'We bezien de literatuur niet als resultaat, maar als daad'

De stofzuiger van Simon Vestdijk doet het weer. Het apparaat waarmee de schrijver hinderlijke geluiden van de buitenwereld opzoog, is na een kleine onderhoudsbeurt zo goed als nieuw, en: voor het eerst te beluisteren....

Van onze verslaggeefster

Karin Veraart

DEN HAAG

De organisatoren gingen niet over een nacht ijs. Pas twee maanden geleden viel de definitieve beslissing over wie wel en wie niet in de nieuwe opzet paste. Vestdijks Nilfisk stond buiten discussie. Maar over Blaman, Brakman, Geerten Meijsing, om er een paar te noemen, bestond lange tijd geen concensus binnen de groep van museummedewerkers.

Brakman viel uiteindelijk af. Hij stuurde een boze brief aan directeur Anton Korteweg van het museum, maar die is niet van plan de expositie te veranderen. 'We kunnen het nooit voor iedereen goed doen. Een volledig overzicht is praktisch onmogelijk. Iedere schrijver zouden we dan ruimte ter grote van een postzegel moeten geven. En zo bewijzen we de literatuur ook geen dienst.'

Vijfentwintig, vooral oudere, schrijvers van naam zijn door Korteweg gewaarschuwd dat ze niet voorkomen op de overzichtsexpositie. 'Ik wilde niet dat ze hier ter plekke tot een pijnlijke ontdekking zouden komen.'

Op de expositie wordt 250 jaar Nederlandse literatuur belicht. Op verantwoorde wijze, letterlijk, want het tentoongestelde materiaal wordt niet voortdurend beschenen; pas zodra de bezoeker in de buurt van een vitrine komt flitsen de lampen aan boven de kwestbare handschriften, eerste drukken en snuisterijen.

Pechvogels die buiten de selectie van de tweehonderd auteurs vielen, komen aan bod in tijdelijke tentoonstellingen, zo verzekeren de organisatoren; hiervoor is meer en prominentere plek gereserveerd dan voorheen. Want uiteindelijk moet Gaan waar de woorden gaan - de titel is ontleend aan een gedicht van Leo Vroman - het doen met eenderde minder aan ruimte dan de uit 1985 stammende, eerste permanente tentoonstelling van het LM (1954).

De vernieuwingsplannen dateren van zo'n twee jaar terug, toen werd geconstateerd dat tien jaar toch wel het maximum was voor een dergelijk gezichtsbepalend overzicht. 'We denken nu anders dan toen over de criteria waaraan een goede tentoonstelling moet voldoen', verklaart adjunct-directeur en projectleider Aad Meinderts. Het museum heeft inmiddels ook meer middelen, zodat er kon worden geïnvesteerd in spannender geluidseffecten en een modernere presentatie van beeld.

Zo valt er nu de video Het Boekenhuis van kunstenaar Jord den Hollander te bewonderen. We zien een sumo-worstelaar die een greep doet in een goedgevulde boekenkast en ieder werk dat hem voorhanden komt kapot scheurt en met verachting op de grond pleurt. De getergde toeschouwer kan dit proces evenwel met een druk op een knop een halt toeroepen, waarop een bekende Nederlander als Els Borst of Paul de Leeuw in beeld komt die voordraagt uit favoriet werk.

'Literatuur als avontuur', zegt Piet Calis, die het scenario voor de expositie schreef. Dat was een van de uitgangspunten. 'Daartoe proberen we een kijkje te nemen in het hoofd van de schrijver, die denkt aan zijn boek, aan het werk dat naar zijn gevoel de eeuw moet veranderen. We bezien de literatuur niet als resultaat, maar als daad.' In de vitrines zijn aantekeningen terug te vinden, scenario's en schema's van werk in wording.

Bovendien, vond het museum, moet de literatuur niet worden losgezien van de andere culturele uitingen in de periode waarin zij tot stand kwam. Zodat er nu bijvoorbeeld een geluidsfragment te horen is van de Internationale, aangeheven in een bewerking van Henriëtte Roland Holst, een stukje Radio Oranje in de ruimte die is gewijd aan literatuur tijdens de Tweede Wereldoorlog, of muziek van Charlie Parker in een met schrootjes betimmerde kamer, waar tussen de beschilderde ijskast van Jan Elburg en de schildersbenodigdheden van Lucebert op een aftands tv-toestel een vermakelijk relativerend filmpje van de vijftigers wordt afgespeeld.

Calis: '250 Jaar in 150 meter tentoonstelling, dat is alsof je de tijd in een capsule stopt, of in een pressurecooker.' Hij wilde een bruisend geheel van opeenvolgende generaties, met elk weer andere gevoelens, andere ideeën: de expositie moet tevens inzicht geven in de 'sensibiliteitsgeschiedenis', de ideeëngeschiedenis. Zo liggen in de zachtblauwe hoek van de Verlichting, in chronologisch opzicht het begin van de tentoonstelling, benevens werk en brieven van Aagje Deken en Betje Wolff ook een 'almanak voor jonge heeren en juffers', een zijden huwelijksband, twee satijnen kousebanden en een geborduurd brieventasje.

Consequentie van een en ander was dat er een strenge keuze moest worden gemaakt, en niet puur om ruimtetechnische redenen; het museum wilde die auteurs in de tentoonstelling opnemen die in hun tijd de dragers waren van een bepaald ideeëngoed, die grote invloed hebben uitgeoefend op hun tijdgenoten, het gezicht vormden van een bepaalde stroming.

En, tenslotte, besloten de makers met het oog op de frisheid van de expositie in de komende tien jaar, relatief meer aandacht schenken aan recenter werk; de nadruk ligt aldus op de naoorlogse periode, en het overzicht loopt tot 1998 - maar liefst negen negentigers zijn present.

Aan Marcel Prins, die eerder het een niveau hoger gelegen kinderboekenmuseum vormgaf, was de taak de in totaal 29 'hoofdstukken' literatuur(geschiedenis) zo aantrekkelijk mogelijk te presenteren. Multatuli, prominent aanwezig met onder meer een handschrift van het begin van zijn Ideeën, kreeg een bordeauxrode omgeving; op een klein ingebouwd beeldscherm kan een speelfilmfragment van Saïdjah en Adinda in gang worden gezet. Voor de tachtigers is een oranje studeerkamer ingericht met bureau en boekenkast uit de nalatenschap van Willem Kloos. Aan de wanden hangen de kopstukken van de stroming in olieverf.

Het trio Hermans, Mulisch, Reve is aangevuld met Haasse, wier recent vervaardigd portret al op een afstand de aandacht trekt. Jan Wolkers en Jan Cremer delen een felgekleurde 'stand'; van de eerste Jan is het reliëf X5 te bewonderen, van de tweede de befaamde laarzen en de pet.

Het modernste object is waarschijnlijk een floppie van Marcel Möring, een van de weinige schrijvers van wie we weten dat 'ie bepaald geen computervrees kent.

En dat laatste, zo bekent Meinderts, is nog wel eens aanleiding voor 'waarschijnlijk ongegronde' angstvisioenen bij het Letterkundig: wat aan te vangen met een eventueel volgende tentoonstelling, als blijkt dat schrijvers en lezers massaal zijn overgestapt op computerschermen, schijfjes en internetten?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden