De 16 belangrijkste lessen uit 2018 7 – Datagraaiers

Wat we hebben geleerd in 2018: De strijd om uw persoonlijke gegevens verhardt

Er was een Groot Schandaal nodig om het publiek te doordringen van de handel in persoonlijke data. Wie is nou eigenlijk eigenaar?

De gemiddelde consument geeft bij iedere app die hij installeert bijna blind toestemming aan bedrijven en diensten om zijn gegevens te mogen gebruiken. Beeld Reuters

Data zijn van de bedrijven

The New Yorker publiceert in 1993 de cartoon On the Internet, nobody knows you are a dog. Het wordt een iconische cartoon: het plaatje laat haarfijn zien hoe eenvoudig het is je op internet in volledige anonimiteit te bewegen. Maar dat was toen. Bedrijven als Google weten inmiddels dankzij gebruikersdata bijna alles over hun gebruikers. Internetcritici en privacyvoorvechters waarschuwen al lang voor het gevaar van de machtige datagraaiers die over de hoofden van de naïeve consumenten gegevens verzamelen en daarop hun diensten en advertenties afstemmen. Facebook en Google weten als geen ander hoe ze gebruikersgegevens om kunnen zetten in dollars. In ruil voor gebruiksvriendelijke gratis diensten betalen internetters met hun data: welke sites ze bezoeken, welke boeken ze lezen, welke muziek ze beluisteren of wat voor politieke partij ze interessant vinden. Lang maken ze zich daar totaal niet druk over.

Beeld Paul Faassen

Totdat ineens, dit voorjaar, het Grote Schandaal opduikt dat hard nodig is om het publiek wakker te schudden. De gegevens van tientallen miljoenen Facebookgebruikers blijken door Cambridge Analytica te zijn gebruikt in aanloop naar de presidentscampagne van Donald Trump. Cambridge Analytica, opgezet door Trump-financier Robert Mercer, gebruikt gedetailleerde persoonlijkheidsgegevens om kiezers te bestoken met gerichte en persoonlijke boodschappen met als doel hun stemgedrag te beïnvloeden. Het bedrijf krijgt die gegevens via Facebook. Het pijnlijkst is nog dat Facebook er al in 2015 van wist. 

En dan wordt het probleem ook bij het publiek duidelijk: dat de grote techbedrijven onvoorstelbare hoeveelheden geld verdienen met de gegevens van hun klanten. En dat er een levendige en lucratieve handel bestaat in al die data. Misschien is dat laatste nog wel een groter probleem. Facebook weet namelijk niet zo goed (of: zegt niet goed te weten) wat er met al die gegevens van zijn gebruikers gebeurt. Partijen als Cambridge Analytica gaan daarin zo ver dat er sprake is van regelrechte datadiefstal. Niet alleen de gegevens van degenen die via Facebook meedoen met de onderzoeken van Cambridge Analytica komen hier terecht, maar ook die van hun vrienden. 

Facebook lag dit jaar onder een vergrootglas, maar ook Google ontkomt niet aan zijn eigen schandaal. Dit najaar wordt duidelijk dat het bedrijf maandenlang een groot datalek in zijn dienst Google+ heeft verzwegen. En ook hier gaat het om de gegevens van nietsvermoedende gebruikers die weglekken naar partijen die er helemaal geen toegang toe mogen hebben. Data zijn handel en de diensten die er omheen worden gebouwd zijn blijkbaar zo ingewikkeld dat zelfs de Facebooks en Googles er geen controle over hebben. 

Beeld Paul Faassen

De twee schandalen zijn het topje van de ijsberg. De gemiddelde consument geeft bij iedere app die hij installeert bijna blind toestemming aan bedrijven en diensten om zijn gegevens te mogen gebruiken. Het is Surveillance Capitalism bij uitstek: geld verdienen op basis van het 24 uur per dag in de gaten houden van burgers. Dankzij de smartphone kan dat en Silicon Valley heeft er zo’n beetje zijn gehele industrie omheen gebouwd. Het grote probleem daarbij is dat consumenten geen idee hebben wat er allemaal met hun gegevens gebeurt, zegt Joris van Hoboken, hoogleraar Recht aan de VU Brussel en als onderzoeker verbonden aan het Instituut voor Informatierecht van de UvA. Onlangs nog werd duidelijk dat apps, zelfs als ze al van een mobiel zijn verwijderd, hun gebruikers over hun surftochten over het web blijven volgen. Zo kan bijvoorbeeld Spotify een klant bestoken met advertenties omdat het bedrijf weet dat de app niet meer op diens mobiel zit. Het is een patroon dat steeds weer zichtbaar is. ‘Ontwikkelaars verzamelen op de achtergrond heel veel gegevens, maar dat gebeurt in alle schimmigheid. Wat doen ze precies en waarom? Het is voor een gewoon mens totaal niet te volgen’, zegt Van Hoboken. Hét grote probleem is dat bedrijven hun verantwoordelijkheid nog altijd niet nemen, meent hij. ‘Vaak verschuilen app- en sitemakers zich achter het argument dat ze ook niet precies weten wat er op hun sites gebeurt door adverteerders, maar daar moeten ze niet meer mee wegkomen. Dit speelt nu al tien jaar en je zou zo langzamerhand wel wat verbetering verwachten.’

Data zijn van de overheid

Al die gebruikersdata zijn niet alleen buitengewoon interessant voor adverteerders, ze zijn ook essentieel bij veel kunstmatige intelligentie-toepassingen (AI). Hoe meer gegevens (plaatjes bijvoorbeeld) je een systeem geeft, hoe beter het wordt. Silicon Valley ondervindt op dat vlak hevige concurrentie uit China. Zo hevig zelfs, dat kenners waarschuwen dat China de VS waar het AI betreft in rap tempo aan het inhalen is. Niet alleen omdat de investeringen in China hoog zijn. Onder aanvoering van bedrijven als Alibaba, Tencent en Baidu is China in relatief korte tijd ook zo’n hoogvlieger geworden omdat niemand daar moeilijk doet over de vraag wie nou eigenlijk eigenaar is van alle data. De overheid natuurlijk! Als Alibaba’s AI-baas Xian-Sheng Hua op een conferentie in Amsterdam vertelt over Chinese steden die volgehangen worden met camera’s om het verkeer in de gaten te houden, weet hij maar al te goed dat dit in het Westen allerlei privacyvragen oproept. ‘Maar in China maken mensen zich daar niet zo druk over’, zegt hij onomwonden. Al die beelden die door camera’s in de openbare ruimte worden gemaakt, zijn niet gehouden aan ingewikkelde privacywetgeving. Zo’n alwetende overheid is niet zonder gevaar. Zo experimenteert China nu met een sociaal beloningssysteem, dat burgers straft bij ongewenst gedrag. Een anti-communistisch boek bestellen? Dan kan ineens je ov-chipkaart worden uitgezet, is de vrees van critici. 

Beeld Paul Faassen

Data zijn van de burgers

Anders dan China en de VS koesteren Europeanen van oudsher meer het standpunt dat data van de burger zelf zijn. Dat is met de invoering van de nieuwe Europese privacywetgeving (de GDRP of AVG) geen holle frase. Burgers worden met die nieuwe wet beter beschermd. Bedrijven – ook Amerikaanse – moeten expliciet toestemming vragen voor het versturen van nieuwsbrieven en consumenten krijgen de mogelijkheid hun gegevens mee te nemen als ze een dienst verlaten. Ook zijn bedrijven verplicht datalekken te melden. 

In de VS wordt vaak wat vreemd aangekeken tegen dergelijke overheidsbemoeienis, maar zelfs daar begint de publieke opinie te schuiven. Voor Apple-baas Tim Cook is het privacydebat in elk geval een uitstekende gelegenheid zich af te zetten tegen de concurrentie. Apple is minder afhankelijk van data dan Google of Facebook omdat het zijn geld grotendeels verdient met het verkopen van iPhones. Privacy is een fundamenteel mensenrecht, stelt Cook. Bedrijven moeten volgens hem erkennen dat gebruikers de baas zijn over hun gegevens. Overigens lijkt dit gepropageerde mensenrecht in China iets minder te gelden; Apple staat zijn Chinese gebruikers niet toe speciale apps op hun iPhones te installeren waarmee ze hun privacy kunnen beschermen. Maar misschien is het probleem wel groter dan dat, zolang burgers uit eigen beweging hun data weg blijven geven, door allerlei apps te installeren om de eigen gezondheid in de gaten te houden, stappen te tellen en de slaap te monitoren. En ja, ook om hun schermtijd te meten. 

Wat we in 2018 hebben geleerd: 16 belangrijke lessen
Je kunt klimaatverandering steeds beter voelen. Er is zo goed als zeker vloeibaar water op Mars. Aan het einde van 2018 blikt de wetenschapsredactie terug: dit hebben we het afgelopen jaar geleerd.

Verder lezen:

Klanten hebben recht op hun persoonlijke gegevens – maar krijgen ze die ook? We testten bekende bedrijven.

De aflevering Arkangel van de serie Black Mirror kan gezien worden als één grote illustratie en uitvergroting van het ‘dataïsme’: een wereld waarin data een allesoverheersende rol spelen, maar waarin de mens tegelijkertijd controle begint te verliezen. 

Google en Facebook bieden gratis apps aan in ruil voor de gegevens van hun gebruikers. Doordat ze de beschikking hebben over steeds meer data, kunnen ze betere diensten leveren én zijn ze het ideale platform voor adverteerders. De uitvinder van het world wide web wil die bedrijven raken waar het het meest pijn doet: het afpakken van de data

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.