Wetenschap is geen luxe flauwekul

Innovatie en efficiëntie zijn toverwoorden van deze tijd, ze beloven ons nieuwe zegeningen. Ook in het wetenschappelijk onderzoek. De term innovatie wordt opmerkelijk vaak ingezet om een commerciële instelling niet slechts te legitimeren, maar ook te camoufleren – door de schijn te wekken dat men met de nieuwe uitvindingen iets...

Natuurlijk, sommige onderzoeken kosten veel en leveren geen winst op. De wereld kan prima zonder mensen die alles weten over blauwpigmenten in middeleeuwse miniaturen, Armeense poëzie of de voortplantingswijze van een zeldzaam sluipwespje dat alleen op Borneo voorkomt. Maar de wereld kan ook zonder voedseltechnologen die iedere maand een andere kant-en-klaarpudding bedenken, of uitvinders van klapschaatsen en aerodynamische wielrenshirts. Toch krijgen zij nooit te horen dat hun onderzoek geen maatschappelijk nut heeft. Omdat eraan verdiend wordt. Dat is een enge redenering, die slechts te bestrijden is door te beklemtonen dat differentiatie en veelkleurigheid misschien wel het voornaamste kenmerk is van menselijke beschaving. Juist mensen met een alfa- of gamma-achtergrond zouden de hogepriesters van het marktdenken kunnen corrigeren. Al was het maar door – gelijk Socrates eeuwen geleden – een eindje mee te wandelen over het marktplein en vragen te stellen. Zoals: ‘Is een mens uitsluitend een consumptiedier? Is innovatie per definitie moreel goed? Kun je ontdekkingen vooraf plannen, of stuit iemand veeleer toevallig op een nieuw inzicht – zoals de wetenschapsgeschiedenis toch leert?

Wetenschap heeft de mensheid veel gebracht. Inmiddels weten we ook dat uitvindingen die het leven makkelijker hebben gemaakt, hun keerzijde hebben. Van CO2 -uitstoot tot obesitas, van concentratiestoornissen tot oorlogen om grondstoffen als coltan; langzamerhand wordt duidelijk dat vooruitgang ook achteruitgang met zich meebrengt. Het resultaat: een leger wetenschappers dat zijn brood verdient met het onderzoek naar de opgelopen en nog op te lopen schade en met het bedenken van oplossingen voor de moderne problemen en crises.

Gek genoeg hoor je de pleitbezorgers van innovatie en efficiëntie nooit over een intensieve samenwerking tussen wetenschappers en onderzoekers van verschillende disciplines – terwijl alleen zo’n samenwerking-bij-aanvang misschien kan voorkomen dat een nieuwe ontdekking op de lange termijn evenveel (of zelfs meer) kwaads dan goeds brengt. Wat staat ons te wachten wanneer whizzkids die weten waar ze belangrijke data vandaan kunnen halen , maar deze misschien niet kunnen duiden, straks de dienst uitmaken?

Blijven er niet ook filosofen, politicologen, antropologen, godsdienstwetenschappers, archeologen, kunstwetenschappers nodig die achterom kijken naar het verleden? Die het onbekende, het ‘andere’ onderzoeken, die onze blik breed, en onze zintuigen en gemoed wakker houden, en ons zowel leren wat de kracht kan zijn van de verbeelding, als de macht van een totalitaire utopie?

Of leven we daar al in, als marionetten aan onzichtbare draden, en hebben we het niet door?

Het blijft een raadsel dat iedere morele dimensie in de discussie over de concurrentie met China ontbreekt. Waarom zwijgen wetenschappers hier in alle talen, in plaats vanuit de verschillende disciplines een meerstemmige vraag te formuleren die zou kunnen luiden: willen we wel een kenniseconomie die kan concurreren met een ondemocratische natie die alle humaniteit en eigenzinnigheid uitsluit en de ene na de andere milieuramp in de hand werkt, waar vervolgens niet tegen gedemonstreerd of zelf maar over bericht mag worden?

Terecht spreken veel intellectuelen zich uit tegen de ideeën van Geert Wilders. Maar als het gaat om internationale verhoudingen mogen politici en beleidsmakers de toon zetten. Een toon vaak niet meer dan een echo van het borstgeroffel van de managers van multinationals. Holle klanken die hopelijk snel verwaaien.

Gelukkig bestaan er nog steeds denkers die met erasmiaanse geestdrift voorleven wat het is om een homo universalis te zijn of te worden. Ook vandaag de dag koesteren veel universiteitsmedewerkers een dergelijk Bildungsideaal. En nog altijd zijn er docenten en professoren die de universiteit zien als dé plek waar leergierige jonge mensen zich niet alleen specialiseren in één enkel vakgebied, maar een wetenschappelijke houding kunnen aanleren die maakt dat ze vragen blijven stellen bij alle media-informatie, dat ze kunnen reflecteren op kunst en literatuur, ethische dilemma’s kunnen formuleren en een breed beeld hebben van wat er in de wereld om hen heen speelt. Er zijn nog mensen die hun kennisverlangen serieus nemen, en durven kiezen voor een onderzoek naar de herkomst van de blauwpigmenten in middeleeuwse miniaturen, of het gedrag van zeldzame sluipwespjes, ook al levert dat geen grote beloning op, en wordt geen mens er aantoonbaar beter van.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden