Column Ionica Smeets

Wetenschapscommunicatie wordt nog vaak gezien als iets dat je als hobby naast je echte werk doet

Maandag presenteerde minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) haar wetenschapsbrief waarin ze aangeeft welke kant de Nederlandse wetenschap op moet en waarin het ministerie gaat investeren de komende jaren. Een van de ambities die ze noemt is dat wetenschap verbonden moet zijn met de samenleving. Vorig jaar sprak ik de minister tijdens een lunch over wetenschapscommunicatie en maandag gaf ik bij de presentatie van de wetenschapsbrief een korte pitch over mijn vakgebied.

In het anatomisch theater van Rijksmuseum Boerhaave vroeg ik aan het publiek wat ze wisten over de naamgever van het museum: Herman Boerhaave. Blijkbaar hadden de meesten nog geen tijd gehad om de Boerhaave-tentoonstelling te bezoeken (die werkdruk ook altijd), want er kwamen weinig antwoorden. Kort samengevat wordt de arts Boerhaave in de expositie herinnerd als een uitstekend onderzoeker, een onderwijsvernieuwer, maar vooral als iemand die impact had op de samenleving. Hij correspondeerde met allerlei mensen en kreeg daardoor van over de hele wereld zaden en planten opgestuurd, hij verspreidde ideeën in zijn boeken en aan het begin van de 18de eeuw was het ook erg vernieuwend dat hij práátte met de patiënten die hij behandelde. Kortom: Boerhaave was heel erg verbonden met de samenleving.

Onderzoek, onderwijs en impact zijn de drie kerntaken van wetenschappers volgens allerlei beleidsdocumenten. Impact is een breed begrip: het gaat over patenten en het op de markt brengen van kennis, maar ook over wetenschapscommunicatie: kennis delen, dialoog daarover voeren en luisteren naar wat er speelt in de samenleving.

Je zou willen dat er in de wetenschap plaats is voor zowel excellente onderzoekers, excellente docenten als excellente communicators. Maar er is in het huidige systeem weinig waardering voor wetenschapscommunicatie, het wordt vaak gezien als iets dat je als hobby naast je echte werk doet. Laatst viel ik via de Twitter-account @NL_wetenschap in een discussie over de vraag of de werkverdeling aan de universiteit 70 procent onderwijs en 30 procent onderzoek zou moeten zijn, of 50 procent onderwijs en 50 procent onderzoek. Hmmm…allebei die verdelingen laten 0 procent over voor impact. Dat is wel heel weinig, voor een kerntaak.

Ik heb me dan ook vaak geërgerd aan politici die riepen dat wetenschappers uit hun ivoren torens moesten komen. Dan doen veel wetenschappers al – in hun eigen tijd, zonder dat ze ervoor beloond worden. Maar minister Van Engelshoven koppelt in haar wetenschapsbrief concrete acties én budget aan de ambitie dat wetenschap verbonden is met de samenleving. Wetenschapsfinancier NWO gaat een pilot ontwikkelen om onderzoekers die de dialoog met de maatschappij aangaan te belonen en ook in de Nationale Wetenschapsagenda is geld gereserveerd voor wetenschapscommunicatie. In totaal gaat het om 4 miljoen euro.

Ik hoop zó dat een deel van dat geld zal gaan naar bestaande initiatieven die nu op liefdewerk en oud papier draaien. Naar de natuurkundigen die in hun vakanties een populair-wetenschappelijk boek schreven, naar de historici die ’s avonds online in debat gaan over hun vakgebied, naar de psychologen die het hele land door reizen voor publiekslezingen in kleine zaaltjes. Daarnaast hoop ik dat er ook aandacht zal zijn voor onderzoek naar wetenschapscommunicatie: wat werkt er wel en niet? In de wetenschap willen we dat alles stevig onderbouwd is met bewijzen, dus laten we zorgen dat onze communicatie dat ook is.

Boven alles hoop ik dat er de komende jaren veel nieuwe Herman Boerhaaves de ruimte krijgen om mooie dingen te doen en dat zij later herinnerd worden om hun onderzoek, hun onderwijs én hun impact op de samenleving.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.