'Wel bedankt voor de tabak'

SCHILDERS ZIJN geen schrijvers, en de betovering die ze met beelden in een oogwenk weten op te bouwen, wordt door hun geploeter met woorden vaak weer hardhandig afgebroken....

Dat levert een vaak niet erg sprankelende, maar wel boeiende lectuur op. Deze teksten laten kanten van de kunst zien die over het algemeen niet direct in het oog springen. Vooral brieven hebben in dat opzicht veel te bieden.

Wanneer er dan ook een boek verschijnt waarin de briefwisseling tussen twee van de meest vooraanstaande figuren uit de Nederlandse kunstwereld in het interbellum integraal is weergegeven, is er alle reden daarnaar met meer dan gemiddelde belangstelling uit te zien. In Vriendschap op afstand zijn de brieven opgenomen die de schilder Bart van der Leck en de kunstpaus H.P. Bremmer over een periode van veertig jaar met elkaar hebben gewisseld.

Van der Leck is als kunstenaar erg interessant, omdat hij in zijn werk voortdurend balanceert op de grens tussen abstract en figuratief. Terwijl veel van zijn tijdgenoten radicaal de weg van de abstractie kozen en anderen daartegen ageerden met het zeer precies geschilderde, sombere realisme van de nieuwe zakelijkheid, probeerde Van der Leck een tussenweg te bewandelen.

Vanuit het socialistische ideaal van een kunst voor de gemeenschap zocht hij naar een nieuwe monumentale schilderkunst waarvan hij de zeggingskracht probeerde te vergroten door zijn werken van het karakteristieke en persoonlijke te ontdoen en ze zo algemeen begrijpelijk mogelijk te maken. Dit resulteerde uiteindelijk in de bekende schilderijen waarop je eerst alleen maar losse blokjes en streepjes in primaire kleuren meent te ontwaren, maar waar uiteindelijk toch een poes of een paar kalfjes zichtbaar blijken te zijn.

Die plaatjes met een hoog Nijntje-gehalte hebben Van der Lecks reputatie geen goed gedaan. In de ogen van de naoorlogse kunstwereld was hij vooral een gemankeerde Mondriaan of een wat duffe Theo van Doesburg, omdat zijn werk niet dezelfde durf leek te vertonen als dat van deze twee voormannen van De Stijl.

Des te verrassender is het daarom te weten dat Van der Leck in de jaren twintig en dertig gold als Nederlands grootste levende kunstenaar. Zo staat hij ook op het schilderij van Charley Toorop Portretgroep van H.P. Bremmer en zijn vrouw met kunstenaars uit hun tijd: pontificaal in het midden, terwijl Bremmer naar een ondergeschikte positie aan de zijkant is geschoven.

Die nederige opstelling klopt waarschijnlijk met de manier waarop Bremmer zelf zijn rol in de kunstwereld zou omschrijven, maar strookt niet met de werkelijkheid. Bremmer, die nog een blauwe maandag geschilderd had getuige zijn klunzig in elkaar gepointilleerde landschapjes op de tentoonstelling 'De dageraad van de moderne kunst' in Leiden, verwierf een bijna onaantastbare macht op artistiek gebied door het geven van kunstlessen aan het meer vooruitstrevende deel van de Nederlandse elite.

Jaar in jaar uit droeg hij zijn uitgesproken ideeën over kunst uit en hij onderstreepte ze nog eens in het tijdschrift Beeldende Kunst, dat hij vanaf 1913 24 jaargangen lang uitsluitend vulde met eigen teksten. Omdat hij zijn absolute oordeel op het gebied van de kunst overgoot met een saus van levenswijsheid, trok Bremmer een schare volgelingen die hem vereerden als was hij de Bhagwan van het interbellum.

Een van de trouwste discipelen was Helene Kröller-Müller die aan de hand van de meester haar magnifieke collectie opbouwde. Die collectie bevat een flinke hoeveelheid schilderijen van Van der Leck en daarmee komt de kern van het contact tussen deze kunstenaar en Bremmer aan de orde. Bremmer verkondigde namelijk niet alleen welke kunst de juiste was, maar hij ondersteunde ook de kunstenaars die de rechte weg bewandelden en stimuleerde de verkoop van hun werk.

Daarbij kon, zoals in het geval van Van der Leck, een wat dubieuze constructie ontstaan. In ruil voor een jaargeld had Bremmer namelijk recht op van der Lecks hele productie, waardoor hij in het bezit kwam van schilderijen die hij vervolgens als warme broodjes aan zijn gewillige cursisten kon slijten.

De afhankelijkheidsrelatie tussen Bremmer en Van der Leck biedt genoeg mogelijkheden voor een correspondentie waar de vonken van afspatten. De sociaal bevlogen schilder en de elitaire estheet moeten op heel wat punten van mening hebben verschild. Ook op het gebied van de kunst zaten ze niet altijd op dezelfde lijn, want toen Van der Leck onder invloed van Mondriaan bijna geheel abstract ging werken, stopte Bremmer de toelage.

Niets van dit alles valt echter te lezen in deze briefwisseling. 'Waarde Bremmer. Wel bedankt voor de zending - tabak - heerlijk hoor! Het doet me genoegen dat Ge het laatste schilderijtje iets vind: ik hoop dat ge het kwijt kunt, dit laatste is iets wat ik vaak overdenk, omdat zooals gezegd, het zoo moeilijk is den menschen er iets van duidelijk te maken', schrijft Van der Leck op 27 maart 1922. Ons wordt echter niets duidelijk, en dat kenmerkt de hele correspondentie. De briefwisseling is 'formeel van toon en zakelijk van inhoud, geheel in lijn met de verhouding waarin de heren tot elkaar stonden', schrijft de bezorger van de brieven Cees Hilhorst in zijn beknopte, maar zeer lezenswaardige inleiding.

Daarmee wordt deze uitgave eigenlijk al bij voorbaat onderuitgehaald. Want terwijl het lezen van andermans brieven soms een gevoel van gêne kan wekken door de onverwachte confrontatie met intieme details, wekken deze brieven alleen maar ongemak omdat er helemaal niets in staat. Alsof zij zelf ook sterk twijfelen aan het belang van deze correspondentie hebben de samenstellers besloten de inleiding in het Engels te vertalen, maar de brieven niet. En hoe interessant die inleiding ook is, met dertig pagina's maak je geen boek.

De uitgave van deze correspondentie wordt trots aangekondigd als het eerste deel van de RKD-bronnenreeks, een reeks kunsthistorische edities in samenwerking met het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, waarbij de bron centraal staat. Het valt te hopen dat men in de toekomst bronnen voorhanden heeft, waar ook werkelijk iets in staat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.