Reportage Wifitracking

Wifitracking, of hoe ook de gemeente uw stappen volgt via uw mobiel

Beeld Willem de Haan

Niet alleen via bewakingscamera’s, ook onzichtbaar volgen gemeenten de bewegingen van het publiek: via de mobiele telefoon. Met die wifitracking gaan zij vaak te ver, volgens de privacyautoriteit.

Hartje Amsterdam, de Oude Kennissteeg, om de hoek van de Oude Kerk. Toeristen wandelen in drommen langs de rode vensters waarachter zich sekswerkers bevinden. Wie erop let, ziet camera’s aan de gevels hangen. Het zijn niet de enige apparaten die de voorbijgangers volgen. Onzichtbare sensoren die het wifisignaal van telefoons opvangen doen ook hun werk. Bij dit zogenoemde wifitracken wordt de argeloze passant gevolgd via het wifisignaal dat zijn telefoon constant uitzendt, ook als hij niet op een netwerk is ingelogd. Het is een moderne manier om mensenstromen in kaart te brengen. Efficiënter en nauwkeuriger dan handmatige tellingen. Zo kan in kaart worden gebracht hoe individuen (of beter: individuele telefoontoestellen) zich bewegen in een gebied met verschillende sensoren.

Logisch dat winkeliers er al jaren geleden dol op waren. Hoelang staan potentiële klanten voor een winkel? Zijn ze er de week ervoor ook geweest? Nuttige informatie. Ook Nederlandse gemeenten hebben het wifitracken ontdekt. Zoals Amsterdam. Opvallend genoeg plaatst deze gemeente, anders dan bijvoorbeeld Hengelo, geen stickers of waarschuwingsborden. Wél heeft Amsterdam werk gemaakt van onlinekaarten waarop de locaties van camera’s en sensoren staan aangegeven. Zo is duidelijk dat de gemeente 36 wifisensoren in de stad heeft neergezet: dertien bij de Arena, de rest in het centrum. Daarbovenop komen nog de sensoren van commerciële partijen, maar het is onduidelijk hoeveel dat er precies zijn.

Hoe werkt wifi-tracking?

Bij wifi-tracking meten sensoren niet alleen óf er iemand met een telefoon in de buurt is, maar kunnen ze ook onderscheid maken tussen individuele telefoons. Ieder mobieltje heeft een uniek adres dat door de wifi-sensoren kan worden opgepikt: het mac-adres. Voor het tracken van telefoons via wifi hoeven die telefoons niet met een wifi-netwerk verbonden te zijn. Telefoons die niet met een wifi-netwerk zijn verbonden zenden namelijk een signaal uit omdat ze altijd op zoek zijn naar een netwerk. Wie niet wil dat hij op deze manier gevolgd wordt, moet in de instellingen van zijn mobiel wifi helemaal uitzetten.

‘Ongehoord’

De wethouder van Amsterdam met digitale stad in haar portefeuille, Touria Meliani, zou wifitracking door commerciële partijen het liefst per direct verbieden. ‘Vergelijk het met door rood fietsen. Iedereen doet het en we zijn het allemaal normaal gaan vinden, maar het is ongehoord. Bij wifitracken weet je niet wat er met de gegevens gebeurt en waar ze allemaal terechtkomen.’ Een verbod staat in het hoofdstedelijke coalitieakkoord, maar is volgens Meliani als afzonderlijke gemeente lastig te realiseren. ‘Dat kunnen we alleen in samenwerking met andere gemeenten voor elkaar krijgen.’

De locaties van de gemeentelijke wifi-sensoren in het centrum van Amsterdam. Beeld Amsterdam

Maar de gemeente gebruikt de technologie toch zelf ook? Niet te vergelijken, zegt Meliani. ‘Wat wij doen, dient een publiek doel: de stad wordt er leefbaarder en veiliger door. Wij doen het niet om er geld mee te verdienen, zoals andere partijen.’ Zo brengt Amsterdam met het opvangen van de wifisignalen in het centrum mensenstromen in kaart . Meliani: ‘Als je data hebt, kun je erop sturen. Als je bijvoorbeeld ziet dat mensen niet eens meer naar de ingang van de Oude Kerk kunnen komen door de drukte, dan kun je proberen ze een andere kant op te sturen door borden neer te zetten.’ Verder wil Amsterdam juist zo transparant mogelijk  zijn, zegt Meliani, vandaar de kaarten waarop je kunt zien waar de sensoren zijn geplaatst. Maar welke bezoeker of inwoner van Amsterdam kijkt er nou op zo’n site? Zouden er geen waarschuwingsbordjes moeten staan met ‘hier wordt u gevolgd met wifitracking’? ‘Goede suggestie’, vindt Meliani. Naast de kaart met de eigen sensoren heeft Amsterdam nog een andere kaart waar de apparatuur van andere partijen op staat. Deze is nog lang niet compleet.

Veel Nederlandse gemeenten worstelen met de technologie, zeker na een aantal stevige uitspraken van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Waar de een – Tilburg bijvoorbeeld – stopte met het delen van wifidata met ondernemers, daar ging de ander – Enschede – na wat aanpassingen door. De toezichthouder concludeerde al in 2016 dat het volgen van mensen via het wifisignaal ‘een grote inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer’ maakt. ‘Mensen komen in bestanden waaruit bijvoorbeeld valt af te leiden waar zij wanneer waren en wat hun winkelgedrag is. Zij moeten hier op zijn minst over worden geïnformeerd’, aldus de autoriteit. Commerciële organisaties mogen dit alleen doen als mensen er toestemming voor hebben gegeven. Voor overheden geldt dat ze gebruik mogen maken van wifitracking ‘als het noodzakelijk is’ hun taak uit te voeren, bijvoorbeeld om loopstromen van bezoekers in kaart te brengen. Eind vorig jaar boog de toezichthouder zich er nogmaals over en scherpte zijn oordeel aan: ‘Er zijn vrijwel geen redenen die het volgen van winkelend publiek of reizigers rechtmatig maken’, aldus Aleid Wolfsen van de AP. 

De autoriteit doet geen uitspraken over lopende onderzoeken, maar een woordvoerder benadrukt dat het gebruik alleen is toegestaan als de veiligheid van het publiek in het geding is. En zelfs dan moeten er geen alternatieven voorhanden zijn om hetzelfde te bereiken.

Beeld Willem de Haan

De randen opzoeken

Nederland telt twee grote partijen die gespecialiseerd zijn in het tellen van passanten: CityTraffic en Locatus. Zij doen dat zowel voor commerciële partijen als voor gemeenten. Locatus stopte in december na de uitspraak van de AP met zijn wifitellingen, maar is ‘na rijp beraad’ toch weer begonnen, zegt directeur Gerard Zandbergen. Maar pas na een aantal aanpassingen te hebben gedaan: ‘Nu kunnen we niet meer zien of iemand die eerst bij sensor 1 liep dezelfde persoon is die daarna bij sensor 2 loopt. We kunnen dus geen individuele telefoons meer volgen.’ Dit tot teleurstelling van zijn klanten, die minder waardevolle informatie krijgen. Is iemand er voor het eerst of niet? Locatus heeft geen idee meer. Zandbergen windt zich op over de ‘fanatieke houding’ van de AP. ‘Ze haken in op het nu heersende privacysentiment. Blijkbaar hebben ze publiciteit nodig. Dat is treurig, want de echt grote privacyschenders als Google blijven buiten schot.’ Volgens Zandbergen ging er in de oude situatie niets mis. ‘Niemand is op zoek naar individuen, alleen naar statistieken. Natuurlijk kan er technisch van alles, maar wij hielden ons al netjes aan de regels.’ Locatus heeft een stuk of tien Nederlandse gemeenten als klant. Hieronder bevinden zich naar verluidt Deventer, Zutphen, Apeldoorn, Arnhem, Groningen, Leeuwarden en Den Haag, maar Zandbergen wil dat niet bevestigen.

Concurrent CityTraffic zegt ‘vijftig à zestig’ Nederlandse gemeenten te bedienen, waaronder Rotterdam, Hengelo, Leiden en Alkmaar. Ook directeur Huib Lubbers is weinig te spreken over de houding van de AP: ‘tendentieus’. ‘Er heerst nu een wijdverbreide angst dat iedereen overal wordt bespied. De AP haakt daarop in.’ Een complex proces van anonimiseren, pseudonimiseren en versleutelen leidt er volgens Lubbers toe dat de unieke, zogeheten mac-adressen van telefoons nooit worden opgeslagen. Toch zegt CityTraffic op zijn eigen site dat het, anders dan Locatus, wel degelijk nog steeds unieke telefoons kan onderscheiden: ‘Door meerdere sensoren met elkaar te koppelen meten wij hier ook de verblijftijd, bezoekfrequentie en loopstromen in de omgeving.’ En: ‘Dankzij onze hoogwaardige techniek meten wij niet alleen hoe druk het is, maar ook hoeveel unieke bezoekers er zijn in een winkelstraat, hoe lang zij verblijven, hoe zij lopen en hoe vaak zij terugkomen.’

Dat commerciële aanbieders de randen opzoeken, is de woordvoerder van de AP bekend. ‘Maar als je in een strikt juridisch grensgebied terechtkomt over wat mag en niet mag, ben je eigenlijk al twee stappen te ver. Het gaat om de brede vraag: willen we dit allemaal? Willen we een samenleving waar essentiële vrijheden in het geding komen, waar je je nooit meer onbespied kunt wanen?’ En anders dan camera’s zijn de wifi-sensoren onzichtbaar. ‘Mensen zijn zich er dus helemaal niet bewust van, maar het maakt het niet minder opdringerig. Je kunt het vergelijken met iemand die tijdens het winkelen voortdurend naast je loopt met een kladblok in de hand.’

‘Wifi-me-niet’

Branchevereniging MOA (Marketing Insights, Onderzoek en Analytics) werkt ondertussen aan een ‘wifi-me-niet-register’. Mensen die niet gediend zijn van wifitracking moeten hier kunnen aangeven dat ze niet gevolgd willen worden. CityTraffic biedt al een dergelijke opt-out op zijn site. De zegsman van de AP is er niet van onder de indruk: ‘Met opt-out kwam je twintig, jaar geleden nog weg, maar nu echt niet meer.’ Het moderne alternatief is opt-in: mensen moeten zelf toestemming geven. Vergelijkbaar met het accepteren van cookies op een site.

Terug naar Amsterdam en het inzetten van wifimetingen om de veiligheid en leefbaarheid van de stad te garanderen. Tijmen Wisman, docent aan de faculteit rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit in Amsterdam en voorzitter van het Platform Bescherming Burgerrechten, vindt het grof geschut. ‘Wat zijn de concrete problemen en hoe draagt het op persoonsniveau verwerken van gegevens uit randapparatuur eraan bij om deze op te lossen?’ Bovendien, stelt Wisman, heb je als gemeente de plicht te kijken of er niet een minder inbreuk makend middel voorhanden is dan ‘bij de Wallen lekker persoonsgegevens binnen te harken’.

UPDATE 6 juni 2019: In een eerdere versie stond ten onrechte dat de gemeente Amsterdam ook klant is van CityTraffic. Dat is niet het geval. CityTraffic doet wel tellingen in Amsterdam, maar dat gebeurt niet in opdracht van de gemeente.

Google meet luchtkwaliteit

Amsterdam is kritisch op commerciële partijen en hun datahonger, tegelijk kan de gemeente niet zonder de hulp van diezelfde grote techbedrijven. Zo werkt Amsterdam sinds kort samen met Google om de luchtkwaliteit op straatniveau te meten. Hiertoe worden Google’s Street View-auto’s uitgerust met luchtsensoren die stikstofmonoxide, stikstofdioxide, fijnstof en roet kunnen meten.

Korting in ruil voor data

Dat data van sensoren rechtstreeks geld waard zijn, bewijzen de plannen van de nog te bouwen Helmondse wijk Brandevoort II. Naast alle sensoren in lantaarnpalen (voor het meten van geluid, beweging en luchtkwaliteit) en rioleringen, komen er ook sensoren in huis. Bewoners die dat willen, moeten hun data volgens het FD kunnen delen met bedrijven in korting voor huur. De haalbaarheid van deze controversiële plannen wordt nog onderzocht.

Zit er een limiet aan het aantal mensen dat je kunt kennen? Wat bewijst de uitslag van een schriftelijke test eigenlijk? In onze Grote Vragen Podcast beantwoorden we ‘vragen waar je nooit over na hebt gedacht maar plotseling dolgraag een antwoord op wilt hebben’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden