Wetenschapper kan heel goed gelovig zijn

Volgens Cees Dekker en René van Woudenberg kunnen geloof en wetenschap wel degelijk samengaan, maar laat het simplistische wereldbeeld van Richard Dawkins dat alleen niet toe....

Richard Dawkins, de bekende Britse wetenschapspopularisator, droomt van een wereld zonder religie. Want het is de religie die – naar zijn zeggen – verantwoordelijk is voor de belangrijkste gruwelen in de geschiedenis van de mensheid. Zijn droom van een betere wereld kan werkelijkheid worden, zo stelt hij, wanneer men religie nuchter, dat wil zeggen wetenschappelijk, bekijkt. Want dan ziet men dat religies delusions zijn, ‘hardnekkige misvattingen, volgehouden ondanks krachtig tegenbewijs, in het bijzonder als symptoom van een psychiatrische aandoening’.

Of de nuchtere kijk het ook zal winnen, of gelijk hebben ook zal leiden tot gelijk krijgen, is volgens Dawkins een precaire kwestie. Want de meeste atheïsten zitten angstig in de kast, bevreesd voor de schade die een coming out hen zou kunnen berokkenen, omdat hun tegenstanders, de aanhangers van religies, goed georganiseerd zijn en een disproportionele bevoorrechting in wet en samenleving genieten. Het is daarom tijd voor een dappere atheïstische klaroenstoot, en Dawkins’ boek God als misvatting beoogt die te geven om aldus alle undercover- atheïsten uit de kast te jagen. Of hij theïsten hiermee ook op de kast krijgt, staat nog te bezien.

Dawkins werkt in zijn boek met twee enorme abstracties, die van ‘de wetenschap’ en ‘de religie’, en deze twee plaatst hij diametraal tegenover elkaar. Nu is er natuurlijk het irritante feit dat vele van de grootste zegslieden van ‘de wetenschap’, Newton, Boyle, Pascal, Faraday, Einstein, diep religieus waren. Dawkins insisteert echter dat Einsteins pantheïstische eerbied voor de natuur geen enkele verbinding heeft met bovennatuurlijk geloof. Pantheïsme is echter weldegelijk een religieuze stellingname. En daarnaast, veel van de grote pioniers van de wetenschap waren orthodox gelovige christenen. En ook nu, anno 2006, zijn er leidende wetenschappers die openlijk blijk geven van hun christelijke levenshouding, recent bijvoorbeeld nog de eminente geneticus Francis Collins in zijn uitstekende boek De taal van God (Ten Have Baarn, 2006). Het hardnekkige waanbeeld van de onverenigbaarheid van geloof en wetenschap, dat de lezer door Dawkins ad nauseum wordt voorgeschoteld, verdient een vakkundige demontage. We kunnen hier slechts enkele punten aanstippen.

Een gevolg van Dawkins’ abstracties is dat volkomen onzichtbaar blijft hoe divers het fenomeen ‘religie’ is. Als woordvoerders van ‘religie’ worden vrijwel uitsluitend de Amerikaanse creationisten ten tonele gevoerd, die inzoomen op de kwestie schepping versus evolutie en uiteraard opvattingen hebben die bepaald geen gemeengoed zijn onder christenen, al helemaal niet onder Europese. Als een wat genuanceerder denkend gelovige toch in het blikveld van Dawkins komt, zoals Freeman Dyson, die zegt ‘een van de vele christenen te zijn die niet bijster veel geven om de leer van de drie-eenheid, noch om de historische betrouwbaarheid van de evangeliën’, kan Dawkins dat niet accepteren. Een wetenschapper moet een atheïst zijn. Er is een oorlog tussen wetenschap en religie, aldus Dawkins.

Wij menen dat wetenschap en geloof zeer wel in harmonie kunnen bestaan, maar voor Dawkins is het een strijd tussen waarheid en obscurantisme. Hij heeft weinig tot geen oog voor andere visies. Maar de werkelijkheid is heel wat breder dan zijn nauwe blik. Naar ons idee speelt er wel een conflict, niet tussen geloof en wetenschap, maar tussen twee wereldbeelden, het atheïstische beeld en een theïstische perspectief.

Wetenschap en darwinisme hebben overigens ruimhartig een plaats in een christelijke wereldbeeld, en het is volledig onterecht de wetenschap automatisch te scharen aan de kant van het atheïsme. Voor een baaierd van visies die dit aantonen, verwijzen we naar het recente boek En God beschikte worm. Over schepping en evolutie (Ten Have, 2006).

Het is niet zonder belang dat het idee van een strijd tussen geloof en wetenschap verschillend wordt opgevat. Voor sommigen in de VS is het een strijd tussen darwinisme, met name Spencer’s sociaal-darwinisme, de keiharde doctrine van de survival of the fittest enerzijds, en religie als een plaats waar moraal en medemenselijkheid worden hooggehouden anderzijds. Aan de Spenceriaanse versie van het darwinisme heeft Dawkins overigens zelf een substantiële bijdrage geleverd door te insisteren op de ‘zelfzuchtigheid’ en het ‘egoïsme’ van de genen. Elders, in het Midden-Oosten, staan de wetenschap en het darwinisme voor weer iets anders: voor materialisme, de harteloze levensstijl van mensen die over de Oosterse culturen heenwalsen – en waartegenover alleen een religieuze houding een werkelijk alternatief is. Dawkins is blind voor het feit dat zijn benadering de sociale strijd, waarvan hij droomt dat die zal verdwijnen, juist intensiveert door te insisteren op het conflict en zijn dédain voor de religie.

Dawkins ziet religie als de oorzaak van vele van de ergste gruwelen uit de geschiedenis. Het is echter zeer de vraag of de eliminatie van religie ook de eliminatie van gruwelen betekent. In naam van het atheïstische marxisme-leninisme lieten vele miljoenen mensen het leven, als ‘mest op de akker van de toekomst’. En in naam van de wetenschap zijn eveneens gruwelen begaan, zoals het racisme in Duitsland en Zuid-Afrika aantonen. Het punt is dat ieder systeem, religieus, politiek of wetenschappelijk, gebruikt kan worden ter legitimering van kwalijke praktijken.

Een ander fundamenteel probleem in Dawkins’ benadering is dat hij de wetenschap beschouwt als de enige weg naar kennis en waarheid. Hij ziet daarbij over het hoofd dat veel kennis niet het resultaat is van wetenschappelijk onderzoek. We weten allemaal dat we de grondrechten van anderen niet mogen schenden – maar niet omdat de wetenschap ons dat geleerd zou hebben. Wat Dawkins eveneens over het hoofd ziet, is dat mensen een normatief oriëntatiekader nodig hebben dat aangeeft wat belangrijk, waardevol, nastrevenswaardig en goed is – maar dat de wetenschap zulk een kader niet biedt en niet kan bieden. Die heeft zelf zo’n kader nodig. Wie dat ziet, kijkt anders naar religies die zulke kaders bieden.

Tot slot: ons inziens krijgt het boek van Dawkins te veel eer en aandacht. Hij heeft zeker veel gelezen en veel gezien, maar het viel ons op hoe slecht we ons kunnen herkennen in Dawkins’ simplistische beeld van het christendom. De god die hij bestrijdt, is een stro-god die weinig te maken heeft met de God van het christendom. Het is verbazend hoe weinig Dawkins vertrouwd is met theologie en de interpretatie en interpretatiegeschiedenis van bijbelse teksten.

Dawkins denkt in in oversimpele abstracties – wat de dingen misschien wel prettig overzichtelijk, maar niet waarheidsgetrouw maakt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden