Nieuws Vidi-beurs

Wetenschap loopt jong talent mis door strengere eisen prestigieuze Vidi-beurs

De wetenschap loopt jonge toponderzoekers mis door een nieuwe regel die eigenlijk juist is bedoeld om jong talent te helpen. Onderzoeksfinancier NWO eist dat universiteiten jonge onderzoekers in vaste dienst nemen als ze een zogeheten Vidi-beurs binnenhalen. Geen garantie? Dan ook geen beursaanvraag. Daarmee worden wetenschappers die al een vaste baan hebben voorgetrokken, signaleren belangengroepen.

Beeld Rhonald Blommestijn

Om hoeveel onderzoekers het precies gaat, is niet exact te zeggen, al geeft de forse daling van het aantal aanvragen dit jaar (bijna een kwart minder, laat NWO weten) wel een indicatie. Jaarlijks worden er tachtig tot negentig Vidi-beurzen verdeeld over de wetenschap.

De Vidi-subsidie – 800 duizend euro voor vijf jaar – is een prestigieuze beurs die jonge onderzoekers de kans geeft om een eigen onderzoeksgroep te beginnen. Dat is een belangrijke carrièrestap in de competitieve wetenschappelijke wereld, waar onderzoeksgeld schaars is. Vidi-laureaten, onder wie bijvoorbeeld terreurexpert Beatrice de Graaf, stromen vaak door naar hoogleraarposities.

Maar sinds dit jaar is er een nieuwe horde voor het verkrijgen van zo’n Vidi-beurs: NWO verlangt van jonge toponderzoekers een garantie van een universiteit op een vaste baan (of concreet uitzicht daarop), mochten ze de subsidie binnenhalen. Meerdere belangengroepen van jonge wetenschappers uiten hierover hun zorgen, waaronder PostdocNL, Utrecht Young Academy en de Jonge Akademie – onderdeel van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. ‘Selectie zou alleen op basis van inhoudelijke kwaliteit moeten plaatsvinden, maar nu spelen ook arbeidsrechtelijke argumenten een rol’, zegt Behnam Taebi, bestuurslid van de Jonge Akademie. ‘Instellingen lopen hierdoor mogelijk briljante wetenschappers mis. Een gemiste kans voor de wetenschap, maar ook voor de individuele wetenschappers die nu niet mogen indienen.’

Dat ervoer bijvoorbeeld Marieke Hendriksen. De Utrechtse onderzoeker kunst- en wetenschapsgeschiedenis mocht geen aanvraag indienen dit jaar. ‘Ik heb gesproken met hoogleraren van Groningen tot Maastricht. Overal was het antwoord hetzelfde: mooi cv, mooi onderzoeksvoorstel, maar we moeten bezuinigen.’ Het frustreert haar enorm, mailt ze. ‘De inbeddingsregel bevordert zo vooral onderzoek van mensen die al een vaste aanstelling hebben.’

Zwakke onderhandelingspositie

Hendriksens ervaring sluit aan bij de reacties op een enquête die de Volkskrant hield onder ruim vijfhonderd wetenschappelijke ‘toptalenten’: onderzoekers die tussen 2013 en 2015 een prestigieuze Veni-beurs kregen, de beurs die voorafgaat aan de Vidi-subsidie. Qua loopbaan zitten zij nu ongeveer in de fase om een Vidi-subsidie aan te vragen. Van de respondenten vindt slechts een kleine dertig procent de inbeddingsgarantie ‘een goed idee’. Meer dan de helft wil dat NWO de regel afschaft, aanpast, of ten minste evalueert. Bijna vijftien procent van de respondenten die een Vidi wilde aanvragen, kreeg geen inbeddingsgarantie.

De resultaten zijn indicatief: niet alle ondervraagden wilden een subsidieaanvraag indienen, en andersom kregen ook niet alle potentiële Vidi-aanvragers eerder een Veni-beurs. Ook zijn de tweehonderd onderzoekers die reageerden niet evenredig verdeeld over alle Nederlandse onderzoeksinstellingen.

De NWO-eis verzwakt de toch al zwakke onderhandelingspositie van onderzoekers met een tijdelijk contract, lichten sommigen hun antwoorden toe. Velen willen uit carrièreoverwegingen anoniem blijven. ‘De Vidi was bij uitstek een kans om ‘binnen te komen’, schrijft er een. ‘Nu heb je alleen maar een kans als je al binnen bént.’ Anderen vinden dat de toegenomen invloed van universiteiten op gespannen voet staat met het doel van de Vidi: vernieuwend, onafhankelijk onderzoek stimuleren.

Zonde van de tijd

Subsidieverstrekker NWO stelde de nieuwe regel in na uitgebreide gesprekken met onder andere universiteiten. Vorig jaar kon ze namelijk maar 86 van de 571 aanvragen honoreren. Zonde van de tijd (en belastinggeld) die onderzoekers in het schrijven van aanvragen stopten – daar is iedereen het over eens: onderzoekers, universiteiten en NWO.

Met de strengere eisen hoopt NWO twee vliegen in een klap te slaan: minder ingediende aanvragen, en daardoor een hoger toekenningspercentage, plus stimuleren dat onderzoekers in een passende omgeving komen, met concreet toekomstperspectief. Het eerste doel lijkt alvast behaald, nu de huidige ronde bijna een kwart minder aanvragen telt dan vorig jaar.

De belangenorganisaties, en ook veel onderzoekers zelf, waarderen het dat NWO de zogeheten aanvraagdruk wil verlagen, maar zien liever andere oplossingen. Taebi: ‘Een voorselectie bijvoorbeeld, zolang die maar op inhoudelijke gronden blijft.’ Meer geld van de overheid voor wetenschappelijk onderzoek zou nog beter zijn, voegt hij toe.

NWO vindt het nog te vroeg om iets te zeggen over de inbeddingsgarantie in toekomstige rondes, laat de onderzoeksfinancier per email weten. Wel evalueren ze het proces ‘doorlopend’, mede op basis van reacties van onderzoekers, universiteiten en ook de Jonge Akademie. Ze verwacht de evaluatie uiterlijk in de loop van 2019 af te ronden.

Case van Genuchten (34), onderzoeker geochemie bij de Universiteit Utrecht

‘Ik was verbaasd en terneergeslagen toen ik hoorde dat ik geen inbeddingsgarantie kreeg, de week voor de indieningsdeadline. Voor mijn Vidi-plannen wilde ik nu naar een andere universiteit toe, omdat hun onderzoek beter past bij wat ik wilde gaan doen. De hoogleraar daar was ook enthousiast, maar op het laatste moment kreeg ik te horen dat de faculteit geen inbeddingsgarantie wilde geven. Het is heel frustrerend dat mijn aanvraag – waar ik maanden aan had gewerkt – nu is afgewezen op niet-inhoudelijke redenen.

Op zich zijn de Vidi-beurzen fantastisch, maar nu lijkt het vooral van belang dat je al een goede positie hebt binnen de instelling waar je naartoe wilt. Dat werkt mobiliteit tegen, terwijl innovatie juist sneller gaat als je van onderzoeksveld en universiteit kunt wisselen. Nu weet ik niet of ik wel in Nederland blijf als mijn huidige project afgelopen is. In het buitenland zijn de eisen bij vergelijkbare beurzen namelijk minder hard.’

Case van Genuchten (34), onderzoeker geochemie bij de Universiteit Utrecht.

Bryan Lougheed (36), aardwetenschapper bij Laboratoire des Sciences du Climat et de l’Environnement, Frankrijk

‘Ik werk nu in Gif-sur-Yvette, maar wilde graag terugkeren naar Nederland. Daar ben ik opgegroeid, studeerde en werkte ik. Naar mijn idee nemen Nederlandse universiteiten binnen mijn onderzoeksveld vooral onderzoekers aan met wie ze al een nauwe band hebben. De Vidi-beurs was een van de weinige manieren waarop wetenschappers van buiten zoals ik een plek konden veroveren.

Ik heb een risico-inschatting gemaakt: wil ik kostbare tijd besteden aan het schrijven van een Vidi-aanvraag, om het daarna te zien sneuvelen in een onduidelijk − en mogelijk machiavellistisch − universitair selectieproces? Uiteindelijk heb ik besloten om mijn tijd te steken in aanvragen voor vergelijkbare subsidies in andere landen die wél nog gewoon open zijn voor iedereen. Vorige week heb ik gehoord dat ik een beurs krijg in Zweden, waar ik ook gepromoveerd ben. Natuurlijk ben ik hier heel erg blij mee, maar er resteert nog het gevoel van ‘wat als...’’

Bryan Lougheed (36), aardwetenschapper bij Laboratoire des Sciences du Climat et de l’Environnement, Frankrijk. Beeld Ingrid Sassenhagen

Martin Harterink (37), celbioloog bij de Universiteit Utrecht

‘Vorig jaar heb ik net geen Vidi-beurs gekregen, ik zat in de laatste beoordelingsronde. Nu mocht ik niet eens een aanvraag indienen, omdat mijn faculteit geen vaste baan of tenure track (een traject dat tot een vaste baan moet leiden, red.) kon garanderen. Ik heb namelijk een tijdelijke aanstelling. Dat is niet ongebruikelijk in mijn onderzoeksveld, waarin het soms jaren duurt voordat onderzoeksresultaten gepubliceerd worden. Daardoor duurt het langer voordat je een cv en onderzoekslijn hebt opgebouwd dan in sommige andere takken van wetenschap.

Komend jaar moet ik nu eerst op zoek naar andere plek waar ze wel zo’n garantie af willen geven. Mijn Vidi-voorstel zal ik dan helemaal moeten aanpassen. Die ging uit van de apparatuur en samenwerkingen bij mijn huidige afdeling. Ik weet niet of dat het voorstel wel ten goede komt.’

Martin Harterink (37), celbioloog bij de Universiteit Utrecht.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.