Wedloop om wetenschapsgeld

Onderzoeksgeld verwerven is zo tijdrovend en geldverslindend dat het ten koste gaat van het onderzoek zelf. Bovendien spelen de beoordelaars vaak op safe, waardoor tegendraadse voorstellen minder kans maken. Jurre van den Berg over de onderzoeksvoorstellenindustrie. Kan het ook anders?

Beeld getty

'Een merkwaardige roes.' Zo typeerde de socioloog Max Weber de toestand van de wetenschapper die het gevoel heeft 'dat het lot van zijn ziel afhangt van de vraag of hij die en die hypothese op die en die plaats in zijn manuscript terecht heeft opgesteld'. Zonder die gedrevenheid - een 'roeping' volgens Weber - kan iemand beter wat anders gaan doen. Dat klinkt vreselijk romantisch en pretentieus. Maar de kern van Webers zaak was dat wetenschap geen wedstrijdje is. Nu krijg je weleens een andere indruk. Bijvoorbeeld als de pr-afdeling van een willekeurige universiteit weer eens met veel trompetgeschal de nieuwe topnotering op een internationale ranking of de laatste successen in één van de vele subsidiecompetities bekendmaakt.

Bé Breij (41) weet sinds kort hoe dun de lijn is tussen een plaats in of net buiten zo'n persbericht. In 2008 kreeg de klassieketalendeskundige van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) een beurs om retorica in Romeinse redevoeringen te bestuderen. Maar afgelopen april haalde haar plan om te onderzoeken hoe in teksten van Seneca de insinuatie als stijlfiguur opkwam het net niet. Anderhalve maand werk zat er in het voorstel. 'Gelukkig heb je avonden en weekenden.'

Deugde haar plan niet? Zeker wel. Van twee anonieme beoordelaars kreeg ze een A, van de andere twee een A+, het hoogst mogelijke oordeel. Maar als er 540 gegadigden zijn, zoals bij de betreffende Vidi-subsidie het geval is, red je het zelfs met zo'n rapport niet. 'De concurrentie is gigantisch', zegt Breij. 'Eigenlijk verwacht men dat het onderzoek al grotendeels gedaan is, of dat je ten minste weet wat eruit gaat komen.'

Breij is universitair hoofddocent aan de Radboud Universiteit Nijmegen en vicevoorzitter van De Jonge Akademie, een denktank van talentvolle wetenschappers. Dat er strenge selectie plaatsvindt bij het verdelen van beurzen vindt ze terecht. 'Je krijgt een heleboel geld uit publieke middelen. Dat moet besteed worden aan het allerbeste onderzoek.' Maar het systeem staat onder druk, zegt ze. 'NWO-subsidies waren bedoeld voor de toppers, nu is iedereen erop aangewezen. Dat leidt tot veel verspilde moeite.'

Voorheen konden universiteiten nog teren op het vrij te besteden basisbudget van het Rijk. Maar die bron droogt op, terwijl er steeds meer studenten en promovendi zijn gekomen. Onderzoekers zijn daardoor steeds afhankelijker van NWO, die op basis van competitie subsidies verdeeld onder zonder uitzondering 'excellente' onderzoekers. En van bedrijven en organisaties die onderzoek in opdracht laten doen.

De inkomsten uit deze twee geldstromen zijn de afgelopen tien jaar bijna verdubbeld, van 900 miljoen tot zo'n 1,7 miljard, becijferde Ernst & Young onlangs. NWO alleen al heeft 637 miljoen per jaar te vergeven. De komende jaren komt daar nog eens 100 miljoen euro bij. Er gaan bij adviesraden stemmen op om onderzoekers en instellingen nog heviger te laten concurreren.

De felbegeerde beurs moet meestal bemachtigd worden met een onderzoeksvoorstel; een plan waarin wordt uiteengezet wat het voorgenomen onderzoek vernieuwend en belangwekkend maakt voor zowel wetenschap als samenleving en waarom de aanvrager de uitgelezen kandidaat is om het werk uit te voeren.

Wetenschappers kunnen zich daarmee in toenemende mate richten tot Brussel. Vergeleken met de bedragen die daar worden verdeeld, zijn de miljoenen van NWO kleingeld. Zo is dit jaar Horizon 2020 van start gegaan, een programma waarin de komende zeven jaar 80 miljard euro beschikbaar is voor onderzoek en ontwikkeling door kennisinstellingen en bedrijven. Daarvan zou 1,8 miljard euro naar Nederlandse universiteiten moeten gaan.

In 2012 werden er 5.875 subsidieaanvragen ingediend bij NWO, 15 procent meer dan het jaar ervoor. Op basis van 8.438 beoordelingsrapporten werden 1.393 aanvragen gehonoreerd (24 procent).

Winnen

Weinig te klagen, zou je denken. Maar om de Europese subsidiestrijd aan te gaan, moeten vaak hele consortia worden opgetuigd, intensieve samenwerkingsverbanden tussen wetenschappers van verschillende (internationale) kennisinstituten. Er is een onderzoeksvoorstelindustrie ontstaan van consultants die met alle liefde voor 500 pond per dag in Cambridge willen uitleggen hoe je een winnende aanvraag opstelt. In Nederland zijn meer dan twintig medewerkers van het ministerie van Economische Zaken in touw om kandidaten voor een Horizon 2020-subsidie bij te staan.

Voor onderzoekers staat er nogal wat op het spel. 'Ik zou mij akelig voelen als bij wijze van spreken het hele personeelsbeleid van een universiteit ervan afhankelijk wordt', zei NWO-voorzitter Jos Engelen in 2011. Maar zonder persoonlijke subsidie kun je een wetenschappelijke loopbaan bijna wel vergeten, stelde het Rathenau Instituut vorig jaar. Leden van De Jonge Akademie ondervinden het aan den lijve, zegt Bé Breij: 'De Vernieuwingsimpuls-subsidies worden door universiteiten gebruikt als instrument voor personeelsbeleid.'

De belangen zijn dus enorm, maar de kans op succes is klein. Of eigenlijk: erg klein. Zeker sinds het aantal aanvragen de afgelopen tien jaar bijna verdubbelde. Van de 1.001 jonge academici die vorig jaar een voorstel indienden voor een Veni-subsidie kregen er 155 de beurs. Voor de andere Vernieuwingsimpulsen is dat niet anders. Slechts 16 procent van de voorstellen kon worden gehonoreerd; in 2003 was dat nog 25 procent.

Mooie percentages voor het selecte gezelschap uitverkorenen. Maar het betekent ook dat voor meer dan 80 procent van de aanvragers het schrijven van hun onderzoeksplan min of meer voor niets is geweest. Natuurlijk: het voorwerk is gedaan en je ideeën zijn gescherpt. Je kunt bovendien proberen het voorstel om te werken tot artikel of in aangepaste vorm nog eens in te dienen. Maar ook dan is de kans op succes uiterst klein.

Het idee achter de felle competitie om schaarse middelen is natuurlijk dat de grootste geesten met de meest innovatieve ideeën komen bovendrijven. Wibren van der Burg (55), hoogleraar rechtsfilosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, heeft ogenschijnlijk weinig reden tot klagen. Zes keer had hij al succes bij NWO, goed voor 2,5 miljoen aan onderzoekssubsidie. Onlangs nog, voor onderzoek naar conflict in de multiculturele samenleving, zoals over het dragen van een hoofddoek in een publieke functie. Vanwege zijn staat van dienst begeleidt hij intern onderzoekers bij het schrijven van voorstellen. 'Dat is een kunst op zichzelf. Of beter gezegd: een kunstje.'

Europees Commissaris voor Onderzoek, Innovatie en Wetenschappen Maire Geoghegan-Quinn tijdens een persconferentie over Horizon 2020 in Brussel. Beeld epa

Afvoerputje

Dat 'kunstje' kost samen met zijn bestuurlijke taken wel zoveel tijd dat hij in deeltijd is gaan werken. 'Ik heb een aanstelling voor 30 in plaats van 40 uur per week zodat ik in mijn vrije tijd meer tijd heb voor onderzoek. Voor de gemiddelde hoogleraar is dat een restcategorie.' Momenteel bereidt hij een Europese aanvraag voor, over de methodologie van rechtswetenschappelijk onderzoek. 'Dat gaat me twee maanden kosten. Maar omdat de kans bestaat dat het 2,5 miljoen oplevert waarmee ik vijf mensen kan aanstellen, is het een goede investering.'

Het kunstje beheersen dus. En de tijd ervoor vrijmaken. Australische wetenschappers becijferden dat het schrijven van onderzoeksvoorstellen voor de belangrijkste beurs daar jaarlijks 550 werkjaren in beslag neemt - waarvan door het geringe succespercentage 435 jaar in het afvoerputje van de oneindigheid dreigt te verdwijnen. 'Is grant writing taking over science?', kopte The Guardian boven een artikel waarin een celbiologe vertelt drukker te zijn met het regelen van geld dan met het doen van experimenten.

Al die voorstellen moeten ook nog eens beoordeeld worden door deskundigen. Ook dat is een tijdsintensieve carrousel. Wibren van der Burg ondervond het regelmatig, want hij kent ook de andere kant, als beoordelaar in NWO-commissies. 'NWO heeft de willekeur, vriendjespolitiek en luiheid die aan universiteiten kon heersen doorbroken. Daar wil ik niet naar terug. Maar het beoordelingscircus is doorgeslagen', zegt hij.

Zeker als het om kleinere bedragen gaat, zoals bij promotieprojecten en Veni's, wegen de kosten van selectie niet op tegen de baten, is zijn conclusie.

Frank van der Duyn Schouten, toen de rector magnificus van de Universiteit van Tilburg en nu van de Vrije Universiteit Amsterdam, schatte in 2003 dat het schrijven, becommentariëren en beoordelen van alleen de Veni-voorstellen per jaar al 50 mensjaren wetenschappelijk personeel kost. Vertaal dat naar de bijna 6.000 voorstellen die NWO nu jaarlijks ontvangt en je komt uit op 600 jaar. Canadees onderzoek concludeerde dat de overheid net zo goed iedere onderzoeker 30.000 dollar kan geven - voor niets. Dat zou niet meer kosten dan het werk om de wetenschapsbeurzen aldaar te verdelen. Waarbij nog weleens wordt vergeten dat voorstellen slechts ideeën voor onderzoek zijn, waarvan zelfs áls ze gehonoreerd worden zelden iemand zich afvraagt wat ervan terechtkomt.

De tragiek is dat wetenschappers stuk voor stuk zo hard hun best doen om een beurs binnen te slepen dat hun gezamenlijke wetenschappelijke potentieel onderbenut wordt.

In de politiek dringt dit ook door. 'Wetenschap bedrijven gaat steeds minder over het daadwerkelijk doen van onderzoek, steeds meer over het schrijven van onderzoeksvoorstellen, het lobbyen voor geld in Europa, bij NWO of zelfs binnen de eigen universiteit. Het heeft er de schijn van dat een goede wetenschapper vooral iemand is die weet hoe het spel om geld wordt gespeeld', schreef VVD-kamerlid Anne-Wil Lucas afgelopen december in Het Financieele Dagblad.

Haar oplossing? Nog meer geld overhevelen van de universiteiten naar NWO. 'De druk op aanvragen zou afnemen als NWO meer geld te verdelen heeft', meent Lucas. Bovendien kan de politiek via NWO invloed uitoefenen op wanneer een voorstel wordt gehonoreerd.

In juli wordt bekendgemaakt welke jonge wetenschappers een Veni-subsidie krijgen. De jaarlijkse beurs is onderdeel van het belangrijkste NWO-programma: de zogeheten 'Vernieuwingsimpuls'. De Veni (250.000 euro) is voor pas gepromoveerde onderzoekers; de Vidi (800.000 euro) voor wetenschappers die al wat gepresteerd hebben; de Vici (1,5 miljoen) tot slot voor professoren met een gevestigde naam en een eigen onderzoeksgroep.

Beeld anp

Ridicuul

'Een ridicuul voorstel', zegt Bé Breij van De Jonge Akademie. 'De druk om onderzoeksaanvragen te schrijven en te lobbyen voor geld zou alleen maar groter worden.' Omdat beursonderzoek bovendien altijd kortlopend is, hoppen beginnende wetenschappers van contractje naar contractje. Hans Clevers, president van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen, waarschuwde onlangs in de Volkskrant voor een verloren generatie jonge onderzoekers.

De wedloop om onderzoeksgeld is niet alleen tijdrovend en duur. Ook de agendabepalende macht van onderzoeksfinanciers wordt door critici gekraakt. Bijvoorbeeld nu wel erg veel belang wordt gehecht aan de onlangs door de WRR afgeschminkte 'topsectoren', zoals water en creatieve industrie. Onderzoek naar zulke 'hippe' onderwerpen heeft een grotere succeskans dan pak 'm beet matig vertaalde teksten van Cicero, denkt Bé Breij.

Wibren van der Burg vreest vooral de toenemende invloed van marktpartijen, waarvan soms geëist wordt dat ze een deel van het onderzoek betalen. 'Een groot advocatenkantoor wil met alle liefde onderzoek naar vastgoed meefinancieren. Maar asielrecht is een stuk minder aantrekkelijk. In de maatschappijwetenschappen hebben degenen die het meest gebaat zijn bij het onderzoek vaak het minste geld.'

Vernieuwende of tegendraadse voorstellen worden bovendien vaker afgewezen, concludeerde toenmalig NWO-juriste Lidwien van der Valk in 2008 in haar - niet door NWO-gefinancierde - proefschrift. Want ook in de wetenschap geldt dat de bekende weg een veilige is. 'Albert Einstein zou het nooit gered hebben in het huidige systeem', stelt een anoniem lid van een NWO-beoordelingscommissie in het Rathenau-rapport.

Volgens hoogleraar Van der Burg is de voorkeur voor hapklare brokken in het nadeel van disciplines als de zijne: 'Geesteswetenschappers kunnen vaak moeilijk gedetailleerd aangeven hoe hun onderzoek er over twee jaar uitziet. Je moet dus eigenlijk bluffen. Voor mijn promotieonderzoek naar de grondslagen van democratie had ik in deze tijd geen geld kunnen krijgen.' Hetzelfde geldt voor zijn onlangs verschenen boek over recht en moraal. 'Terwijl ik dat het belangrijkste vind dat ik ooit geschreven heb.'

Classica Breij ziet nog een pervers effect. Onderzoekers die een beurs verwerven, houden weinig tijd over voor het geven van onderwijs, omdat ze daar vaak deels van worden vrijgesteld. 'Zo worden de banden tussen onderzoek en onderwijs doorgesneden en wordt onderwijs een ondergeschoven kindje', zegt ze. Gratis zijn beurzen bovendien niet. Universiteiten moeten op elke euro subsidie zelf 32 tot 44 cent bijleggen. Al met al een miljard, wat ten koste gaat van ander personeel.

Het Nederlandse wetenschapssysteem is efficiënt en competitief. Dat zei Raad van State-lid Tom de Bruijn in de Volkskrant. Hij was voorzitter van de commissie die onlangs de Nederlandse wetenschapsfinanciering heeft doorgelicht. Punt van kritiek: NWO steekt te veel geld in kortlopende projecten. 'Dat is voor de continuïteit van het wetenschapsbedrijf niet goed. Maar het kost ook enorm veel tijd en geld, steeds weer al die aanvragen en voorstellen. Daar is wel iets te winnen', aldus De Bruijn. Minister Bussemaker (PvdA) van Onderwijs komt na de zomer met een nieuwe wetenschapsvisie.

Matteüs-effect

Onderzoekers met een beurs hebben ondertussen de tijd om te investeren in nieuwe aanvragen. En een beurs op je cv vergroot al de kans op een volgende. Het resultaat is een matteüs-effect: 'Want wie heeft zal nog meer krijgen, en wel in overvloed, maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft nog worden ontnomen.'

De Australische astronoom en Nobelprijswinnaar Brian Schmidt - zelf rijkelijk bedeeld met beurzen - betitelde de toekenningsprocedure van subsidies voor beginnende wetenschappers in zijn land als 'een soort loterij'. Niet de inhoud van het voorstel, maar het cv van de onderzoeker geeft volgens hem de doorslag. In Nederland is dat niet anders, zegt hoogleraar Van der Burg: 'Cv's gaan steeds meer op elkaar lijken. Het is 'excellente eenheidsworst'. Sommige mensen hebben een briljant idee maar nog geen cv met toppublicaties en buitenlandervaring. Die vallen buiten de boot.'

Terwijl gehonoreerde onderzoeksprojecten niet meer opleveren dan andere onderzoeksprojecten als gekeken wordt naar publicaties en hun invloed, blijkt uit CPB-onderzoek. Er is meer kwaliteit dan geld, zegt Van der Burg. 'Matige voorstellen worden er wel uitgevist. Maar ook excellente voorstellen worden afgewezen, terwijl er geen goede reden is om aan te nemen dat voorstellen die wel gehonoreerd worden daadwerkelijk beter zijn. Het is feitelijk een loterij. Loot dan maar echt tussen goede voorstellen.'

Om met Max Weber te spreken: 'Het academische leven is een onvoorspelbaar kansspel.'

Kan het anders? KNAW-baas Clevers en Alexander Rinnooy Kan pleitten onlangs op de opiniepagina's voor meer geld voor de wetenschap. Dat is niet alleen de meest voor de hand liggende maar ook de minst waarschijnlijke uitweg. Een ander verdeelmechanisme dan? Bé Breij zou er niet op tegen zijn geld van NWO 'terug te geven' aan de universiteiten. Zo zouden zij hun eigen koers kunnen varen, jonge onderzoekers meer vastigheid bieden en onderwijs niet in het gedrang laten komen.

Wibren van der Burg vreest dat universiteiten niet veel efficiënter zullen werken dan NWO. Hij pleit er daarom voor faculteiten meer macht te geven, zeker als het om kleinere bedragen gaat. Dat zou volgens hem veel administratieve rompslomp voorkomen; hoogleraren als hij weten vaak heel goed wie talentvol en geschikt zijn. Om vriendjespolitiek en persoonlijke vetes te voorkomen, zou iemand van buitenaf moeten meekijken. Eén probleem: zijn voorstel gaat dwars tegen de heersende mode in. 'Natuurlijk heb ik niet dat de illusie de mammoettanker van het wetenschapsbeleid snel van koers zal veranderen. Maar juist in de wetenschap zou je toch mogen verwachten dat een rationele discussie op termijn tot beter beleid zal leiden.'

Nobelprijswinnaar Brian Schmidt. Beeld epa
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden