ColumnJasper van Kuijk

Wetenschappelijke conferenties zijn achterhaald, door maatschappelijke ontwikkelingen en technologie

Soms komt verandering met zo’n schok dat in één keer duidelijk wordt dat we het anders moeten gaan doen. Zo werd het de afgelopen weken, waarin internationaal reizen en met z’n allen bij elkaar zitten sterk werd afgeraden, vrij duidelijk dat internationale conferenties even niet zo’n heel goed idee waren. Maar eigenlijk zijn wetenschappelijke conferenties al heel lang achterhaald.

Ooit waren conferenties een van de belangrijkste manieren voor wetenschappers om met elkaar van gedachten te wisselen over lopend onderzoek en nieuwe ideeën. En dus was je bereid daar soms weken voor te reizen, wat kon door de steeds betere reismogelijkheden. Maar vliegverkeer werd langzaamaan gewoner en goedkoper en dus werd het steeds makkelijker om conferenties te bezoeken. Tegenwoordig zijn gigantische, jaarlijkse conferenties een volslagen vanzelfsprekend onderdeel van de academische industrie (ja, de huidige schaalgrootte is industrieel). Voor ieder deelgebied is er een conferentietje en de elite-platinum-membercard van de luchtvaartmaatschappij behoort tot de standaarduitrusting van de hoogleraar.

In de ontwerpmethode Visie in Productontwerpen (ViP) wordt gesteld dat producten en diensten het resultaat zijn van de maatschappelijke context waarin ze ontwikkeld worden. En dat een veranderende context vraagt om aanpassingen van het ontwerp aan de nieuwe – en zelfs toekomstige – ontwikkelingen.

Een belangrijke ontwikkeling van de laatste jaren is klimaatverandering en een vergroot maatschappelijk bewustzijn daarvan. Ook onder wetenschappers. Ik volgde laatst een discussie op Twitter: ‘Hoe kunnen we conferenties milieuvriendelijker maken?’ Van alles kwam voorbij, van stoppen met die goodiebags met nutteloze zooi tot aan alleen veganistisch eten gedurende de hele conferentie. Maar één ding werd nauwelijks genoemd of vrij snel terzijde geschoven: minder vliegen. En dus minder overzeese conferenties. Maar eigenlijk is dat raar. Want als je de CO2-uitstoot van een retourtje, zeg, Amsterdam-Boston wilt compenseren, dan zul je heel wat langer veganistisch moeten eten dan de vier dagen van zo’n conferentie (dat gaat richting een jaar of meer).

En dan is er ook nog die technologische ontwikkeling die de relevantie van conferenties ondermijnd heeft: internet. Dat zette de informatieuitwisseling in de wetenschappelijke wereld op z’n kop. Jonge onderzoekers bouwen een netwerk op via Twitter, ervaren en minder ervaren wetenschappers schrijven blogs, er worden vroege onderzoeksresultaten gedeeld om feedback te krijgen. Allemaal dingen die vroeger alleen op conferenties konden.

En ja, ik snap dat het pijn zou doen om minder conferenties te houden. Het is bijvoorbeeld lastiger om een netwerk op te bouwen en samenwerkingen te beginnen als je elkaar niet persoonlijk tegenkomt. Maar aan andere industrieën, zoals de bouw, het vervoer en de agrarische sector worden ook veranderingen gevraagd die pijn doen, waarom dan niet aan de academische industrie?

Tijd dus om te kijken hoe wetenschappelijke conferenties anders kunnen of kunnen worden vervangen. Juist van een sector die gaat over rationaliteit en vooruitgang mag je dat verwachten.

Jasper van Kuijk op Twitter: @jaspervankuijk

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden