Wetenschappers bestuderen als vreemde stam

Amade M'charek bestudeert wetenschappers

Amade M'charek, hoogleraar wetenschapsantropologie aan de UvA, bestudeerde genetici als waren zij een vreemde stam in een ver oord - en ontdekte zo het belang van een goede slaapbank voor toplabs.

Prof. Dr. Amade M'charek Beeld Valentina Vos

Als 6-jarig meisje in Tunesië wist de kleine Amade M'charek, tegenwoordig hoogleraar antropologie aan de Universiteit van Amsterdam, al precies wat ze worden wilde: dokter. Dienstbaarder kon je aan de mensen om je heen immers niet zijn. Maar als tweede generatie migrantendochter werd ze een decennium later in Amsterdam genadeloos uitgeloot, twijfelde ze even over scheikunde omdat dat ook een mooi vak leek en stapte toen abrupt over naar de politicologie. 'Wat niet zo onlogisch is, natuurlijk. Ik was typisch zo'n middelbare scholier die iedere ochtend de krant had uitgespeld en die na spreekbeurten de eerste vraag stelde', zegt ze in haar kantoor op vijf hoog in een van de torens van de universiteit op het Roeterseiland. Uitzicht op verre daken. Kindertekeningen aan de muur.

Er staat een koektrommel op tafel, die overigens ongebruikt blijft. Daarnaast koffie uit de imposante koffiemachine in de centrale ruimte met zithoek tussen de gangen met gesloten glazen deuren. Een collega bood er in het voorbijgaan vers fruit aan dat ze over had. We hebben beleefd geweigerd, er is een gesprek te voeren. Over genen, gender, ras. En de wetenschap zelf.

Amade M'charek houdt komende vrijdag haar oratie bij de aanvaarding van haar leerstoel wetenschapsantropologie aan de UvA en bekent dat dat een worsteling is. Een verhaal bedenken dat zowel het algemeen publiek aanspreekt, over alles van gentechlabs tot raciaal profileren, en de wetenschap nieuwe wegen wijst, ga er maar aan staan. Alsof het allemaal zo coherent is, die wetenschap.

CV

Amade M'charek (Tunesië) studeerde politicologie aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde daar in 2000 op een laboratoriumstudie naar genetische diversiteit. Tussen 2004 en 2014 was ze universitair hoofddocent bij politicologie, biologie en antropologie, waar ze onder meer cursussen forensische wetenschap opzette. Sinds januari 2015 is ze hoogleraar Wetenschapsantropologie. In 2014 ontving ze een ERC-consolidator beurs van 2 miljoen euro voor het project RaceFaceID over forensische identificatietechniek en racialisering.

Maar het hoort erbij. En een oratie is natuurlijk ook een van de talloze rituelen van de wetenschap, en in die zin is de hare een vorm van participerend onderzoek zoals ze het maar te zeer gewend is. Alsof ze een vreemde stam bestudeert, kijkt M'charek graag met een blocnote en pen mee bij wetenschappers. Hoe werken ze? Hoe zijn de verhoudingen? Het contact met de buitenwereld? Waar hebben ze wel oog voor? En waarvoor niet?

Voor haar research naar de betekenis van genetische kennis werkte ze jarenlang zelf in niet de minste labs. Ze was een half jaar te gast bij het laboratorium van de bekende Leidse forensisch geneticus Peter de Knijff. Later keek ze een half jaar mee in Leipzig bij Svante Pääbo, een van de internationale sterren van de afstammingsgenetica van de mens.

Het lab van De Knijff is praktisch georiënteerd, op dna voor opsporing, efficiënt, systematisch en opgeruimd, werkt van negen tot vijf, is zich bewust van het maatschappelijke belang van gedegen werk. 'Een soort dorpje van wetenschap, als je het vergelijkt met de bruisende wereldstad die het lab van Pääbo is: internationaal, dag en nacht geopend, met een koffiebar, een pizza-oven en slaapbanken. Rommeliger, dat ook.'

Prof. Dr. Amade M'charek Beeld Valentina Vos

U ging als antropoloog niet in een hoekje zitten kijken, u deed zelf een witte jas aan en stak de handen uit de mouwen. Kan dat eigenlijk zomaar, als amateur?

'Ik had me wel ingelezen. En het grappige is dat in het genetische onderzoek heel veel routine is, aan de hand van methodes in handleidingen. Het moeilijkste vond ik het eigenlijk om netjes met een pipet en vloeistof te werken. Heel lastig.'

Grappig idee, om een groep wetenschappers als een stam te bekijken.

'Het is een antropologische methode die door mensen als Bruno Latour en Steve Woolgar is uitgevonden en die teruggaat op klassiek veldwerk als van Margaret Mead: ga kijken, in dit geval in een lab hoe kennis tot stand komt. Latour heeft prachtig laten zien dat je dan dingen gaat zien, die je nooit uit de publicaties van de wetenschappers zult kunnen afleiden. De wetenschap is als een ijsberg, waarvan het merendeel normaal gesproken onder water zit, in de routines van het lab.'

Hoe raakt een politicoloog eigenlijk verzeild in de wereld van de genetica?

'Voor mijn promotie las ik rond 1995 dingen over wat het Human Genome Diversity Project heette, een onderzoeksprogramma waarbij dna van stamleden uit de hele wereld werd verzameld om afstamming en migraties te reconstrueren. Dat was omstreden, bijvoorbeeld omdat die mensen zelf meestal geen idee hadden waarvoor hun wangslijm werd gebruikt.'

Was dat zo erg dan?

'Dat zou je denken, maar al lezend bedacht ik me dat het eigenlijk vreemd was dat dit zo omstreden was, en de rest van de genetica kennelijk helemaal niet. Over het veel grotere Human Genome Project, de ontrafeling van alle menselijke genen, was nauwelijks discussie, het was zelfs moeilijk er serieuze literatuur over te vinden. Dat was kennelijk genetica om de genetica.'

En dat was het niet?

'Daar ging mijn proefschrift destijds over. Nee, de ontrafeling van de menselijke genen plaatst allerlei menselijke kwesties opeens in een hard biologisch kader. Als ergens een gen voor is, lijkt het een feit. Ik wilde weten: hoe hard is dat biologische kader nou echt? Welke keuzes maken wetenschappers voordat ze hun kennis kunnen vergaren?'

Kun je dat in een laboratorium zien gebeuren?

'Nu en dan in elk geval wel. Ik was bij Pääbo in Duitsland toen er een paper uitkwam waarin werd beweerd dat zogeheten mitochondriaal dna ook via de vader kan overerven. Terwijl hun hele onderzoek naar genetische afstamming berust op overerving via de moeder. Het lab was in rep en roer. Overal was discussie.'

Natuurlijk, misschien moest de geschiedenis van de mensheid wel worden herschreven?

'De reactie was eigenlijk vooral technisch. Er was een probleem dat eerder werk van het lab misschien wel onderuit zou halen. Die menselijke geschiedenis leek voor de meeste onderzoekers niet zo heel belangrijk.'

Stelt u zoiets dan aan de orde, of mag je zover niet gaan als antropoloog met een aantekenblokje?

'Je bent er in principe natuurlijk niet om onderzoekers te beïnvloeden, laat staan ze de les te lezen. Maar soms gebeurt dat wel degelijk. Ik denk wel dat Peter de Knijff in Leiden altijd zo nadrukkelijk spreekt over etniciteit bij forensisch dna-onderzoek omdat ik een half jaar tegenover hem aan een bureau heb gezeten en er veel vragen over stelde.'

En bij Pääbo?

'Het aardige was dat ik door mijn periode bij Peter de Knijff iets kon bijdragen. In Leiden was onderzoek naar het Y-chromosoom van de man belangrijk, terwijl ze er in het lab van Pääbo weinig ervaring mee hadden omdat ze naar de vrouwelijke lijn kijken. Mij werd gevraagd of ik een aantal onderzoekers kon inwerken op dat Y-chromosoom.'

U beschrijft het wetenschapsbedrijf hoe dan ook geregeld als een vorm van uitwisseling, waarbij het letterlijk om gunsten en cadeautjes gaat.

'Wetenschap is een internationale activiteit die is gebaseerd op het rondgaan van mensen en materiaal, variërend van de chocolaatjes die je als buitenlandse bezoeker meebrengt, tot samples of data. Dat verkeer is een variatie op de ruil- en giftcultuur die de antropologen zo goed hebben beschreven in allerlei andere situaties.'

Een enorm knappe kop die geen mensen kent, komt niet ver?

'De beste, toonaangevende wetenschappers zijn minstens zo goed in netwerken en communiceren, als in nadenken en onderzoeken.'

U legt sowieso veel nadruk op de materiële kant van wetenschappelijk onderzoek. Een goeie espressomachine kan wonderen doen, zegt u.

'In Pääbo's laboratorium zijn er keukens waar mensen hun pizza's kunnen afbakken. Er zijn comfortabele banken waar je eventueel op kunt blijven slapen als je laat door wilt halen. Al die dingen motiveren en maken het harde werken mogelijk.'

Wetenschappers moet je in de watten leggen voor het beste resultaat?

'Dat niet zozeer. Het is ook gewoon praktisch. Overdag zijn alle machines en faciliteiten in zo'n toplab totaal overtekend. Dan kun je maar beter zorgen dat mensen ook 's nachts doorwerken. Dat zijn de rituelen en gebruiken, die je toch echt wel de cultuur van deze specifieke stam wetenschappers zou kunnen noemen.'

Uw eigen kantoor hier is helemaal glas, maar de deur is dicht. Wat zegt dat over de stam wetenschappers hier op de UvA?

'De meeste mensen hebben hun deuren dicht, om zich te kunnen concentreren. Het grappige is dat in instituten waar minder glas is, de deuren juist vaak wel open staan. Zoiets kan heel bepalend zijn voor de manier van werken. Overigens: als ik echt over iets nieuws moet nadenken, ga ik juist graag in een rumoerige kroeg zitten.'

De kroeg?

'Hier in mijn kantoor ben ik te veel gericht op resultaat. In een café kun je de gedachten laten fladderen en af en toe wat opschrijven en dan weer even niks. Daar mag dat. Hier niet. De werkplek kan heel dominant zijn.'

Eind vorig jaar kreeg M'charek een felbegeerde ERC-beurs van miljoenen voor een nieuw onderzoek naar forensische technieken, ras en identiteit. Vraag in dat onderzoek is hoe het begrip 'ras' in de praktijk eigenlijk vorm krijgt. Is dat een zuiver biologisch begrip? En hoe wordt dat dan weergegeven?

M'charek: 'De opkomst van de levenswetenschappen verscherpt en verfeitelijkt verschillen tussen mensen, ook raciaal. Maar kijk naar oude schoolplaten uit de volkenkunde, met bebaarde mannen met mutsen en ringen: ras is ook cultuur, kleding, eetgewoonten, politiek, geschiedenis. Eigenlijk juist wéinig biologie. Als je alle mensen uitkleedt en kaal scheert, zijn verschillen tussen rassen veel lastiger te kennen.'

Waarom is het belangrijk om goed te doorgronden hoe ons denken over ras werkt?

'Het is bijvoorbeeld van belang in de opsporing, waar dna een steeds grotere rol krijgt. Doet het er echt toe dat iemand een Noord-Afrikaans profiel lijkt te hebben?'

Speelt nog ergens mee dat u zelf Tunesische van geboorte bent?

'Misschien, maar het is zeker niet bepalend. Ik ben vooral het meisje dat eerst dokter wilde worden en zelfs als antropoloog graag nadenkt over bèta-wetenschap.'

Moeten biomoleculaire onderzoekers nadenken over raciale kwesties?

'Dat klinkt erg normatief, maar dat lijkt me wel. Hun kennis wordt daartoe gebruikt.'

Wetenschappers willen toch vooral publiceren en hoog scoren?

'Zelfreflectie staat niet in heel hoog aanzien, nee. Wetenschapsfilosofie, wetenschapsgeschiedenis, het is allemaal wegbezuinigd uit de meeste bèta-opleidingen. Ik kan het weten: ik heb die vakken daar lang gegeven. Wat dat betreft staat Nederland er slecht voor. De disciplines zijn verschraald en verkokerd. Ik merk bijvoorbeeld aan Amerikaanse studenten dat ze veel breder georiënteerd zijn en politiek zelfbewuster. Hier studeer je biologie, of rechten of politicologie. Daar doe je liberal arts.'

Gaat u voor het nieuwe project eigenlijk weer de laboratoria in?

'Het lab, maar ook de politie, de rechtbank, de politiek. Als er in de Kamer een debat over etnisch profileren is, moeten we daar denk ik ook bij zijn. Al is het tussen de reageerbuizen vaak een stuk spannender.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.