Klimaatwetenschap

Welke coronalessen komen in de klimaatcrisis nog goed van pas?

null Beeld Rein Janssen
Beeld Rein Janssen

De coronacrisis is net de klimaatcrisis, maar dan in versneld tempo, zo heet het onder kenners. Wat valt er op klimaatgebied te leren van corona? Maarten Keulemans sprak erover met drie coronabestrijders en drie klimaatwetenschappers – en trekt zes lessen.

1. Pas als het kalf verdronken is, dempen we de put. Nou ja, een beetje.

Een pandemie, een wereldramp met een virus. Al jaren waarschuwen virologen ervoor in lezingen, onderzoeksvoorstellen en wetenschappelijke artikelen. De natuur loste meerdere waarschuwingsschoten, met namen als afketsende kogels: sars, mers, zika.

Maar nu het écht een keer misging: iedereen helemaal verbaasd. ‘Dat is een belangrijke overeenkomst met klimaatverandering’, signaleert Marion Koopmans, een van de virologen die al jarenlang waarschuwt tegen een nieuw pandemisch virus. ‘Je ziet het aankomen, en toch lukt het maar niet om het op de politieke agenda’s te krijgen, die immers worden gevoed door de waan van de dag. Het is te ver weg en te vaag.’

De zonnige zijde: toen de crisis ons eenmaal overrompelde, bleek de wereld opeens in staat tot grootse dingen. Van meerdere vaccins binnen een jaar tijd tot teststraten overal en landelijke lockdowns aan toe. ‘Een lockdown stond niet eens in onze handboeken en toch hebben we het gedaan’, zegt Aura Timen, hoofd van de Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding bij het RIVM. ‘Een van de lessen is wat mij betreft dat de bevolking, op momenten van kwetsbaarheid, veel meer begrip kan opbrengen voor allerlei maatregelen dan je verwacht.’

Dat begrip was alleen wel van korte duur. ‘Mensen hebben ook een heel kort geheugen’, zegt Koopmans. ‘Als de cijfers dalen, is de goodwill ook meteen weer weg.’

Gedragswetenschapper Reint Jan Renes was destijds een van de kwartiermakers van de ‘RIVM-gedragsunit’ voor corona: ‘Het grote verschil met klimaat is dat er bij corona duidelijke indicatoren waren. Je zag de curves na een paar weken afvlakken: hé, we doen het ergens voor, we zijn echt met zijn allen dit probleem aan het terugdringen!’

Bij het klimaat zijn zulke tellertjes er veel minder. Daar dienen de problemen zich langzaam aan, een voor een, als druppels uit een lekkend plafond. ‘We moeten van alles doen en het is zeer de vraag of je er ooit voordeel van hebt’, zo vat Renes het probleem samen. ‘Wetenschappers die ervoor getraind zijn, zien weliswaar de ernst. Maar als burgers zijn we toch een beetje geneigd dat opzij te schuiven.’

Nog een ongemakkelijke les van corona: worden we eenmaal geconfronteerd met rampen, dan blijken bestuurders en burgers liever te reageren met plakbandjes dan dat ze het probleem eindelijk eens bij de wortel aanpakken. ‘Er wordt op coronagebied nu wel gesproken over allerlei bedrijvigheid rondom testen, sneltesten, logistiek en vaccins. Maar dat is allemaal voor daarná’, zegt Koopmans. ‘Investeren in wat er precies in structurele zin moet gebeuren om herhaling te voorkomen, dat zie ik nog weinig.’

Het is dus niet gezegd dat we straks wél ineens tot bezinning komen en onze uitstoot gaan verminderen, als de klimaatrampen zich aandienen. Klimaatwetenschapper Bart van den Hurk (Deltares) ziet nog een probleem van rampspoed als aanjager van verandering: ‘Rampen zijn een nogal indirecte indicator. We lopen dan achter de feiten aan.’

Als voorbeeld noemt hij de smelt van de ijskappen van Groenland en Antarctica. Goed voor meters zeespiegelstijging! Alleen: tegen de tijd dat we daarvan echt last krijgen, is het waarschijnlijk al te laat om het smeltproces nog te stoppen.

2. Geld genoeg. Het begint bij leiderschap

Kommer en kwel dus? Niet helemaal. ‘Er is geld genoeg. Dat is niet de beperkende factor’, zegt Heleen de Coninck, klimaatbeleidswetenschapper en auteur van diverse rapporten van klimaatpanel IPCC. Het is een les die ze leerde van de coronacrisis. Ze wijst op een recente analyse in vakblad Science, waarin de Vlaamse energie-expert Joeri Rogelj berekent hoeveel het ongeveer kost om de wereldwijde koolstofuitstoot rond 2050 op nul te krijgen: ‘Zo’n 10 procent van de herstelbetalingen. Dit is gewoon een fractie van wat we nu uitgeven aan corona.’

Het probleem zit ergens anders, signaleren zowel klimaat- als corona-experts: bij het leiderschap. ‘Er is altijd sprake van een driehoek’, zegt Timen. ‘Er is een probleem, er is een oplossing én er is het commitment om het probleem op te lossen. En bij corona is die driehoek samengekomen.’

Maar hoor de overheid eens over het klimaat. ‘Ik zie de passie gewoon niet’, bemerkt Renes. ‘Het is steeds: diepe zucht, het moet nou eenmaal. Toen we naar de maximumsnelheid van 100 kilometer per uur gingen, was er niemand die zei: wat een cadeautje, het wordt veiliger én schoner. Zo’n maatregel wordt zuchtend en steunend en omkleed met allemaal verontschuldigingen ingevoerd.’

‘Er is sprake van een aanhoudende huiver voor reacties op beleid’, ziet ook Richard Klein, IPCC-auteur en als klimaatadaptatie-expert verbonden aan het Stockholm Environment Institute. ‘Maar een duidelijke lijn is essentieel als je mensen mee wilt krijgen. Zonder goed uitgelegd, eenduidig beleid wordt het enorm moeilijk.’

Als voorbeeld noemt Klein de eigenzinnige klimaatkoers van Duitsland, waar hij woont: een streep door kernenergie, volop inzetten op zonne-energie. ‘Of je het er nu mee eens bent of niet, het was wel een duidelijke beslissing. Volgens economen had het allemaal veel efficiënter gekund en heeft Duitsland overbodig veel geld geïnvesteerd in zonne-energie. Maar het heeft er wel toe geleid dat zonnepanelen nu veel goedkoper zijn. Daar heeft de hele wereld baat bij. We hebben dit soort overheidsduwtjes nodig om de volgende stap te kunnen zetten.’

Wat dat betreft, kreeg Renes ‘een soort kortsluiting in mijn hoofd’ toen Nederland zijn coronapakket afschaalde en prompt een vliegtuig vol toeristen naar Rhodos stuurde, om in een ‘field lab’ te testen wat er weer mogelijk was. ‘Kies dan iets klimaatneutraals!’, schreeuwt Renes in de telefoon.

‘Dat de Europese Centrale Bank weer net zo veel uitgeeft aan fossiel als eerst. Dat er aan het steunpakket voor KLM geen voorwaarden werden gesteld’, somt De Coninck op. ‘Ze zeggen weleens: never waste a good crisis. Maar ik denk dat we deze crisis hebben verspild. We hadden de afslag kunnen nemen naar maximaal 1,5 graad opwarming. In plaats daarvan hebben we bij de afslag gauw weer even op het gaspedaal gedrukt.’

3. Denk niet: we zijn er wel klaar voor

De draaiboeken lagen klaar, Nederland was voorbereid, laat die pandemie maar komen. Althans: dat dácht men. ‘Er was bij de overheid sprake van een lichte zelfoverschatting: we’ve got this’, zegt Koopmans achteraf. ‘Het denken was veel meer ingericht op een ebola-achtige infectieziekte. Niet op iets dat zich als schimmeldraden onder de grond verspreidt.’

Dat het virus zich onder de radar verspreidt, in de gedaante van een gewoon verkoudheidje, was nog maar het begin van een hele reeks verrassingen, vertelt ze. ‘Dat de plasticjes die we hier in het lab gebruiken voor onze diagnostische tests uitgerekend uit Wuhan kwamen en daardoor niet meer geleverd konden worden… Come on! Of dat onze wattenstaafjes nota bene uit Noord-Italië komen. Als we iets hebben geleerd, is het wel: je moet inbouwen wat je niet had verwacht.’

null Beeld Rein Janssen
Beeld Rein Janssen

‘Denk niet dat je het kunt overzien. Want dat kan helemaal niet’, zegt ook Timen. ‘Opeens dook het virus op in nertsen, nota bene in onze eigen achtertuin. En net toen we dachten alles wel zo’n beetje op orde te hebben, muteerde het virus en kregen we de varianten.’

In China niest een vleermuis, en even later raken in Rotterdam de pipetpuntjes op en ontstaat er een wereldwijd tekort aan computerchips omdat de fabrieken stilliggen: het zijn gebeurtenissen die klimaatwetenschappers aan het denken hebben gezet. ‘We moeten gaan denken in langere ketens van oorzaak en gevolg’, vindt Van den Hurk. ‘We hebben het klimaat altijd nogal lineair geframed: meer CO2 geeft meer warmte, geeft meer zeespiegelstijging, geeft meer overstromingen. Maar bij corona zie je opeens hele cascades van oorzaak-en-gevolgrelaties die je totaal niet verwacht.’

Daar waren klimaatwetenschappers net op aan het puzzelen. Klein noemt als voorbeeld de overstromingen in Bangkok van 2011. In de nasleep vielen er gaten in distributieketens, met onverwachte en wereldwijde gevolgen. ‘We konden hier ineens geen fototoestellen meer kopen’, vertelt hij. ‘Corona heeft ons meer duidelijk gemaakt hoe verbonden we zijn. Je kunt worden verrast door gebeurtenissen die heel ergens anders plaatsvinden.’

Corona maakte de klimaatdeskundigen nog iets duidelijk: denk niet in glijdende schalen, maar in uitschieters. Eén stapje voorbij de sars-uitbraak van 2002 bleek niet een iets grotere corona-uitbraak te liggen, met iets meer zieken en doden, maar – bam! – meteen een hele pandemie. ‘De verrassing was de intensiteit waarmee het gebeurde’, zegt Klein. ‘Ineens blijkt het veel erger te zijn dan je had verwacht.’

Bij klimaatverschijnselen zien wetenschappers dat ook, vertelt hij. Zelf woont Klein bij het Ahrdal, waar de hoogst gemeten waterstand 3,71 meter was. Tot de watersnood van afgelopen juli: ‘Het meetapparaat, dat tot 6 meter ging, werd weggespoeld. We hadden naar schatting 7,5 meter’, vertelt hij. ‘Zulke stapsgewijze sprongen zien we vaker. De recordtemperatuur gaat niet van 38,6 naar 38,7 graden, maar ineens naar 40,7 graden, zoals twee jaar geleden gebeurde in Nederland.’

Dat geeft te denken over de vraag of klimaatverandering wel is op te vangen met een stormvloedkering hier en een dijkverhoging daar. ‘We hebben een zeer stevige klimaatadaptatie-agenda nodig, dat staat voor mij als een paal boven water’, zegt Van den Hurk. ‘Maar intussen is de statistiek in de staart van de grafieken op drift. We komen met zo veel freak events in aanraking, dat je er haast geen geloofwaardig beleid op kunt maken. Je kunt je niet goed voorbereiden op al die uitschieters.’

4. Denk niet: internationale samenwerking lost het wel op

Zowel corona als klimaatverandering heeft te maken met hoe we de planeet bevolken, merkt Timen op. ‘Deze problemen hebben gezamenlijke determinanten. Overbevolking. Globalisering. Mobiliteit. Onze omgang met de natuur’, zegt ze. ‘Het is zeer, zeer moeilijk om dat te doorbreken. Drie coronavirussen hebben we nu gehad, en toch gaan we gewoon weer door op de oude voet.’

En samen de boel oplossen? Ho maar. ‘Ik ben somberder geworden over internationale samenwerking’, bekent De Coninck. ‘Internationale solidariteit blijkt ongelooflijk ingewikkeld, zeker als er eigenbelang in het spel is. Ook dat heeft de pandemie wel duidelijk gemaakt.’ Ze doelt op de vaccinatiecampagnes. De rijke landen kochten de beste vaccins op, de arme landen hadden het nakijken – terwijl het pandemie-technisch handiger is om het virus overal tegelijk te bestrijden, om onnodige sterfte en het ontstaan van nieuwe varianten tegen te gaan.

‘Blijkbaar zijn we, ook als we tegen een enorme humanitaire crisis aankijken, niet in staat te onderkennen dat dit een crisis is die ons allemaal aangaat, en te kijken: waar ligt het collectieve belang?’, zegt De Coninck. ‘Iedereen is gewoon voor zijn eigen hachje gegaan.’

Dat probleem ligt breder, vindt ze. ‘Je zou zeggen dat een crisis de boel kan opschudden. Maar de sectoren met de sterkste lobbykracht kregen de meeste ondersteuning. De gevestigde spelers profiteerden meer dan de nieuwe spelers. Je ziet dat bestaande machtsstructuren onder druk hetzelfde blijven en zelfs sterker worden.’

Wat nodig is, is een vaag en groots ding dat opborrelt van onderaf: ‘systeemverandering’. Klimaatwetenschappers Van den Hurk en Klein schreven er tijdens de coronacrisis samen met internationale collega’s een discussiestuk over. Want wie er oog voor heeft, ziet de systeemverandering overal, zegt Van den Hurk: van de bestuurskamers tot de pensioenfondsen, die minder bereid zijn fossiele projecten te financieren. Niet omdat men nu opeens zo klimaatbewust is, maar gewoon, uit financieel belang. Van den Hurk, droogjes: ‘Als je je kolencentrale niet meer gefinancierd krijgt doordat je financier de risico’s te groot vindt, kan het snel gaan.’

Overigens is Van der Hurk niet alleen somber over internationale samenwerking. ‘Volgens mij is het een unicum in de menselijke historie dat we nu grootschalige beslissingen nemen op basis van wat we verwáchten dat er gebeurt. Je moet beseffen: de rampscenario’s zitten alleen nog in onze computermodellen. En toch hebben we al een klimaatakkoord van Parijs.’

5. Haal gedragswetenschappers aan boord

Mooi is dat. Corona leert dus dat mensen en bestuurders als puntje bij paaltje komt te traag reageren, voor hun eigen hachje kiezen, niet samenwerken, niet veranderen en liever incidenten wegpoetsen dan dat ze de problemen bij de wortel aanpakken.

Was dat het? Nee, er is nog iets: in een crisis blijken mensen zich opeens heel anders te gedragen dan verwacht. Thuisblijven en testen bij klachten, essentieel om nieuwe besmettingshaarden snel te isoleren? Nog niet de helft houdt zich eraan. Vaccineren, het tot nu toe meest probate middel tegen virus? Zo’n een op de zes kijkt wel uit. Geen zin, geen trek, mijn immuunsysteem lost het wel op.

De les: als het gaat om de mensenkudde, laat het dan niet over aan de cijferaars en de techneuten, maar haal de gedrags- en de communicatiewetenschappers erbij. ‘Je moet een meteoroloog ook niet vragen wat er nodig is om mensen zich duurzamer te laten gedragen’, zegt De Coninck.

Reint Jan Renes is zo’n gedragswetenschapper. ‘Bestaande routines en gewoontes die we heel vanzelfsprekend vinden, moeten opeens doorbroken worden’, zegt hij. Hoe men dat deed bij corona: ‘Dat je letterlijk een architectuur gaat inrichten die coronaproof is. Overal waar we komen, werd afstand een belangrijke factor, van de looproutes in de winkel tot de stoelindeling in de bioscoop.’

Daar valt van te leren, vindt hij. ‘Diezelfde lijn zou je kunnen doordenken voor CO2. Of voor vervoer, vlees eten, kleding – noem maar een domein waar we de omslag nog moeten maken. Je moet de wereld erop inrichten.’ Als voorbeeld noemt hij de auto: ‘Onze hele architectuur is ingericht op de benzineauto. We kunnen hem bij elk huis voor de deur parkeren, verwachten dat we er overal mee kunnen komen. Ja, dat maakt dat we ons gedrag niet gaan veranderen.’

Makkelijker gezegd dan gedaan, overigens. Koopmans merkte de afgelopen anderhalf jaar hoe koppig mensen kunnen zijn. En hoe verdeeld gedragswetenschappers zélf vaak zijn over de te volgen koers: de ene denkstroom gelooft heilig in ‘nudging’, het subtiel bijsturen van gedrag, de ander zoekt het meer in dwang, de volgende zou burgers meer op hun eigen verantwoordelijkheid aanspreken.

‘Dat vind ik wel een ding’, zegt Koopmans. ‘Toen de discussie oplaaide of er niet ook een gedragswetenschapper in het OMT moest, zei ik: zet er dan tien in.’

Haar OMT-collega Timen heeft intussen van de coronacrisis geleerd hoe zinnig het kan zijn om buiten de gebaande paden te denken. ‘Probeer op een innovatieve manier te kijken. Zoek de uithoeken van het denken’, zegt ze. ‘Er kunnen zich oplossingen aandienen die ondenkbaar lijken, maar die toch draagvlak hebben.’

6. Weerstand hoort erbij (en is gezond)

Demonstraties, antivaxers, wappies? ‘Fascinerend’, vindt Renes. Want het publieke tumult, met verhitte discussies en lelijke oprispingen en al, ‘hoort erbij’, vindt hij.

‘Zodra je als overheid ergens gaat ingrijpen, creëer je weerstand. Dat is een indicatie dat er iets gaande is’, zegt hij. ‘Niet iedereen kan of wil even snel mee, en dat geeft wrijving. Wat ik veel zorgwekkender zou vinden dan protesten, is onverschilligheid. Je ziet dat de samenleving zich is gaan verdiepen in dit thema. Zeg nou zelf: had je ooit voor mogelijk gehouden dat we gezamenlijk een debat zouden voeren over flatten the curve?’

Wonderlijk fenomeen: zoals er rond het klimaat fanatieke activisten zijn die meer maatregelen willen en ‘sceptici’ die juist verbeten op de rem blijven staan, zo ging het bij corona ook. Vaak zelfs langs ruwweg dezelfde politieke lijnen.

Ter linkerzijde, met nadrukkelijke weerklank bij PvdA en GroenLinks, kristalliseerde een beweging die veel verdergaande coronamaatregelen wilde. Alles uit de kast, iedereen aan de mondkapjes, de overheid moest het virus niet zo laten rondgaan.

En ter rechterzijde, in woord en daad gesteund door vooral Forum voor Democratie, ontstond een tegenbeweging. Wég met die maatregelen, het is maar een griepje, stel je niet aan, neem het virus zoals het komt. Of, in de gematigder vorm van bijvoorbeeld lobbygroep Herstel NL, rond economen Barbara Baarsma en Coen Teulings: bescherm de kwetsbaren, maar laat de rest zijn eigen verantwoordelijkheid nemen.

null Beeld Rein Janssen
Beeld Rein Janssen

De groep of het individu, de zorg voor anderen of opkomen voor jezelf. Het is een oude, diepe kloof in ingebakken waarden, die bevolkingen ook verdeelt over kwesties uiteenlopend van de opvang van asielzoekers tot de regulering van de woningmarkt. Of vaccins: de een wil alle vrijheid en aan zijn lijf geen polonaise, de ander ziet het als zijn sociale plicht om de prik te nemen.

Het heeft klimaatwetenschapper Van den Hurk diep aan het denken gezet – zeker nadat hij van nabij mensen bleek te kennen die zich niet wilden laten vaccineren. ‘Ik ben mij daardoor zeer bewust geworden van de onderliggende waarden in het debat. Ik ben meer gaan inzien dat je vanuit verschillende kernwaarden wel degelijk tot heel geloofwaardige argumenten kunt komen. Als wetenschapper zou ik dat niet zomaar veroordelen als iets wat niet rationeel is.’

Dat ziet hij in het klimaatonderzoek ook. ‘Bij Deltares voeren we hierover best fundamentele discussies. Want dit is heel waardengedreven: optimaliseer je de zaken nu zo veel mogelijk, en gun je elke generatie haar eigen problemen? Of vind je dat je toekomstige generaties niet met de huidige problemen mag opzadelen? Dat is niet wetenschappelijk te beantwoorden.’

Voorzichtig neigt hij naar een koers die hij omschrijft als ‘build back better’: als je dan toch iets verandert in het landschap, houd er dan rekening mee dat de ‘verdiencapaciteit van de toekomstige generatie niet in het geding komt’, zoals hij zegt. Want misschien is het niet handig om een wijk te plannen in overstromingsgevoelig gebied, of boeren hun bedrijf te laten uitbouwen in een tijd dat stikstofuitstoot toch al zo’n probleem is. ‘Zo creëer je lock-ins, situaties die op ramkoers liggen met de toekomst.’

Afgezien daarvan zegt Renes: nu de CO2-doelstelling er eenmaal ligt – 50 procent minder in 2030 dan in 1990 – is de enige weg de vlucht naar voren. ‘Wat we met corona hebben gehad in één jaar tijd, gaan we nu zien in acht jaar tijd’, voorspelt hij. ‘We krijgen dezelfde protesten, dezelfde groepen, dezelfde dynamiek, maar nu uitgesmeerd over acht jaar. Vandaag gaat het over windturbines, omdat we daar toevallig net afspraken over hebben gemaakt, maar misschien gaat het over twee jaar over vervoer, en daarna over voedsel.’

Les van corona: stá ervoor, vindt hij. ‘De overheid voert maatregelen nu toch een beetje in met de hand voor de ogen: o jee, dit gaat gedoe opleveren. Terwijl de onderliggende waarden achter de transitie te weinig worden uitgedragen: dat je hier trots op mag zijn, dat we iets moois creëren.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden