Interview

'Wetenschap is nog steeds een mannending'

Dat José van Dijck (55), de eerste vrouwelijke president van de Akademie van Wetenschappen, nog steeds moet uitleggen dat het wel goed komt met de positie van vrouwen in de wetenschap, had ze niet verwacht. 'Kennelijk is een vrouw op deze plek toch opmerkelijker dan je zou wensen.'

José van Dijck: 'Ik kom op heel veel plaatsen in de academische wereld waar het nog akelig wit is' Beeld Lukas Göbel

Vrouwen kunnen zichzelf pas voorstellen in een hogere functie als het een feit is. Dat ze zelf hoogleraar werd, lang geleden alweer, drong bijvoorbeeld pas echt tot haar door toen ze na de gesprekken werd gebeld dat zíj het geworden was. Terwijl ze nota bene was gevraagd om te solliciteren. En ook nu weer, met haar presidentschap van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, na een lange carrière als onderzoeker, afdelingsvoorzitter en decaan aan de Universiteit van Amsterdam, ging het zo. Gepolst. Wezen praten. Voorgedragen. Gekozen. En toch dat lichtelijk onzekere.

'Ik kan het niet uitstaan, maar het is wel een vrouwendingetje. Dat je pas bij honderd procent zekerheid gelooft dat het echt waar is. Mannen hebben dat veel minder, die weten bij 60 procent zekerheid al zeker dat ze het zullen worden, dat ze iets kunnen. Vrouwen weten altijd een reden waarom het nog best anders kan lopen. En denken: misschien moet ik toch nog eerst nog dat ene boek schrijven. Die Veni-beurs binnenhalen. Die ERC Grant uit Brussel. Ben ik niet te jong? Is het niet te druk allemaal? Vreselijk.'

José van Dijck
Geboren 15 november 1960 in Boxtel.
Studie Nederlands,
Studie Algemene literatuurwetenschap.
1992 Promotie aan de University of California.
Freelancejournalist voor de Volkskrant en Opzij
Universitair docent bij de Rijksuniversiteit Groningen.
1995 Hoofddocent Universiteit Maastricht.
2001 Hoogleraar Mediastudies, Universiteit van Amsterdam.
2008 Decaan van de faculteit Geesteswetenschappen, Universiteit van Amsterdam.
2015 President van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen

Weloverwogen

Het is een maandagmorgen in de bibliotheek van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Het statige gebouw aan de Kloveniersburgwal in Amsterdam, in 1662 gebouwd als het megalomane woonhuis van de steenrijke wapenhandelaars Louys en Hendrick Trip. Het pand is zojuist volgestroomd met tweehonderd jonge, ambitieuze wetenschappers voor een KNAW-symposium over Wikipedia, de collectieve winnaar van de Erasmusprijs 2015. Veel T-shirts. Heel wat vrouwen ook. Laptops open. Smartphones. Het wat stoffige imago van de Akademie, ooit vooral een besloten club voor gearriveerde academici, bedaagd en eerbiedwaardig, is duidelijk allang niet meer aan de orde. Geleerd en weloverwogen is het nog steeds, maar stof is er nauwelijks.

Van Dijck heeft net als president en gastvrouw een openingsbetoog gehouden over de nieuwe vormen van het delen van kennis. Achter het spreekgestoelte is ze ditmaal echt in haar element, als internationaal bekend mediawetenschapper, kenner van onlinemedia en big data. Ze praat geconcentreerd, glimlacht, de handen geregeld voor zich gevouwen, smal en blond. In haar subtiel zwart-wit gedecoreerde jasje is ze verreweg de best geklede aanwezige.

Wat begon als een brutaal plan van een stelletje nerds om dan maar zelf online een encyclopedie te maken, zegt ze, is intussen een wereldomspannend avontuur waarvan gevestigde instellingen en media kunnen leren. 'Wikipedia is een volwassen onderzoeksobject.' De KNAW-president spreekt met een onmiskenbaar Amerikaanse tongval. Het is de erfenis van misschien wel de mooiste, en in elk geval de leerzaamste, tijd van haar leven, toen ze in de jaren tachtig les gaf in Californië en er promoveerde op de rol van de media in de discussies over reageerbuisbaby's. Hoe, was haar vraag, kan zo'n omstreden nieuwe medische technologie zo snel normaal genoeg worden dat het in het ziekenfondspakket belandt? Die normalisatie via een publiek debat, het zichtbaarst in de media, is een van haar thema's gebleven, al een carrière lang.

Nu de conferentie gaande is, drinkt ze thee in de stille bibliotheek, op een laag rood bankstel, omringd door een doolhof van hoge kasten vol groene en bruine lederen banden met gouden opdruk. Of iemand ze er nog ooit uitpakt, die antieke publicaties, is de vraag. Ze vertegenwoordigen wel het intellectuele erfgoed van de Akademie. 'En het is lang niet allemaal pure wetenschap, l'art pour l'art, zoals vaak van de Akademie wordt gedacht', zegt Van Dijck. 'Het wemelt hier van de oude rapporten over optimale bruggen, bliksemafleiders, ontpoldering, aardappelziektes. Noem maar op. Ook dat is van meet af aan de Akademie van Wetenschappen: betrokkenheid bij de wereld buiten.'

Beeld Lukas Göbel

Fantasie

Van Dijck (55) groeide op in de jaren zestig en zeventig in een Brabants gezin, als zesde van acht kinderen. Vader Van Dijck werkte bij de Veterinaire Inspectie nadat de oorlog zijn studietijd lelijk had doorkruist. Moeder Van Dijck was huisvrouw, zoals dat nu eenmaal ging in die tijd. Maar dat de kinderen zouden gaan studeren, stond buiten kijf. 'Mijn moeder stond erop, vooral voor haar vier dochters.' Alle acht gingen ze naar een universiteit of hogeschool; twee van de acht promoveerden ook, onder wie José. Na haar studie Nederlands en literatuurwetenschap in Utrecht vertrok ze op haar 26ste eind jaren tachtig naar de Verenigde Staten, vol ambitie.

In Californië ontdekte ze als literatuurwetenschapper in de aanloop naar de internetrevolutie de mediastudies. Het World Wide Web (1991), Wikipedia (2001) en Facebook (2004) moeten dan nog worden geboren. Maar alles kan, ook dan al. 'De vrijheid en interdisciplinariteit van de Amerikaanse promotie-opleiding was een verademing vergeleken bij wat er in in de jaren tachtig in Nederland aan de universiteiten kon', herinnert ze zich. 'Bovendien trof ik daar een internationale wereld aan. In mijn klassen zaten veertien nationaliteiten, die elkaar troffen in hun nieuwsgierigheid. Fantastisch, ik heb daar zo veel over mensen geleerd ook.'

Die spannende nieuwe media kussen een oude, kleinemeisjesfantasie in haar wakker. 'Ik wilde later uitvinder worden. Bijvoorbeeld van een spiegel die me met een druk op de knop zou laten zien wat er zou gebeuren als ik hockey zou kiezen in plaats van basketbal. Een áls-spiegel. Tegenwoordig zou ik zoiets predictive analytics noemen.'

Bij haar aantreden dit voorjaar bij de KNAW wees Van Dijck drie kernpunten aan van haar presidentschap: diversiteit, nieuwsgierigheid en dienstbaarheid. Vooral die laatste baarde opzien. Terwijl de meer geharnaste wetenschappers zich onder de voorgaande president, celbioloog Hans Clevers, luid zorgen maakten over de toenemende Haagse druk om vooral nuttig te zijn voor economie en samenleving, leek de nieuwe president dat juist allemaal te omarmen. En dat doet ze ook. Van Dijck: 'Er is wat dat betreft wel wat gaande. Vooral jonge onderzoekers hebben niet zo veel moeite met het idee dat je als wetenschapper midden in de samenleving staat, een samenleving die ook dingen teruggeeft, zoals vragen en invalshoeken waaraan je eerder niet snel dacht.

'Ik heb moeite met dat eeuwige onderscheid tussen wetenschap en samenleving. Wetenschappers zijn mensen die midden in de wereld staan. Ga kijken in vakgroepen, je ziet mannen, vrouwen, en gelukkig steeds meer uit alle windstreken. Laatst won KNAW-hoogleraar en Spinozaprijswinnaar Ben Feringa de Solvay-prijs voor zijn nanochemie, spectaculair werk trouwens, en liet hij bij de koninklijke ceremonie in Brussel een foto van zijn team in Groningen zien. Het was echt de united nations of science, zo divers. Wat overigens ook wel weer uitzonderlijk is. Ik kom op veel plaatsen in de academische wereld waar het nog akelig wit is.'

Politiek

Haar agenda, drie dagen KNAW, twee dagen hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, blijkt in de praktijk haast moordend. Komend voorjaar wordt een president elect gekozen, een primeur in de KNAW-historie, die over twee jaar Van Dijcks opvolger als president wordt. Wie is nog open. In elk geval een bèta, is de huisregel van de Akademie, ook al waren eerder Dijkgraaf en Clevers twee natuurwetenschappers na elkaar, de uitzondering op de regel. 'Ik probeer overal de verbinding tussen alfa's en bèta's gezicht te geven, maar ik moet toegeven dat dat bij astronomen of chemici net wat minder makkelijk voelt dan bij taalkundigen.'

Het gesprek in de bibliotheek - achter de ramen in de wintertuin schijnt een waterig zonnetje - vindt plaats bij de gratie van een geannuleerde bijeenkomst met Haagse fractiespecialisten van politieke partijen. Die had ze willen voorhouden dat politici de wetenschap als grondstof moeten zien voor een kringloop van ideëen en toepassingen, niet alleen als een handig loket voor vragen of een innovatiemotor. 'Er moet ruimte zijn om in toegepast onderzoek terug naar af te gaan en fundamenteel te werken', zegt ze. 'De politiek denkt te veel in die ene richting: nut, nut, nut.'

Later in de week zijn er tal van toespraken en vrijdag is de presentatie van de Nationale Wetenschapsagenda, waarvoor de twaalfduizend publieksvragen aan de wetenschap hier aan de Kloveniersburgwal werden geordend, gewogen en geclusterd tot grondstof voor een pleidooi voor meer interdisciplinaire dwarsverbanden. Zaterdag is er een wetenschapsfestival in de Amsterdamse Stadsschouwburg, weer een toespraak. Zondag het Eurekafestival van dezelfde wetenschapsagenda, te houden in de Westergasfabriek, ook Amsterdam en de plek waar oud-KNAW-president Robbert Dijkgraaf voor een miljoenenpubliek een spectaculair DWDD-televisiecollege hield over zwarte gaten. Handen schudden, praten.

Van Dijck: 'De eerste weken van mijn presidentschap waren ontnuchterend. Ik holde van bijeenkomst naar lezing en het houdt eigenlijk niet meer op. Is dit het nou, dacht ik die eerste maand geregeld, bijeenkomsten openen, prijzen geven, linten doorknippen? Maar ik begin er steeds meer plezier in te krijgen. Ik ben gaan zien dat het mijn baan is om trots te zijn op al die prachtige wetenschap die we in dit land hebben. Heel feestelijk eigenlijk. En als wetenschapper moet je wat mij betreft nu en dan ook een tijdje de wetenschappers dienen, zelfs als je misschien liever in het lab zit of boeken schrijft. Ook dat is dienstbaarheid trouwens. Het voelt als een opdracht het gezicht van de hele wetenschap te zijn, en een eer. Daar heb je het weer, dat vrouwendingetje: dat ik dat mág doen. Een man denkt: natuurlijk mag ik dit doen.'

Opmerkelijk

Die vrouwenreflexen houden haar meer bezig dan ze zou willen, geeft ze toe. 'Je weet natuurlijk: als je als eerste vrouw ooit president wordt van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, dan krijg je daar vragen over. Natuurlijk. Wat ik niet had voorzien is dat het daar de eerste vijf maanden over zou blijven gaan, ieder gesprek opnieuw. Terwijl ik het nieuwe gezicht van alle Nederlandse wetenschappers wilde zijn. Maar kennelijk is een vrouw op deze plek toch opmerkelijker dan je zou wensen. Anderzijds is dat met net 17 procent vrouwelijke hoogleraren natuurlijk ook zo. De wetenschap is nog steeds een mannending.'

Van Dijck: 'Maar het belangrijkste is dat ik merk hoe belangrijk vrouwen het vinden dat ik hier zit. Ik heb of ik nou wil of niet een voorbeeldfunctie voor jonge vrouwen. En die zijn zo belangrijk. Toen ik studeerde waren er nauwelijks vrouwelijke hoogleraren. Het kwam niet in ons op dat dat zou kunnen, dat jij als vrouw dat ooit zou kunnen zijn.'

Van Dijck, zelf kinderloos, coacht jonge vrouwelijke onderzoekers die zich afvragen hoe je het in hemelsnaam allemaal tegelijk moet doen: je wetenschappelijk onderscheiden, beurzen binnenslepen en een gezin beginnen, jonge kinderen opvoeden. 'De pest is, het komt in een mensenleven allemaal tegelijk, tussen je 20ste en je 30ste. Als je daar afhaakt, kom je er nooit meer tussen, dat laten alle cijfers zien. Overigens zie ik jonge mannen daar ook mee worstelen.'

Dat steeds meer geldschieters en instellingen het probleem onderkennen en de regels zo aanpassen dat een zwangerschap een vrouw niet meteen haar wetenschappelijke carrière kost, noemt ze hoopgevend. Er is meer reden voor optimisme, zegt Van Dijck, een kop koudgeworden thee vervaarlijk op een hand balancerend. De week voor onze ontmoeting stond ze in Amersfoort voor een zaal met vijfhonderd jonge meiden en vrouwen uit de wetenschap, opgetrommeld door het landelijk netwerk vrouwelijke hoogleraren en Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek. Studenten, promovendi, postdocs, docenten, hoogleraren. 'Hun enthousiasme was echt bemoedigend. Ik kreeg zomaar het idee dat het tij aan het keren is. Met zo veel vrouwen bij elkaar die bewust voor de wetenschap kiezen, moet het gewoon een keer goed komen. Niet binnen drie jaar, zoals ik bij mijn aantreden riep. Maar wel eerder dan in 2060, zoals in het huidige tempo.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden