Column Ionica Smeets

Wat is erger: geklungel met cijfers of gesjoemel waarbij cijfers moedwillig verkeerd gebruikt worden?

Vorige week beschreef De Monitor gegoochel met cijfers bij een project om ex-gedetineerden aan het werk te helpen. Een van de doelen was bijvoorbeeld dat het percentage tijdelijk werk van 10 naar 32 procent zou stijgen. In het onderzoeksrapport en allerlei andere teksten werd dit omschreven als een stijging van 22 procent. Maar dat is het niet; dit heet een stijging van 22 procentpunt. Als eerst tien op de honderd ex-gedetineerden tijdelijk werk vinden en daarna 32 op de honderd, dan is dat een stijging van maar liefst 220 procent.

Er bleken gelukkig geen beslissingen gebaseerd op deze percentages. Sowieso wil je bij dit soort zaken liever kijken naar de absolute aantallen dan naar de stijging als een percentage. Als je successen met 100 procent stijgen, dan is het wel zo interessant om te weten of je eerst twee of tweeduizend successen had. Toen De Monitor me om commentaar vroeg bij deze onjuiste cijfers, schoot me vooral één woord te binnen: geklungel. Extra pijnlijk was dat de fout ook nog eens in hun eigen nadeel werkte, omdat de doelen nu minder ambitieus klonken dan ze waren. Het deed me denken aan de geweldige analyse die The Washington Post ooit maakte over de campagnegrafieken van Donald Trump: ‘De meeste van Trumps grafieken verdraaien de werkelijkheid. En niet altijd in zijn voordeel.

Wat is nu eigenlijk erger: dit soort geklungel van mensen die zelfs te slecht zijn met cijfers om ze in hun eigen voordeel te verdraaien of gesjoemel waarbij cijfers moedwillig verkeerd gebruikt worden? En welke van de twee komt vaker voor en hoe herken je ze?

Zo meldde iemand laatst verwonderd dat ze ineens post kreeg als ‘omwonende van Schiphol’, terwijl ze in hartje Amsterdam woont. Waarop iemand suggereerde dat dit misschien een truc was om de definitie van omwonenden flink uit te breiden, zodat je daarna kunt zeggen dat het merendeel van de omwonenden nergens last van heeft. Zou dat echt de opzet zijn?

Merkwaardige definities zie je vaker. Zo verschenen vorige maand in diverse Vlaamse media berichten over een campagne voor meer vrouwelijke professoren. Daarin werd opgemerkt dat vrouwen bezig zijn met een ware inhaalslag. Zo schreef De Morgen: ‘In 2017 en 2018 ging het grootste deel van de vacatures naar vrouwen (103 op 141).’

Woohaa! Ging werkelijk 73 procent van de vacatures naar vrouwen? Had ik iets gemist? Had Vlaanderen extreme quota ingesteld? Niets van dat alles: De Vlaamse Jonge Academie liet zien wat hier misging. De genoemde cijfers waren de nettotoename van het aantal professoren in die twee jaar. Dat zijn alle nieuwe benoemingen, min de pensioneringen en andere uitstromers. En in de groep vertrekkende pensionado’s zaten voornamelijk mannen. Daardoor kwamen er netto in totaal meer vrouwen bij dan mannen. Maar het percentage vrouwen in de nieuwe benoemingen was 38 procent en geen enkel vakgebied had meer vrouwen dan mannen benoemd. Tot zover dus die inhaalslag.

En nu vraag ik me af: was dit nou klungelen of sjoemelen?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden