Wie zalft er dan wél kwak?

Deze week tikte de rechter in Amsterdam de Vereniging tegen de Kwalzalverij op de vingers voor de aanpak van een orthomanueel therapeut. Columnist Hans van Maanen vindt die uitspraak zelf ook haast kwakzalverij...

Ik mag graag mopperen op de journalistiek die weinig benul heeft van wetenschap, maar het is een berg van kennis vergeleken met hetgeen de rechtelijke macht afgelopen week aan onkunde ten toon spreidde. De uitspraak in hoger beroep van orthomanueel geneeskundige Maria Sickesz tegen de Vereniging tegen de Kwakzalverij grenst aan, ik zou haast zeggen, kwakzalverij. Uit niets blijkt dat de raadsheren, Van Hartingsveldt, Huijzer en Van Oosten-van Smaalen, enig begrip hebben van de manier waarop het er in de wetenschap aan toegaat.

Het arrest, zo heeft inmiddels in de meeste kranten gestaan, pakt nadelig uit voor de Vereniging tegen de Kwakzalverij – zo nadelig dat de club in zijn voortbestaan wordt bedreigd.

Ik heb een paar jaar geleden het jubileumboek voor de vereniging verzorgd, dus opheffing zou mij nogal aan het hart gaan. Maar belangrijker is nu de inhoudelijke kant van de zaak. Medisch inspecteur-generaal Van der Wal signaleerde onlangs in het tijdschrift van de Vereniging tegen de Kwakzalverij dat het Openbaar Ministerie ‘matig geëquipeerd is voor het afhandelen van klachten uit de medische sector’. Bij de rechtelijke macht valt ook nog veel goeds te doen.

De vereniging heeft Sickesz tijdens de ledenvergadering van 2000 hoog op de toptwintig van kwakzalvers gezet, zij het nog onder diëtist Moerman, helderziende Borgman en het Staphorster Boertje. In 2001 deed de voorzitter van de vereniging, Cees Renckens, het nog eens dunnetjes over.

Nekwervels
‘In 1981 publiceerde Sickesz het boek Orthomanipulatie (Stafleu), waarin zij vooral betoogt dat elk mens absoluut symmetrisch moet zijn en ‘ontdekt’ maar liefst vijf mogelijkheden van wervelscheefstand.

Het resulterende klachtenpatroon, dat ergo ook voor orthomanuele behandeling in aanmerking komt, gaat verder dan klachten van het bewegingsapparaat: menstruatieklachten, suikerziekte, maagpijn, diarree, eczeem, astma, hartkloppingen, oorsuizen et cetera, kunnen volgens Sickesz goed behandeld worden.

De feitelijke behandeling bestaat uit zachtzinnige manipulaties van rug en andere gewrichten, waarbij de scheefstanden zouden worden gecorrigeerd. De laatste jaren wordt Sickesz steeds maller, als zij beweert dat ook ziektebeelden als schizofrenie en manisch-depressieve psychosen het gevolg zijn van standsafwijkingen van de bovenste nekwervels.’

Van Dale
Maar mag de vereniging Sickesz daarom een kwakzalver noemen? Voor de beantwoording van die belangrijke vraag had het hof slechts twee bronnen nodig: de vorige druk van de Van Dale, en een ruim zestien jaar oud economisch proefschrift.

Het hof citeert Van Dale vrijwel correct: ‘iem. die nutteloze middelen toepast ter genezing van de een of andere ziekte of middelen beweert te kennen tegen alle mogelijke ziekten, ofwel iem. die zulke middelen, meestal met veel ophef, te koop aanbiedt; – onbevoegd beoefenaar van de geneeskunst. (fig.) iem. die het publiek wat op de mouw wil spelden, syn. boerenbedrieger, oplichter, knoeier.’

Figuurlijk
Het lemma is dus opgedeeld in een letterlijk deel en een figuurlijk deel. Voor het hof telt, blijkens het arrest, vooral de figuurlijke betekenis, de ‘gangbare negatieve gevoelswaarde’ van het woord. ‘Voor een arts als Sickesz vormt deze connotatie van boerenbedrieger, oplichter en knoeier ontegenzeggelijk een aantasting van haar professionele en persoonlijke integriteit’, aldus het arrest. Als Sickesz geen arts, maar palingboer was geweest, had de zaak kennelijk heel anders gelegen.

De echte vraag is natuurlijk of Sickesz iem. is die nutteloze middelen toepast, of middelen beweert te kennen tegen alle mogelijke ziekten. Ook nu heeft het hof aan één bron genoeg, te weten het proefschrift van Johan Albers en Eppe Keizer: een onderzoek naar de waarde van orthomanuele geneeskunde (OMG) uit 1990. En daaruit alleen de samenvatting, waarvan het hof heeft begrepen dat ‘twee op de drie van de met OMG behandelde patiënten er in hun algemene toestand op vooruit zeggen te gaan en een gunstig effect van hun klachten ervaren’.

'Kermisgeneeskunde'
Het proefschrift leidde in 1990 nogal tot ophef. De twee orthomanuele artsen promoveerden niet aan de medische, maar aan de economische faculteit. De reacties uit de medische wereld waren niet mals. Orthopeed Van Linge schreef het college van decanen (verantwoordelijk voor promoties) een woedende brief waarin hij stelde dat ‘het doctoraat van de Erasmus Universiteit een forse devaluatie’ had ondergaan. Elders sprak hij van ‘kermisgeneeskunde’.

Zijn collega Kerrebijn, zelf ook decaan, distantieerde zich al evenzeer: ‘Noch de theorievorming, noch de uitvoering van dit onderzoek voldoen aan de voorwaarden die aan patiënt-gebonden onderzoek moeten worden gesteld.’ De conclusie dat twee van de drie patiënten opknapten, zei hij, heeft ‘geen wetenschappelijke waarde’.

In een recentere literatuurstudie uit 2005, van orthomanueel arts M. B. van Hogezand, wordt het werk van Albers en Keizer in één zin weggezet: ‘Er is 15 jaar geleden één effectiviteitsonderzoek gepubliceerd, dat echter naar de huidige maatstaven niet voldoet (geen controlegroep, korte follow-up).’

Voor het hof bewijst het proefschrift afdoende het nut van Sickesz’ geneeskunst. ‘Reeds op grond hiervan stelt het hof vast dat OMG niet ‘nutteloos’ is als bedoeld in de definitie van Van Dale.’ Voor het gemak laat het hof de rest van de definitie, ‘ter genezing van een of andere ziekte’, maar weg.

Aan het hart van de beschuldiging van de Vereniging, de claim van Sickesz dat OMG ook alle mogelijke kwalen als autisme, anorexie, depressie kan verhelpen – laat staan aan haar argumenten en documenten – komt het hof niet eens toe.

Zelfs als het proefschrift wel zou deugen: in de medische wetenschap is het niet voldoende dat patiënten zeggen op te knappen. Na een bedevaart naar Lourdes of een weekje in een kuuroord voelen de meeste mensen zich ook beter – en daar is niets tegen, maar voor wetenschappelijk bewijs van werkzaamheid is meer nodig.

EBM
Het hof schuift het belang van dat bewijs, van evidence-based medicine (EBM), achteloos en zonder verdere toelichting van tafel: ‘Niet valt in te zien dat voldoen aan de EBM-norm de enige manier is om aan de kwalificatie kwakzalverij te ontkomen.’ De gedachten achter evidence-based medicine zijn niet zo heel moeilijk uit te leggen, maar Van Hartingsveldt, Huijzer en Van Oosten-van Smaalen vonden het kennelijk niet nodig zich te laten bijspijkeren op dit terrein.

Het hof beweert ook nog dat het nut van Sickesz’ behandelingen vaststaat omdat verzekeringen ze vergoeden en dat ze nog nooit een tuchtrechtelijk is veroordeeld.

Opheffing
Het is kermisrechtspraak, maar wat betekent het nu verder? Het betekent dat de Vereniging tegen de Kwakzalverij zich wel ongeveer kan opheffen – als het de kosten van een korte rectificatie (in een vlak van 10 bij 20 centimeter, het hof heeft kennelijk ook weinig gevoel voor maten) kan opbrengen.

Niemand, en zeker een arts niet, kan nog beschuldigd worden van kwakzalverij, zo lang er maar ergens één publicatie is, hoe armoedig ook, waarin ooit het ‘nut’ van een behandeling is beschreven. Het propageren van aspirine tegen depressie mag, want aspirine helpt tegen hoofdpijn. Het propageren van kuren tegen kanker mag, want mensen zeggen op te knappen van kuren tegen reuma. Alles mag, behalve kwakzalvers voor kwakzalvers uitmaken.

\N Beeld null
\N
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden