We leven toch misschien niet in het saaiste heelal dat je kunt bedenken

De voortdurende uitdijing van het universum verloopt misschien toch anders dan kosmologen in hun modellen denken. Dat blijkt uit de meest precieze metingen van de uitzetsnelheid tot nog toe, die donderdag zijn vrijgegeven. 'Het zou leuk zijn als we toch niet in het saaist denkbare heelal leven waarvan veel modellen toch nog uitgaan', zegt in een reactie de Groningse hoogleraar kosmologie Diederik Roest.

Een groot en internationaal team van astrofysici analyseerde de lichtsignalen van zogeheten quasars, supersterke zeer verre lichtbronnen, die worden verbogen door zware sterrenstelsels op de voorgrond. Rond die stelsels is de ruimte volgens Einsteins relativiteit vervormd, waardoor die werkt als een lens die het licht uit de verte vervormt en in meerdere afbeeldingen uit elkaar trekt.

Van vijf zwaar vervormde quasarbeelden, bekeken met de Hubble ruimtetelescoop en telescopen op aarde, is nu gemeten in hoeverre flikkeringen in de verschillende afbeeldingen met elkaar uit de pas lopen. Daaruit is af te leiden hoe snel de tussenliggende ruimte tijdens de lichtreis groter is geworden. De gemeten snelheid is met een onzekerheid van nog geen 4 procent de meest precieze ooit, zegt astronoom Leon Koopmans van de Kapteyn Sterrenwacht in Groningen. Hij is een van de auteurs van de studies van de zogenoemde HOLiCOW samenwerking.

Vroege vs. huidige uitzetting

De grootste verrassing in de metingen is echter dat de gevonden snelheid wezenlijk afwijkt van wat eerder is gemeten met andere methodes. Daarbij werd met de WMAP en Planck-kunstmanen gekeken naar effecten in de zogeheten kosmische achtergrondstraling, het vage nagloeien van de oerknal aan de sterrenhemel. De uitdijing die daaruit komt, is lager dan de nieuwe metingen. Eerder werden zulke afwijkingen ook al gezien in studies met variabele sterren, de zogeheten Cepheiden, maar die waren nog minder precies.

Volgens Koopmans betekent de nieuwe meting dat er een echt verschil bestaat tussen de vroege uitzetting van het heelal en die in latere tijden. 'Het bestaat eigenlijk niet dat we nog ergens een systematische fout maken', zegt hij. De research verschijnt donderdag in vijf artikelen in de Monthly Notices of the Royal Astronomical Society.

De uitzetting van het universum is een bekend verschijnsel in de astronomie. Het effect werd voor het eerst in de jaren '30 aangetoond door de Amerikaan Edwin Hubble, die verre sterrenstelsels systematisch sneller van ons af zag bewegen dan sterrenstelsels dichterbij. Eind vorige eeuw werd ontdekt dat die uitdijing zelf ook nog eens steeds sneller gaat. In standaard kosmologische modellen wordt dat toegeschreven aan zogeheten donkere energie die de ruimte op zou blazen als een soort anti-zwaartekracht.

Volgens kosmoloog Roest in Groningen kunnen de nieuwe resultaten betekenen dat de hoeveelheid donkere energie in het heelal niet constant is, zoals de theoretici doorgaans aannemen. 'Misschien is dat toch wat te eenvoudig', zegt hij. Komende jaren gaat onder meer de deels Nederlandse Euclid-kunstmaan speuren naar veranderingen in de donkere energie in het heelal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden