Zelfs het rif wordt een werkplek

Kleine slakken leven als parasieten op tropisch paddestoelkoraal. Arjan Gittenberger dook er vierduizend op. Hij vond 31 nieuwe soorten en ontrafelde hun evolutie.Door Willy van Strien..

In tropische zeeën leven tot ongeveer 45 meter diep slakkensoorten als parasieten op of in paddestoelkoralen. Ze zijn hooguit twee centimeter lang, hebben een fragiel huisje en zijn dun gezaaid: slechts een paar procent van de koralen wordt geparasiteerd.

Arjan Gittenberger dook vierduizend exemplaren op om de evolutionaire geschiedenis van de slakjes en hun gastheren te ontrafelen. Hij promoveerde woensdag in Leiden.

Het zal lastig zijn om al duikend dat kleine, breekbare grut op te pakken.

‘Gelukkig had ik al veel duikervaring. Ik ben op mijn 15de begonnen met sportduiken en was al duikinstructeur toen ik aan het onderzoek begon. Die ervaring heb je echt nodig om rond koraalriffen te kunnen werken. Je moet je bewegingen perfect beheersen om in allerlei houdingen alle hoeken en gaten in het rif te bereiken. Je mag je nergens aan stoten, want het rif zit vol stekende dieren: de koraaldiertjes zelf, zeeanemonen, poliepen, zee-egels, steenvissen, schorpioenvissen.

‘Omdat ik die kleine slakkenhuisjes moest oppakken, had ik nooit handschoenen aan. En vaak ook geen duikpak. Dus ik moest voortdurend precies weten hoe ver ik met armen en benen van het koraalrif af zat.

‘Ik heb ruim een jaar in de tropen gezeten en ben zeker achthonderd uur onder water geweest. Ik voel me inmiddels onder water haast even handig als boven water.’

En nu ben je het zat?

‘Het nieuwe is er natuurlijk wel af. Ik heb de mooiste koraalgebieden gezien. De meeste tijd heb ik doorgebracht bij de Spermonde archipel voor de kust van Makassar (op Sulawesi, Indonesië). Daar is de soortenrijkdom het grootst doordat er zowel soorten van de Indische Oceaan als soorten van de Pacifische Oceaan voorkomen. Na een tijdje was dat voor mij helemaal niet bijzonder meer, het was gewoon de plek waar ik mijn werk deed.

‘Maar ik zal in de toekomst zeker weer gaan duiken. Ook Nederland blijft aantrekkelijk. Het water is hier veel troebeler en je ziet veel minder soorten dan in de tropen, maar het leuke is de afwisseling in de seizoenen. In de tropen ziet een plek er altijd hetzelfde uit.’

Bij die koraalriffen heb je eindeloos naar slakjes gespeurd.

‘Dat wil zeggen: slakken die parasitair leven van paddestoelkoralen, schijfvormige koralen die los op het koraalrif liggen. De groep paddestoelkoralen telt ruim veertig soorten, die we al kenden door het werk van mijn begeleider Bert Hoeksema, hoofd afdeling marien onderzoek bij Naturalis. Ik wilde weten van welke soorten de slakjes leven en identificeerde de gastheren waarop of waarin ik slakjes aantrof ter plekke. Ik maakte er bovendien een foto van om de identificatie later te controleren. De slakjes die ik vond, nam ik mee. In mijn trimvest had ik potjes om ze in te doen en een potlood en plastic etiketjes om te beschrijven.

‘Ik zocht twee groepen slakken. De eerste groep is de wenteltrapjes-familie. Die leven onder de koralen: ofwel op de koralen zelf ofwel op of in de bodem eronder. Ze hebben een tong met tandjes waarmee ze zacht weefsel van het koraal schrapen. Je vindt ze door paddestoelkoralen om te draaien.

‘De tweede groep zijn Leptoconchus-soorten. Die zitten in de koralen. Als ze jong zijn, boren ze zich naar binnen en daar groeien ze met het koraal mee en leven ze van het slijm binnenin. Je vindt ze doordat geparasiteerde koralen een gaatje hebben van een paar millimeter doorsnee. Dat koraal moet je dan stuk slaan om de slak te kunnen pakken. Dat kan overigens niet veel kwaad: ik liet de brokstukken achter en die groeien dan weer uit tot nieuwe koralen.

‘Ik heb bij elkaar zestigduizend paddestoelkoralen op slakken onderzocht.’

Dat ging zonder problemen?

‘Eén keer explodeerde een bom boven me die een gat sloeg van vijf bij vijf meter. Ik werkte op twintig meter diepte, de bom ontplofte op vijf meter. Ik zag meteen niets meer.’

Een bom?

‘Afgeworpen door dynamietvissers, die op deze manier snel geld verdienen. Ze hadden onze boot niet zien liggen. Als een bom ontploft, knapt de zwemblaas van de vissen. Een deel van de dieren komt dan boven drijven en die kunnen ze zo opscheppen. De andere vissen zakken naar de bodem. Ze gooien die bommen expres boven koraalriffen, want dan zakken de vissen niet diep weg en kunnen zij ze meenemen. Het is illegaal, maar het gebeurt veel en het is een van de grootste bedreigingen van de koraalriffen.

‘Ik ben een keer aangevallen door een trekkervis. Ik bevond me kennelijk in zijn territorium en hij kwam in volle vaart op me af en beet me door mijn duikbril heen in mijn voorhoofd. Het gekke is dan, dat je daar groen bloed uit ziet komen. Omdat het rode licht niet diep in het water doordringt, veranderen alle kleuren.’

Je dook soms tot 45 meter omdat tot die diepte paddestoelkoralen voorkomen. Dat is dieper dan bij sportduikers gebruikelijk is. Had je speciale uitrusting nodig?

‘Recreatief duiken bij koraalriffen gaat inderdaad tot 20 à 30 meter diep. Hoe dieper je zit, hoe meer lucht je verbruikt. Als ik diep dook, bleef ik maar een paar minuten op die diepte, voldoende om één paddestoelkoraal te bekijken, te fotograferen en slakjes te verzamelen. Dan is een gewone persluchtfles voldoende.’

Geen last van caissonziekte?

‘Als je zo diep gaat, mag je niet snel weer opstijgen. Want door de hoge luchtdruk op grotere diepte lossen gassen in het bloed op en als de luchtdruk snel lager wordt, vormen die belletjes en word je ziek: duikersziekte. Maar ik bleef na een diepe duik nog een uur werken op zes tot tien meter diepte en dan heb je daar geen last van.’

Nu ken je de evolutionaire geschiedenis van de slakjes?

‘We hebben 31 nieuwe slakkensoorten gevonden. Dat is extreem veel, veel meer dan we verwacht hadden. Dat komt omdat ik ook op plaatsen heb gedoken waar andere duikers niet komen: de diepe plaatsen, maar ook ondiepe plaatsen, modderige plaatsen met slecht zicht en plaatsen met een sterke waterstroom.’

En die 31 nieuwe soorten lijkt niet sprekend op elkaar en wat we verder al kenden?

‘Je ziet pas dat je verschillende soorten wenteltrapjes in handen hebt, als je de tong met tandjes, het klepje waarmee ze het huisje afsluiten of de slijmdraad waarmee ze aan de bodem of hun gastheer vastzitten, onder de microscoop bekijkt. Met dna-onderzoek hebben we dat onderscheid in soorten kunnen bevestigen. Leptoconchus-soorten lijken nog meer op elkaar en hebben geen tongetje waaraan je ze kunt onderscheiden.

‘De grote verrassing van het onderzoek was, dat de meeste slakken gespecialiseerd zijn in één type paddestoelkoraal. Zowel de wenteltrapjes als de Leptoconchus-soorten vormen, net als de beroemde Darwin-vinken, een uitwaaiering van soorten.

‘Die specialisatie is trouwens niet zo vreemd. De koraalpoliepen eten andere beestjes, zelfs visjes. Ze zitten vol netelcellen waarmee ze hun prooi doden. De slakken moeten dus zorgen dat ze niet worden aangevallen. Dat vergt kennelijk voor elke gastheer een andere evolutionaire aanpassing.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden