Wetenschap strijdt over wat kralen vertellen

Wetenschappers hebben een nieuwe manier gevonden om te bestuderen hoe de landbouw zich over Europa verspreidde: door te kijken naar de prehistorische sieraden waarmee men zich tooide. Nu het nog eens zien te worden over wat de sieraden eigenlijk vertellen.

Een jager-verzameling Beeld Solange Rigaud

Volgens de Frans-Amerikaanse archeologe Solange Rigaud, die de eerste grote sieradenanalyse gisteren samen met collega's ontvouwde, laten de prehistorische kralen en kettingen duidelijk zien dat men rond de huidige Baltische staten de landbouw ruim tien eeuwen lang categorisch afwees. Men vond het boerenbestaan kennelijk maar gek of minderwaardig, aldus Rigaud.

'Samenlevingen reageerden op allerlei manieren op de komst van de landbouw. Daaronder ook: weerstand om te veranderen. Omdat men de landbouw niet nuttig of interessant vond in een samenleving van jager-verzamelaars die volledig tevreden waren met hun leefstijl. Of omdat ze landbouwen op een andere manier zagen.'

Oester en mossel

Maar in Groningen komt hoogleraar archeologie Daan Raemaekers met dezelfde gegevens tot een tegenovergestelde conclusie. In zijn optiek bewijzen de sieraden juist dat er levendige contacten waren tussen de vroegste boeren en de mensen die nog leefden als jager-verzamelaar. 'Nadat de landbouw zich zo'n 5.500 voor Christus had verspreid over Midden-Europa, liep er zo'n duizend jaar lang een duidelijke scheidslijn door Europa, met in het noorden gebied waar men jager-verzamelaar bleef en ten zuiden van de lijn gebieden waar de landbouw overheerste. En deze data laten zien dat men contact met elkaar had, want ze hadden dezelfde sieraden.'

Inzet is een spreadsheet met daarop de gegevens van duizenden prehistorische kralen, armbanden en halskettingen die zijn opgegraven op 434 Europese vindplaatsen. Volgens Rigaud, die de dataset publiceerde in vakblad Plos One, zitten er markante verschillen tussen de versierselen van boeren en die van jager-verzamelaars. Logisch eigenlijk: waar de jager zich tooide met kettingen van zwijns-, wolfs- en zeehondentanden, waren de boeren vaker in de weer met sieraden van schelp, oester en mossel. Zo onderscheidden de archeologen ruwweg vijf groepen sieraden - met de Baltische staten als duidelijk vreemde eend in de bijt. Kennelijk was men daar nog jager-verzamelaar toen in het Midden-Oosten de Bronstijd al was begonnen, aldus Rigaud.

De versierselen van een prehistorische boer

Prehistorische boeren

Maar Raemaekers ziet zaken die hij vindt 'grenzen aan datamanipulatie'. Zo rekent Rigaud vindplaatsen in Griekenland en Roemenië tot Noord-Europa en zitten er soms grote gaten in de tijdreeksen. Raemaekers: 'Als reviewer had ik dit teruggestuurd.'

De afgelopen decennia werd duidelijk dat de landbouw prehistorisch Europa niet bepaald stormenderhand veroverde. Na het ontstaan van de landbouw, zo'n 12 duizend jaar geleden in het Midden-Oosten, verliep de opmars van het boeren met horten en stoten, via meerdere volksverhuizingen van prehistorische boeren naar Europa, met culturen zoals de Vlaardingencultuur waar men deels boer maar ook deels jager was en zelfs plekken zoals het huidige Zweden, waar men de landbouw weer verruilde voor het jagen-verzamelen.

Dwingende redenen om aan te nemen dat er jager-verzamelaars waren die de landbouw om culturele redenen afzwoeren, ziet Raemaekers niet: 'Dat kan ook een praktische afweging zijn.' Aangezien de akkerbouw uit het warme, droge Midden-Oosten komt, zal men in het noorden immers andere technieken moeten hebben bedacht. 'Er zijn diverse auteurs die denken dat het om die reden zo lang duurde. Men moest de landbouw hier in feite opnieuw uitvinden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.