We moeten stoppen met dieren doden

Het verschil tussen mens en dier is een hardnekkig misverstand, zegt de Duitse filosoof Richard David Precht, dus is het hoog tijd om anders met dieren om te gaan.

Goed, helemaal nieuw is het niet; al jaren strijdt bijvoorbeeld de Australische filosoof Peter Singer tegen de hoge positie die de mens zichzelf in de loop van de geschiedenis heeft toegekend, en die hem het recht zou geven met dieren te doen en laten wat hij wil.

Maar afgelopen jaar kreeg hij meer bijval dan ooit, van onder anderen filosoof en beeldend kunstenaar Eva Meijer die in De soldaat was een dolfijn onderzoekt hoe we onze democratie zo kunnen organiseren dat de verschillende soorten er een gelijkwaardige positie hebben. De meest recente bijdrage aan de discussie over mens en dier komt van de Duitse filosoof Richard David Precht, die in Denken over dieren - Waar ligt de grens van de mens? pleit voor een nieuwe kijk op de mens-dierverhouding.

Hoe verklaart u de toegenomen aandacht voor dieren vanuit de filosofie?

'De tijd is er rijp voor. Steeds meer mensen beseffen dat dieren en mensen niet wezenlijk van elkaar verschillen en als dat werkelijk zo is, dan moet je nadenken over de consequenties daarvan. Kunnen we dieren nog wel eten of gebruiken als testmateriaal voor de wetenschap? Moeten we dieren rechten geven? Dat zijn filosofische vragen. Zeer begrijpelijk dus dat juist filosofen nu boeken over dieren schrijven.'

Er is geen ander wezen dat zo goed kan praten, zo'n ver ontwikkelde moraal heeft, of zo goed abstract kan denken als de mens. Zo gek is het toch niet om aan te nemen dat er een verschil is tussen mens en dier?

'Mensen verschillen natuurlijk van de rest van de dieren. Maar giraffen doen dat ook. En spitsmuizen net zo goed. Er is een verschil tussen de mens en de olifant zoals er ook een verschil is tussen de leeuw en de mier. Maar er is geen fundamenteel verschil tussen aan de ene kant de mens en aan de andere kant alle andere dieren. Net zoals er geen fundamenteel verschil is tussen de hond en alle andere dieren. Hoewel het best zou kunnen dat honden dat wel zo ervaren.

'Het verschil tussen mens en dier is een hardnekkig misverstand. De oude Grieken beschreven al wat volgens hen de essentiële verschillen waren. Dat zijn inderdaad die dingen die u noemt: denken, praten, het onderscheid kunnen maken tussen goed en kwaad, het vervaardigen van gereedschappen, politiek bedrijven.

'Het christelijk geloof heeft dat overgenomen: in Gods plan stond de mens op de hoogste trede van zijn schepping. Je zou zeggen dat Darwins evolutietheorie een einde zou maken aan deze opvatting. Er bleek immers geen schepping volgens een plan te bestaan.'

Richard David Precht Foto HH

En dat is niet gebeurd.

'Nee. Nu waren we niet langer de kroon op de schepping, maar de kroon op de evolutie. Zo beweerde Nobelprijswinnaar Konrad Lorenz in de vorige eeuw nog dat er twee belangrijke breukmomenten zijn in de geschiedenis van onze planeet: ten eerste de overgang van het anorganische in het organische en ten tweede het moment waarop het dier zich ontwikkelt tot mens.

'Een duidelijk geval van zelfoverschatting. Want er is geen enkele reden om aan te nemen dat wij het hoogst ontwikkelde wezen op aarde zijn. Kijk eens naar de kraak. Dat is een inktvis. Een van mijn favoriete dieren. Het is echt een meesterwerk van de evolutie, op veel fronten verder ontwikkeld dan wij. Neem alleen al de manier waarop het de liefde bedrijft. Met drie penissen stimuleert en masseert het mannetje de drie clitorissen van het vrouwtje. De paring is een prachtig spel, van de meest schitterende verkleuringen en de meest tedere rituelen, dat zich eindeloos uitstrekt in de tijd. De helft van zijn leven brengt dit betoverende schepsel door met seks. Het zenuwstelsel overtreft alles op biologisch gebied, de hersenen besturen acht zenuwknopen. Het gevoel in zijn vingertoppen is het fijnste in de hele natuur.'

Waarom blijven we onszelf dan toch nog steeds als kroon op de schepping zien? Is het arrogantie of zelfs kwaadwillendheid?

'Het is vooral domheid, hoewel het natuurlijk wel tamelijk arrogant is om jezelf ten opzichte van de andere dieren te omschrijven als wijs, intelligent en goed. Wij hebben erg veel moeite om buiten ons eigen perspectief te kijken. We bestuderen dieren vanuit onze criteria. We onderzoeken of je een aap onze taal kunt aanleren. We zouden ons ook kunnen afvragen of wij de taal van de aap kunnen leren. We beseffen nauwelijks dat onze wetenschap niet universeel is. Als we het lichaam van een slang hadden gehad, had onze wetenschap er heel anders uitgezien.

'Het komt natuurlijk ook doordat wij dieren eten. Zolang we dat doen, hebben we behoefte aan een fundamenteel verschil. Als er namelijk geen echt verschil is, moet je besluiten om geen dieren meer te eten of om ook mensen te eten. Dat was tot voor kort lastig, maar de tijden zijn veranderd. We kunnen goed zonder vlees leven, of in ieder geval zonder dieren te hoeven doden voor ons voedsel. Daarmee kan onze ethiek ook veranderen. We hebben onszelf gedefinieerd als ethische wezens. Dat klopt wel, maar als we werkelijk ethisch willen zijn, dan zullen we onze goedheid niet alleen van toepassing moeten laten zijn op mensen, maar die moeten uitbreiden naar andere soorten. Juist dan zijn we typisch menselijk bezig.'

U pleit voor een ethiek van het niet-weten. Waarom?

'We menen dat we door onze kennis over dieren weten hoe we om moeten gaan met dieren. Maar we weten bar weinig en wat we weten blijkt later vaak weer niet te kloppen. Dus wees voorzichtig. De 17de-eeuwse Franse filosoof René Descartes meende dat dieren machines waren die geen gevoel kenden. Als ze schreeuwden dan was dat een automatische, mechanische reactie. Hij heeft in levende honden gesneden om hun bloedsomloop te bestuderen.

'Als we dieren vanuit ons niet-weten benaderen, moeten we veel voorzichtiger zijn. We kunnen wat mij betreft eerder vertrouwen op onze intuïtie, of op een analogie met ons eigen leven - wij vinden het niet fijn als iemand in ons snijdt, dieren wellicht ook niet -, dan op onze kennis.'

Succesvolle boeken

Richard David Precht (53) is hoogleraar in de filosofie, heeft zijn eigen programma, Precht, op de Duitse televisie en schreef vele bijzonder succesvolle fictie- en non-fictieboeken over uiteenlopende onderwerpen als dieren, het schoolsysteem, of de liefde. Zijn bekendste werk is Wer bin ich - und wenn ja, wie viele?, het best verkochte Duitstalige boek van 2008.

Maar moeten we niet juist zo veel mogelijk kennis hebben om dieren wel goed te kunnen behandelen?

'Ik vind het goed om kennis te verzamelen over de verschillende dieren. Dat kan ons inderdaad helpen ze minder pijn te doen. Al moeten we daar ook voorzichtig mee omspringen. Neem weer de kraak. Inmiddels mag je die niet meer zomaar doden. Doordat we veel onderzoek naar ze hebben gedaan weten we wat voor gevoelige wezens het zijn. De vraag is wel hoeveel kraken we hebben moeten doden om tot de conclusie te komen dat we ze niet mogen doden? Voor ons betekent een nieuw dier ontdekken nu nog te vaak dat we het uit zijn natuurlijke omgeving halen om het uiteindelijk te kunnen opensnijden.'

Moeten we stoppen met het doden van dieren?

'Natuurlijk. Als je mijn ethiek serieus neemt, dan kun je zeker geen dieren meer doden voor onderzoek of om ze op te eten. Van de andere kant moet elke goede ethiek twee vragen in zich verenigen: wat is goed en wat is mogelijk? Het is niet haalbaar om het eten van vlees waarvoor dieren gedood moeten worden nu zomaar te verbieden. Dan ontstaat er een ongelooflijke weerstand die juist averechts werkt. Daarom is binnen mijn ethiek iets niet goed of fout. Minder vlees eten is goed, vegetarisme is beter, veganisme nog beter.

'Ik ben trouwens redelijk optimistisch gestemd. Ik geloof dat, als onze beschaving in de tussentijd niet verwoest wordt, er over twintig jaar al geen dieren meer gedood hoeven te worden voor ons eten. En als er eenmaal generaties opgroeien voor wie nooit meer een dier gedood hoeft te worden, dan zal de stap om dat weer wel te gaan doen steeds groter worden.'

Richard David Precht: Denken over dieren - Waar ligt de grens van de mens? Uitgeverij Ten Have.