botanie en tibi

Wie maakte toch dat prachtige en belangwekkende plantenboek uit de 16de eeuw? Dat is nu wél bekend

Een extreem dik Italiaans plantenboek geldt al eeuwen als een van de meest bijzondere objecten uit het Nederlandse wetenschappelijk erfgoed. En nu is eindelijk de auteur bekend. ‘Dit was zijn meesterwerk.’

Het En tibi-herbarium, met twee voorbeelden van ingeplakte planten. Beeld Naturalis

De trap op, langs vitrines met opgezette vogels, antieke tuingereedschappen, kostbare oude wandtapijten. Daar, in een kleine ruimte helemaal achter aan de tentoonstelling over middeleeuwse tuinen – daar zul je hem hebben. Een van de bijzonderste museumobjecten die ons land rijk is.

De En tibi perpetuis ridentem floribus hortum, zoals hij heet. Vertaald: ‘Hier voor jou, een glimlachende tuin met eeuwig bloeiende bloemen’.

‘Hij was destijds al zo waardevol dat de keizer van het heilige Roomse Rijk hem in zijn schatkamer bewaarde, en dat andere koningen hem roofden’, vertelt hoogleraar botaniegeschiedenis Tinde van Andel (Naturalis). ‘Veel gebruikt werd dit object waarschijnlijk niet’, zegt haar collega, botanicus Anastasia Stefanaki. ‘Men zal het soms hebben laten zien, om indruk te maken op bezoekers.’

Toch is het voorwerp in de vitrine gewoon een boek. Een extreem groot en dik boek weliswaar, afgewerkt met echt goud op de bladranden en gekalligrafeerd in sierlijke letters, maar toch: een boek. Met planten erin, geplet en gedroogd. Een herbarium. Anoniem, want de titelpagina ontbreekt.

Maar in het Italië van de 16de eeuw was dit boek het summum van innovatie, vertelt Van Andel. Het was de Renaissance, de periode waarin men voor het eerst planten ging verzamelen en systematisch ging ordenen: de waterplanten bij de waterplanten, de geraniums bij de geraniums. Een van de eerste aanzetten tot modern wetenschappelijk denken. ‘En dit boek, dat was zoiets als de nieuwste wetenschappelijke mode in huis halen, het modernste van het modernste. Met onder meer de vroegste planten die vanuit Amerika naar Europa werden gehaald.’

Stefanaki en Van Andel zijn er eindelijk in geslaagd de herkomst van het boek te achterhalen, schrijven ze in vakblad Plos One. Met een uitgebreid internationaal onderzoeksteam, waaronder boekhistorici, papierkenners, handschriftdeskundigen, kunsthistorici en filologen analyseerden ze het dna van enkele haren die ze vonden onder de planten, bestudeerden ze de band waarin het werk is gevat en spelden ze de inhoud.

En, cruciaal: ze vergeleken de En tibi met een ander, veel minder chic uitgevoerd plantenboek, dat in Rome wordt bewaard. Het was Stefanaki die opeens besefte: verhip, dit is de kladversie ervan. Het probeersel dat aan het echte werk voorafging. ‘Veel planten zijn er op dezelfde manier samengebracht als in de En tibi. En er zijn veel overeenkomsten in plantennamen.’ Ook al een aanwijzing dat het dezelfde auteur was, want plantennamen lagen in die tijd allerminst vast.

Dat bleek de sleutel. Het Romeinse plantenboek was immers niet in schoonschrift geschreven, maar in hanepoten. Een schrift, dat het team na gedetailleerde handschriftanalyse in verband kon brengen met een heuse naam: Francesco Petrollini, arts en botanicus uit het Bologna van midden 16de eeuw.

Dit was geen erg bekende figuur. Eerder iemand die plantenexcursies organiseerde dan een echte wetenschapper, legt Van Andel uit. Maar hij wist wel de weg, in de heuvels rondom Bologna. ‘Hij wist waar de planten stonden. Hij kende de moerassen, wist op welke hellingen je moest zoeken.’

De tomaat in het En tibi-herbarium. Beeld Naturalis

En hij ontwikkelde technieken om planten uit de Nieuwe Wereld te conserveren. Neem de wilde tomaat, destijds een zeer gewild, exotisch verzamelobject. In het Romeinse ‘kladboek’ was de tomaat nog te nat toen men hem tussen de bladzijden probeerde te drogen. Hij ging schimmelen en bedierf. ‘Maar dit is het meesterwerk’, wijst Van Andel op de En tibi. De auteur schraapte de vrucht zorgvuldig leeg, zodat alleen de huid overbleef, en droogde die voorzichtig met plant en al tussen de kostbare vellen papier.

En de ‘jou’ uit de boektitel, de persoon voor wie het boek was bestemd? Het zal niemand minder zijn geweest dan de Habsburgse keizer Maximiliaan II, beredeneren de wetenschappers (1527-1576; het Habsburgse Rijk liep destijds van Duitsland tot in Noord-Italië). Aan dat hof duikt het boek in 1611 immers voor het eerst op in de geschreven geschiedenis, op een inventarislijst van de schatkamer.

‘We denken dat het boek in opdracht van de keizer is gemaakt’, zegt Stefaniki. ‘Maximiliaan was immers geïnteresseerd in botanie.’ Dus moet er, onder Petrollini’s regie, een heel team aan het werk zijn gegaan, denkt ze: kalligrafen, boekbinders, lieden die de planten inplakten. Dat zou verklaren waarom het fraaie schoonschrift soms domme overschrijffouten bevat (‘lieranium’ in plaats van geranium) en waarom de mensenharen die ze in het boek vonden afkomstig blijken van verschillende individuen.

Uiteindelijk raakte het boek op drift. De Zweedse koning roofde het in de 17de eeuw als oorlogsbuit; zijn dochter deed het in 1654 cadeau aan de Nederlander Isaac Vossius; Vossius’ nazaten verkochten het in 1690 aan de Universiteit Leiden. Zo komt het dat het boek nu hier ligt, in een vitrine in het Rijksmuseum van Oudheden, in bruikleen van Naturalis.

‘Dit is het oudste door mensenhanden gemaakte object uit de collectie van Naturalis’, zegt Van Andel. ‘En het oudste echt complete herbarium dat we kennen. De eerste pannekoek mislukt altijd, zeg ik soms. En dit was de eerste pannekoek die wél lukte.’

In Leiden glimlacht de tuin met de eeuwig bloeiende bloemen, 461 jaar nadat hij werd samengesteld, nog altijd. Een jonge moeder, peuter op de schouder, stopt voor de vitrine en laat haar blik over het herbarium glijden. ‘Kijk eens wat een mooi boek?’, zegt ze tegen het kind.

‘Bloem! Bloem!’, zegt de peuter.

Het En tibi-herbarium is zondag 23 juni te zien in de NPO-serie De Toren, NPO 2, 21.15 uur 

‘Tijd om botanicus Petrollini te eren’

Een zeer grondig uitgevoerd onderzoek, dat een al redelijk oude theorie bevestigt, zegt desgevraagd herbarium-conservator Analisa Managlia van de Universiteit van Bologna over de analyse uit Leiden. ‘Emilio Chiovenda, een Italiaanse botanicus die begin 20ste eeuw onderzoek deed naar het herbarium van Rome, vermoedde al dat het was toe te schrijven aan Petrollini, niet aan Cibo’, vertelt Managlia, aan de telefoon vanuit Bologna. ‘Het Leidse herbarium is nog niet eerder zo goed bestudeerd, alleen de Italiaanse herkomst leek vrij duidelijk. Het is een zeer mooi, geraffineerd herbarium, duidelijk gemaakt om cadeau te doen aan een belangrijk persoon.’

Het Leidse onderzoek naar het En Tibi heeft volgens de conservator brede betekenis. ‘Het voegt een nieuwe pagina toe aan de geschiedenis van de botanie. Het legt dingen bloot over het ontstaan van herbaria, die aan de basis stonden van een nieuwe manier van wetenschap bedrijven. De natuur beschrijven zoals die is, planten verzamelen, ze drogen en uitwisselen, het was allemaal revolutionair voor die tijd. De botanie was daarmee eerder dan andere wetenschappen.’

Nu duidelijk is dat Francesco Petrollini de maker is van zowel het En Tibi als het Romeinse herbarium, vindt Managlia het tijd voor meer onderzoek naar de botanicus. ‘Hoewel hij een belangrijk figuur is in de geschiedenis van de botanica, is er nog maar weinig over hem bekend.’

Directrice Simonetta Bonito van de Biblioteca Angelica waar het herbarium van Cibo wordt bewaard, geeft te kennen niet de expertise in huis te hebben om een uitspraak over het onderzoek te doen.

Enith Vlooswijk

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden