Welkom in de wereld van nepwetenschap

Reportage malafide wetenschappelijke conferenties

Wetenschappers moeten zich profileren, en daar spelen oplichters handig op in. Welkom in de wonderlijke wereld van de nepconferenties en dubieuze publicaties.

Foto Aart-Jan Venema

In een koffiecorner van het NH Hotel in Naarden staan twee promovendi van de Universiteit van Manitoba met bedremmelde gezichten aan een tafeltje. Ze hebben elk zojuist hun onderzoek gepresenteerd op de tweedaagse conferentie van de World Academy of Science, Engineering and Technology (WASET). Maar dit was niet de bijeenkomst waarvoor ze uit Canada waren overgevlogen, bekennen ze enigszins beschaamd. Zij kwam voor een internationale conferentie over werktuigbouwkunde, hij voor een conferentie over numerieke stromingsmechanica. In een sober congreszaaltje blijken ze samen met chemisch technologen uit Maleisië, biologen uit Kazachstan en muziekpedagogen uit Servië in één en dezelfde hutspotconferentie te zijn beland.

In de pauze tussen twee sessies maakt een Chinese ruimtevaarttechnoloog in z'n beste Engels duidelijk dat hij geen enkele vakgenoot heeft getroffen. De sfeer blijft niettemin rustig en beleefd op de conferentie, waar zich een babylonische spraakverwarring voltrekt tussen onderzoekers uit totaal verschillende disciplines en werelddelen. Een enkeling uit zijn grieven in lichte ironie. 'Goed', verzucht een Bengaalse hoogleraar chemie wanneer er geen reacties uit de zaal komen op zijn presentatie, 'ik snap dat het moeilijk is om een vraag te stellen als je een kunsthistoricus bent.'

De twee aanwezige organisatoren, een dertiger met een paardenstaart en een oudere man in spijkerbroek, bemoeien zich niet met het rommelig verlopende programma. In de ruimte naast het congreszaaltje zitten ze continu aan een registratietafeltje. De oudere man stelt zich voor als James Nelson, een Amerikaanse professor van de New Mexico State University. Nelson zegt al vijf, zes jaar actief te zijn bij WASET omdat het 'zo'n leuke club' is. 'Het is vooral bedoeld als podium voor wetenschappers uit ontwikkelingslanden', legt hij uit. 'Zij zijn namelijk niet zo gewend aan de westerse stijl van conferenties.'

Tekst loopt door onder de afbeelding

Foto Aart-Jan Venema

Aanzien

In de regel zijn internationale conferenties voor wetenschappers het uitgelezen moment om hun aanzien en netwerk in het eigen vakgebied te kunnen vergroten. Een optreden op een toonaangevende conferentie is als een rite de passage voor wie een wetenschappelijke carrière ambieert, maar de selectiecriteria zijn vaak streng en competitief.

Hoe anders is dat bij WASET, die in elk denkbaar vakgebied wereldwijd duizenden wetenschappelijke conferenties verkoopt. De website van WASET, die oogt als een vakantiewinkel voor stedentrips, scoort hoog in de Google-zoekresultaten door de ontelbare conferentietitels. Die staan tot maar liefst eind 2027 vooruit gepland en blijken vaak gekaapt van bestaande conferenties. Zo heeft WASET sinds vorig jaar een conferentie over weblogs en social media op zijn website prijken met de naam ICWSM, die is gekopieerd van een toonaangevende jaarlijkse wereldconferentie voor onderzoekers van sociale media.

Het voornaamste criterium voor deelname lijkt niet de kwaliteit te zijn van het wetenschappelijk artikel dat deelnemers insturen, maar het conferentiebedrag van 350 à 500 dollar dat naar een bankrekening in Dubai verdwijnt. Van iedere auteur wordt gevraagd om de auteursrechten geheel over te dragen, waarna het artikel verschijnt in WASET's eigen openaccessdatabase, de International Science Index.

De duizenden conferenties blijken telkens uit te monden in een allegaartje van presentaties, steevast in kale congreszaaltjes van hotels. De bijeenkomst in het zaaltje in het Naardense NH Hotel bestaat uit 111 conferenties, die elk apart worden aangeprezen op de website van WASET.

Hoe zwart is de zwarte lijst?

Bibliothecaris Jeffrey Beall van de University of Colorado Denver houdt sinds 2010 een zwarte lijst bij van 'potentiële, mogelijke of waarschijnlijke openaccess-roofuitgevers'. De teller van Beall's List staat op 819 uitgevers en daarnaast 690 zelfstandige tijdschrifttitels.

Critici wijzen erop dat Beall's lijst te breed en ongedifferentieerd is en niet gebaseerd op rechtstreekse contacten met de uitgevers. Zo prijkte Hindawi Publishing enige tijd op de lijst, maar Beall beoordeelde deze grote uitgever naderhand als grensgeval.

Critici maken er ook bezwaar tegen dat Beall zijn pijlen uitsluitend richt op openaccesstijdschriften, die vrije toegang bieden tot wetenschappelijke artikelen, terwijl ook klassieke dure vaktijdschriften niet immuun zijn voor frauduleuze artikelen. Zo moesten de grote uitgevers Springer en IEEE in februari 2014 meer dan 120 onzinartikelen verwijderen die eerder in hun conferentiebundels waren verschenen. Die artikelen bleken lukraak te zijn gegenereerd met SCIgen, software die studenten van het Amerikaanse MIT ontwikkelden om de kwaliteitstoetsing van tijdschriften te testen.

Woede

Een jonge promovendus van het Franse onderzoeksinstituut INRA, die zich voor de International Conference on Artificial Neural Networks (ICANN) had ingeschreven, kan zijn woede niet inhouden aan het registratietafeltje. Hij heeft pas net de dringende waarschuwing voor WASET-conferenties gevonden op de website van de organisator van de echte ICANN-conferentie. De promovendus eist dat zijn wetenschappelijk artikel ter plekke wordt ingetrokken, maar pas na lang en hard aandringen verwijdert de dertiger met de paardenstaart op zijn laptop de paper van de website van WASET.

Maar niet iedereen voelt zich bedrogen. 'Ik vind dat WASET echt voordelen heeft', zegt een Letse technisch onderzoeker die een bliksempresentatie gaf en nog even een sigaretje rookt op het buitenterras van het hotel. 'Je studies worden vrijwel meteen gepubliceerd en de conferenties zijn altijd op mooie plekken', zegt hij wijzend naar de paardenweide waar het terras uitzicht op heeft. 'Laat ik eerlijk zijn, ik kom hier ook om iets van Nederland te zien. Ik ben gisteren in de Keukenhof geweest en ga straks naar Amsterdam.'

Nergens op de website geeft WASET iets prijs over de organisatiestructuur. Wie deelneemt aan een conferentie, heeft altijd mailcontact met een anoniem 'WASET Team'. Op herhaaldelijke vragen van deze krant wordt niet gereageerd. Ook de twee organisatoren van de conferentie in het NH Hotel zeggen niet te weten wie hun leidinggevenden zijn.

'WASET is een heel grote organisatie', zegt de dertiger met de paardenstaart. 'Het is een complex systeem met allemaal professoren over de hele wereld.' WASET zou haar hoofdkantoor in Dubai hebben, maar hij weet geen namen van de staf te noemen. Hij kan al evenmin zijn eigen contactgegevens vinden en zegt dat zijn laptop vastloopt.

Ervaren oplichters

Voor Tansu Küçüköncü lijdt het geen twijfel dat WASET wordt gerund door ervaren oplichters. Küçüköncü, een voormalige universiteitsdocent die als klokkenluider misstanden in de Turkse wetenschap aan het licht bracht, kent de organisatoren persoonlijk. Op de universiteit Onsekiz Mart in het Turkse Çanakkale was hij een collega van het grote brein achter WASET, Cemal Ardil, een voormalige natuurkundeleraar die jarenlang een valse doctorstitel opvoerde. De dertiger met de paardenstaart die in Naarden en op talloze andere WASET-bijeenkomsten wordt gesignaleerd, is onmiskenbaar diens zoon Bora Ardil. 'Het is een familiebedrijf', stelt Küçüköncü. 'Ze hebben een paar handlangers, maar houden de zaak verder in eigen hand.'

Cemal Ardil begon aan zijn universiteit Onsekiz Mart in 2003 zijn eerste nepconferenties te organiseren met zijn afdelingshoofd Servet Senyücel. De kunst had hij afgekeken van Grieken die al langer internationale conferenties van bedenkelijke kwaliteit organiseren. Maar na ingrijpen van de Turkse wetenschapsraad TÜBITAK, werd Ardil in februari 2004 wegens fraude ontslagen. Niettemin zette hij zijn activiteiten voort onder de naam World Enformatika Society, en toen rond 2006 ook deze bijeenkomsten in kwade reuk kwamen te staan werd de naam veranderd in WASET.

Sinds zoon Bora en dochter Ebru Ardil het werk van hun vader geleidelijk hebben overgenomen, heeft het familiebedrijf een enorme vaart gekregen. Werden er in 2007 twaalf conferenties georganiseerd, inmiddels vinden er jaarlijks ruim honderd WASET-bijeenkomsten plaats, steevast in hotels, van Oslo tot Bali en van San Francisco tot Tokio. Met een deelnemeraantal dat per keer schommelt tussen de 50 en 150, moet de familie Ardil volgens een ruwe schatting jaarlijks tenminste 2,5 miljoen euro aan inkomsten kunnen opstrijken.

WASET is slechts een van de vele spelers in de wonderlijke wereld van nepconferenties en bedenkelijke publicatiepodia. De mogelijkheden van internet en open access, de publicatiedruk en de opkomst van ontwikkelingslanden als China, India, Brazilië en Iran in de wetenschap vormen de ideale voedingsbodem voor malafide exploitanten.

Hoge druk

Zij spelen handig in op zowel de hoge publicatiedruk bij academische instellingen als het probleem van onderzoekers uit ontwikkelingslanden om voet aan grond te krijgen bij gevestigde vaktijdschriften. Bij conferenties wordt verdiend aan de deelnamekosten, bij tijdschriften aan het open access-model waarbij de auteur een bedrag betaalt voor publicatie van zijn artikel.

Jeffrey Beall, bibliothecaris van de University of Colorado Denver, houdt een zwarte lijst bij van malafide uitgevers. Hij schat dat een op de vijf openaccessartikelen verschijnt bij dit type uitbaters, die volgens hem zeker een kwart van alle openaccesstitels in handen hebben. Het werkelijke cijfer ligt waarschijnlijk hoger, denkt Beall. 'Nieuwe gevallen worden mij bijna dagelijks gemeld.'

Lars Bjørnshauge, directeur van Directory of Open Access Journals (DOAJ), een database die als kwaliteitskeurmerk voor openaccesstijdschriften fungeert, betwijfelt of het probleem echt groeit zoals Beall beweert. 'Ik schat dat 3 tot 5 procent van alle openaccessartikelen bij twijfelachtige uitgevers verschijnt. Maar die zullen niet veel gelezen worden, omdat die uitgevers doorgaans niet zijn opgenomen in wetenschappelijke zoekindexen als Web of Science of Scopus', zegt Bjørnshauge.

Toch valt op dat onderzoekers van vrijwel alle Nederlandse universiteiten een podium vinden bij partijen met een dubieuze trackrecord. Zo vindt aardig wat medisch-wetenschappelijk onderzoek zijn weg naar OMICS Group, een Indiase conferentieorganisator en openaccessuitgever die er bekend om staat wetenschappers te lokken met hardnekkige spammailingen en misleidende voorstellingen. Namen van wetenschappers prijken zonder dat ze het weten op de website van OMICS als medewerker van een van de 356 tijdschrifttitels. OMICS pretendeert ook samen te werken met prestigieuze instellingen die niets met het Indiase bedrijf hebben uit te staan.

Foto Aart-Jan Venema

Geld

De Utrechtse hoogleraar Gert Storm sprak vorig jaar op een OMICS-conferentie in een hotel in Las Vegas, die groots werd aangekondigd maar uit slechts een handjevol deelnemers bleek te bestaan. 'Dit congres zou ik niet nog eens uitkiezen', oordeelt Storm, die op de koop toe door OMICS ten onrechte als mede-organisator wordt vermeld. 'Het is duidelijk een commerciële partij waar wetenschap niet op de eerste plaats staat. Het draait gewoon om geld verdienen.'

Srinubabu Gedela, de 33-jarige eigenaar van OMICS die zichzelf op zijn website afschildert als topwetenschapper en filantroop, bestrijdt dat namen van wetenschappers zonder hun toestemming publicitair worden ingezet. Over de aanhoudende klachten van gedupeerde wetenschappers zegt hij dat OMICS 'zijn uiterste best' doet om fouten terug te brengen.

Scientific Research Publishing (SCIRP) is een andere dubieuze uitgever waar Nederlandse onderzoeksinstellingen publiceren. Opgericht in 2008 door Huaibei Zhou, een universiteitsdecaan uit de Chinese miljoenenstad Wuhan, heeft SCIRP zich inmiddels uitgebreid van vier tot 318 tijdschrifttitels. Vorig jaar verschenen er ruim elfduizend artikelen volgens de uitgever, die verder weigert inzicht te verschaffen in zijn financiële cijfers.

SCIRP staat geregistreerd in Delaware, een Amerikaanse staat die brievenbusadressen biedt aan bedrijven die het niet zo nauw nemen met transparant ondernemen. SCIRP neemt het daarnaast ook niet zo nauw met publicatie-ethiek en wetenschappelijke integriteit, zo blijkt uit een aantal voorvallen.

Hoe wit is de witte lijst?

De Directory of Open Access Journals (DOAJ) geldt als de witte lijst van openaccesstijdschriften, die gratis te lezen zijn door iedereen. Als reactie op het onderzoek van Science-journalist John Bohannon in oktober 2013, die met het aanbieden van neponderzoeken bij een aantal openaccesstijdschriften de haperende kwaliteitstoetsing van artikelen blootlegde, verwijderde DOAJ 114 tijdschriften uit zijn lijst en scherpte de criteria aan voor toelating.

Maar op de witte lijst van DOAJ staan nog titels waarover misstanden worden gemeld. In mei werden van de medische vakbladen Frontiers in Médicine en Frontiers in Cardiovascular Médicine tientallen redactieleden op straat gezet, nadat zij zich hadden beklaagd over redactionele inmengingen door de Zwitserse uitgever.

DOAJ-directeur Lars Bjørnshauge laat weten dat DOAJ uitgevers in de gaten houdt die herhaaldelijk in de fout gaan. 'Sommige uitgevers zijn zeer moeilijk te motiveren om echte verbeteringen door te voeren. We verwijderen vrijwel dagelijks tijdschriften uit onze index wanneer we problemen aantreffen.'

Beerput

Zo stapte bij Advances in Anthropology in mei 2013 de redactie op, omdat zij werd gepasseerd door de uitgever. 'Het waren de assistenten in China die de belangrijke beslissingen namen en artikelen doordrukten, niet wij', stelt de Amerikaanse antropoloog Fatimah Jackson, de voormalige hoofdredacteur van Advances in Anthropology. 'Onze reputatie en expertise werden gebruikt om legitimiteit te geven aan een tijdschrift waar we weinig inbreng in hadden en zeker geen controle over.' Het openaccessmodel fungeert hier volgens Jackson als 'een gemakkelijke dumpplek voor ongefundeerde en zeer twijfelachtige bijdragen'.

Dieter Scholz, een Hamburgse docent vliegtuigbouwkunde die optreedt als adviseur en woordvoerder van SCIRP, zegt dat de uitgever grotere transparantie nastreeft, omdat zij gebrand is op het halen van het DOAJ-keurmerk voor openaccesstijdschriften. 'Wij evalueren elke externe beschuldiging die waar dan ook op internet wordt gemaakt en publiceren daar openlijk over', aldus Scholz. Maar nog niet ingetrokken is een opmerkelijk artikel in het tijdschrift American Journal of Industrial and Business Management, waarin twee Indiase auteurs de managementprincipes van een prehistorische beschaving op planeet Mars beschrijven. Een Nederlandse econoom die als redacteur zijdelings betrokken was bij het tijdschrift, reageert onthutst wanneer hij wordt geconfronteerd met het artikel. 'Zo'n artikel is natuurlijk onaanvaardbaar', zegt de econoom, die anoniem wenst te blijven. In 2011 ging hij in op een uitnodiging om toe te treden tot de redactie, maar dit vormt voor hem aanleiding om op te stappen.

Wetenschappers die bedrogen uitkomen bij een dubieus tijdschrift of op een nepconferentie, hangen dat niet aan de grote klok, uit schaamte en angst voor reputatieschade. 'Ik wil geen beerput opentrekken', bekent een communicatiedocent uit een Golfstaat, die een WASET-conferentie op het Maleisische eiland Penang bezocht. Ze weet van collega's die ook aan een WASET-conferentie hebben deelgenomen, maar heeft het er nooit met ze over gehad. 'Geen enkele ijdele academicus wil te horen krijgen dat-ie aan een waardeloos forum heeft deelgenomen. Dan kun je je kansen op een carrière verspelen.'

'Ik heb vooral medelijden met de jonge promovendi', zegt de Zweedse energie-econoom Mats Nilsson, die zich door WASET naar Berlijn liet lokken. 'Een oude academicus als ik die wordt gefopt, daar lach je over met een biertje erbij. Maar de helft van het publiek bestaat uit jonge onervaren promovendi, vaak uit ontwikkelingslanden, en ik gok dat ze niet over al te veel geld beschikken.'

De eerstvolgende WASET-conferentie in Nederland vindt in augustus plaats. Het Naardense NH Hotel bevestigt dat Ebru Ardil dan wederom een congreszaaltje heeft gereserveerd.

Foto Aart-Jan Venema
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.