epidemiologie

Zij gaan weer naar school! Maar is de ventilatie die besmettingen moet voorkomen daar al beter op orde?

Juist komend onderwijsjaar zal het ventilatievraagstuk opnieuw spelen; de vaccinatiegraad onder jongeren en kinderen blijft relatief laag. Beeld ANP
Juist komend onderwijsjaar zal het ventilatievraagstuk opnieuw spelen; de vaccinatiegraad onder jongeren en kinderen blijft relatief laag.Beeld ANP

De scholen stromen vol met veelal ongevaccineerde leerlingen. Om een besmettingsgolf te voorkomen, is frisse lucht belangrijk. Hoe is het gesteld met de ventilatie? De Volkskrant deed eigen metingen en sprak leraren en wetenschappers.

Of de leerlingen die dag hijgend van de haast de klas in zijn gekomen, weet aardrijkskundedocent Frank niet zeker meer. Wel zeker is dit: de eerste keer dat zijn klaslokaal zich sinds de lockdown weer volledig vult met scholieren, gebeurt er iets opvallends met de luchtkwaliteit. Een apparaatje, dat in de hoek van het lokaal bij de boekenkast hangt, registreert een enorme piek aan koolstofdioxide. Dat wijst op een overdaad aan uitgeademde lucht. Blijft die lucht te lang hangen, dan kan dat een verhoogd infectierisico met het coronavirus betekenen. ‘Ik loop allang niet meer door de klas’, zegt Frank, ‘maar ik zit achter een spatscherm met de leerlingen voor me.’

Vanaf 14.05 uur heeft Frank 24 leerlingen in het lokaal én gaat de deur dicht. De CO2-concentratie stijgt daarna flink.

Als er één sector is die worstelt met frisse lucht, is het wel het onderwijs. Volgens het RIVM helpt voldoende ventileren nieuwe luchtweginfecties en coronavirusbesmettingen voorkomen, maar veel schoolgebouwen ontbreekt het aan fatsoenlijke ventilatie, blijkt uit meerdere verkenningen de afgelopen maanden. De problemen gaven vorig jaar aanleiding voor de schoolbesturen om meermaals aan de bel te trekken bij het onderwijsministerie, dat vervolgens beloofde te helpen om de ventilatie op orde te krijgen.

Nu, een jaar later, is het de vraag of het scholen lukt de klaslokalen goed te ventileren. Om een indruk daarvan te krijgen, heeft de Volkskrant vlak voor de zomervakantie luchtkwaliteitsmeters op laten hangen in klaslokalen van twee middelbare en twee basisscholen, die aan het onderzoek wilden meedoen op voorwaarde van anonimiteit, en met betrokkenen gesproken.

Wat de sensoren meten is niet representatief voor alle scholen in Nederland, maar ze vertellen iets over de situaties die zich in de klas voordoen: wanneer zitten de leerlingen en leraar te veel in elkaars lucht, wat het besmettingsrisico verhoogt, en wat gebeurt er als de ramen opengaan? Is het nog een beetje behaaglijk?

Juist aanstaand onderwijsjaar zal het ventilatievraagstuk opnieuw spelen. De vaccinatiegraad onder jongeren en kinderen blijft relatief laag. Slechts 23 procent van de tieners tussen 12 en 18 jaar is volledig gevaccineerd, blijkt uit de laatste RIVM-cijfers. Onder 18- tot 25-jarigen is dat percentage 52 procent. Door die lage vaccinatiegraad gaan onderwijsinstellingen komend najaar de belangrijkste besmettingsbron vormen, verwachtte het Outbreak Management Team (OMT) al eerder dit jaar. In het minst gunstige geval voorziet het OMT ‘een aanzienlijke epidemische golf’ onder voornamelijk ongevaccineerde tieners en uitbraken bij slecht beschermde volwassenen.

Hoewel leerlingen en studenten nog altijd anderhalve meter afstand dienen te houden van docenten, hoeven ze dat onderling niet te doen. Tientallen mensen die urenlang dicht bij elkaar zitten in een slecht geventileerde ruimte: dat zijn ideale omstandigheden voor de extra besmettelijke deltavariant, bleek begin juli toen de nachtclubs kortstondig openden.

Muf

Zorgen over de luchtkwaliteit op scholen begonnen ver voor de pandemie. Al in 2005 laat de overheid een keursysteem voor schoolgebouwen maken, dat Frisse Scholen heet. Zo kan een school laten onderzoeken hoe het met de luchtkwaliteit gesteld is. Opvallend, juist nu, zijn de GGD-richtlijnen die er meteen bij vermelden dat ‘de kans op het overdragen van een infectieziekte groter [is] naarmate de ventilatie lager is’. Een school met klasse-A is volgens het Frisse Scholen-systeem pico bello in orde; alles daaronder komt in aanmerking voor een opknapbeurt.

Ondanks die voornemens blijft het binnenklimaat volgens de schoolbesturen al die tijd een ondergeschoven kindje, zegt Linda Zeegers, woordvoerder bij de VO-raad. ‘En het gaat niet alleen om ventilatie of infecties. Het gaat ook om de temperatuur, de akoestiek en de verlichting. Die zijn heel vaak niet op orde. Nog steeds niet.’

Het is stikbenauwd als juf Mariëtte ’s ochtends het lokaal van de basisschool binnenloopt, niet veel meer dan een rechthoekige ruimte met daarboven een plat dak en enkele schuiframen die slechts gedeeltelijk open kunnen. Er zitten en spelen dagelijks zo’n zestien kinderen. De sensor aan de achterwand registreert 24 graden op dat moment. ‘Alles zit dicht ’s nachts, voor de beveiliging’, vertelt ze. ‘Als ik ’s ochtends binnenkom, doe ik dus meteen de ramen open.’

Pas vroeg in de ochtend, wanneer de basisschooljuf het raam opent, koelt het lokaal weer enigszins af. Maar dan klimt de temperatuur snel weer.

Dat geeft enige verlichting. Maar die dag klimt de temperatuur buiten naar 25 graden en in het klaslokaal tikt het digitale kwik op een gegeven moment zelfs 27 graden aan. ‘Het blijft eigenlijk de hele dag veel te warm’, zegt ze er later over, al lijken de jonge kinderen er nauwelijks last van te hebben.

Te veel lawaai, te muf, te heet of juist te koud: het kan allemaal problemen geven voor scholieren om zich te concentreren, denken onderzoekers. Al valt het lastig te bewijzen. Vlak vóór de pandemie, in januari 2020, meldt een overzichtsstudie van onder meer de Hanzehogeschool in Groningen en de TU Eindhoven dat er heel wat aanwijzingen bestaan die laten zien dat het binnenmilieu de leerprestaties kan beïnvloeden. Wel heeft de studie een kanttekening: langdurige en rigoureuze metingen ontbreken om harde conclusies te kunnen trekken.

Bij hoeveel onderwijsinstellingen de luchtkwaliteit tegenvalt, houdt niemand precies bij. Schoolgebouwen zijn vooral oud, constateerde de Algemene Rekenkamer in 2016. Het gemiddelde schoolgebouw staat 69 jaar voordat het wordt vervangen. ‘Veel schoolgebouwen zonder ventilatiesysteem komen uit de jaren zeventig en tachtig’, zegt luchtkwaliteitsonderzoeker Piet Jacobs van TNO. ‘Dat is een tijd waarin isolatie voorop stond en alles potdicht moest.’

null Beeld Vilain & Gai
Beeld Vilain & Gai

Virusdruppeltjes

Een serieuze inventarisatie kwam vorig jaar van de grond, toen Nederlandse scholen zich schrap zetten voor een najaarsgolf aan coronabesmettingen en aan het kabinet vroegen om de barricades te verstevigen. Onderwijsminister Arie Slob riep daarop het Landelijk Coördinatieteam Ventilatie op Scholen (LCVS) in het leven.

Aan het hoofd van LCVS stond installatiebranche-voorzitter Doekle Terpstra – een controversiële keus omdat hij commerciële belangen vertegenwoordigt, en niet de scholen of volksgezondheid. Terpstra vroeg de ruim negenduizend scholen in Nederland om wat ze al aan luchtkwaliteitsonderzoek in huis hadden, desnoods aangevuld met specificaties van al geïnstalleerde ventilatiesystemen. Zo’n 11 procent van de scholen bleek volgens het eindrapport niet aan de wettelijke ventilatie-eisen te voldoen om voldoende lucht te verversen, en van de helft was onduidelijk hoe het zat. 38 procent voldeed overigens wél aan de ventilatie-eisen.

Docent Frank is wel benieuwd naar hoe goed zijn lokaal het doet: een ventilatiesysteem ontbreekt, en in de 50 vierkante meter passen gewoonlijk zo’n dertig tieners. ‘De mondkapjes gaan af als iedereen zit, dus ik zet de deur en twee kantelramen open.’

Dat gaat maar net goed. Voor de zomervakantie, wanneer scholen nog op halve bezetting draaien, registreert de sensor bij Franks boekenkast de eerste week een CO2-piek zodra er ongeveer vijftien leerlingen binnenkomen. De pieken telkens net binnen de wettelijke norm van 1.200 ppm (deeltjes per miljoen). De meter tikt meestal de 1.000 ppm aan, soms 1.150.

Dan opent de school volledig in de tweede week. Frank ziet nu weer volle klassen binnenkomen. Hij doet twee extra kantelramen open, maar dat verhindert niet dat de luchtkwaliteitssensor plotseling veel hogere pieken vastlegt: geregeld schiet het CO2-gehalte naar pieken van 1.400 en 1.500 ppm: een teken dat de leerlingen en docent Frank tijdelijk iets meer in elkaars lucht zitten. Als de klas eenmaal plaats heeft genomen, daalt de CO2-concentratie tot rond de toegestane norm. Niets zorgelijks, zeggen de luchtkwaliteitsexperts die we de data laten zien, maar wel een opvallend verschil met de week ervoor.

Op de middelbare school waar Frank werkt is het verschil tussen halve en hele klassen goed te zien: met een hele klas – vaak zo’n 26 leerlingen – zijn de CO2-pieken hoger dan bij halve klassen – zo’n 13 leerlingen.

De vraag is natuurlijk of dat een probleem is. ‘Voor infectierisico’s met het coronavirus weten we dat nog niet’, zegt Philomena Bluyssen, hoogleraar binnenmilieu aan de TU Delft. Samen met epidemioloog Patricia Bruijning van het UMC Utrecht en viroloog Sander Herfst doet ze onderzoek naar hoe snel het virus op school rondspringt. Hiervoor brengt ze in kaart hoe ver uitgeademde druppeltjes – aerosolen – zich verspreiden bij verschillende ventilatieregimes, gecombineerd met ventilatiemetingen en besmettingsonderzoek in de klas.

Duidelijk is in elk geval dat als de hoeveelheid uitgeademde lucht toeneemt – en dus ook de CO2-concentratie – ook de hoeveelheid aerosolen stijgt, waterdruppeltjes dus waarin virusdeeltjes kunnen zitten. Er is dan dus ook meer kans op een besmetting met het coronavirus. Marcel Loomans, binnenklimaatonderzoeker aan de TU Eindhoven, is met die gegevens gaan rekenen en probeert in te schatten hoeveel de besmettingskans afneemt als je beter gaat ventileren.

Zo’n infectierisico-berekening zit niet standaard verwerkt in de kwaliteitsnormen voor binnenlucht, aldus Loomans. Dat moet wel gaan komen, vindt hij samen met vakgenoot Bluyssen aan de TU Delft, en andere luchtkwaliteit- en installatie-experts in het blad Science. ‘Voor kraanwater bestaan zulke normen, maar voor lucht niet, ook al adem je elke dag zo’n 14 kilo ervan in.’

Dichtklappende ramen

In de metingen zijn de basisscholen nog het best af qua CO2-concentratie en daarmee het infectierisico door rondhangende virusdeeltjes. De pieken stijgen zelden boven de 700 ppm. Dat kan te maken hebben met de kleuters zelf, zegt Loomans: op jongere leeftijd adem je minder CO2 uit. ‘Al hangt het risico wel van andere dingen af dan bij volwassenen. Als kinderen veel bewegen en spelen, kan het besmettingsrisico wel weer wat hoger zijn.’

Voor alle plekken waar we metingen verzamelden, geldt: alleen met open ramen en deuren blijft de luchtkwaliteit binnen de normen. Maar daar krijgen docenten en leerlingen dikwijls andere problemen voor terug. Zo staat er een flinke tocht in praktisch alle lokalen waar we meten, blijkt uit de gesprekken met de leerkrachten. In Franks lokaal klappen de ramen luid dicht wanneer het hard waait.

null Beeld Vilain & Gai
Beeld Vilain & Gai

Waait er een flinke tocht, dan levert dat mogelijk zelfs besmettingsrisico’s op. Niet vanwege de koude lucht zelf, maar omdat er mogelijk virusdeeltjes in de lucht van de ene persoon naar de ander kunnen waaien, aldus een RIVM-notitie over ventilatie en covid-19.

Een ander nadeel van open ramen en deuren is dat je aan de elementen van de buitenlucht bent overgeleverd, zegt TNO-luchtkwaliteitsexpert Jacobs. ‘Daardoor heb je in de winter vaak last van tocht. En een school vlak bij een vervuilende bron zoals een drukke autoweg zal met open ramen last hebben van buitenluchtverontreiniging.’

Zoiets gebeurt op de tweede middelbare school waar we meten. Docent André, die een sensor in zijn klas had hangen, zegt er niets van te hebben gemerkt of geroken, maar twee dagen lang vult zijn lokaal zich met flinke concentraties aan fijnstof en zogeheten vluchtige organische stoffen. Die laatste zijn dampen van brandstoffen, spuitbussen of bouwmaterialen en kunnen in hoge concentraties duizelingen en vermoeidheid veroorzaken. Niet ver van de school staat een tankstation – dat zou de oorzaak kunnen zijn geweest, speculeert de leraar.

Alleen maar met open ramen ventileren heeft nadelen omdat de buitenlucht vervuild kan zijn. Zoals hier: een forse dosis aan schadelijke fijnstof waait het klaslokaal binnen.

De temperatuur laat zich met open ramen ook lastig regelen. André droeg tijdens de vorst begin dit jaar een winterjas in de klas, net als de leerlingen. Nu de zomer aanbreekt, komt er warme lucht binnen en registreert het meetkastje een temperatuur tot 27 graden Celsius. Zijn collega Janet is op die dag aanwezig bij een examenklas. ‘De temperatuur was echt te hoog. Ik weet nog dat ik dacht: ik hoop dat die leerlingen niet naar LAKS stappen (de klachtencommissie van scholieren, red.).’

null Beeld Vilain & Gai
Beeld Vilain & Gai

Bezuinigen

Voor de school van Janet en André zal het hopelijk straks beter zijn: hun school gaat in 2022 een complete verbouwing tegemoet, mét een nieuw ventilatiesysteem. Er zat al een renovatie aan te komen en het schoolbestuur heeft gebruik weten te maken van een speciale subsidie voor scholen. Dat is de zogeheten SUVIS-regeling van het ministerie van Onderwijs, om scholen in pandemietijd te helpen met ventileren. Daarvoor heeft minister Arie Slob 360 miljoen euro subsidie beschikbaar gesteld, waarvan 100 miljoen euro is vrijgegeven.

Toch maken weinig scholen gebruik van de subsidie, zegt VO-raad-woordvoerder Linda Zeegers. Een probleem is namelijk dat een school zelf 70 procent van de verbouwingskosten moet bijleggen, of de gemeente moet overtuigen om te helpen. Zeegers: ‘Dat is een grijs gebied. Er zijn gemeenten waar dat goed gaat, maar we horen ook van veel scholen die dat gewoon niet voor elkaar krijgen. En de meeste scholen hebben de reserve niet om hun deel zelf te betalen.’

Voor nu hebben ruim zeshonderd scholen aanspraak weten te maken op de eerste 100 miljoen euro van de SUVIS-regeling, meldt het ministerie van Onderwijs bij navraag. De ervaring van die eerste aanvraagronde wordt volgens het ministerie gebruikt om te bepalen hoe de resterende 260 miljoen euro ‘optimaal’ te besteden zijn. Het uitgangspunt blijft dat de scholen en gemeenten zelf meebetalen aan de renovatie.

Met te weinig geld bestaat het risico op een mislukte investering, denkt hoogleraar binnenmilieu Bluyssen. ‘Bezuinig te veel op de installatie en je krijgt een houtje-touwtje-iets dat niet goed werkt. Het kan tocht veroorzaken, of lawaai. Dat zal een leraar net zo gauw weer uitzetten.’ Janet herkent dat. ‘Een jaar of tien geleden investeerden we in een luchtverversingsinstallatie waarvan niemand begrijpt of zeker weet of die wel werkt.’ Er zijn al tekenen van pandemie-miskopen: in de Amerikaanse staat Missouri hebben ruim honderd scholen ‘vaak onbewezen’ luchtreinigingssystemen aangeschaft, ontdekten journalisten van St. Louis Public Radio.

Daarbij komt dat een fatsoenlijk ventilatiesysteem grotere kosten met zich meebrengt: het moet jaarlijks gecontroleerd en onderhouden worden. Zo’n systeem verbruikt vaak ook nog eens meer energie. Henk Post, bestuursvoorzitter van scholengemeenschap Dunamare, gaat met de SUVIS-subsidie een aantal ernstig achterstallig onderhouden schoolgebouwen verbouwen, maar kijkt op tegen langetermijnkosten. ‘Je gaat verkapt personeel inruilen voor zo’n installatie. Zo werkt het al jaren met huisvestingseisen. Wij moeten telkens iets meer doen voor minder, dus het wordt steeds krapper. Eigenlijk worden we genaaid.’

Dat scholen vooral geld tekortkomen, signaleert ook het nieuwste Interdepartementaal Overleg (IBO) over onderwijshuisvesting met een rapport dat afgelopen voorjaar verscheen. Er zullen tot 2050 tientallen miljarden euro’s nodig zijn om alle onderwijsgebouwen in Nederland op te knappen en te laten voldoen aan alle eisen voor ventilatie en energiegebruik, aldus de ambtenaren. De goedkoopste schatting is dat er dertig jaar lang 700 miljoen euro per jaar bij moet, boven op het budget dat scholen nu voor huisvesting hebben.

Daarmee vergeleken is de SUVIS-regeling van eenmalig 360 miljoen een schijntje, merkt Zeegers op. En vooral een teken van kortetermijndenken, vindt ze. ‘Ook de hele manier waarop onderwijs wordt gegeven verandert’, zegt ze. ‘Leerlingen werken bijvoorbeeld vaker in projectgroepen samen of zelfstandig en daarvoor moet er meer ruimte dan alleen de traditionele klaslokalen zijn. Als een school toch moet verbouwen, geef dan ook het budget om het grondig te doen zodat het aan de eisen van deze tijd voldoet.’

Het najaar blijft onzeker. Natuurlijk, nu het meeste personeel gevaccineerd is, zeggen de leerkrachten een stuk geruster op de situatie te zijn. Maar straks, na de pandemie, verdwijnt de urgentie wellicht wat gemakkelijk naar de achtergrond, denkt binnenklimaatonderzoeker Loomans. ‘Als het coronavirus niet meer belangrijk is, dan gaan al die ramen en deuren in de winter weer dicht. Ik ben wel benieuwd hoe het dan is. Ik vrees dat veel scholen dan terug bij af zijn.’

Bijschrift: Om 15.10 uur is de laatste les bij Frank afgelopen. De leerlingen verlaten het lokaal en de CO2-concentratie daalt tot de concentratie van de buitenlucht.

Met medewerking van Fleur de Weerd (deelnemerswerving en tekstredactie) en Serena Frijters (data-analyse).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden