten altijd nadrukkelijk gebruikt zonder waarschijnlijkheid.’ 

Nou ja, bijna altijd dan. In een beroemde grafiek van de RCP’s in het IPCC-rapport staat in de kantlijn ter een balkje ter hoogte van RCP 8.5: ‘baseline 2100’. Oftewel: dit is waar we op af stevenen zonder klimaatbeleid, drukt de grafiek uit.

Hoe we te werk gingen:

Voor dit artikel onderzochten we Nederlandse nieuwspublicaties in de jaren 2015-2020 die gaan over de gevolgen van klimaatverandering. Daartoe keken we bij nieuwssite Nu.nl naar artikelen over klimaatverandering en zochten we in het interne krantenarchief van de Volkskrant en bij de Nederlandstalige persagentschappen naar de zoekwoorden ‘klimaatverandering + 2100’, ‘klimaatverandering + 2050’ en ‘klimaatverandering + ‘einde van deze eeuw’.

We keken alleen naar ‘nieuwe’, uit onderzoek verkregen inzichten. Een artikel dat terloops herhaalt dat de zeespiegel bij Miami in 2100 anderhalve meter hoger staat, of een reportage uit Bangladesh die het heeft over een zeespiegelstijging van 98 centimeter, telden we bijvoorbeeld niet mee, bij gebrek aan directe bron van het onderzoek. Uiteraard vielen ook de nieuwsberichten af die gaan over heden of verleden, zoals bijvoorbeeld een artikel dat signaleert dat hittegolven tegenwoordig meer voorkomen dan een eeuw geleden. In totaal leverde dat 54 nieuwsberichten op, waarvan er na ontdubbeling en schrappen van niet op onderzoek herleidbare berichten 40 overbleven.

Als een toekomstvoorspelling wél herleidbaar was tot een bepaald onderzoek, pakten we dat onderzoek erbij en doorzochten we het op termen als ‘Representative Concentration Pathway’ en ‘RCP’, om te achterhalen welke achterliggende CO2-scenario’s men gebruikte. Ook maakten we aantekeningen hoe men die keuze in het onderzoek rechtvaardigde.

Een paar voorbeelden.

1. Dalende rijstopbrengst?

Op Nu.nl vonden we dit bericht:

Het achterliggende onderzoek vonden we hier. In deze passage zegt men: de ‘meest waarschijnlijke klimaatomstandigheden’ voor het eind deze eeuw zijn 5 graden opwarming en 850 ppm (deeltjes per miljoen) CO2. Afgezien van het feit dat het IPCC geen waarschijnlijkheden toekent aan de RCP-scenario's, ligt deze aanname nog boven het rampenscenario RCP 8.5 (middenwaarde opwarming 4,4 graden).

Waarna men rijst kweekt in de kas bij 5 graden warmere condities, en ruim tweemaal zoveel CO2, en dat onverkort aanduidt als ‘future climate’.

Het persbericht is vervolgens stellig:

Waarna de nieuwskoppen nog meer de indruk wekken dat het hier gaat om een onontkoombare toekomst:

2. Uitstervende zeedieren?

Op HLN vonden we dit bericht:

Het achterliggende onderzoek in Nature Climate Change, naar zeereservaten, laat er geen misverstand over bestaan dat RCP 8.5 de business-as-usualsituatie is, en kijkt dan ook alleen naar dit scenario:

Interessant genoeg gaat de studie niet zozeer in op diersoorten, maar op de zeewatertemperatuur in natuurreservaten. In het persbericht gaat het wel degelijk over dieren, en is het RCP 8.5-scenario zelfs een ‘verwacht niveau van opwarming’ geworden.

2. Hoe het ook kan: smeltende gletsjers in de Himalaya

Nu en dan vonden we ook prognoses die wel degelijk waren in hun aannames. Zoals de onheilspellende bewering, uit Utrecht, dat de gletsjers van de Himalaya in 2100 zeker voor eenderde gesmolten zijn:

In hun onderzoek bekeken Walter Immerzeel en collega’s de verschillende RCP-scenario's - én de situatie bij 1,5 graad temperatuurstijging, de opwarming die de internationale politiek als grens hanteert:

Waarna de Universiteit Utrecht in haar persbericht inging op de situatie bij 1,5 graad opwarming, in plaats van de situatie bij RCP 8.5:

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden