grote vragen

Wat is tijd? En waarom lijkt die sneller te gaan als je ouder wordt?

De wetenschapsredactie zoekt antwoord op grote, eigenlijk niet te beantwoorden vragen van lezers. Vandaag: wat is tijd? Over natuurkunderaadsels op schier onbereikbare plekken en onze interne klok, die trucs uithaalt met onze tijdsbeleving.

George van Hal en Laurens Verhagen
null Beeld Kate Isobel Scott
Beeld Kate Isobel Scott

Denk eens terug aan die zonovergoten zomervakantie in Frankrijk uit uw jeugd. Vergeelde foto’s van even vergeelde katoenen tenten zijn de gestolde momentopnamen ervan, maar probeer eens het gevoel terug te halen van de duur van die vakantie. Die duurde eindeloos toch? En tegelijk schoten de dagen voorbij. Oudere mensen merken juist het tegenovergestelde op: aan de dagen komt geen einde, maar je let even niet op en er is weer een jaar voorbij.

Volkskrant-lezers verbazen zich over onze omgang met de tijd. ‘Als je tien minuten op de trein moet wachten, lijkt het een uur te duren. Maar als je nog maar tien minuten hebt om de trein te halen, dan lijkt het vijf minuten’, schrijft bijvoorbeeld Martha Hoek ons. Anderen vragen zich af of tijd überhaupt wel bestaat of dat hij alleen een afspraak is die wij mensen hebben gemaakt.

Ze verkeren in goed gezelschap. ‘Wat is tijd?’, vroeg kerkvader en theoloog Augustinus zich in de 4de eeuw na Christus af. ‘Zolang niemand het me maar vraagt, weet ik het; wil ik het echter uitleggen aan iemand die het me vraagt, dan weet ik het niet’.

Geen mens kan twee keer in dezelfde rivier stappen, want het is niet dezelfde rivier en hij is niet dezelfde mens, merkte presocraat Heraclitus bijna duizend jaar eerder op. Alles is onder de invloed van de tijd in een continue staat van verandering. Alles stroomt: panta rhei. Het was een weinig bevredigend uitgangspunt, bleek later, want de filosofen na hem waren vooral op zoek naar het onveranderlijke. De tijd kwam er eigenlijk maar bekaaid af: het ware zijn is het eeuwige nu. Was het maar zo simpel. Natuurlijk zijn er bijzondere momenten waarin we het idee hebben totaal aanwezig te zijn en in het nu te leven, maar veel vaker ervaren we de gesel van de tijd, die als een pacmannetje de toekomst in razendsnel tempo wegvreet.

De winnende grote vragen

Welke Grote Vraag wilt u graag beantwoord zien door wetenschappers? Ruim 500 lezers reageerden op die lezersoproep. Deze zomer gaat de wetenschapsredactie samen met wetenschappers op zoek naar inzichten over de volgende vragen.

16 juli: Bestaat God?

23 juli: Wat is tijd?

30 juli: Kunnen we veroudering afremmen?

6 augustus: Wat gaat er om in het hoofd van een baby?

13 augustus: Wat was er voor de oerknal?

20 augustus: Hoe loopt het af met de mensheid?

Misschien hoeft het allemaal helemaal niet zo ingewikkeld te zijn. Want zoals een beroemd citaat stelt, dat afwisselend aan literaire grootheden, filosofen en natuurkundigen wordt toegekend: tijd is wat voorkómt dat alles tegelijk gebeurt.

‘Best een aardige samenvatting’, oordeelt theoretisch natuurkundige Carlo Beenakker van de Universiteit Leiden. ‘Sinds Einstein weten we: tijd is niet absoluut’, zo steekt hij van wal. Waar iedereen – ook fysici – er vroeger stilzwijgend van uitging dat de kosmos het dwingende ritme van een universele metronoom volgt, blijkt de werkelijkheid weerbarstiger. Beweeg sneller of kom in de buurt van een zware massa en de tijd gaat anders stromen, zo stelt Einsteins relativiteitstheorie, als een rivier vol stroomversnellingen en -vertragingen. Panta rhei, maar dan anders.

Dat is bovendien meer dan ‘slechts’ theorie. ‘Onze gps-satellieten compenseren bijvoorbeeld dagelijks voor dat effect’, zegt Beenakker. En dus had Einstein, zoals wel vaker, gelijk. Dat hij tot zijn conclusies kwam door alles te berekenen binnen een vierdimensionale werkelijkheid – de ruimtetijd – die de drie bekende ruimtedimensies (boven/onder, links/rechts, voor/achter) verknoopt met eentje van de tijd (eerder/later), impliceert bovendien dat het iets échts is. Tijd is geen illusie.

De pijl van de tijd

Toch gedraagt tijd zich anders dan de ruimte. Waar je zonder moeite ’s ochtends naar werk of school kunt reizen, en aan het eind van de dag dezelfde route in omgekeerde richting naar huis, daar kan zoiets in de tijd niet. Die volgt een pijl die ons dwingend van eerder naar later dirigeert. De toekomst wordt onherroepelijk het verleden, maar het verleden nooit de toekomst.

Ja: er zijn wat – hoogst theoretische – ideeën over hoe je de klok misschien ooit toch terug zou kunnen laten tikken, maar dat zijn vermoedelijk curiositeiten. ‘Kan ik helemaal uitsluiten dat je bijvoorbeeld een deeltje ooit een nanoseconde terug kunt sturen in de tijd? Nee’, zegt Beenakker. ‘Maar meer dan dat is volgens mij onmogelijk.’

Dat zie je volgens hem vooral wanneer je kijkt hoe logisch het heelal in elkaar steekt zodra je reizen naar het verleden verbiedt. ‘Doe je dat niet, dan komt bijvoorbeeld onze vrije wil in het gedrang’, zegt hij. Wie terug kan naar het verleden, kan immers plots de volgorde van oorzaak en gevolg omdraaien.

Maar waarom loopt de tijd inderdaad strak vooruit? De meeste fysici zoeken het antwoord in de natuurkundige warmteleer, de thermodynamica. Neem nu een filmpje van een stuiterend balletje. ‘Als ik dat achteruit afspeel, ziet iedereen direct dat het niet klopt: het balletje gaat dan steeds hóger stuiteren. Dat is raar’, zegt Beenakker. De reden is dat achter de schermen wrijving ertoe leidt dat het balletje energie verliest in de vorm van bijvoorbeeld warmte. En zo moet het altijd gaan: een kop hete koffie koelt op je bureau altijd af en wordt niet spontaan warmer. Die ‘tweede hoofdwet’ van de thermodynamica, zo vermoeden veel fysici, schenkt de tijd haar richting.

null Beeld Kate Isobel Scott
Beeld Kate Isobel Scott

Korrelig goedje

Maar weten ze ook ‘waarvan’ die tijd gemaakt is? We tellen hem in het dagelijks leven door het tikken van onze klokken, en delen hem op in blokjes van dagen, uren, of seconden. Maar is er ook een kleinste blokje? Is tijd een continu stromende rivier of een korrelig goedje?

‘Daar heeft niemand nog antwoord op’, zegt Beenakker. Je zou daartoe de tijd eerst heel exact moeten kunnen vangen in de wetten van de quantumfysica, die de toestand van de fysieke werkelijkheid beschrijft op de kleinst mogelijke schaal.

Op die schaal is het goed denkbaar dat tijd inderdaad korrelig is, bestaand uit ‘stukjes’ zo lang als een zogeheten plancktijd, een tijdsinterval van 5,39 x 10−44 seconden. Dat is zo duizelingwekkend kort dat elke vergelijking met iets in de normale wereld tekortschiet. Maar of dat echt de kortst mogelijke tijdsduur is, weet niemand. ‘Misschien dat we een antwoord vinden wanneer we een ultieme theorie van alles hebben’, zegt Beenakker. Eentje die Einsteins algemene relativiteitstheorie wiskundig samenvoegt met de quantumfysica, een doel dat al decennialang nét buiten handbereik ligt.

Zoals de antwoorden op alle overgebleven natuurkunderaadsels rond de tijd zich verschuilen op schier onbereikbare plekken. Binnenin zwarte gaten, bijvoorbeeld, waar de tijd mogelijk stilstaat. Of kort – een plancktijd – na de oerknal, toen ruimte en tijd ontstonden, een periode die zich volkomen aan onze waarnemingen onttrekt.

Het zijn zaken zo ver voorbij onze alledaagse wereld dat nieuwe inzichten weliswaar kunnen onthullen hoe het basale weefsel van de werkelijkheid eruitziet, maar tegelijk weinig te zeggen hebben over hoe wíj, mensen, de tijd ervaren.

Tijdsillusies

Rond 1900 maakte de Franse filosoof Henri Bergson een nuttig onderscheid tussen de tijd zoals die in de natuurkunde wordt bestudeerd en de bewustzijnstijd. Hoog tijd dus om de kluwen wat verder te ontwarren en per trein af te reizen naar Groningen voor een gesprek met Douwe Draaisma, emeritus hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Groningen en auteur van de bestseller Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt uit 2001. Draaisma is gefascineerd door zogenoemde tijdsillusies: de momenten dat onze tijdsbeleving afwijkt van de kloktijd. En uiteraard ook door de vraag die daar logischerwijs op volgt. Namelijk: welke factoren zijn daar van invloed op?

null Beeld Kate Isobel Scott
Beeld Kate Isobel Scott

Maar voor het zover is, eerst maar even een korte uitleg over hoe we, onafhankelijk van externe klokken, tijd inschatten. Over het algemeen, en onder normale omstandigheden, gaat dat best goed. Vraag iemand om in te schatten hoe lang een minuut duurt, dan is de afwijking echt niet zo groot. In het dagelijks taalgebruik spreken we van een biologische klok, maar daarvan is geen sprake. Wel van wat Draaisma een ‘subtiel samenspel’ van tientallen fysiologische klokken noemt. Onze hartslag bijvoorbeeld, bloeddruk, ademhaling, stofwisseling, celdeling. Alle met een eigen cyclus.

Draaisma wijst, gezeten in een etablissement op een plek in het Groningse centrum waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan (het Prinsenhof), op een van zijn vingers. De top gaat verscholen onder twee dikke pleisters. ‘Het duurt tegenwoordig eindeloos voordat deze snee geneest. Als mijn kleindochter een vergelijkbare wond zou hebben, zou die binnen een mum van tijd genezen.’

Onverstoorbaar

Het is een van de verklaringen die Draaisma twintig jaar geleden ook in zijn boek gaf voor het verschijnsel dat de tijd steeds sneller lijkt te gaan naarmate we ouder worden. Onze interne klokken draaien langzamer, waardoor de wereld om ons heen sneller gaat. In navolging van de Franse microbioloog Alexis Carrel gebruikt Draaisma in zijn boek de analogie van een rivier die in een gelijkmatig tempo voortglijdt door laagland.

De eerste uren rent de mens kwiek langs de oever, sneller dan de stroom. Daarna, rond het middaguur, gaan rivier en mens een tijdje precies gelijk op. En uiteindelijk, aan het einde van de dag, wordt hij vermoeid en raakt achterop. ‘Tenslotte blijft hij stilstaan en gaat liggen, naast een rivier die zijn loop vervolgt in hetzelfde onverstoorbare tempo waarin hij de hele dag al heeft gestroomd.’

Het onherroepelijke verglijden van de tijd (het ouder worden) verstoort dus onze tijdsbeleving, maar er zijn veel meer factoren die de tijd doen krimpen of juist laten uitzetten. Onze lichaamstemperatuur bijvoorbeeld. Bij koorts lijkt alles veel langer te duren. Een andere factor van belang is of er wat in je leven gebeurt. Maak je weinig meer mee, dan kruipen de dagen. En, constateerden we al eerder, schieten de jaren voorbij.

Draaisma spreekt van een omgekeerd verband tussen hoe snel de tijd lijkt te gaan tijdens het beleven en hoe we erop terugkijken. Dat werkt beide kanten op: korte dagen gaan samen met lange jaren en vice versa. Maar daarmee zijn we er nog niet, waarschuwt de psycholoog: ‘Tijd zet niet alleen uit bij weinig activiteit, maar óók bij extreem veel activiteit.’ Denk aan de laatste seconden vlak voor een aanrijding, die tot in het absurde lijken te worden opgerekt.

Telescopie-effect

Goed, nog een laatste tijdsillusie dan: het telescopie-effect. ‘Bij ingrijpende gebeurtenissen heb je de neiging om te onderschatten hoe lang geleden dat was.’ Neem de moord op Peter R. de Vries, die tot veler verrassing alweer een jaar geleden plaatsvond. ‘Het feit dat je scherpe herinneringen hebt, laat je als het ware door een telescoop kijken, waardoor je denkt dat iets veel korter geleden gebeurde.’ Veel details? Het zal wel kort geleden zijn, denken we dan ten onrechte. ‘Ironisch eigenlijk. Dan werkt ons geheugen een keer goed en kunnen we ons veel details herinneren, maar dan schatten we de tijd weer volstrekt verkeerd in.’ Draaisma kan er wel om lachen.

De terugreis vanaf Groningen lijkt veel korter te duren dan de heenreis. In de verte stroomt een rivier.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden