Column Joost Zaat

Wat je als dokter moet doen, is bijna altijd minder dan je eerst van plan was

Ik sta op zaterdagochtend in de miezerregen met een kar vol plantjes in een tuincentrum. De dokter van de huisartsenpost belt. Cor wil geen anonieme dokter, hij wil mij. Type ruwe bolster, blanke pit. Hij is zo benauwd dat hij niet meer verder wil. Ik had weken geleden een berichtje gestuurd dat de post in dat geval mij kon bellen. Zijn longen zijn op en zijn hart pompt slecht. Van de week had hij zelf een ziekenhuisbed in de woonkamer laten zetten. ‘Als het mooi weer wordt, ga ik er weer uit. Ik wil nu nog niet dood.’ Ik legde opnieuw het verschil tussen euthanasie en palliatieve sedatie uit.

Snel reken ik mijn plantjes af, rij ik langs de praktijk om mijn tas, ampullen en nog wat spullen op te halen en drop mijn liefje thuis. Familie rond het bed, een stikbenauwde en panikerende tachtiger erin, die aangeeft dat het nu afgelopen moet zijn. Paniek beneemt hem de adem. Ik moet rustig ademhalen, nadenken, zitten, zijn hand vast houden en vertellen dat het goed komt. Hij wordt snel minder blauw. Ik drink koffie, hij vertelt wat hij wil. Als na twintig minuten bij iedereen de paniek gezakt is, geef ik hem een katheter omdat hij uren niet geplast heeft. Dat lucht op. ‘Bij welk tuincentrum was je?’ Ik weet van alles van hem, maar niet dat hij ooit hovenier was. Op 20 milligram morfine en 15 mg midazolam, een slaapmiddel, zakt hij weg. Ik ga pompjes voor de verdere sedatie regelen. Na een uurtje belt zijn zoon dat Cor al dood is.

Het is, stomtoevallig, mijn tweede palliatieve sedatie in een week. Het is ook het weekend van de documentaire over Tuitjenhorn, De zaak Tuitjenhorn. Elke sedatie is anders en van buiten moeilijk te beoordelen. De duizend milligram morfine en 150 milligram midazolam die mijn collega gebruikte, had ongetwijfeld minder gekund. Maar dat is niet de kern van die tragedie. Van een plotselinge verslechtering kun je ook als huisarts ontzettend schrikken. Soms heb je niet goed vooruit gekeken, soms doe je dan iets wat niet goed is. Dat is geen misdaad, maar onverstandig medisch handelen. Daar hebben we de tuchtrechter voor. De kern van Tuitjenhorn is niet het handelen van een individuele huisdokter in paniek maar de paniek van de opleiders in het AMC, die de volgende dag geen reisje naar Tuitjenhorn maakten voor een stevig gesprek maar de IGJ (Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd) belden en zo de controle verloren. De kern is vooral de paniek van de IGJ en het OM die het idee hadden een Doctor Death op het spoor te zijn. Een IGJ die met een zinloze en krenkende maatregel kwam en nu heel schoorvoetend en halfslachtig erkent dat ze het zo niet hadden moeten doen.

Bij paniek moet je zitten, nadenken, tijd nemen en een hand vasthouden. Wat je moet doen, is bijna altijd minder dan je eerst van plan was. Dat geldt voor dokters maar zeker voor toezichthouders.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.