Column Ionica Smeets

Wetenschappers mogen best wat vaker voldoen aan de vraag om verzoeknummers

In het boek Oude Maasweg kwart voor drie beschrijft Merlijn Kerkhof hoe The Amazing Stroopwafels tijdens een optreden voor de derde keer het verzoek krijgen om Oude Maasweg te spelen. Tijdens dat optreden hebben ze hun bekendste nummer nota bene al twee keer gespeeld, maar een vrouw uit het publiek blijft er steeds om roepen. Dus zet de band het lied voor de derde keer in. De vrouw danst huilend mee – later blijkt dat haar man is overleden en dat Oude Maasweg gedraaid werd op zijn crematie. Ik hield al van The Amazing Stroopwafels voordat ik deze anekdote las, maar daarna nog meer. Wat een gebrek aan ego en wat geweldig om dit voor je publiek te doen.

Ineens dacht ik weer terug aan de wetenschapper die op televisie een volkomen onbegrijpelijk verhaal hield over een formule. Je zag hoe het complete publiek in de studio afhaakte. Na afloop vroeg ik hem voorzichtig hoe hij zelf vond dat het ging. Hij antwoordde opgewekt dat hij het echt ontzettend leuk vond dat hij over zijn favoriete formule had kunnen praten voor een half miljoen kijkers. Wel jammer dat die kijkers er waarschijnlijk iets minder plezier van hadden.

Wetenschappers die meer bezig zijn met wat ze zelf superleuk vinden om te vertellen, dan met wat hun publiek misschien zou willen weten. Het is als een band die liever hun nieuwste jazzy improvisaties speelt dan hun oude nummers die iedereen mee kan zingen. Begrijpelijk, maar liever combineer je hits met onbekende nummers. Een artiest vertelde me ooit dat je door één hit te spelen genoeg goede wil kweekt bij het publiek om daarna een paar nummers te doen wat je zelf wilt. In de wetenschap vergeten we die hits wel eens in onze verhalen – we zoomen in op kleine, specifieke onderwerpen, terwijl het publiek met veel grotere en bredere vragen zit.

De Vlaamse filosoof Jean Paul van Bendegem maakte dit ooit prachtig duidelijk met een absurde vergelijking in zijn pamflet Hamlet en entropie. Van Bendegem neemt het volkomen fictieve wetenschappelijke vakgebied ‘Buitenlandse reizen’. Hij beschrijft hoe de pioniers in dit gloednieuwe vakgebied ontdekken dat reisgidsen een belangrijke factor zijn bij buitenlandse reizen. In de loop der jaren verdiept het onderzoek zich en ontstaan er groepen onderzoekers die zich helemaal specialiseren in de vormgeving van reisgidsen. Eén getalenteerde wetenschapper verdiept zich jarenlang in drukinkten.

Vervolgens krijgt hij het verzoek om een lezing te geven bij een culturele vereniging die een avond organiseert met als thema: ‘Wat heeft de wetenschap ons te zeggen over buitenlandse reizen?’ De beste man vertelt een enthousiast verhaal over druktechnieken, de geschiedenis van inkt en allerlei fascinerende aspecten van drukinkt. Hoe boeiend dat verhaal ook is, na afloop zal het publiek zich volkomen terecht afvragen wat dit alles in hemelsnaam te maken heeft met buitenlandse reizen. En wat de wetenschap nu eigenlijk te zeggen heeft daarover.

Die grotere vragen zijn de verzoeknummers die we als wetenschappers best eens wat vaker mogen doen. En als mensen erom blijven vragen, dan gewoon nog een derde keer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.