Zeur niet in een winkel vol luxe

Graham Greene schreef het beroemde boek Travels with my aunt. Toen ik werd uitgenodigd een lezing te geven over 'ernstige tekortkomingen' van de Europese cultuur moest ik meteen denken aan mijn eigen reizen met mijn eigen tante....

Mijn tante weigerde toe te geven aan de gedachte dat je in sommige winkels eenvoudigweg niet afpingelt. Voor haar was een prijskaartje niets anders dan een uitnodiging om in beweging te komen.

In chique winkels, waar vaste prijzen heilig waren, gebruikte ze een eenvoudige truc, dat wil zeggen, eenvoudig voor haar, onverdraaglijk voor mij.

Ze bestelde een kledingstuk, bijvoorbeeld een trui, en zocht naarstig naar een tekortkoming die ze meestal in een mum van tijd had gevonden. Vervolgens bracht ze de winkel opzettelijk in verlegenheid door op luide toon te roepen: 'Hoe durft u artikelen te verkopen met zulke ernstige gebreken?' Keer op keer wist ze de gewenste spullen tegen een gereduceerde prijs te bemachtigen.

Ik beschik niet over het bionische oog van mijn tante om tekortkomingen op te sporen.

Toch komt mijn opdracht dicht in de buurt van haar toenmalige taak. Ik moet ernstige gebreken aanwijzen in een van de meest luxueuze culturele winkels van de wereld - de winkel van Europa.

Wat schort er aan de Europese cultuur? Misschien moet ik mij verplaatsen in een geestestoestand die normaal gesproken ver van mij af staat, de geest van cultureel pessimisme. Cultureel pessimisme is de opvatting dat cultuur, en dan vooral de hoge cultuur, in verval is.

De stemming laat zich beschrijven met de metafoor van het tuinieren. Cultuur staat dan gelijk aan het onderhoud van de tuin. Wie niet regelmatig het onkruid wiedt - lees culturele gebreken repareert - loopt het gevaar dat wilde planten de tuin overwoekeren en de vruchten verstikken.

Voor de cultureel pessimisten zijn het optimistisch liberalisme, de technologie, de ontkerkelijking en de gedachteloze massa's allemaal voorbeelden van dergelijk onkruid. Het onkruid heeft de tuin overwoekerd omdat de tuinman zich niet van zijn taak kwijt, lui en laks als hij tegenwoordig is.

Laat ik helder stellen: dat is niet mijn stemming. Ik maak mij geen zorgen over het verval van de cultuur.

Maar deze conservatieve houding stuit mij nog het meest tegen de borst vanwege de neiging van cultureel pessimisten om alle maatschappelijke conflicten in een culturele mal te gieten. Het is de neiging om cultuur in plaats te stellen van de werkelijkheid.

Deze neiging treffen we tegenwoordig niet alleen aan de rechterkant maar ook ter linkerzijde van het politieke spectrum aan.

De post-modernisten van links hebben met de conservatieven van rechts gemeen dat ze de realiteit van serieuze machtspolitiek lijken te willen inruilen voor culturele vertogen en fantasieën. Misschien moet ons dat niet bevreemden: de Noordpool en de Zuidpool zijn per slot van rekening allebei bar koud.

De speurtocht naar gebreken in de cultuur hult zich vaak in nostalgische termen over het verlies aan waarden. Ooit was er een tijd waarin alle mensen in die goede oude waarden geloofden.

Sterker, en belangrijker: ze handelden ernaar. Dat is nu allemaal verdwenen. Die goede oude waarden worden met voeten getreden door de jeugd, door de immigranten of, verderfelijker nog, door cynische nihilisten die beter zouden moeten weten. In deze visie vervult de culturele nihilist de rol die in religies voor de ketter is weggelegd.

Cultuur is tegenwoordig wat religie vroeger was: een middeltje tegen alle menselijke kwalen.

Als cultuur geen genezing biedt, dan is dat een teken dat kankercellen zich verspreiden in het lichaam van de samenleving. Onderzoek naar culturele tekortkomingen staat dan gelijk aan onderzoek naar kankercellen - hoe eerder opgespoord hoe beter.

Waarden vormen het immuunsysteem van het lichaam van de samenleving. Verval van waarden is een onvolkomenheid in het immuunsysteem. Mij lijkt dit een onjuist beeld. Cultuur biedt geen oplossing voor elke sociale malaise. Cultuur kan de werkelijkheid niet vervangen.

De angst voor de meute is een aloude angst van de elite. In Europa nam het de afgelopen twee eeuwen de vorm aan van angst voor de massa. Massaproductie en massaconsumptie werden gezien als een manier om een nieuw menstype te creëren: de massamens, een lid van een hersenloze samenleving van kleurloze uniformiteit. Deze eenzame menigte wordt gevoed met massacultuur, overgebracht door de nieuwe middelen van massacommunicatie. Op zijn best is de menigte onderworpen aan democratische, populistische manipulatie, op zijn slechtst aan de dwingende kracht van totalitaire regimes.

In veel opzichten is de kritiek op de massacultuur en de massasamenleving niets anders dan onvrede met de democratische tendensen in Europa, ofwel bij de aristocratie ofwel bij de intellectuele aristocratie. Burkhart en Nietzsche zijn twee uitgesproken stemmen van afkeer van de massa, verpakt als cultureel pessimisme: de massa als de kracht die de cultuur ondergraaft, de cultuur van de echte elite. José Ortega y Gasset is een 20ste eeuwse versie van dit geluid, maar hij is natuurlijk niet de enige, we kunnen er Freud ook heel goed toe rekenen.

Massamaatschappij en massacultuur zijn gegrondvest op succes in de statistieken - meer stemmen hebben, meer kijkers, meer kopers; dat vervangt succes vanwege kwaliteit. Massacultuur ondergraaft de standaard voor uitmuntendheid. De kritiek op de massacultuur in West-Europa en Amerika is niet voorbehouden aan conservatief rechts: Adorno, Horkheimer en Marcuse zijn bekende critici van linkerzijde, al heeft hun protest onmiskenbaar een aristocatische ondertoon.

Europa als de pionier van de massacultuur werd jarenlang beschimpt om die massacultuur. Maar Amerika werd het echte doelwit voor aristocratische kritiek op die vulgaire massamaatschappij met zijn benepen massacultuur. In vergelijking met Amerika lijkt Europa tegenwoordig het land der aristocratie. Dominique de Villepin (de Franse premier) draagt dit beeld van aristocratische gemanierdheid goed uit, al is hij van gewone komaf. De Villepin kwam terecht in het geweer tegen de roekeloze oorlog in Irak, net als Joschka Fischer. Maar De Villepin etaleerde, anders dan Fischer, de aristocratische arrogantie die de Amerikanen zo verschrikkelijk irriteerde. Hij werd het symbool van het 'oude Europa', het aristocratische Europa.

Er is een hoop komedie in al die aristocratische maniertjes, maar er zit ook een ernstige en verontrustende kant aan dat gedoe. Wat ik echt een ernstig tekort vind van de Europese cultuur dezer dagen is cultureel snobisme. Het is geen radicale tekortkoming, als we daarmee de wortels van de Europese cultuur bedoelen, want in die zin bestaat er geen enkel radicaal tekort; de Europese cultuur is iets in voortdurende beweging, zonder onwrikbaar element.

Wat Europa de wereld in cultureel opzicht laat zien is het tegenovergestelde van het beeld van een platte massacultuur in een massamaatschappij. Haar cultuur draagt de sterke pretentie de Hoge Cultuur te zijn; de rest van de wereld bestaat slechts uit filistijnen, vijanden van de cultuur.

Een reactie op het cultureel snobisme die ik fout vind, is de reactie van de postmodernisten die het onderscheid tussen de hoge en de lage cultuur wegvagen en iedereen die wel onderscheid maakt als snob afdoen.

De postmodernist verwerpt van de moderne cultuur, ontstaan in Europa, vooral de drie basisideeën: 1. het geloof dat er objectieve wetenschap bestaat met een objectieve vaststelling wat waar is en wat onwaar, 2. dat er een universele moraliteit bestaat die geldt voor alle mensen, overal en altijd, 3. dat er een autonoom rijk der kunsten bestaat.

De postmodernist ontkent niet alleen de autonomie van de kunst, maar daarmee ook het verschil tussen hoge en lage kunst. Hoge en lage zijn kwaadaardige sociale categorieën die de kunst zijn opgelegd onder het mom dat zij de kunst eigen zouden zijn. Wat in het Rijksmuseum hangt, is hoog omdat door de sociale elite is besloten dat het daar hoort en daarom wórdt het hoog. Dat is alles. Hangen in het Rijksmuseum is een sociaal feit en geen valide onderscheid naar esthetiek.

Ik meen daarentegen dat alledrie de uitgangspunten van het modernisme van de Verlichting juist zijn: de objectiviteit van de wetenschap, de universaliteit van de moraal en de autonomie van de esthetiek.

Ik deel mijn diepste overtuiging dus niet met de postmodernist maar ik deel wel zijn sterke allergie voor cultureel snobisme. Ik vind dat de postmodernisten die gevoeligheid de verkeerde weg opsturen, zoals sommige arbeiders in de 19de eeuw, de Luddites, machines aanvielen in plaats van hun eigenaren.

Wat fout is, is niet het geloven in hoge kunst en een hoge cultuur, maar het geloof dat hoge cultuur alleen geschikt is voor de elite op hoge plaatsen in de maatschappij. Cultureel snobisme is een verzameling vooroordelen over wie in staat is te genieten van cultuur, het is een levensstijl. Wat Europa tegenwoordig etaleert aan de rest van de wereld is een ondemocratisch air van cultureel snobisme: het idee dat hoge cultuur noodzakelijkerwijs is voorbehouden aan de elite.

De vervreemding van Europa van Amerika en de vervreemding van Europa van de rest van de wereld is, geloof ik, voor een groot deel te wijten aan dat cultureel snobisme. 'Wij de Europeanen zijn verfijnd en van de wereld. We zijn ook moe van de wereld, want we hebben alles al gezien. Wij zijn de volwassen cultuur te midden van de puberale cultuur van nationalisme en de infantiele cultuur van de religieuze enthousiastelingen. Wij in Europa waren voorbestemd om immuun te zijn voor die kinderziekten.' Deze vermoeidheid met de wereld van mensen die alles al hebben meegemaakt en blasé zijn geworden over de zorgen van anderen is een kenmerk van de Europese culturele stijl.

Snobisme met zijn air van superioriteit is een gewone zonde. Het is een tekortkoming, hoewel geen radicaal tekort. Maar ach, ik heb weinig vertrouwen in radicale tekortkomingen; flauwekul tekortkomingen volstaan ook, zo heb ik geleerd van mijn tante.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden