Zo bestrijdt u de post-vakantiedip

Post-vakantiesyndroom

De vakantie zit erop, u gaat weer uitgerust aan het werk. Wat, geen energie? Dan lijdt u aan het post-vakantiesyndroom. Daar is wat aan te doen.

Heerlijk uitgerust schuift u deze weken weer aan in de file en op de perrons, op weg naar kantoor. Na zo'n vakantie kunt u er immers weer helemaal tegenaan. Toch?

Was het maar waar. Verwacht in de eerste ochtendspitsen na de bouwvak gewoon hetzelfde als voorheen: duffe, slaperig kijkende mensen die in de trein nog snel hun make-up doen of die achter het stuur hardop op hun medeweggebruikers zitten te vitten. Bijna de helft van de ambtenaren voelt zich niet goed uitgerust na vakantie, bleek vorig jaar uit een peiling van Binnenlands Bestuur. In Groot-Brittannië zei in een andere peiling zelfs tweederde van de teruggekeerde kantoorklerken zich gestrest te voelen bij de enkele gedachte weer aan het werk te moeten.

Opeens word je weer blootgesteld aan allerlei eisen en verwachtingen

Michiel Kompier, hoogleraar arbeids- en organisatiepsychologie

Noem het gerust een post-vakantiesyndroom, zeggen sommigen. Te definiëren als 'een algemeen gevoel van onbehagen, veroorzaakt door de onmogelijkheid om zich na de vakantie aan te passen aan het werk', zoals hoogleraar psychologie Humbelina Robles Ortega van de Universiteit van Grenada het eens omschreef. Het post-vakantiesyndroom heeft de volgende heuse symptomen: vermoeidheid, concentratiegebrek, prikkelbaarheid, slapeloosheid, hartkloppingen, angst, onverschilligheid en 'een diep gevoel van leegte', aldus Robles Ortega.

Dat is te veel eer, zegt desgevraagd hoogleraar arbeids- en organisatiepsychologie Michiel Kompier van de Radboud Universiteit Nijmegen. 'Je moet oppassen ergens meteen een psychologisch probleem van te maken.' Toen zijn groep eens alle relevante vakantiestudies op een rij zette, vond hij in elk geval geen aanwijzingen voor zo'n syndroom. Waar onderzoekers als Robles Ortega waarschijnlijk eerder op doelen, denkt Kompier, is de landing op aarde na een paar weken heerlijk flierefluiten. 'Het is logisch dat veel mensen dan even moeten slikken. Opeens word je weer blootgesteld aan allerlei eisen en verwachtingen, en ben je dat gevoel van vrijheid kwijt. We zien vaker dat mensen zich daarom gespannen voelen voordat ze weer aan het werk gaan, of bijvoorbeeld de nacht ervoor slecht slapen.'

Verontrustend

Wel/geen mail op vakantie?

Wéér de hele tijd zitten mailen op vakantie? Doe het alléén als u het echt, echt, echt helemaal zelf wilt, raadt hoogleraar arbeids- en organisatiepsychologie Michiel Kompier aan. 'Essentieel is dat mensen in de vakantie helemaal vrij zijn om te doen wat ze willen. Het is dus helemaal niet erg om vanaf je vakantieadres even dat ene mailtje te sturen, als je dat echt graag wilt', zegt Kompier, die zelf soms ook even zijn mail bekijkt op vakantie. 'Maar nu werknemers tijdens de vakantie door allerlei ict-ontwikkelingen vaak met een draadje met hun werk verbonden blijven, moeten we er voor waken dat werkgevers dat niet van ons gaan verwachten.'

Wat niet wegneemt dat het verontrustend is hoe snel we vervolgens weer terugveranderen in de bezige baasjes die we ook al waren vóórdat we vertrokken. Het idee is toch juist dat je van vakantie 'oplaadt' of 'bijkomt'?

Niets daarvan. 'Lots of fun, quickly gone', is de treffende titel boven een studie die Kompier een paar jaar geleden samen met enkele collega's publiceerde in vakblad Work & Stress. Het team volgde groepen van telkens zo'n vijftig tot honderd Nederlandse vakantiegangers vóór, tijdens en na de vakantie, op indicatoren als energie, stemming, vermoeidheid en slaapkwaliteit. En wat bleek: het vakantiegevoel piekt op dag acht van de vakantie, maar eenmaal terug op kantoor, waren de meeste vakantiegangers hun vakantiegevoel binnen een week alweer helemaal kwijt.

Dat signaleerde de Rotterdamse toerismeonderzoeker Jeroen Nawijn ook, die voor zijn promotieonderzoek het geluksgevoel volgde van duizend vakantiegangers en vijfhonderd thuisblijvers. Na de vakantie zaten de mensen die waren weggeweest binnen de kortste keren weer op hun oude geluksniveau. 'We vonden geen duidelijk langetermijneffect', zegt geluksonderzoeker Ruut Veenhoven, Nawijns promotor en een van de medeauteurs. 'Als je op vakantie bent, voel je je beter. En als je terugkomt, ben je weer terug bij af.'

Sterker nog: de grootste piek in het geluksgevoel zat merkwaardig genoeg niet na, maar juist vóór de vakantie, ontdekten de Rotterdammers. 'Blijkbaar begint de voorpret voor de meesten weken tot zelfs maanden voordat de eigenlijke vakantie begint', noteerde het team in een vakblad met de bemoedigende titel Applied Research in Quality of Life.

Dat alles is geen goed nieuws voor wie dezer dagen weer aan het werk moet. Eenmaal terug op kantoor is het of u nooit bent weggeweest, mooi is dat. Gek genoeg maakt het niet eens uit of u nu een maand lang de olifanten bent gaan aaien in het Thaise Chiang Mai of gewoon een weekje in uw voortent heeft zitten kwartetten op natuurcamping Ruigenhoek. Want ook dat blijkt uit de cijfers: hoe lang we weggaan of wat we precies doen, maakt weinig uit.

Kanttekening

De data die we nu hebben, geven aan dat je misschien meer rendement haalt uit een aantal stedentrips verspreid over het jaar

Ruut Veenhoven, geluksonderzoeker

Daarbij hoort wel een kanttekening, benadrukt Veenhoven. 'Ons onderzoek is gebaseerd op gemiddelden. En wat werkt voor de een, hoeft niet te werken voor de ander. Je kunt je best voorstellen dat iemand die sociaal wat onhandig is of een fobie heeft, heus niet opeens gelukkig wordt als je hem in zijn eentje aan een tafeltje aan de Rivièra zet. Zo iemand haalt misschien meer uit een dagje naar de dierentuin.'

Als u op vakantie maar heeft gedaan wat u van plan was, ontdekte Kompier in zijn volgstudies van Nederlandse toeristen. Vakantie heeft alles te maken met het terugkrijgen van de controle over het eigen leven, legt hij uit. 'Zelf aan de touwtjes kunnen trekken is een menselijke basisbehoefte. En idealiter is de vakantie een periode waarin je even helemaal de baas bent over je eigen tijd.'

De hoogleraar vertelt hoe hij met zijn promovendus Jessica de Bloom probeerde uit te vissen waarvan we beter uitrusten: een sportieve vakantie of luieren in de hangmat. 'We vonden geen eenduidig effect. De verschillen tussen mensen zijn daarvoor gewoon te groot', zegt hij. Zo lang de vakantieverwachting maar uitkomt: 'Als een actieve wintersportvakantie wegens een blessure noodgedwongen veranderd wordt in een luiervakantie, raken vakantiegangers geïrriteerd en chagrijnig.'

Korte vakanties

Eén aanbeveling keert opvallend vaak terug. Als voorpret zo belangrijk is en de lengte van een vakantie toch niet echt uitmaakt, is het misschien zinvoller om in plaats van één lange zomervakantie meerdere kortere vakanties te houden. 'De data die we nu hebben, geven aan dat je misschien meer rendement haalt uit een aantal stedentrips verspreid over het jaar', zegt Veenhoven voorzichtig.

Maar goed: daaraan heeft u natuurlijk weinig, zo achteraf. Wie al is geweest en weer aan het werk moet, kan zich hooguit vastklampen aan de doekjes tegen het bloeden die elke nazomer via publiekstijdschriften en treinkranten over de teruggekeerden worden uitgestrooid: probeer een dag eerder terug te komen zodat u niet meteen weer aan het werk hoeft, leg een aandenken aan uw vakantie op uw bureau om de herinnering langer vast te houden, zorg voor een extra leuke afsluitende vakantiedag. 'In alle eerlijkheid', zegt Kompier, 'zulke adviezen zijn natuurlijk een hoop onzin. Het zijn tips om je stemming op te krikken, vaak zonder wetenschappelijke basis.'

Is het dan misschien beter om maar helemaal niet meer op vakantie te gaan? 'Dat is ook weer zo wat', haast Kompier zich te zeggen. 'Voor onze duurzame inzetbaarheid is vakantie als herstelmechanisme van belang. Er is goed onderzoek dat aangeeft dat mensen die nooit op vakantie gaan toch iets vaker ziek zijn en eerder doodgaan.'

Kompier maakt de vergelijking met voedsel: 'Anders kun je ook redeneren: je krijgt toch steeds weer honger, dus ga ik ook nooit meer lekker eten.'