Interview Richard Hoving, biograaf van oorlogsmisdadiger Josef Kotalla

Wrede kampbeul Josef Kotalla kwam pas in de cel tot rust

Kotalla, voorste rij tweede van links, bij zijn proces in 1948. Beeld ANEFO/Nationaal Archief

Richard Hoving schreef een biografie van oorlogsmisdadiger Josef Kotalla, de beul van Amersfoort. ‘Hij is toch wel wat interessanter dan ik aanvankelijk dacht.’

In de eerste jaren na de oorlog was hij de belichaming van het absolute kwaad: Josef Kotalla (1908-1979), ‘de beul van Amersfoort’. In die hoedanigheid was hij tijdens de Duitse bezetting betrokken bij 77 executies, en mishandelde hij gedetineerden van het concentratiekamp Amersfoort, onder andere door hen een ‘Kotalla-trap’ tegen de geslachtsdelen toe te dienen. Voor deze en andere vergrijpen werd hij in 1948 ter dood veroordeeld – een straf die drie jaar later in levenslang werd omgezet. Die straf zat hij ook metterdaad uit, als enige in Nederland geïnterneerde oorlogsmisdadiger. Historicus Richard Hoving schreef een biografie van Kotalla, waarop hij donderdag promoveerde aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Kotalla? Ik dacht altijd dat hij Kotälla heette?

‘Ja, dat is een taai misverstand. Een van de genodigden voor mijn boekpresentatie verkeerde zelfs in de veronderstelling dat het om een drukfout ging. Maar hij heette echt Kotalla. Josef Kotalla. Die umlaut is er tijdens zijn naoorlogse proces in gefietst. Hij heeft geprobeerd daarvan bij z’n verdediging gebruik te maken: ik heet geen Kotälla, dus hier staat de verkeerde terecht. Maar daar trapte niemand in.’

Josef Kotalla. Beeld NIOD

Is zo’n eendimensionale griezel wel boeiend genoeg voor een biograaf?

‘Zelfs bij iemand als Kotalla moet je beeld en werkelijkheid wel van elkaar onderscheiden. Zeker: hij was in elk opzicht een onaangenaam mens. Opvliegend, wreed, niet in staat om zijn gezag met woorden te vestigen. Maar hij is toch wel wat interessanter dan ik zelf aanvankelijk dacht. Dat kon ik vooral opmaken uit de rapporten die de forensisch psychiaters Baan en Rümke begin jaren vijftig over hem hebben opgesteld. Die maken hem niet sympathieker, maar geven hem psychologisch wel wat meer profiel.’

Wat stelden Baan en Rümke zoal vast?

‘Bijvoorbeeld dat Kotalla zo wreed was uit onmacht. Hij was een uiterst nerveuze man, die leed aan de gevolgen van een organische hersenaandoening die hij in zijn jeugd had opgelopen. Hij kon zich handhaven door de inname van pepmiddelen, koffie en bescheiden hoeveelheden alcohol. Niet de twee flessen jenever per dag, zoals de mare wil. Hij was mislukt in zijn burgerleven, maar de oorlog bood hem kansen om hogerop te komen. Dat was voor hem een doel op zich. Ik heb niet kunnen vaststellen dat antisemitisme zijn drijfveer was, dat hij uit was op rijkdom of dat hij het nationaal-socialisme wilde dienen. Hij was zelfs geen lid van de NSDAP. Nee, hij wilde aanzien verwerven bij zijn collega’s en zijn superieuren door de gevangenen van kamp Amersfoort voor hem te laten sidderen. Nou, dat is hem gelukt. Aan het eind van de oorlog was zijn naam, meestal verkeerd gespeld, het synoniem van excessief geweld.’

Kotalla in detentie. Beeld Beeldbankwo2/NIOD

Dat hij in eerste instantie ter dood werd veroordeeld, kan dus geen verbazing hebben gewekt.

‘Nee. Maar tijdens zijn proces hebben getuigen hem nog wat wreder gemaakt dan hij was. Zo zou hij de vingers van tientallen gevangenen onder de cirkelzaag hebben gelegd. Telkens werd het weer verteld. Het is alleen niet gebéúrd. Van hem werd ook gezegd dat hij de Amsterdamse wethouder De Miranda had doodgeslagen. Toen dat niet aannemelijk kon worden gemaakt, werd de naam van De Miranda uit het vonnis gehaald. Maar het misdrijf bleef staan, met alle gevolgen voor de strafmaat van dien.’

Toen was hij een van de Vier, later een van de Drie van Breda. Hoe heeft hij zich in gevangenschap gedragen?

‘Hij was moeilijk in de omgang. Spande processen aan tegen de staat, onder andere ter verkrijging van een AOW-uitkering, en tegen journalisten die hij van smaad betichtte. Maar psychisch was hij stabieler dan voorheen. Hoe wrokkig hij ook was: hij floreerde in de veilige omgeving van de koepelgevangenis. Hij schoolde zich juridisch om zijn straf te kunnen aanvechten, en hij kweekte maanvissen – de enige levende have die hij in de gevangenis mocht houden. Die verkocht hij aan een plaatselijke dierenhandelaar. In het archief heb ik nog een paar kwitanties aangetroffen.’

Richard Hoving, De beul van Amersfoort. Biografie van Josef Kotalla (1908-1979). Uitgeverij Prometheus.

Richard Hoving, biograaf van kampbeul Kotalla. Beeld Uitgeverij Prometheus
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden