Interview Charles C. Mann

Wie redt ons: de techno-optimist of de eco-pessimist?

Technologie en ecologie bieden tegenovergestelde oplossingen voor het voedsel- en het klimaatvraagstuk. Charles C. Mann ontleedt deze controverse tussen meer, meer, meer en minder, minder, minder en vraagt zich af of de tegenstelling misschien toch is te overbruggen.

Charles C Mann, gefotografeerd in het ambassade hotel. Beeld Erik Smits

Eigenlijk heeft hij De Tovenaar en de Profeet geschreven voor zijn dochter, zegt de Amerikaanse wetenschapsjournalist Charles C. Mann (63). ‘Toen mijn dochter werd geboren bedacht ik dat als zij straks zo oud is als ik, er op aarde waarschijnlijk tien miljard mensen zullen wonen. Tien miljard! Dat is heel veel. Hoe gaan we dat doen, vroeg ik me af.’

‘Onlangs is mijn dochter begonnen op de universiteit. Veel studenten van haar leeftijd kiezen tegenwoordig milieustudies. Ik wilde een boek schrijven dat deze generatie de gereedschappen geeft om een eigen visie te ontwikkelen op de problemen van deze tijd. Ik hoop dat het nuttig voor ze kan zijn als leerboek.’

De 21ste-eeuwse mens staat voor enorme uitdagingen. Zoals: hoe gaan we in 2050 tien miljard monden voeden? Hoe gaan we het probleem te lijf van de opwarming van de aarde, met een fatale zeespiegelstijging tot gevolg? Hoe raken we los van vervuilende fossiele brandstoffen zonder al te veel in te leveren van onze huidige leefwijze?

Wat niet helpt is dat in het zoeken naar oplossingen voor deze wereldwijde vraagstukken twee kampen diametraal tegenover elkaar staan. Aan de ene kant de techno-optimisten (Tovenaars, in de titel van Manns boek) die geloven in het vernuft van de mens om problemen te overwinnen met hoogwaardige technologische oplossingen als genetische modificatie, kernenergie en climate smart agriculture.

Aan de andere kant de ecologen (Profeten) die waarschuwen dat de mens druk bezig is de aarde uit te putten. Zij willen grenzen stellen aan de groei en leggen de nadruk op soberheid en duurzaamheid: minder vlees, minder vliegen, minder kunstmest, meer kleinschalige (biologische) landbouw, meer kringloopdenken.

Mann beschrijft die tegenstellingen aan de hand van twee mannen die ieder aan de wieg hebben gestaan van de geboorte van deze twee kampen. De eerste is Norman Borlaug (1914-2009), een Amerikaanse landbouwkundige die in 1970 de Nobelprijs voor de Vrede ontving voor zijn werk om ziekteresistente landbouwgewassen te ontwikkelen. Borlaug die genoemd wordt als de ‘vader van de Groene Revolutie’, de belangrijkste landbouwvernieuwing van de vorige eeuw, was een typische Tovenaar, zegt Mann, met zijn rotsvaste vertrouwen in de techniek.

De tweede man is William Vogt (1902-1968), een eveneens Amerikaanse ecoloog en ornitholoog die zijn leven in dienst stelde van pleidooien om de mens ervan te overtuigen dat hij een stapje terug moet doen. Welvaart is niet onze grootste verdienste, maar ons grootste probleem, betoogde Vogt. Hij introduceerde de draagkracht van de aarde als begrip, pleitte voor geboortebeperking en groeide uit tot een van de grondleggers van de moderne milieubeweging. Een Profeet ten voeten uit, aldus Mann.

Waar Borlaug ‘meer, meer, meer’ riep, pleitte Vogt voor ‘minder, minder minder’. And never the twain shall meet, aldus het beroemde gedicht van de Britse poëet Rudyard Kipling.

Wat waren het voor mannen?

‘Vogt en Borlaug groeiden op onder totaal verschillende omstandigheden. Vogt werd geboren in Mineola, een tuinstadje bij New York dat wordt omgeploegd voor stadsuitbreiding. Het landschap van zijn jeugd, waarin Vogt gelukkig was, wordt letterlijk platgewalst door bulldozers. Dat besef werkt sterk door in zijn latere leven.

‘Borlaug daarentegen wordt geboren in een arm gezin van Noorse immigranten op het platteland van Iowa. Ze hebben genoeg te eten, maar er moet hard voor worden gewerkt, ze moeten de eindjes aan elkaar knopen. Borlaug werkt als peuter al mee op het land.

‘De tractor die zijn vader op een gegeven moment koopt, betekent voor Borlaug letterlijk een bevrijding. Het stelt hem in staat naar de stad te gaan om te studeren. Wat de tractor voor hem deed, wilde Borlaug ook voor andere mensen bewerkstelligen: ze de mogelijkheid geven om zich te bevrijden van het zware werk op het land. Dat verklaart zijn voorliefde voor wetenschap en techniek.’

Twee totaal andere persoonlijkheden dus. Zijn er ook overeenkomsten?

‘Het waren beiden ijverige, toegewijde mannen, bijna obsessief in hun werk. Echte workaholics, een privéleven kenden ze nauwelijks. Geld interesseerde ze niet; ze hoefden niet rijk te worden. Borlaug gaf het geld dat hij kreeg voor zijn Nobelprijs grotendeels weg. Het moet niet gemakkelijk zijn geweest om met ze getrouwd te zijn, ik benijd hun vrouwen niet, maar het waren fatsoenlijke mannen. Idealisten met ieder hun eigen visie op de wereld.’

Borlaug en Vogt waren tijdgenoten. Ze reisden door dezelfde landen, hielden zich bezig met dezelfde problemen, maar ontwikkelden volkomen tegengestelde visies daarop. Waar Borlaug geraakt werd door armoede en ondervoeding, zag Vogt overal ontbossing en ecologische degradatie.

‘Dat komt omdat ze een totaal ander mensbeeld hadden. Vogt zag mensen als deel van een ecologisch systeem, verbonden met alles om hem heen. Als de gemeenschap niet gezond is, zijn de individuen die daarbinnen leven het ook niet, was zijn overtuiging. Voor Vogt draaide alles om het systeem. Wat individuele mensen doen, deed er volgens hem veel minder toe.

‘Borlaug zag mensen als vrije wezens die het recht hebben hun eigen keuzes te maken. Hij was veel minder geïnteresseerd in het systeem, voor hem was het belangrijker wat individuen konden doen.’

Kenden ze elkaar?

‘Voor zover ik heb kunnen achterhalen hebben ze elkaar één keer ontmoet, maar ze konden niet met elkaar opschieten. Vogt heeft zelfs geprobeerd het werk van Borlaug in Mexico, waar hij bezig was met het kruisen van resistente maisgewassen, stop te zetten. Ze gingen nooit publiekelijk met elkaar in debat. Als ze over elkaar spraken, dan ging het in bedekte termen. Vogt had het over misleide wetenschappers die de productie proberen te verhogen wat alleen maar leidt tot meer bevolkingsgroei. Borlaug betitelde de aanhangers van Vogt als ecologen die de vooruitgang proberen tegen te houden.’

Beide mannen krijgen een eigen aanhang: de Borlaugianen die pleiten voor meer welvaart en technologie en de Vogtianen die oproepen tot geboortebeperking en ecologisch bewustzijn. Wat frappant is: de tegenstelling die bij hen begon, woedt voort tot op de dag van vandaag. Sterker nog: beide kampen verschansen zich alleen maar dieper in hun eigen loopgraven. 

Hoe verklaart u dat?

‘Omdat er onder beide visies een fundamenteel verschil van mening schuil gaat over wat een goed leven is. Voor Vogt zijn mensen het gelukkigst als ze deel uitmaken van een gemeenschap die dicht bij de natuur staat. Individuele autonomie leidt in zijn visie alleen maar tot normloosheid, eenzaamheid, sociale isolatie en het uiteenvallen van gemeenschappen.

‘Bij Borlaug staan juist autonomie en keuzevrijheid om te doen wat voor jou het beste is voorop. Vrijheid en welvaart maken volgens hem de mensen gelukkig. In die zin zou je Borlaug een klassieke liberaal kunnen noemen.

‘Als iemand als Naomi Klein, de anti-globaliseringsactivist, zegt dat ze tegen kernenergie is vanwege de risico’s met radioactief afval, dan heeft ze daarmee een punt. Maar wat daar onder zit is een afkeer van hoog technologische, gecentraliseerde installaties, gerund door anonieme multinationals die zich onttrekken aan democratische controle en zich niet verantwoordelijk voelen voor het welzijn van de mens. Voor het tegenoverstaande kamp is kernenergie juist een technologische oplossing voor een milieuprobleem. Tussen die twee opvattingen staat een muur.’

Wat een discussie lijkt over praktische zaken, is in de grond een zaak van het hart, schrijft u in uw boek.

‘Precies. Wat zou er gebeuren als Profeten zouden zeggen: oké genetisch gemodificeerd voedsel is veilig, dat kun je gerust eten? En als Tovenaars zouden toegeven: het is waar dat industriële landbouw enorme schadelijke effecten heeft op het milieu? Als ze dat deden, zou dat openingen bieden om tot nieuwe oplossingen te komen.’

Maar dat gebeurt niet.

‘Mensen hebben altijd de neiging om medestanders te zoeken. Als mensen elkaar ontmoeten is het eerste wat ze doen proberen te achterhalen of je vriend of vijand bent. Ben je een vijand, dan ga ik gewoon niet naar je luisteren, ongeacht de argumenten die je aandraagt. Want ik geloof je niet. Ik denk dat dat vaak gebeurt in de discussie tussen deze twee partijen.’

Charles C Mann, gefotografeerd in het ambassade hotel. Beeld Erik Smits

Tovenaars halen hun gelijk uit de behaalde resultaten in het verleden. Sinds de jaren zestig is de wereldbevolking verdubbeld. Tegelijkertijd is de voedselproductie per hoofd van de bevolking met een kwart toegenomen. Waarom zouden ze dat kunstje niet nog eens flikken?

‘Wat ze zeggen klopt. Maar de kosten die daarmee gepaard gaan zijn enorm hoog. Neem kunstmest, een essentieel onderdeel van de industriële landbouw. 40 procent van de kunstmest wordt niet opgenomen in planten, maar verdwijnt in het milieu. Het tast de ozonlaag aan, vervuilt de rivieren en creëert dode zones in zeeën waar geen vis meer in kan leven. Wil je nog meer daarvan, vragen Profeten. Ik vind dat ze daarmee een punt hebben.’

Profeten voorspellen hel en verdoemenis als we niet minderen. Minder vlees, minder vliegen, minder autorijden. Dat is geen populaire boodschap.

‘Dat zou je denken, maar ik zie het omgekeerde. Ik kwam in 1979 voor het eerst naar Amsterdam, als toerist. Gisteren heb ik hier een dag rondgelopen. Overal waar ik kwam, zag ik restaurants die zich biologisch of ecologisch noemen. Ik heb gisteren gegeten in een restaurant dat Planet Earth heet. Dat was dertig jaar geleden ondenkbaar.’

Tegelijkertijd doen we boodschappen met de auto en vliegen we op vakantie naar Bali.

‘Misschien wel, maar vergeet niet dat vliegtuigen de afgelopen jaren veel efficiënter zijn geworden. De CO2-emissies van vliegen zijn gedaald met 40 procent sinds 1980. Benzineauto’s gaan er de komende twintig jaar helemaal uit, elektrische auto’s gaan het overnemen. Of het snel genoeg gaat is de vraag, maar dat zijn wel dingen die je ziet gebeuren.’

Zijn volgens u de Profeten aan de winnende hand?

‘De Amerikaanse schrijfster Mary McCarthy schreef in 1971 Birds of America, een boek over een cultuurclash tussen jong en oud. Een van de jongeren in dat boek is vegetarisch en weigert kalkoen te eten op Thanksgiving Day, de Amerikaanse nationale feestdag. De ouderen kunnen dat niet begrijpen en dwingen haar bijna om vlees te eten.

‘Dat zou dezer dagen niet meer gebeuren. Iedereen heeft tegenwoordig wel een vegetariër in de familie. Daar houd je gewoon rekening mee. Wat toen nog gezien werd als een aanval op een manier van leven, geldt nu hooguit als iets lastigs. Dat is een enorme mentaliteitsverandering.

‘Je ziet het ook in het klimaatdebat. De Borlaugiaanse oplossing zou zijn: meer kerncentrales bouwen. Maar nergens worden op grote schaal kerncentrales gebouwd. Het draait overal om duurzame energie uit zon en wind. Cultureel gezien denk ik dat de Profeten aan de winnende hand zijn. Politiek gezien hebben Tovenaars nog wel de overhand.’

Kunt u daar een voorbeeld van geven?

‘De staat Californië kampt met grote watertekorten. Om dat tegen te gaan laat gouverneur Jerry Brown langs de kust grote ontziltingsinstallaties aanleggen en enorme waterzuiveringsbedrijven bouwen. Dat zijn typische tovenaarsoplossingen.

‘Als je de industriële landbouw wilt veranderen, moeten de regels worden aangepast. Dat gebeurt nog niet op grote schaal. Natuurlijk hebben grote bedrijven een sterke lobby bij de overheid. Maar het is ook altijd gemakkelijker om te blijven doen wat je doet, dan je aanpak te veranderen. Er is een heel systeem van instituties opgetuigd om te doen wat we nu doen. Om dat te veranderen is een lang en moeizaam proces.’

Waar staat u zelf in dit debat? Als student was u een Vogtiaan, later veranderde u in een overtuigde Borlaugiaan. Wat bent u nu?

‘In de recensies op mijn boek werd ik aangevallen door beide kanten. Door sommigen werd ik neergezet als een overduidelijke Vogtiaan, anderen noemden mij een onverbeterlijke Borlaugiaan. Ieder leest het op zijn eigen manier. Ik schipper tussen die twee.’

De vraag is of een oplossing nog wel op tijd komt. U haalt in uw boek Lynn Margulis aan, een bioloog die komt met de Wet van het petrischaaltje: leg er een bacterie in met voeding en de bacterie groeit net zo lang tot alles op is. Dan sterft de bacterie zelf ook. Hetzelfde gaat volgens Margulis op voor alle levende wezens op aarde. Dus ook voor de mens.

‘Ik kwam Margulis tegen toen ik in het café de krant zat te lezen. Waarom kijk je zo somber, vroeg ze. Omdat het Congres net een paar klimaatmaatregelen heeft afgestemd, antwoordde ik. Ja, duh!, zei Margulis. Het is een discussie die teruggaat op Darwin. Volgens Darwin is er maar één natuurwet die voor schepselen op aarde geldt, de mens niet uitgezonderd. Als dat klopt, krijgt Margulis gelijk.

‘Tovenaars en Profeten zeggen allebei dat de mens speciaal is, maar om verschillende redenen. Volgens de Tovenaars is de mens slim genoeg om de rand van het petrischaaltje op tijd te zien aankomen. Ze gebruiken het menselijke vernuft en intellect om het schaaltje groter te maken. Profeten waarschuwen dat we steeds dichter bij de rand komen en daarom moeten ophouden met groeien.’

Om een van beide oplossingen te kiezen, moet de mens bewijzen dat hij anders is dan andere dieren en Darwin dus ongelijk had. Waarom zouden we dat kunnen?

‘Ik vind dat Margulis een sterk argument heeft. Maar mensen hebben er eerder blijk van gegeven in staat te zijn tot fundamentele veranderingen. Neem slavernij, een van de oudste menselijke instituties. Rond 1800 waren van elke drie mensen op de wereld een à twee onvrij. Volgens de ILO zijn momenteel 25 miljoen mensen op de wereld slaaf. Dat is nog steeds verschrikkelijk veel, maar veel minder dan toen. In een tijdspanne van tweehonderd jaar, een vingerknip in de geschiedenis, hebben we een enorme verandering tot stand gebracht.

‘Hetzelfde gaat op voor vrouwenrechten. Samenlevingen zijn altijd door mannen gedomineerd. En toch: sinds de negentiende eeuw hebben zich daar enorme veranderingen in voltrokken. Neem het verhoor in de Senaat onlangs over de benoeming van Brett Kavanaugh tot nieuwe opperrechter. Daar legde een vrouw een publieke getuigenis af die Kavanaugh zijn benoeming had kunnen kosten. Dat was in 1800 ondenkbaar geweest.’

Tegelijkertijd benadrukt u in uw boek de moreel-filosofische problemen die grote veranderingen in de weg staan. De opwarming van de aarde vergt grote offers ten behoeve van toekomstige generaties. Het is al moeilijk om ons solidair te voelen met mensen aan de andere kant van de wereld. Laat staan met mensen die nog niet eens geboren zijn.

‘Dat is een ingewikkeld probleem. Ook al omdat je niet weet wat toekomstige generaties willen. Neem de kruistochten. Vanuit het standpunt van nu waren die een catastrofe. Maar de mensen die eraan deelnamen waren ervan overtuigd dat ze het juiste deden voor de toekomst.

‘Er is een film die Children of Men heet, gebaseerd op het gelijknamige boek van P.D. James. Daarin wordt het beeld geschetst van een wereld zonder toekomst, omdat er geen kinderen meer worden geboren. Het gevolg daarvan is dat de maatschappij uit elkaar valt. De toekomst is iets dat ons bindt. Leven zonder het gevoel dat er een toekomst is: dat is een ramp. Tegelijkertijd is het extreem moeilijk om uit te vinden hoe die toekomst eruit ziet.’

Denkt u dat wij daartoe in staat zijn?

‘Dat zal de komende eeuw moeten uitwijzen. Eigenlijk zijn we bezig met een experiment om te zien of Lynn Margulis gelijk heeft of niet. Ik zou daar geen voorspelling over durven te geven. Het eerlijke antwoord is: ik weet het niet.’

Borlaug en Vogt eindigen in mineur. Vogt pleegt zelfmoord, Borlaug wordt overladen met kritiek op de uitwassen van de Groene Revolutie.

‘Een paar maanden nadat Vogt was gestorven, kwam The Population Bomb uit, een boek dat waarschuwde voor de gevolgen van overbevolking. Dat was rechtstreeks op Vogts ideeën geïnspireerd. Wat Borlaug betreft: de Groene Revolutie veroorzaakte veel sociale disruptie, maar bottom line is dat meer mensen werden gevoed. Ze waren allebei heel invloedrijk, maar hadden toch het gevoel dat er niet naar ze geluisterd werd. Dat is de ironie.’

Charles C. Mann: De Tovenaar en de Profeet – Twee grondleggers en hun concurrerende ideeën over een leefbare toekomst op onze planeet

Uit het Engels vertaald door Bart Voorzanger.

Nieuw Amsterdam; 688 pagina’s; € 39,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden