Weerzinwekkend geweld

Nog voordat American Psycho van Bret Easton Ellis was uitgekomen, was er al zoveel deining ontstaan over een paar uiterst lugubere passages in het boek dat niemand het eigenlijk meer onbevangen kon lezen....

Herfst 1990 hadden een paar Amerikaanse magazines (zoals Time en Spy) lucht gekregen van de nieuwe sensaties die de coming young man van de Amerikaanse letteren (spectaculair gedebuteerd met Less than Zero) voor zijn gretige publiek in petto had. Schokkend, luidde het oordeel na lezing van de stukken. Voor de baas van Simon & Schuster, Ellis' uitgever, die hem een voorschot van driehonderdduizend dollar had verstrekt, was het reden het contract met zijn veelbelovende auteur op te zeggen. Het geld mocht hij houden.

Vintage Books, een onderdeel van Random House, was er als de kippen bij om de publicatie van American Psycho over te nemen. Eind 1990 verscheen het boek als paperback. In een paar weken tijds werden honderdduizend exemplaren verkocht. Er volgden géén verboden, al werd er van alle kanten geprotesteerd, vooral door vrouwenorganisaties, maar niemand ging naar de rechter. Weliswaar werden de Amerikaanse paperbacks aan de grens met Canada nog even opgehouden, maar ook dat resulteerde niet in een proces.

O tempora, o mores. Wat kort daarvoor in het puriteinse Amerika nog tot een verbod zou hebben geleid, werd nu getolereerd, in de hoop (of de verwachting) uiteraard dat de morele oordelen wel aan zelfbewuste democratische bewegingen en literaire critici overgelaten konden worden. Het georganiseerde verzet waarschuwde zijn achterban (zoals in vroeger tijd kerkgenootschappen deden), en de kritiek, ja, die deed wat ze meestal doet bij zulke kwesties: ze esthetiseerde het vieze hoopje dat Bret Easton Ellis op haar bureau had achtergelaten door te stellen dat American Psycho niet goed was geschreven (hoewel een paar critici en vooral collega-schrijvers daar anders over dachten).

'Slecht geschreven', oordeelde ook Christopher Lehmann-Haupt in The New York Times van 11 maart 1991, die de affaire zelf als volgt afdeed: 'It's as if American Psycho had returned us to some bygone age when books were still a matter of life and death instead of something to distract us on a flight between JFK and Lax.'

Bijna tien jaar later is American Psycho geen zaak op leven en dood meer, maar ook geen vrijblijvend amusement op een binnenlandse vlucht. Het blijft een vreemd boek, dat je zeker niet helemaal geslaagd kunt noemen. Het verhaal gaat over de 26-, 27-jarige stockbroker Patrick Bateman (een verwijzing naar Norman Bates van Hitchcocks Psycho), die je vierhonderd bladzijden lang alleen of met vrienden en vriendinnen hoort emmeren over kleding, voedsel en andere (dure) uiterlijkheden. Dat is door Ellis zo nadrukkelijk op de voorgrond geplaatst, dat het leven van deze yuppies je als het toppunt van verveling voorkomt, terwijl je er tegelijkertijd vaak om moet lachen. Geïnspireerd door strips, films en tv-soaps heeft de schrijver een typisch Amerikaanse comedy van zijn verhaal gemaakt (met als voornaamste stijlfiguur het ook al typisch Amerikaanse behaviorism).

De toon van het boek is puberaal, een voortdurend sarcastisch (soms geestig) verzet tegen de gevestigde orde, waarvoor het moderne Wall Street met zijn snel rijk wordende yuppies model staat. Deze wereld, Batemans wereld, wordt door Ellis, na een wat trage aanloop, met zoveel vaart en vernuft op ons netvlies geprojecteerd (terwijl goed gevonden running gags als de wezenloze Patty Winters Show een ironisch refrein zijn), dat de eerste geweldsuitbarsting, op bladzijde 172 van de niet al te beste Nederlandse vertaling, je toch nog verrast.

Bateman mishandelt dan een zwerver (die hij al evenmin mag als joden, negers en homoseksuelen). Later, als zulke geweldsexplosies regelmatig plaatsvinden, zal hij vooral vrouwen op een beestachtige manier afmaken. In een commentaar op de afwijzing door Simon & Schuster mopperde Ellis dat al dat geweld wel meeviel. Per slot van rekening besloeg het hooguit veertig van de vierhonderd bladzijden!

Als je het boek nu herleest, blijft dat geweld (een pornografie van het geweld) weerzinwekkend, maar de vraag is niet of het te veel of te weinig is in een tijd die ons voortdurend opzadelt met het meest verschrikkelijke geweld (waarmee we ons overigens ook weer kostelijk vermaken, zoals in de film Pulp Fiction), de vraag is of die bloedige passages bijdragen aan het niveau van American Psycho.

Haal ze eruit, zou ik zeggen, en je hebt een mindere Catcher in the Rye, maar je kúnt ze er niet uithalen, ze zitten erin, uiteraard omdat Ellis ons daarmee zijn afkeer van alle hypocrisie, smerigheid en nog zo wat ethisch afkeurenswaardige zaken hardhandig kan inwrijven.

Maar eerlijk gezegd: na tien jaar werkt dat niet zo goed meer. Een mens raakt aan alles gewend. Ook aan dit geweld. Belangrijker is dat het boek nu zo artificieel, geconstrueerd en naïef aandoet (vooral ook door de brave poprecensies die erin zitten).

In zijn essaybundel Schoten in de concertzaal verbindt Arnold Heumakers American Psycho met een literaire traditie die in de Romantiek ontstaat. Dan krijgt het kwaad een plaats in het 'esthetische domein'. Aan zulke 'bloemen van het kwaad' zouden we inmiddels gewend moeten zijn, maar kennelijk blijft er een nooit op te lossen spanning bestaan tussen het ethische en het esthetische. Ook voor Bret Easton Ellis, die er in American Psycho niet helemaal uit is gekomen. Net zomin als zijn lezers, die zich nog lang het hoofd zullen breken over dit boek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden