Woest recept voor persoonlijke bevrijding

E R ZIJN BOEKEN die je maar beter vóór je achttiende verjaardag kunt lezen. Peter Cheyney, Jan Cremer, Lord Dunsany - het zijn schrijvers die appelleren aan een fantasie die bij het geringste vonkje vlamvat....

Kerouac is nooit van harte opgenomen in de literaire canon, en in zekere zin is dat zijn behoud gebleken. In de marge van de mainstream kan zijn reputatie ongehinderd bloeien. Hij is het prototype van de eeuwige hipster en drop-out, het aansprekende voorbeeld van een romantisch zwerversleven waarin alleen de kicks tellen - al zullen hedendaagse lezers zich soms afvragen waarom de schrijver uitgerekend over die brave jarenvijftigjazz zo opgewonden doet ('Rattle-ti-boom-crash'!, 'EE-Yah! EE-Yah!').

On the Road is een muziekboek, zoals nog eens blijkt uit Jack Kerouac Reads On the Road, een cd waarop de schrijver voorleest uit eigen werk (in pas teruggevonden opnamen uit de jaren vijftig), en tevens te horen is in vier amusante zangnummers tussen de schuifdeuren. Als crooner van jazz-standards (Come Rain or Come Shine) wordt de schrijver overigens verslagen door de in dit verband haast onvermijdelijke Tom Waits, die zijn voorbeeld eert met een op volle kracht gebruld lied vol 'freight train' en 'cold, cold rain'.

De beste muziek is gereserveerd voor twee minder bekende gedichten: Orizaba 210 Blues, een duister verslag van een trip door Mexico, en Washington D.C. Blues. De jazzhoornist en componist David Amram voorziet het stemgeluid van zijn jarenlange vriend zo'n veertig jaar na dato van een ingetogen en toch caleidoscopische begeleiding, bijgestaan door conga-speler Candido en andere jazzveteranen.

On the Road is voorhanden als een gezongen gedicht (met ingedubde begeleiding van organist John Medeski en gitarist Victor Juris) en in het lange hoofdstuk Jazz of the Beat Generation, het euforische, alle kanten op swingende verslag van een bezoek aan een jazzclub in San Fransisco in 1949. De schrijver leest het een half uur durende fragment met zachte, dringende stem voor, en terwijl je hem de blaadjes om hoort slaan, komt vanzelf de gedachte op dat de hier bezongen beboprevolutie voor hem toch ook alweer verleden tijd is: 'Then had come Charlie Parker: dirty snow in late March, smoke from stove pipes, pitiful brown mouths breathing vapour, faint noise from music down the way.'

Geen zin in dit boek die niet in beweging is. Elk woord lijkt tijdelijk en toevallig: het eerste dat voor het grijpen ligt, omdat nog zoveel meer te wachten staat. Niet het fijne detail is Kerouacs kracht, maar die wilde, niet aflatende stroom van kort opblinkende, groteske, verliefde, grappige, treurigstemmende beelden ('he looked like a pimp in Mecca, where they have no pimps'). En nergens ervaar je dat sterker dan wanneer je de stem van de schrijver hoort: haastig en toch een beetje melancholiek, half achteromkijkend alweer op weg naar de volgende sensatie. Go, man, go!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.