De 16 belangrijkste lessen uit 2018 1 – Klimaatverandering

Wat we hebben geleerd in 2018: Je kunt de klimaatverandering steeds beter voelen

En dit is volgens kenners nog maar het begin – of valt er nog wat te doen aan de hitte en de buien?

‘Het Middellandse Zeegebied zal zo warm worden dat de opstijgende lucht daar een hittelaag vormt, zoals die nu ook boven de Sahara hangt.’ Beeld Paul Faassen

Sneuvelende warmterecords, zware hoosbuien en droogte waar maar geen eind aan leek te komen. Extremen kenmerkten het Nederlandse weer in 2018. De tijd dat klimaatverandering alleen in statistieken was terug te vinden is voorbij.

Nadat de afgelopen jaren warmterecords werden gebroken in Zuid-Europa, Centraal-Europa en Rusland, waren dit jaar Nederland, België en Scandinavië aan de beurt. In Nederland kon het KNMI diverse records bijschrijven. Een daarvan was de gemiddelde dagtemperatuur (gemeten over 24 uur) op 27 juli in De Bilt: 29,7 graden Celsius.

‘Voor een daggemiddelde is dat extreem hoog’, zegt klimaatonderzoeker Geert Jan van Oldenborgh van het KNMI. ‘Honderd jaar geleden was dit zo goed als onmogelijk geweest. Als je het vergelijkt met de verdeling van temperaturen rond 1900, dan valt dit ver buiten de onzekerheidsmarges.’

Franse buien

Hittegolven zijn tegenwoordig gemiddeld ongeveer 3 graden warmer dan een eeuw geleden, zegt Van Oldenborgh. Dus aanzienlijk warmer dan de 1,5 à 2 graden die Nederland sinds het pre-industriële tijdperk is opgewarmd. ‘Dat voel je. Toen ik in de jaren negentig met onderzoek begon was klimaatverandering nog iets abstracts. Het is nu direct waarneembaar.’ Alles wijst erop dat hittegolven nog warmer zullen worden. Hoe warm? Daarover verschillen de voorspellingen. ‘Het hangt er ook van af in hoeverre we de uitstoot van broeikasgassen kunnen beperken.’

Ook de zwaardere regen- en onweersbuien zijn volgens Van Oldenborgh toe te schrijven aan klimaatverandering. Warmere lucht kan meer vocht opnemen en buien worden versterkt door de warmte die vrijkomt bij het condenseren van waterdamp. ‘Per graad opwarming valt ongeveer 12 procent meer neerslag. Dat zie je terug in de waarnemingen. We krijgen dezelfde buien als in Frankrijk, die waren altijd zwaarder dan bij ons.’

Het warmere zeewater van de Middellandse Zee droeg bij aan de extreme hoosbuien in Italië, Frankrijk en Mallorca dit najaar. Het noodweer en de overstromingen die erop volgden eisten levens. ‘Net als voor Nederland geven de waarnemingen aan dat de kans op extreem weer in Zuid-Frankrijk door opwarming met een factor 3 is toegenomen.’

Geen recordjaar voor droogte

Je zou verwachten dat ook de droogte die Nederland een zomer lang in zijn greep hield het gevolg was van klimaatverandering, maar daar is volgens Van Oldenborgh geen bewijs voor. De statistieken laten geen trend zien: 2018 is geen Nederlands recordjaar wat droogte betreft. Vier jaren – 1976, 1959, 1921, 1911 – kenden nog grotere droogte. Dat neemt niet weg dat vrijwel alle klimaatmodellen in de toekomst een toename van droge perioden laten zien, zegt Van Oldenborgh. ‘Het Middellandse Zeegebied zal zo warm worden dat de opstijgende lucht daar een hittelaag vormt, zoals die nu ook boven de Sahara hangt. Een lagedrukgebied door de hitte geeft in Nederland meer oostenwind en dat leidt bij ons tot meer droogte.’

Ook de kou van februari en maart – koud na een warme winter, maar niet extreem koud – past volgens de klimaatwetenschapper in het beeld van een opwarmend Nederland. De koudegolven worden steeds minder koud. Dat komt doordat de poolwind die in Noordwest-Europa voor winterse temperaturen moet zorgen, steeds minder koud wordt. ‘Elfstedentochten zullen steeds zeldzamer worden.’

In een opmerkelijke, grensverleggende analyse kwamen onderzoekers, onder wie de Nederlander Sybren Drijfhout, tot een opvallende conclusie: alle kans dat we nog vier, vijf extra warme jaren tegemoet kunnen zien. Het klimaat warmt nu eenmaal niet in een voorspelbaar, mooi recht lijntje op: tussen ongeveer 2000 en 2014 stond de opwarming zowat stil, de komende jaren gaat het juist harder, aldus Drijfhout.

1,5, 2 of 3 graden?

Er was meer slecht nieuws, bleek dit najaar uit een nieuw stand-van-zaken-rapport van het VN-klimaatpanel het IPCC. Het is zo goed als uitgesloten dat de opwarming onder de 1,5 graad blijft, de grens die de internationale gemeenschap zich drie jaar geleden in Parijs ten doel heeft gesteld, schrijft het IPCC. Alleen met draconische en in feite bijna lachwekkende maatregelen kunnen we die doelstelling nog halen: een wereldwijde ban op haast álle steenkool, een slordige halvering van de olieconsumptie, een gebied zo groot als India uitruimen om biogewassen te verbouwen, jaarlijks liefst 800 miljard investeren in duurzame energie, maar ook veel meer kerncentrales en grootschalige afvang en ondergrondse opslag van CO2. En zelfs als dat allemaal gebeurt, wordt het nog kantje boord of we de 1,5 graad wel halen, noteert het IPCC (de wereld zit nu al op 1 graad).

Op naar de 2 graden dus maar, de grens die de internationale gemeenschap als absolute bovengrens ziet? Ook dat zit er nauwelijks in, aldus het IPCC. Voorlopig ligt de mensheid op koers voor 3 graden – en dan nog alleen als iedereen zijn klimaatafspraken nakomt.

Warmere lucht kan meer vocht opnemen en buien worden versterkt door de warmte die vrijkomt bij het condenseren van waterdamp. Beeld Paul Faassen

En dat is de vraag. In Australië stuurde men zijn premier Malcolm Turnbull de laan uit wegens al te groene klimaatplannen. In Brazilië kwam Jair Bolsonaro aan de macht, een openlijke klimaatscepticus die als beleidsplan heeft om de Amazone te slopen en onder wiens bewind de olieproductie van het land verder zal stijgen. In de VS ontpopte Trump zich andermaal als gestaald klimaatscepticus, met zijn bewering dat de aarde vanzelf wel weer zal afkoelen. En in Nederland groeide het klimaatbeleid uit tot een politiek hete aardappel, verhit door de torenhoge kosten die aan de verduurzaming blijken te kleven.

Is er dan helemaal geen hoop? Toch wel. In Californië organiseerde gouverneur Jerry Brown deze nazomer een eigen ‘klimaattop’. Lokale overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties kwamen er bijeen om publiekelijk goede CO2-voornemens in te zamelen, een trend die dit jaar goed op stoom kwam. Hoewel de initiatieven vrijblijvend zijn en critici erop wijzen dat er geen duidelijk controlemechanisme achter de plannen zit, wijzen sommige analyses uit dat de goede voornemens bij elkaar opgeteld wel degelijk een deuk in een pakje boter slaan.

Misschien zelfs genoeg om de opwarming onder de 2 graden te houden, en héél misschien zelfs onder de 1,5. Als de centrale overheden het onderling niet eens worden, moeten de steden, provincies, multinationals en ngo’s het klimaat maar te hulp komen.

Wat we in 2018 hebben geleerd: 16 belangrijke lessen
De strijd om uw persoonlijke gegevens is echt losgebarsten. Er is zo goed als zeker vloeibaar water op Mars. Aan het einde van 2018 blikt de wetenschapsredactie terug: dit hebben we het afgelopen jaar geleerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden