Wetenschappers moeten zich nadrukkelijker melden in het maatschappelijke debat

Juist nu heeft het debat wetenschappers nodig, ook rechtse

De weerzin groeit tegen academici met een mening, zeker als die mening links en activistisch is. En dat is jammer, stelt wetenschapsredacteur Martijn van Calmthout. Juist nu heeft het debat wetenschappers nodig. Ook rechtse.

'Wetenschappers hebben, als het goed is, respect voor feitelijkheid en toetsbare inzichten en vormen in die zin een belangrijke stem in het maatschappelijke debat' Foto Sara Gironi Carnevale

Ik presenteer u: Leo Lucassen. Historicus, hoogleraar in de arbeids- en migratiegeschiedenis aan de Universiteit Leiden en wetenschappelijk directeur van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam. En daarnaast een verwoed blogger en twitteraar met een vaak heel stellige mening, veelal over migratie en integratie.

Onlangs nog prees Lucassen op Twitter zijn eerdere college over migratie bij de Universiteit van Nederland nog maar eens aan. Niks tsunami van vreemdelingen, we hebben massalere immigraties meegemaakt en overleefd, zegt hij daar, onderbouwd met cijfers en grafieken.

Links gekkie

En Lucassen twitterde door. Een citaat van wijlen de Oostenrijkse extreem-rechtse politicus Jörg Haider over 'omvolking', de term die Tierry Baudet ook geregeld gebruikt. Nieuwe gegevens over het aantal omgekomen bootvluchtelingen dat daalt, terwijl het aantal doden vlak voor de Europese zuidgrens groeit. Een vraag over etnisch profileren. Aanprijzing voor zijn column elders tegen wat hij noemt 'demografische bangmakerij' over de komende moslimmeerderheid in Nederland. Retweets van andermans berichten over migratie en politiek.

De trollen van GeenStijl en consorten lusten twitteraar Lucassen al jaren rauw. Een links gekkie met moslimsympathie die vermoedelijk zijn nietsvermoedende studenten in dergelijke richting zal indoctrineren, vinden ze hem. Een paar weken geleden viel ook de Leidse historicus Geerten Waling zijn collega in weekblad Elsevier aan omdat die in een tweet PVV-leider Geert Wilders vergeleek met een fascist uit de jaren dertig en de huidige moslims met de verdrukte Joden in die tijd. 'Hoed u voor het naoorlogse verzet, dat zo goed weet wie goed is en wie fout', schreef Waling verwijtend. 'Wie denkt het kwaad van toen terug te zien in politieke tegenstanders van nu, die betoont zich gemakzuchtig en respectloos jegens de ware slachtoffers van de geschiedenis.'

Politieke voorkeuren

Harde woorden, die in academische kring wat reuring gaven, maar die vooral passen in een groeiende maatschappelijke weerzin tegen academici met een mening, zeker als die links en activistisch klinkt. Afgelopen donderdag kondigde Baudets Forum voor Democratie een breedmaatschappelijk debat aan over vooringenomen docenten in het onderwijs. In De Telegraaf nam opiniemaker Wierd Duk vast een voorschot met een klaagzang van rechtse studenten die hun docenten te links vinden.

Dat roept om te beginnen de vraag op hoe het eigenlijk zit met de politieke voorkeuren van academici. Links en activitstisch, is het snelgeschetste beeld. Maar klopt dat ook?

In een vorig leven was de huidige voorzitter van universiteitenvereniging VSNU in Den Haag, Pieter Duisenberg, Kamerlid voor de VVD, woordvoerder hoger onderwijs om precies te zijn. Begin dit jaar vroeg hij de minister om een onderzoek naar de politieke verhoudingen in de Nederlandse wetenschap. Niet omdat hij vindt dat men daar te links of rechts is. Wel omdat een gebrek aan politieke diversiteit ook het onderzoeksprogramma en het onderwijs van universiteiten zou kunnen beperken. Duisenberg kreeg een klein stormpje van academische verontwaardiging over zich heen, dat zich nog eens herhaalde toen de VVD'er uit het niets in augustus VSNU-voorzitter werd. Ongepast, stond in een petitie die toen rondging onder academici .

Politieke bias

Onderwijsminister Jet Bussemaker ontraadde de motie, maar die werd toch aangenomen en inmiddels is de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen aan de slag met de gevraagde verkenning. Wanneer de resultaten er zijn, is onbekend, academische molens malen traag.

Maar op StukRoodVlees, een levendig opinieblog van actieve Nederlandse politicologen als Ton van der Meer, deed een week na de motie de Amsterdamse socioloog Herman van de Werfhorst alvast een voorzet. Hij analyseerde gegevens uit een bestaande Europese verkenning van beroepsgroepen, om te zien of er sprake is van een politieke bias onder docenten aan universiteiten en hogescholen. Om een lang verhaal kort te maken: die bias is er. Maar toch ook anders dan het verhaal vaak gaat.

Docenten in het Nederlandse hoger onderwijs plaatsen zichzelf linkser van het midden dan vergelijkbare professionals. Maar niet heel veel. Op een schaal van 1 tot 10 scoren ze gemiddeld een 7-, tegen een 6+ voor de anderen. Maar het is links met een nuance. Op de vraag of de overheid inkomensgelijkheid moet bevorderen, geven de docenten hetzelfde antwoord als alle anderen. Alleen over immigranten blijken ze wat ruimdenkender dan de overigen. Cultureel links, economisch een rechts profiel, vat Van de Werfhorst het bondig samen. Uitgesplitst naar vakgebieden blijken menswetenschappers en natuurwetenschappers trouwens iets linkser; artsen, economen en juristen juist wat rechtser. De opmerkelijkste uitkomst is misschien wel dat docenten in de sociale wetenschappen zichzelf vaker rechts dan links plaatsen. Hoe anders is het clichébeeld van de linkse sociologen die alleen Marx, Santre en Durkheim op het menu hebben.

Eenzijdigheid

De uitkomsten van Van de Werfhorst liggen in het verlengde van eerdere Amerikaanse resultaten, waarmee de laatste jaren vooral sociaal psycholoog Jonathan Haidt van de New York University aan de weg timmert. Haidt hield een jaar geleden de openingsspeech van het congres van de American Psychological Association APA, die ruim de kranten haalde. Verreweg de meeste sociaal psychologen stemmen Democratisch, stelde hij vast. En ze hebben, zo blijkt uit onderzoek van nota bene de Katholieke Universiteit Tilburg, eerlijk gezegd ook moeite om publicaties en onderzoeksvoorstellen van uitgesproken Republikeinen serieus te nemen. Die eenzijdigheid vervreemdt de sociale psychologie, en misschien wel de hele wetenschap, van de zo gepolariseerde Amerikaanse samenleving.

Haidts opvattingen zijn overigens niet onomstreden. Een collega van hem in New York, de politiek psycholoog John Jost, zei in The New Yorker te betwijfelen of Haidts mening hout snijdt. 'Wat hij vergeet, is de vraag waarom bijna alle goede wetenschappers liberale opvattingen hebben over evolutie, de mens, gezondheid, relaties en samenleving, conflicten en duurzaamheid.' Hij bedoelde: de wetenschap is aantrekkelijker voor mensen die aan rede en rationaliteit hechten. En die misschien wat minder uit zijn op een dikbetaalde baan met auto van de zaak, vulden anderen hem aan.

Tekst gaat door onder de illustratie.

De activistische wetenschapper. Foto Sara Gironi Carnevale

Activisme

En hoe groot het drama werkelijk is, is ook maar de vraag. Het feit dat Haidt zijn confronterende verhaal bij de opening van de grote jaarvergadering van de sociaal psychologen mag houden, geeft aan dat men wel wil horen wat hij zegt.

Uitgesproken links is dus een groot woord, voor de wetenschappelijke wereld. Linksig, veel verder gaat het niet en ook niet op alle vlakken. Maar hoe zit het met dat andere punt, het activisme?

Twee jaar geleden leek wat dat betreft de geest even uit de fles toen aan de Universiteit van Amsterdam studenten het Maagdenhuis bezetten, alleen al om historische redenen een welgekozen plek.

Maar dat is twee jaar geleden. Op het Spui in Amsterdam is alleen de fietsenstalling nog een toonbeeld van anarchie, in weerwil van vermanende bordjes dat rijwielen buiten de vakken verwijderd zullen worden. En begin november stond voormalig UvA-docent cultuurwetenschappen Rudolf Valkhoff voor de bestuursrechter om er zijn ontslag aan te vechten. Valkhoff was in 2015 een van de gezichten van de bezetting van het Maagdenhuis, die leidde tot het vertrek van collegevoorzitter Louise Gunning en een ontruiming door de ME. De rechter maakte korte metten met zijn argument dat hij vanwege die rol was ontslagen. Een gewoon verschil van inzicht over een nieuw lesprogramma, meer was het niet, vond de rechtbank.

Publieke verontwaardiging

Het was de laatste stuiptrekking van een opstand die twee jaar geleden heel even de verbeelding aan de macht bracht. De revolte was gericht tegen het rendementsdenken dat de universiteiten in zijn greep had gekregen. Alles draaide om uren, studiepunten en studentenaantallen en om vastgoed. Over een brede academische vorming werd niet meer nagedacht, was het verwijt.

Na het fotogenieke begin in Amsterdam sloeg de beweging heel even over naar andere universiteiten. Maar uiteindelijk bloedde de zaak gewoon dood. Er waren wat bestuurswisselingen. Studenten gingen weer tentamen doen. De staf ging weer lesgeven en onderzoeken. Wat restte was vooral publieke verontwaardiging over ingetrapte antieke deuren en bekraste lambriseringen, vuile toiletten. Tuig, dat was het eigenlijk. Maar nu is alles weer als vanouds.

Respect voor feitelijkheid

Het is deze academische rust die de achtergrond vormt voor bloggende, tweetende wetenschappers die het wel nodig vinden om hun licht over maatschappelijke kwesties te laten schijnen. De schrijvers van petities en ingezonden stukken in de krant. Mensen als Lucassen in Leiden, Roos Vonk in Nijmegen. Maar aan de overzijde van het politieke spectrum ook mensen als Paul Cliteur in Leiden, een uitgesproken rechtse denker, of de liberale denker Herman Phillipse. Zodra zij van zich laten horen, rijst in de retweets en comments vaak snel de vraag hoe hun opvattingen zich verhouden tot de wetenschap die ze voor hun vak bedrijven. Is hun onderzoek dan ook per definitie gekleurd door hun politieke opvattingen? En moeten hun opvattingen niet omgekeerd de toets van de wetenschap kunnen doorstaan?

Wetenschappers hebben echter, als het goed is, respect voor feitelijkheid en toetsbare inzichten en vormen in die zin een belangrijke stem in het maatschappelijke debat. Ze hebben meer te verliezen dan de stelling die ze innemen, ze hebben een wetenschappelijke reputatie te verliezen. Voor veel wetenschappers is dat risico een reden om zich niet nadrukkelijk met het maatschappelijke debat te bemoeien. Dan maar het verwijt van de ivoren toren.

Foto Sara Gironi Carnevale

Schreeuwende behoefte

Maar dat is natuurlijk doodzonde. Feiten en de waarheid zijn in het publieke en politieke debat momenteel schaars en vogelvrij. Er is meer dan ooit schreeuwende behoefte aan een partij waarvan verwacht mag worden dat ze wel hecht aan argumenten die hout snijden, die wel denkt dat feiten tellen en dat helder denken van belang is.

Wetenschappers en docenten, kortom, moeten niet minder activistisch worden, maar zich juist veel nadrukkelijker melden in het maatschappelijke debat. Met harde argumenten, feiten, analyses. Wat ze zeggen mag links of rechts klinken en dat zelfs ook gewoon zijn. Juist dat ze daarbij hun wetenschappelijke aanzien op het spel zetten, kan een garantie zijn dat ze geen gemakkelijke onzin uitkramen. En juist in een tijd dat alles lijkt te draaien om gelijk krijgen, zijn denkers die feitelijk gelijk hébben van levensbelang.

Martijn van Calmthout is wetenschapsredacteur van de Volkskrant, auteur en debatleider