Welopgevoede kip houdt snavel thuis

Kippen met intacte snavels pikken elkaar half dood, zelfs als ze behoorlijk de ruimte krijgen. Eén op de acht hennen legt daardoor voortijdig het loodje....

HET IS MAAR goed dat mensen die bij Albert Heijn biologische EKO-eieren kopen, niet de boerderij bezoeken waar ze vandaan komen. Ze zouden terecht kunnen komen bij een kippenhouder nabij Barneveld. In zijn stallen lopen legkippen rond, die precies krijgen wat de biologische wet voorschrijft: speciaal voer, een vierkante meter binnenruimte per zes hennen, zitstokken, legnesten, rustplaatsen en een uitgang naar buiten plus vier vierkante meter buitenruimte per kip.

Er is maar één probleem. De kippen pikken elkaar kaal en vreten elkaar op. Dat ziet er niet erg biologisch uit, en komt het welzijn van de dieren ook niet ten goede. Bijna allemaal vertonen ze grote kale plekken. Sommigen lijken al voor de helft geplukt, terwijl het legseizoen nog lang niet voorbij is. Vermoedelijk haalt minstens 10 procent het einde van de legperiode niet.

Veel andere biologische kippenhouders hebben hetzelfde probleem, staat in het afgelopen maand gepubliceerde rapport Biologische Legpluimveehouderij van pluimveeonderzoekscentrum Het Spelderholt in Beekbergen en het Landbouw-Economisch Instituut in Den Haag. In het rapport verkent de kippensector de biologische markt omdat die de komende jaren waarschijnlijk snel zal groeien.

De Europese wetgeving gaat de legbatterij verbieden, en in Nederland mogen vanaf 2011 geen snavels van kippen meer worden gekapt. Dat is namelijk vaak géén pijnloze ingreep, zoals soms wordt gedacht. De kippen kunnen er hevig door lijden en kwijnen er dan door weg. Het snavelkapverbod geldt volgend jaar al voor boeren die een nieuw bedrijf beginnen of omschakelen op een ander staltype.

Maar daarbij zullen ze stuiten op een onopgelost probleem, stellen de onderzoekers vast. Gemiddeld 12 procent van de biologische kippen haalt het einde van de legperiode niet. Dat komt grotendeels door het 'verenpikken'; een verschijnsel dat onuitroeibaar lijkt bij kippen die hun snavel mogen houden. 'Het is een kwestie van tijd voordat de consument hiervan op de hoogte wordt gebracht. De biologische sector moet dan antwoord hebben op kritische vragen die ongetwijfeld gesteld gaan worden', aldus het rapport.

Op dat antwoord zit de biologische sector inderdaad al even te broeden. In opdracht van het platform Biologica, dat de belangen van producenten en handelaars behartigt, houden onderzoekers van het antroposofisch georiënteerde Louis Bolk Instituut in Driebergen zich sinds februari vorig jaar ermee bezig

Het probleem bestáát, maar is niet onoplosbaar, concludeert ir. Monique Bestman van het instituut na een jaar onderzoek. Sommige biologische boeren hebben er nauwelijks last van. Maar vooral boeren die net zijn omgeschakeld van regulier naar biologisch, hebben het systeem vaak nog niet onder de knie.

Zulks is ook het probleem bij de pluimveehouder bij Barneveld, die zijn naam liever niet in de krant heeft. Zoals wel meer boeren is hij niet de eigenaar van zijn eigen pluimveestapel. Dat is de eierhandelaar. Aangespoord door de goede prijs van biologische eieren (twee kwartjes in de winkel; een kwartje voor de boer) besloot die afgelopen jaar zesduizend kippen onder 'biologische' omstandigheden bij de boer te huisvesten.

De eerste fout is dat er verschillende koppels in zijn stal werden gezet, denkt de boer. Daardoor hebben de beesten een moeizame verhouding met elkaar.

De handelaar heeft ook een speciaal ras bij hem neergezet; de Columbian blacktail. Die kip heeft toevallig een goede naam omdat hij in Engeland weinig problemen geeft met verenpikken. Maar daar worden ze gehouden in kleine groepen van enkele honderden exemplaren, weet Bestman, dus dat is geen wonder. Hoewel experts van het dierenonderzoeksbedrijf ID-Lelystad veel verwachten van de fok van minder agressieve rassen, blijkt uit de Biologica-proef tot dusver niet dat het kippenras iets uitmaakt in het pikgedrag.

Wat wel uitmaakt, is de manier waarop de dieren worden opgefokt. Ze moeten als kuiken leren graankorrels te zoeken in het stro en moeten gewend zijn geraakt aan de buitenruimte. Het verschil tussen het donker binnen en licht buiten mag niet te groot zijn. Kippen die buiten rondscharrelen, pikken elkaar minder. Maar zolang het buiten kaal is, is het een hele klus de dieren zover te krijgen. Wanneer de uitloop wordt beplant met bijvoorbeeld maïs, wordt de ruimte al een stuk aantrekkelijker.

De onderzoekster stuurt geïnteresseerde buitenstaanders liever niet naar pas omgeschakelde boeren, maar naar collega's als Herman Mocking in Odijk. Die biologisch-dynamische veehouder heeft zijn zaakjes keurig op orde, blijkt bij een snelle excursie langs zijn stallen. Hij heeft een gemengd bedrijf met drieduizend kippen. Die hebben bovengemiddeld veel buitenruimte (tien vierkante meter per dier) en een uitgekiende stal.

Maar het echte geheim zit in de opvoeding, denkt Mocking. In oude legertenten verzorgt hij zijn eigen opfok, waarin de jonge beesten veel buiten zitten en op de grond leren foerageren. Af en toe zit er toch eentje bij die begint te pikken. 'Maar daar weten we wel raad mee', zegt hij. 'Die pak ik persoonlijk op, en schuur ik met zijn snavel langs de betonnen muur. Zo leren ze het wel af.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden