Analysede Biesbosch

Welkom terug, wild dier: na de wolf kunnen er nog veel meer terugkeren in Nederland, dromen sommigen

De wolf is er weer bij in Nederland, maar volgens een groeiende beweging hoeft het daar niet bij te blijven. Er kunnen nog veel meer ‘wilde’ dieren terugkeren, al dan niet geholpen door de mens. Elanden in de Biesbosch?

Beeld Marie Wanders

Niet schrikken wanneer u na een frisse duik in de Noordzee tegen een tweeënhalve meter grote rog aan zwemt. Het is de vleet, ooit een icoon van de Noordzee, maar uitgestorven door de visserij, die uit was op z’n 80 kilo schoon aan de haak. De reuzenrog moet binnen enkele jaren weer terug zijn in zijn oude gebied, als het aan het Wereld Natuur Fonds en de instelling ARK Natuurontwikkeling ligt. Samen met Sportvisserij Nederland (jawel) zetten de organisaties twee weken geleden achttien stekelroggen uit in de Westerschelde. Het zijn de laatste van vierhonderd roggen die in gevangenschap werden gekweekt, gezenderd en uitgezet. De veel kleinere stekelroggen zijn geen vleten, maar het project moet uitwijzen of het kweken van haaien en roggen kan bijdragen aan het herstel van de zeedieren in de Noordzee.

Tot nu toe zijn de resultaten rooskleurig voor de initiatiefnemers: zo’n 95 procent van de gekweekte roggen blijkt te overleven in de Noordzee en verspreidt zich zelfs. Op naar de vleet dus. Realisme of slechts een wild idee?

Verbeelding

‘Natuur in Nederland is zo groot als wij ons kunnen voorstellen’, zegt Jeroen Helmer (58). ‘Alles heeft met verbeelding te maken.’ Daar weet hij als natuurtekenaar alles van: al sinds de oprichting dertig jaar geleden is hij een van de drijvende krachten achter ARK Natuurontwikkeling, de organisatie die zich met steun van onder meer de Postcode Loterij actief beijvert voor de terugkeer van diverse ‘wilde’ dieren in de Nederlandse natuur.

Met succes, zegt hij: ‘In 2004 tekende ik voor ARK een toekomstbeeld van de aaneengesloten natuur van de Maasduinen via het Rijk van Nijmegen, de Veluwe, tot en met de Oostvaardersplassen. Ik dacht: doe eens gek, en tekende er diverse diersoorten in die er niet voorkwamen. Nu, zestien jaar later, leeft tweederde van de dieren die ik tekende in de Nederlandse natuur – zo hard kan het gaan.’

De wolf is het paradepaard onder de ‘nieuwe dieren’. De komst van het dier zat er allang aan te komen, inmiddels is die definitief. Maar ook de zeearend, de grote zilverreiger, de oehoe, de slechtvalk, de wilde kat en de kraanvogel zijn soorten die definitief tot de Nederlandse natuur mogen worden gerekend.

Zijn tekening van toen is een illustratie van groot denken, tegen de benepenheid. Helmer: ‘Begin deze eeuw speculeerden natuurontwikkelaars over de komst van de zeearend vanuit Oost-Europa. Sceptici zeiden dat Nederland te klein zou zijn voor die reusachtige roofvogel. Kansloos, vonden sommige wetenschappers. Er kwamen plannen voor het uitzetten van zeearenden, maar precies op dat moment, in 2006, haalde de natuur de wetenschap in: de vogel was uit eigen beweging begonnen te broeden in de Oostvaardersplassen. Inmiddels is de zeearend een vaste verschijning op verschillende plaatsen.’

Toekomstbeeld van de Veluwe, zoals Jeroen Helmer dat in 2004 maakte.Beeld Jeroen Helmer

Dat de natuur verandert, is geen nieuws. Door klimaatverandering worden in Nederland de laatste jaren steeds vaker bijzondere vogels gezien, sommige gaan hier zelf broeden. De ‘tropisch’ gekleurde bijeneter, Cetti’s zanger, grijze wouw en slangenarend zijn geen ongewone gasten meer. Onder insecten (met stip binnengekomen: de zuidelijke sikkelsprinkhaan) en planten is hetzelfde fenomeen te zien.

Soms helpt de mens een handje. Zo herrezen de afgelopen honderd jaar in Nederland tientallen soorten door herintroductie of bijplaatsen. Daaronder zijn edelhert, damhert, raaf, ooievaar, bever en korenwolf.

Hardop dromen, dat is wat ze doen bij ARK. Niet alle dromen zijn bedrog, als het aan de instelling ligt. De club wil een ‘aanjager’ zijn om de oppervlakte van ‘wilde natuur’ in Nederland en omstreken te vertienvoudigen. De liefst aaneengesloten of met elkaar verbonden natuur moet daar zo veel mogelijk haar eigen gang kunnen gaan. Dat moet een grotere rijkdom aan landschappen, planten en dieren opleveren.

Verlanglijst

En de mens dan, in dit toch al dichtbevolkte land? Ruimte is er genoeg en de mens profiteert daar alleen maar van, in de visie van ARK. ‘Grote natuurgebieden kunnen miljarden aan inkomsten genereren en bieden kansen voor ruimtelijke ontwikkeling’, stelt de organisatie. ‘Activiteiten als delfstofwinning, waterbeheer, stedenbouw en gezondheidszorg zijn beter af met natuurontwikkeling. Recreatie, toerisme en een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven en instellingen zorgen voor sterke lokale economieën.’

Grote en ‘spannende’ diersoorten verwelkomen of desnoods herintroduceren hoort daarbij. Jeroen Helmer mag daar graag over meefantaseren. Zijn verlanglijst is lang, maar het is niet alleen een romantisch verlangen, evenmin sciencefiction: sommige dieren zijn al gesignaleerd, experimenten met het uitzetten van andere soorten zijn allang gestart.

Beeld Jeroen Helmer

Neem de goudjakhals. Een jakhals? Die hoort toch in Afrika, waar hij weerloze antilopen levend verscheurt voor de camera’s van documentairemakers? Niet de goudjakhals. Met zijn uiterlijk tussen een wolf en een vos in leeft het dier sinds de laatste ijstijd in Zuidoost-Europa en grote delen van Azië, van de Balkan tot Thailand en van het Midden-Oosten tot aan Oostenrijk. Geen exoot dus, en derhalve beschermd.

Stiekemerd

De goudjakhals is een alleseter, die kalveren van edelherten verschalkt, maar evengoed leeft op fruit en vruchten. Een ‘grote stiekemerd’, volgens Helmer. Vandaar dat hij maar zo weinig wordt vastgelegd op beeld. Drie Nederlandse gevallen zijn bekend, in 2016 werd hij gefotografeerd op de Veluwe. Dat is goed nieuws, volgens Helmer. Roofdieren horen bij de Nederlandse natuur, zegt hij. ‘De mens heeft zo ongeveer alle roofdieren verjaagd, omdat ze ons vee bedreigden. Nu we vee beter kunnen beschermen, kunnen de roofdieren langzaam weer terugkeren.’

Dat is ook om andere dan romantische redenen weer goed: ‘Vegetatie veert op van roofdieren. Door bijvoorbeeld de komst van de wolf staan herten niet alleen nog maar op de meest vruchtbare plekken, maar moeten ze zich verspreiden. Dat geeft struiken meer kans en ruimte om te ontkiemen. Dat is weer goed voor een landschap. Dat mechanisme speelt ook bij de komst van de goudjakhals.’

Waarom de jakhals onze kant op komt, staat niet vast. Volgens Helmer zou het kunnen dat de wolf in Oost-Europa geen andere middelgrote roofdieren in zijn territorium duldt. Dat dwingt de jakhalzen tot vluchten. Misschien ook, oppert Helmer, komt het doordat de populatie jakhalzen is toegenomen. Daarnaast is de soort gevoelig voor sneeuwval; door klimaatverandering is in Nederland de laatste jaren nauwelijks meer sprake van serieuze en langdurige sneeuwval.

Hoeveel goudjakhalzen had Helmer ongeveer in gedachten? Dat vindt hij lastig; het hangt ook af van populaties van andere diersoorten. ‘Maar ik denk eerder aan honderden dan aan tientallen.’

Eland

Nog een droomdier: de eland. Pardon? Die goedzak die we vooral kennen van beelden uit Lapland en Siberië? Wat moet die in de Hollandse polder? Het is ‘een proefballonnetje dat we van tijd tot tijd oplaten’, geeft Helmer toe. ARK stelde al in 2010 een rapport op over de eventuele komst van het dier, en zie: ‘Zonder elanden kunnen moeras- en bosecosystemen zich minder compleet ontwikkelen’, aldus de auteurs. ‘Terugkeer van de eland betekent dan ook herstel van natuurlijke biodiversiteit en het herbivorenspectrum in Nederland zal hiermee completer worden.’ Een geschikte locatie hadden de onderzoekers ook al bedacht: de Biesbosch. Uit het rapport: ‘Denkend op een grote schaal is er plaats voor een zelfredzame populatie van 130 tot 240 dieren.’

De eland is ‘een echte laagveenjongen’, in de woorden van Jeroen Helmer. Komt dat even goed uit. Een eland ‘in het wild’ tegenkomen zou volgens Ark voor het publiek ‘een onvergetelijke wilderniservaring in de Nederlandse natuur’ zijn. En daar gaat het de club ook om: draagvlak vergroten voor natuurbehoud. Dat groeit vanzelf wanneer de natuur spectaculairder wordt gemaakt, zo is het idee.

De eland in de Hollandse polder, hoe haalbaar is dat? Het hoefdier rukt al op in Oost-Europa en Polen, zegt Helmer. Dat is niet zo ver weg, in dierentermen gemeten. Maar eerlijk is eerlijk: hij ziet ook beren op de weg. ‘Een eland op de snelweg is heel onpraktisch. Maar de Biesbosch zou groot genoeg voor hem zijn, het oostelijk Vechtplassengebied misschien ook. Probleem: elanden zijn goede zwemmers. Ze steken zo een dijk over. Daar moet je dan weer iets tegen doen, en voor je het weet heb je een omrasterd gebied. Daar moet dan wel draagvlak voor zijn.’

Niettemin: de eland hoort hier thuis, vindt Helmer. ‘Het is een snoeier, gaat de opschietende wilg te lijf en brengt zo open ruimte in het laagveen terug.’

En dan de lynx, ja natuurlijk! ‘Een buitengewoon spannende rover’, zegt Helmer over de grote kat (of kleine tijger, zo u wilt). Het dier is opgedoken in de Belgische Ardennen. Evenals in Duitsland. Dat is voor een beetje lynx een steenworp van Nederland vandaan. De (enige beschikbare) vage beelden die Helmer van het Belgische beest zag, deden hem het meest aan een Europese lynx denken. ‘Je zag het vooral aan hoe hij tijdens het lopen zijn poot opvallend ver voor zijn kop zet. Typisch een lynx.’

Er bestaan uitzetprojecten in de Eifel en de Vogezen. Wellicht dat het waargenomen dier daar een afstammeling van is.

Beeld Marie Wanders

Helmer en zijn geestverwanten van ARK zijn bepaald niet de enigen die dromen van de terugkeer van wilde dieren en planten in de natuur. Thierry Baudet fantaseerde onlangs nog hardop over een ‘oerbos’ – ondanks die naam al in 2040 te realiseren – op de plaats van Schiphol. ‘Rewilding’ heet het wereldwijde fenomeen, dat zo’n 25 jaar geleden ontstond in de Verenigde Staten met het uitzetten van de daar eerder uitgestorven wolf in het Yellowstone Park. Een breed gedragen gedachte, zeker nu steeds navranter het afnemen van de biodiversiteit aan het licht komt. ‘Rewild the world’, is de oproep van ‘Sir’ David Attenborough in zijn net uitgebrachte Netflix-documentaire A Life on Our Planet.

Olifant

In diezelfde geest bestaan in Denemarken al enkele jaren plannen voor de terugkeer van de olifant. Jawel, de olifant. In het pleistoceen, het tijdvak dat zo’n 11 duizend jaar geleden eindigde, liepen in dit deel van Europa immers nog mammoeten rond, net als holenberen en neushoorns. Beheerders van de Randers Rainforest Zoo in Denemarken dromen van de herintroductie van de olifant, maar hun plannen zijn vooralsnog blijven steken tussen discussie en kritiek.

Nieuwste technologie biedt nog extremere, en niet minder omstreden, vergezichten. ‘Crispr-Cas’ heet de relatief jonge technologie waarmee met ongekende precisie in dna kan worden geknipt en geplakt. Daarmee zou het theoretisch mogelijk zijn dna van bijvoorbeeld de uitgestorven mammoet terug te plaatsen in de dna-verwante olifant, waarna de herintroductie van de mammoet (of de dodo, de uitgestorven vogel die in dit verband ook vaak wordt genoemd) zou kunnen beginnen. Waarom zou je dat willen? De Amerikaanse geneticus George Church, voorvechter van de herrijzenis van de mammoet, stelt dat door de begrazing de Canadese drassige permafrost zou kunnen worden omgezet in de droge, koude steppe die het gebied zo’n twaalfduizend jaar eerder was. Het aantal donkere bodemplanten dat nu warmte absorbeert, zou zo verminderd worden, waardoor het smelten van het Arctisch gebied ook wordt vertraagd.

De terugkeer van de mammoet gaat Jeroen Helmer van ARK te ver, mede vanwege de ethische bezwaren rond sommige dna-technologie. Dan klampt hij zich liever vast aan de bizon. De Europese bizon, oftewel de wisent. De grote grazer loopt al rond in onder meer Overveen en is een mooie combinatie van ‘spannend’ en toch met aanzienlijk minder risico’s voor publiek dan een mammoet.

Datzelfde geldt voor de tauros, een ‘teruggefokt oerrund’ dat in enkele natuurgebieden in Europa is uitgezet. In Nederland loopt het nu rond in de natuur van de Maashorst en het Kempen-Broek. ‘Het wilde rund stierf uit in het jaar 1627’, zegt Helmer. Duizenden jaren lang heeft de mens alle wilde eigenschappen eruit gefokt, ten behoeve van de veeteelt. ‘Die eigenschappen willen we weer terug. Tot op zekere hoogte: de tauros is een assertief runderras, de meest onhandelbare exemplaren halen we weer uit de populatie. Het publiek moet wel in de terreinen kunnen waar ze rondlopen. Tegelijk moet het dier zich ook kunnen weren tegen de wolf.’

Sleutelen

Het roept de vraag op of de natuurbeheerders op deze wijze niet ‘sleutelen’ aan de natuur, in plaats van die haar gang te laten gaan. Helmers: ‘De mens is al tienduizend jaar aan het sleutelen aan het rund. Als we met een paar stappen het wilde rund weer terug kunnen krijgen, zijn we een heel eind.’ Dat geldt wat hem betreft ook voor vele andere soorten dieren en planten, die door toedoen van de mens zijn verdwenen.

Had hij verder nog wensen? Het gaat Helmer vooral om zogeheten sleutelsoorten, die essentieel zijn voor weer andere organismen. Zo onderzoekt hij sinds drie jaar stierenkuilen, kuilen die wilde grazers maken in bronsttijd. Daar nestelen diverse insecten zich, zestig bijen- en wespensoorten telde hij, en de rijkdom neemt steeds meer toe. ‘Dat is mooi: terwijl de biodiversiteit onder insecten schrikbarend afneemt, zie ik de biodiversiteit in die kuilen toenemen, dankzij de natuurlijke kuddes van grote grazers.’

Maar ook los daarvan koestert Helmer zijn wensenlijstje. Hij hoopt op de komst van de kroeskoppelikaan, net als van de zwarte ooievaar, de monniksgier en de steenarend. De steur. De schreeuwarend. Ze horen in de Nederlandse delta, en het zijn soorten die eraan zitten te komen, zegt hij stellig.

‘Natuur is geen verzameling organismen. De interactie zelf is de natuur’, zegt Helmer. Natuur is voor hem ook een theater, een spel. ‘Daarvoor heb je alle spelers nodig, ook tegenspelers.’ Werk genoeg. Maar eerst die vleet maar eens.

Eerst de otter

Reactie Thomas van der Es, boswachter in De Biesbosch:

‘Ik vind veel ideeën van rewilding mooi, en ook ik denk daarbij vaak aan de kansen voor de Biesbosch. Het gebied krijgt een allure waarin iconische soorten niet zouden misstaan. Maar elanden? Ik zie een waslijst aan problemen: het verkeer bijvoorbeeld. De Biesbosch is een soort kooi, omringd door vier snelwegen die eerder drukker dan rustiger zullen worden. Je moet dan denken aan een omrastering. En het is hier ook nog eens druk, met 2,5 miljoen bezoekers per jaar.

‘Daarom vind ik het wel een verre stip op de horizon. Laat eerst de otter maar eens komen. Die heeft het al lastig genoeg om hierheen te migreren. Maar hij hoort in de Biesbosch, het gebied is er klaar voor. De visarend is hier een vaste broedvogel geworden. Als nu ook de kroeskoppelikaan ons weet te bereiken, dan klopt het hele ecosysteem weer. Dat zou mooi zijn.’

‘Wetenschap loopt achter’

Liesbeth Bakker, onderzoeker Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) en buitengewoon hoogleraar Rewilding Ecology Wageningen Universiteit:

Rewilding is geen hobbyisme, maar het herstellen van wat de mens in de natuur heeft tenietgedaan door jacht en vernietiging van leefgebieden. De mens kan onmogelijk nog zeggen dat hij een goede beheerder van biodiversiteit is. Daarom waardeer ik een andere manier van kijken: de natuur het werk laten doen, hier en daar geholpen door de mens. Het mooie is dat het laat zien wat er, ondanks sombere berichten, nog wél mogelijk is. Dat vergt wel kritisch kijken: als de biodiversiteit onder insecten zo drastisch is gedaald, kun je wel soorten herintroduceren, maar niet zonder dat je eerst de oorzaak hebt onderzocht. Als die oorzaak niet weg is, heeft het geen zin om dieren uit te zetten.

‘Ook is soms de vraag voor wie herintroductie een goed idee is: de populatie of het individuele dier? De otter zou een goede rol kunnen spelen in het wegvangen van de oprukkende invasieve Amerikaanse rivierkreeft. Maar waar ligt de grens, wanneer otters vaak worden doodgereden? De meeste overleven, dus voor de populatie is herintroductie goed, maar het individuele dier lijdt. Dat spanningsveld zal altijd blijven bestaan.

‘Nederland is wereldwijd een voorloper op het gebied van rewilding. De wetenschap loopt alleen achter bij de ontwikkelingen. Ik zie het als mijn taak verhalen uit de praktijk op wetenschappelijke manier te verspreiden, zodat ook buiten Nederland kennis genomen kan worden van de ervaringen. Want tot nu toe geldt: er zijn meningen genoeg over rewilding, maar er is te weinig concreet onderzoek.’

Het toekomstbeeld dat Jeroen Helmer in 2004 tekende van de aaneengesloten natuur van de Maasduinen via het Rijk van Nijmegen, de Veluwe, tot en met de Oostvaardersplassen.Beeld Jeroen Helmer
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden