Wie wil er gonorroe? Malaria misschien? De opmars van de besmettingsstudies

'We besmetten patiënten voor het algemeen belang'

‘Het gevaar dat deelnemers nu lopen, is kleiner dan veel alledaagse risico’s’, zegt Marc Lipsitch, hoogleraar infectieziekten­epidemiologie aan de Harvard Universiteit in de Verenigde Staten, die zelf geen besmettingsstudies uitvoert. Foto Arjen Born

Wetenschappers die proefpersonen infecteren met cholera, malaria of griep: deze besmettingsstudies leveren nieuwe inzichten op en zijn, ondanks hun nogal dubieuze verleden, aan een opmars bezig.

Op het prikbord in de hal van het North Carolina-universiteitsziekenhuis in het Amerikaanse Chapel Hill hangt een uitgeprint A4’tje. ‘Gezocht: gezonde, mannelijke vrijwilligers voor wetenschappelijk onderzoek naar bacteriële infecties, tegen redelijke vergoeding.’ Onder aan het postertje kunnen geïnteresseerden een strookje afscheuren met daarop een telefoonnummer.

Wie het nummer belt, krijgt te horen waar de studie precies over gaat. Veel bellers druipen dan af, vertelt onderzoeksleidster Marcia Hobbs. Het betreft namelijk een studie waarbij ze via een dun buisje in hun plasbuis geïnfecteerd worden met de bacterie Neisseria gonorrhoeae. Gonorroe dus.

Het is niet de enige ziekte die wordt bestudeerd door opzettelijke besmetting van vrijwilligers. De laatste jaren is de besmettingsstudie aan een ware opmars bezig. In het Leids Universitair Medisch Centrum begon in februari een studie waarbij zeventien deelnemers via hun huid de parasitaire worm Schistosoma mansoni kregen toegediend. En verspreid over de wereld worden besmettingsstudies gedaan met onder meer cholera, malaria, shigella, knokkelkoorts, griep, E. coli, norovirus, tuberculose en tyfus. In Engeland is er zelfs een bedrijf, hVIVO, dat in opdracht van farmaceutische bedrijven op een speciaal daarvoor opgezette compound, FluCamp, deelnemers besmet met griep- en verkoudheidsvirussen. Onderzoekers testen vaccins of medicijnen, of proberen fundamentele kennis op te doen over ziekteverwekker en ziekte.

Voordelen

Besmettingsstudies maken het bestuderen van ‘gewone’ mensen die dergelijke infecties oplopen niet overbodig, maar bieden wel voordelen: zo kunnen de deelnemers uitgebreid worden onderzocht voordat ze besmet worden, om zo scherper in beeld te krijgen wat in het lichaam gebeurt tijdens en na de infectie. Verder kunnen onderzoekers de helft van de deelnemers een vaccin of medicijn geven en de andere helft een placebo om de werkzaamheid daarvan beter te kunnen bestuderen, wat in het geval van ‘echte’ zieken niet ethisch is. Dankzij deze mogelijkheden kunnen besmettingsstudies een brug slaan tussen proefdieronderzoek en grootschalige studies met patiënten of risicogroepen.

Hoe braaf de studies van tegenwoordig vergeleken met vroeger ook zijn, helemaal zonder risico zijn ze niet. Daarom moeten deelnemers streng gescreend en medisch onderzocht worden, uitgebreid geïnformeerd over de procedure en de risico’s. Vooraf moeten de onderzoekers de ethische commissie ervan overtuigen dat de kans op complicaties en blijvende schade vrijwel uitgesloten is – 100 procent is onmogelijk. Dankzij die regels en de toegenomen kennis over gecontroleerde besmetting zien de meeste experts de studies niet meer als omstreden. ‘Het gevaar dat deelnemers nu lopen, is kleiner dan veel alledaagse risico’s’, zegt Marc Lipsitch, hoogleraar infectieziekten­epidemiologie aan de Harvard Universiteit in de Verenigde Staten, die zelf geen besmettingsstudies uitvoert.

Dat meestal jonge, gezonde vrijwilligers worden gebruikt, vormt wel een beperking van besmettingsstudies, zegt ­Lipsitch. ‘Het kan gebeuren dat deze groep te veel verschilt van de mensen die je wilt gaan beschermen.’ Een bekend voorbeeld hiervan is de griepprik: die werkt het minst goed bij hen die er het meest baat bij hebben: zwakke ouderen. Daarnaast is de manier waarop de vrijwilligers worden blootgesteld vaak niet identiek aan die in de buitenwereld. ‘Perfect is het dus niet, maar wetenschap draait altijd om het combineren van verschillende methoden met elk hun voor- en nadelen’, zegt Lipsitch.

Ondanks die beperkingen heeft ook de nieuwe generatie besmettingsstudies de nodige inzichten opgeleverd: dat het norovirus zich sneller verspreidt via braaksel dan via diarree, hoe de cholerabacterie Vibrio cholerae zich in het lichaam manifesteert, dat een besmetting met shigella beschermt tegen een volgende infectie en wat het verloop van griep en verkoudheid is. Daarnaast zijn er vele vaccins in een vroeg stadium getest, voor de stap richting grootschalige studies.

‘Het voelt voor een arts contra-intuïtief om patiënten te besmetten’, zegt Mark Mulligan van de Emory Universiteit in Atlanta. ‘Maar we doen het voor het algemeen belang.’ Mulligan doet onder meer studies met norovirus, de veroorzaker van buikgriep. Deelnemers krijgen het virus via een drankje toegediend en worden na 24 tot 36 uur behoorlijk beroerd: overgeven, diarree, soms lichte koorts. Pas als ze beter zijn mogen ze naar huis. Geen pretje inderdaad, maar Mulligan benadrukt dat vrijwel iedereen het norovirus sowieso een keer of vijf oploopt. ‘En voor zover bekend heeft buikgriep geen nadelige langetermijneffecten.’

Geen echte tuberculose

Niet alle besmettingsstudies vinden plaats met de ziekteverwekker zoals die ‘in het echt’ voorkomt. Bij zijn onderzoek naar ­tuberculose gebruikt Mulligan ­bijvoorbeeld niet Mycobacterium tuberculosis, maar een neefje ervan, Bacillus Calmette-Guérin (BCG), die ook als (gedeeltelijk ­beschermend) vaccin wordt gebruikt. Bij knokkelkoorts worden verzwakte virussen gebruikt die eerder als vaccin waren afgekeurd omdat ze te veel klachten gaven – maar lang niet zoveel als echte knokkelkoorts. Deelnemers aan de Leidse studie krijgen alleen mannetjeswormen, omdat de vrouwtjes eitjes leggen in de bloedbaan. Aan het eind van de studie krijgen de deelnemers een medicijn dat de wormen doodt. 

Bij andere ziekten, zoals malaria, wordt wel de echte ziekteverwekker gebruikt, maar wordt direct bij de eerste symptomen de behandeling begonnen. Een op de vijf deelnemers aan dit soort malariastudies krijgt tijdelijk zwaardere klachten, zoals koude rillingen, malaise en overgeven. Malaria geeft alleen blijvende schade als er niet op tijd behandeld wordt.

Het gonorroe-onderzoek in ­Chapel Hill loopt al sinds de jaren negentig. Er is een extra reden om deze ziekte te bestuderen in vrijwilligers: dieren kunnen het niet krijgen. Collega’s van Hobbs ­h­ebben wel muizen zo weten aan te passen dat die de ziekte kunnen krijgen, maar die staan nog verder van de mens af dan gewone proefdieren. 

Op basis van de studies met menselijke vrijwilligers hoopt Hobbs erachter te komen welke delen van de bacterie je in een vaccin zou kunnen stoppen. ‘Tot nu toe hebben we vooral geleerd wat allemaal géén afweer opwekt en we weten inmiddels dat wie besmet is geraakt niet immuun wordt tegen de bacterie. Dat maakt het ontwikkelen van een gonorroe-vaccin nog lastiger’, zegt Hobbs. ‘We moeten het beter doen dan de natuur.’

Wie zich niet laat afschrikken door het vooruitzicht dat hij gonorroe krijgt, wordt door het team van Hobbs gescreend. Ze mogen geen geschiedenis hebben van seksueel overdraagbare aandoeningen en ze moeten een volledig gezond immuunsysteem hebben. Alleen mannelijke deelnemers zijn toegestaan omdat de ziekte bij vrouwen in zeldzame gevallen tot onvruchtbaarheid leidt. De mannen krijgen de bacterie via een buisje vijf centimeter diep in hun plasbuis ingebracht. Ze mogen naar huis en aan het werk, maar moeten in het ziekenhuis overnachten. Elke morgen worden ze onderzocht.

Omstandersrisico’s

Omdat de deelnemers de ziekte seksueel kunnen overdragen, mogen ze geen seks hebben tijdens de studieperiode. ‘Dat kunnen we inderdaad niet volledig uitsluiten, maar we leggen de risico’s voor de partner uitgebreid uit’, zegt Hobbs. ‘En het is juridisch zo vastgelegd dat wie iemand besmet, daarvoor aansprakelijk gesteld kan worden. Zover heeft het nog nooit hoeven komen.’

Dit soort ‘omstandersrisico’s’ komen niet altijd voor, bijvoorbeeld omdat de ziekte niet direct overdraagbaar is of omdat de vrijwilligers tijdens deelname in quarantaine blijven. Maar in 2017 werd het onderzoek stilgelegd waarbij mannen met het Zika-virus werden besmet, omdat het vermoeden was gerezen dat muggen en seksueel contact het virus zouden kunnen overdragen op vrouwen. Voor mannen is de ziekte ongevaarlijk, zwangere vrouwen zouden er een misvormde baby door kunnen krijgen.

Vergoeding

De vraag is wat mensen drijft om mee te doen aan een besmettingsstudie. Het simpelste antwoord is geld. Deelnemers ontvangen een vergoeding die, om geen perverse prikkel te zijn, niet exorbitant hoog mag zijn. Maar in de praktijk is het bedrag voor mensen die het niet ruim hebben wel degelijk verleidelijk. Wie bijvoorbeeld in het Britse FluCamp tien tot veertien dagen intern verblijft om zich te laten besmetten met een griep- of verkoudheidsvirus, ontvangt daar 2.500 tot 3.500 pond (2.860 tot 4.000 euro) voor. Voor de Leidse parasietenstudie krijgen de deelnemers 1.000 euro.

Hoeveel de gonorroedeelnemers precies krijgen wil Hobbs niet vertellen, maar het bedrag is volgens haar ‘niet dwingend hoog’. De onderzoekers benadrukken dat hun deelnemers het ‘niet alleen’ voor het geld doen. Ze zouden hun steentje bij willen dragen aan de medische wetenschap en het een spannende ervaring ­vinden. Deelnemers aan FluCamp geven op de onafhankelijke beoordelingssite TrustPilot een 8,6 en schrijven onder meer dat ze ­‘eindelijk toekwamen aan schrijven en lezen’. Op YouTube zijn door deelnemers geüploade filmpjes te zien. De meest gehoorde klachten zijn de lange dagen en de trage ­betaling.

Nu is FluCamp een beetje een uitzondering, omdat iedereen al eens griep of verkoudheid heeft gehad. Andere besmettingsstudies hebben een veel hogere griezelfactor. De onderzoekers zijn dan ook als de dood voor spookverhalen. De onderzoeksleider van de Leidse wormenstudie was uiteindelijk bereid op anonieme basis een deelnemer te laten interviewen, maar toen ze te verstaan kreeg dat de regie in de aanloop naar het artikel niet bij haar, maar bij de journalist lag, trok ze zich terug. Ook Hobbs is panisch voor negatieve publiciteit. ‘Veel mensen die het nut inzien van besmettingsstudies stellen een grens bij seksueel overdraagbare aandoeningen’, verzucht ze, ‘zelfs sommige collega’s.’

Zodra de deelnemers van Hobbs’ gonorroe-onderzoek last krijgen van een licht branderig ­gevoel bij het plassen, worden ze behandeld met antibiotica. Er wordt dus niet gewacht tot ze de beruchte ‘druiper’ krijgen. Volgens Hobbs vinden de meeste deelnemers het experiment achteraf meevallen. ‘Ze zien het meest op tegen het inbrengen van het buisje en dat duurt maar twintig seconden. Het is altijd het makkelijkst om nieuwe vrijwilligers te werven vlak na een studie. De meesten komen niet via het postertje, maar op aanraden van een vriend.’  

Besmettingsstudies: een dubieuze geschiedenis

Besmettingsstudies hebben een ­beroemd en berucht verleden. Aan het eind van de 18de eeuw testte de Britse arts Edward Jenner het door hem ontwikkelde pokkenvaccin door duizenden mensen te besmetten met het levensgevaarlijke virus. Gelukkig voor hen bleek het vaccin inderdaad effectief. Aan het begin van de 20ste eeuw overleden meerdere Amerikanen en Spanjaarden nadat ze door onderzoekers van het Amerikaanse leger op Cuba waren geïnfecteerd met gele koorts. Vanaf de jaren veertig gebruikten Amerikaanse artsen gevangenen als object voor onderzoek naar onder meer malaria.

Nadat nazi-artsen in de Tweede Wereldoorlog minstens zo akelige experimenten hadden uitgevoerd op mensen, werd de zogeheten Neurenbergcode opgesteld. Volgens die code moet deelname altijd vrijwillig plaatsvinden en op basis van volledige informatie over mogelijke risico’s en zijn experimenten alleen toegestaan als het niet op een minder belastende manier kan.

Opmerkelijk genoeg besloot de American Medical Association dat de Neurenbergcode niet gold voor Amerikaanse ­wetenschappers, en gingen de studies naar onder meer syfilis, cholera en hepatitis met gevangenen tot diep in de jaren zestig door. Er werden zelfs kankercellen bij ­gevangenen ingespoten.

Pas halverwege de jaren zeventig kwam er een einde aan de Amerikaanse experimenten met gevangenen. De medische ­wetenschap zat nu met een probleem. Dankzij dit soort studies was er veel geleerd over uiteenlopende infecties en kwamen er onder meer werkzame medicijnen tegen malaria en een vaccin tegen gele koorts, maar er waren nog veel onopgeloste problemen. En dus was er veel aan ­gelegen om met besmettingsstudies door te kunnen gaan. Vandaar dat er strenge ­regels zijn gekomen die de deelnemers moeten beschermen. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.