Column Ionica Smeets

We zullen waarschijnlijk nooit weten waarom er geen Nobelprijs voor de wiskunde is

Al in 1899 werden er plannen gesmeed voor een wiskundige tegenhanger van de Nobelprijs. Als wiskundigen één ding zijn, is het vasthoudend en in 2003 kwam de Abelprijs er alsnog.

Komende dinsdag ben ik in Oslo bij de uitreiking van de Abelprijs, een prestigieuze prijs in de wiskunde. De Amerikaanse winnares Karen Uhlenbeck ontvangt naast de eer 6 miljoen Noorse kronen, omgerekend ruim 600 duizend euro. Ik mag haar direct na de prijsuitreiking interviewen over haar leven en loopbaan (er komt een livestream voor de liefhebbers op abelprize.no).

De Abelprijs wordt ook wel de Nobelprijs van de wiskunde genoemd – al staat er op Wikipedia een lijst met tientallen prijzen die ‘De Nobelprijs van de huppeldepup’ zouden zijn. Er bestaan allerlei legendes over waarom er geen Nobelprijs voor de wiskunde is, zo zou Alfred Nobel boos zijn geweest omdat zijn vrouw vreemdging met een wiskundige. Hiervoor is geen enkel bewijs. Sterker nog: Alfred Nobel was nooit getrouwd. We zullen waarschijnlijk nooit weten waarom hij in 1895 een testament maakte waarin hij jaarlijkse prijzen uitloofde voor ‘degenen die het grootste voordeel voor de mensheid hebben verleend’ in de categorieën natuurkunde, scheikunde, geneeskunde, literatuur en vrede. Economie heeft zichzelf later als vakgebied handig in de kijker gespeeld met hun Prijs van de Zweedse Rijksbank voor economie, ter nagedachtenis aan Alfred Nobel, die – heel gek – kortaf meestal de Nobelprijs voor de Economie wordt genoemd.

Al in 1899 werden er plannen gesmeed voor een wiskundige tegenhanger van de Nobelprijs. Oscar II, destijds koning van Zweden én Noorwegen, wilde die prijs wel financieren. Er werden statuten en regels opgesteld, maar de initiatiefnemer was overleden, het enthousiasme taande en de ontbinding van de unie tussen Noorwegen en Zweden bleek de genadeklap voor de Abelprijs.

Maar als wiskundigen één ding zijn, is het vasthoudend en in 2003 kwam de Abelprijs er alsnog. En dit jaar gaat die dus naar Karen Uhlenbeck. Haar werk is nogal moeilijk uit te leggen. Ik kan hier nonchalant laten vallen dat ze bijvoorbeeld baanbrekende prestaties leverde in de ijktheorie, maar ik zou liegen als ik deed alsof ik daar veel van begreep. Een collega grapte dat hij de enige in Nederland was die Uhlenbecks werk begreep, maar toen ik hem naar details vroeg, moest hij toegeven dat hij er eigenlijk óók niet echt goed inzat.

Het is overigens vrij normaal dat het werk van de Abelprijswinnaar door vrijwel niemand wordt begrepen – jaren terug probeerde ik voor de Volkskrant eens een stukje te schrijven over het werk van winnaar John Milnor. Dat kwam terug met de woorden “NIET GOED”. De toenmalige chef Martijn van Calmthout voegde hier bemoedigend aan toe dat het domweg onmogelijk is om dit soort hogere wiskunde in een kort artikel uit te leggen. Als je dat wel probeert, dan krijg je een stukje vol onbegrijpelijke termen, terwijl de lezer na afloop nog steeds geen flauw idee heeft waar het over gaat. Waarom zou iemand dat willen lezen?

Die les heb ik in mijn oren geknoopt en ik neem hem mee als ik Karen Uhlenbeck dinsdag ga interviewen. Ik zal alles doen om te voorkomen dat het een onbegrijpelijk verhaal wordt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden