Zijn genetisch gemodificeerde gewassen echt zo slecht?

Hogere opbrengsten en minder gif, dat is dé grote belofte van producenten van genetisch gemodificeerde gewassen. Maar maken ze die belofte waar? Over die vraag is opeens knallende ruzie uitgebroken.

Luchtfoto van een koolzaadakker in Normandië, Frankrijk.Beeld Daniel Auduc / Photononstop

Een 'kritische blik op de valse beloften van genetisch gemanipuleerde gewassen'. 'Gengewassen VS en Canada houden geen woord'. The New York Times 'prikt de hype rond gengewassen door'.

Een rilling van opwinding trekt deze weken door veel linksgezinde mediakanalen: het genetisch veranderde gewas doet niet wat het had beloofd. Twintig jaar nadat Amerikaanse boeren voor het eerst in zee waren gegaan met genetisch omgebouwde gewassen van grootbedrijven zoals Monsanto, is de opbrengst er niet door gestegen en het gifverbruik er niet door gedaald. Althans niet in vergelijking met West-Europa en Frankrijk, waar men geen gengewassen verbouwt. Dat stelde The New York Times begin vorige week in een uitvoerig achtergrondartikel.

Een gevoelige kwestie. In de jaren negentig presenteerde de industrie de nieuwe gewassen immers als handige manier om het gebruik van bestrijdingsmiddelen tegen te gaan. Bij sommige gewassen is een gen ingebouwd dat ze beschermt tegen het onkruidbestrijdingsmiddel glyfosaat: de boer sproeit het gif, onkruid legt het loodje maar het gengewas blijft gewoon staan.

De andere nieuwkomer, herkenbaar aan het voorvoegsel 'Bt', draagt een extra gen waardoor de planten zelf insectengif maken. De plant beschermt zichzelf tegen vraat en de boer hoeft niet meer te sproeien. Dat zou de opbrengst vanzelf verhogen, stelden de makers, en de hoeveelheid gif verminderen.

Hun boodschap sloeg aan. Terwijl Europa de gengewassen onder druk van de milieubeweging weerde, omarmden de Amerikaanse en de Canadese boer ze massaal. In de VS is inmiddels 80 tot 95 procent van alle soja, maïs en katoen genetisch gemodificeerd - uw spijkerbroek bevat waarschijnlijk ingebouwde genen.

Maar nu lijkt de industrie dus te hebben gebluft. Onderzoeksjournalist Danny Hakim van The New York Times dook in de cijfers van onder meer de wereldvoedsel- en landbouworganisatie FAO en vond daarin noch de beloofde grotere opbrengsten noch afnemend gifgebruik terug.

Ja: de opbrengst van koolzaad en maïs nam de afgelopen twintig jaar geleidelijk toe, met ongeveer een kwart per hectare. Maar precies hetzelfde gebeurde in West-Europa, kennelijk gewoon als gevolg van allerlei geleidelijke verbeteringen in zaden en landbouwtechnieken. Bij suikerbiet nam de opbrengst in het gentechvrije Europa zelfs dertig keer méér toe dan in de VS.

Een koolzaadakker in de Auvergne in Frankrijk wordt besproeid met bestrijdingsmiddelen.Beeld Christian Guy

En inderdaad: gaandeweg ging men in de VS minder gif tegen insecten en schimmels gebruiken. Maar in het gentechvrije Frankrijk is die afname nog groter - en in de VS is het gebruik van onkruidbestrijdingsmiddel de afgelopen tien jaar juist weer gestégen, kennelijk omdat het onkruid resistent wordt tegen glyfosaat.

'De analyse laat zien dat de VS, vergeleken met West-Europa, geen merkbaar voordeel in landbouwopbrengst hebben', noteert Hakim. 'Tegelijk is het gebruik van onkruidbestrijdingsmiddelen in de VS gestegen en blijven de VS achter bij Europa's grootste landbouwproducent Frankrijk in het terugbrengen van het algemene gebruik van landbouwgif.'

Misleidend

Een vernietigend oordeel, zo op het oog.

Maar kritiek is er ook. Danny Hakim, de 'kennis-resistente journalist', trekt microbioloog Alex Berezow van het industrievriendelijke kennisnetwerk American Council on Science and Health van leer. Hakims artikel zou vol staan met 'pseudowetenschappelijke onzin' en 'een gepolijste, goed doordachte leugen voor politieke propagandadoeleinden' zijn.

Die kritiek klinkt, in iets kalmere woorden, ook uit universitaire hoek. 'Overdreven en misleidend', noemt agronoom en onkruidexpert Andrew Kniss van de Universiteit van Wyoming het artikel. 'Niet wat je verwacht van een onderzoek in The New York Times.' Ook de bond van sojaboeren ASA schudt het hoofd: de Times zou 'onnauwkeurig' en 'onvolledig' met de cijfers hebben gegoocheld. 'Grondig misleidend', oordeelde intussen The Genetic Literacy Project, een onafhankelijke factchecksite voor biotechnologische kwesties.

Op een punt krijgt de krant vrijwel unaniem gelijk. Inderdaad zijn de gewasopbrengsten in de VS niet spectaculair gestegen. Maar dat was allang bekend, zegt in Wageningen agro-ecoloog Bert Lotz. 'Door het bedrijfsleven is destijds heel wat beloofd. Maar we wisten altijd al dat je geen wonderen hoefde te verwachten. Dit zijn immers geen opbrengstverbeterende gewassen.'

Hoogleraar plantaardige productiesystemen Ken Giller noemt als voorbeeld het 'C4-rijstproject' op de Filippijnen, waar men probeert een soort turboknop in rijst te activeren waardoor het een snelgroeiend, zogeheten 'C4-gewas' zou worden. 'Bij dat project is het doel heel duidelijk om de opbrengst te verhogen. Maar bij de gewassen waarover het hier gaat, ging het altijd om het efficiënter bestrijden van onkruid en insecten. Totaal wat anders.'

En er is een maar. In landen waar de insecten- en onkruidbestrijding voorheen beroerd was, zorgen gengewassen wel degelijk voor een hogere opbrengst, zo blijkt uit onderzoek na onderzoek: gemiddeld 22 procent meer. Zoals Roemenië, dat in de jaren negentig kort flirtte met gengewassen, of India, waar de landbouwsector massaal Bt-gewassen omarmde. 'Talloze onverdachte wetenschappelijke studies laten zien dat in India de opbrengsten hoger zijn', zegt Lotz.

Gifgebruik

En het gifgebruik? Een Duitse overzichtsstudie van 147 eerdere onderzoeken kwam in 2014 tot een tegenovergestelde conclusie dan The New York Times: waar men gengewassen omarmde, is het gebruik van pesticiden met gemiddeld 37 procent afgenomen. In een uitgebreid overzichtsrapport kwam de Europese koepel van wetenschapsacademies EASAC tot een vergelijkbare conclusie.

Maar dat zijn gemiddelden: het ligt er wél aan waar je kijkt. Vooral in armere landen, en rond de insectenwerende gewassen, ging het gifgebruik omlaag. In de VS geven de glyfosaat-bestendige gengewassen intussen juist 'allerlei problemen', zegt Giller. Het onkruid werd er resistent en op veel akkers gebruikt men, na een aanvankelijke daling, tegenwoordig juist weer meer onkruidgif dan voorheen. 'Het laat zien dat er een meer geïntegreerde aanpak nodig is' zegt Giller. 'Waarbij je het onkruid niet alleen bestrijdt met middelen, maar bijvoorbeeld ook door te ploegen.'

Ook dat is geen nieuws. Al in de jaren negentig schreef Lotz mee aan een advies aan het ministerie van Landbouw dat waarschuwde voor het probleem. 'We zeiden toen al: pas op, als je één werkend middel zo eenzijdig gaat gebruiken, krijg je resistentie.' Maar Monsanto sloeg de waarschuwingen in de wind: steeds als onkruid 'went' aan een gif, bouwt men bij het gewas een volgend resistentiegen in, tegen een ander gif. Totdat het onkruid ook daar weer tegen kan. 'Zo ben je resistentie tegen allerlei middelen aan het opstapelen', zegt Lotz.

'Het doel van de herbicide-resistente zaden', zegt in The New York Times entomoloog Joseph Kovach, 'was om meer producten te verkopen.'

Resistentie en kille machinaties van de industrie: de krant had het daarbij kunnen laten. In plaats daarvan legt Hakim de situatie naast die in Frankrijk. 'Het leek me zinnig om de trends in het grootste niet-genetisch producerende landbouwland van de EU te bezien', laat hij desgevraagd weten.

Maar toen agronoom Kniss de cijfers uit The New York Times uiteenrafelde, viel hem op dat Hakim de cijfers voor de bestrijdingsmiddelen niet omrekent naar het logische 'per hectare landbouwgrond'. Toen Kniss dat wél deed, ontdekte hij dat het gentechvrije Frankrijk per hectare niet minder, maar juist 10 tot 30 procent méér onkruidgif gebruikt dan de VS - en tot liefst acht keer zoveel gif tegen schimmels en insecten.

Bovendien blijkt Frankrijk een geval apart. In de meeste andere West-Europese landen ging het gebruik van onkruidbestrijdingsmiddelen niet omlaag, maar juist omhoog. 'Begin jaren negentig gebruikte Frankrijk meer landbouwgif dan haast ieder ander land', schrijft Kniss. 'Geen wonder dat het gifgebruik er daalde, nadat de EU het in 1993 was gaan reguleren.'

Maar eigenlijk gaat de vergelijking met Frankrijk op veel meer punten mank, vindt Lotz. 'De VS hebben enorme bedrijven, flexibele arbeid en een steeds intensievere landbouw. Dat hebben wij gelukkig niet. Wij hebben een cultuur met rotatie van verschillende gewassen, en in Frankrijk extensivering, waarbij landbouwgrond juist wordt verlaten.'

Zo dampt het verhaal van de totale mislukking van het gengewas in tot het oude liedje: een industrie die te veel opschept, en tegenstanders die de nadelen overdrijven - met daartussenin een genuanceerde werkelijkheid vol mitsen en maren. Inderdaad leveren de gewassen niet overal hogere opbrengsten, maar op sommige plekken wel. En inderdaad sproeien Amerikaanse boeren meer onkruidgif, maar intussen is het gifgebruik op gentechvelden over de gehele linie wel degelijk gedaald.

Steven Novella, vooraanstaand fileerder van rammelende wetenschap en neurowetenschapper aan de Yale-universiteit, heeft er geen goed woord voor over. 'Het is ongelukkig hoeveel journalisten beginnen met een verhaal en vervolgens de feiten erbij zoeken', oordeelt hij op zijn blog NeuroLogica. Hakims artikel vindt hij 'een goed voorbeeld'.

'Mocht iemand denken dat genetisch gemodificeerde gewassen een wondermiddel zijn: dat zijn ze niet', zegt Lotz. 'Maar duidelijk is ook dat je de ervaringen met twintig jaar onkruidbestrijdingsmiddel-resistente gewassen niet op één hoop moet gooien met die van BT-gewassen. Laat staan met andere transgene gewassen, die nog op de rails staan.'

'In de wetenschap is het nooit een simpel: goed of slecht', benadrukt Giller. 'In sommige gevallen snap ik niet waarom je gentechniek zou moeten gebruiken, maar ik ken ook situaties waarin je er fantastische resultaten mee haalt. Eigenlijk moet je per genetische eigenschap beoordelen wat de voor- en de nadelen zijn. En dan besluiten: willen we hier gentech gebruiken?'

Actievoerderstaal?

'Pesticiden zijn giftig van aard - gewapende versies, zoals sarin, werden ontwikkeld in nazi-Duitsland - en zijn gelinkt aan ontwikkelingsstoornissen en kanker.'

Als er één passage is waarvoor The New York Times de wind van voren krijgt, is het wel die hierboven. Onversneden actievoerderstaal, niet passend in een onderzoeksjournalistiek artikel, is de kritiek. 'Het staat buiten kijf dat pesticiden giftig zijn. Net als antibiotica, vlooienbandjes, zout, koffie en haast alles waarmee we in aanraking komen', moppert onkruidexpert Andrew Kniss. 'De vraag moet zijn: hóé giftig, en voor welke wezens?'

In een andere passage merkt de krant op dat het onkruidbestrijdingsmiddel 2,4-dichloorfenoxyazijnzuur ook in Agent Orange zit, het beruchte ontbladeringsmiddel uit de Vietnamoorlog. Ook dat klinkt dramatischer dan het is: zo was 2,4-D maar een van de bestanddelen, en wordt het nog overal in de Europese landbouw gebruikt.

Monsanto 'teleurgesteld'

Zoals valt te verwachten is landbouwgigant Monsanto 'teleurgesteld' over de analyse in The New York Times. 'Het is makkelijk om wat getallen te pakken om een misleidend punt te maken. Maar het is onmogelijk om de tastbare voordelen te betwisten die zowel grote als kleine boeren overal ter wereld ervaren', aldus het bedrijf in een reactie. Monsanto rekent de krant vooral aan bewijs te negeren. 'Terwijl we meerdere keren contact met deze verslaggever hebben gehad om hem te voorzien van interviews, achtergrondinformatie en aanbevelingen voor externe experts en bronnen.'

Journalist Danny Hakim op zijn beurt geeft aan zich vooral te verzetten tegen 'de hardnekkige bewering van de industrie dat gengewassen noodzakelijk zijn om de wereld te voeden'. Hij benadrukt niet tegen gentechniek op zichzelf te zijn: 'Ik vind geen enkele ondersteuning voor het 'Frankenfood'-type angst, dat deze gewassen schadelijk zouden zijn om te eten. Gengewassen kunnen nut hebben; je kunt ze niet allemaal over één kam scheren. Maar is een marktpenetratie van meer dan 90 procent van sommige gewassen wel gerechtvaardigd?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden